Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Actueel

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
KAB. 994790
datum
10-11-1999

onderwerp
Uitspraken van de Minister van LNV over het gedoogbeleid doorkiesnummer

bijlagen

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen, mede namens de Minister van Justitie, de antwoorden op de vragen gesteld door de leden Schutte en Van Middelkoop (beiden GPV) over de uitspraken van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over het gedoogbeleid.

1
Ja.

2
Het kabinet heeft zijn standpunt over gedogen neergelegd in een nota aan de Tweede Kamer getiteld 'Grenzen aan gedogen' van 31 oktober 1996 (Tweede Kamer, 1996-1997,
25 085, nrs. 1-2).
De opvattingen over gedogen van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van de Minister van Justitie zijn gelijk aan het in die notitie neergelegde standpunt.

3
De Minister van LNV maakt deel uit van het kabinet, waarbinnen sprake is van collegiaal bestuur. Dit betekent dat besluitvorming plaatsvindt in de Ministerraad. Binnen het kabinet bestaat bovendien de ruimte om collega-bewindslieden aan te spreken op het beleid dat zij als eerstverantwoordelijken op een bepaald terrein voeren.

4
Van de bewindslieden mag worden verwacht dat zij bij het vormgeven en vaststellen van het beleid zo goed mogelijk rekening houden met de handhaafbaarheid ervan en in beginsel toezien op de naleving van wetten en regels.
Het kabinet spant zich er aldus voor in om in de praktijk van het wetgevingsproces en in de uitvoerings- en handhavingspraktijk maatregelen te treffen om de oorzaken van gedoogpraktijken zoveel mogelijk te voorkomen. Zoals u hebt gemerkt heeft de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de gedoogcultuur overigens inmiddels concreet ter discussie gesteld.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst


Deel: ' Antwoord op vragen aan LNV over het gedoogbeleid '




Lees ook