Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.474de wachtgeldpremie voor schoonmaakbedrijven Gemaakt: 18-1-2000 tijd: 22:2

2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 14 jan. 2000 Uw

Onderwerp

Kamervraag van het lid Bijleveld-Schouten

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bijleveld-Schouten (CDA) over de wachtgeldpremie voor de schoonmaakbedrijven.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

(J.F. Hoogervorst)

2990004540 (vragen van het lid Bijleveld-Schouten (CDA))

Vraag 1.

Heeft de sectorraad Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf u per brief verzocht om maatregelen met betrekking tot de wachtgeldpremie 2000?

Antwoord 1.

Ja.

Vraag 2.

Wat is uw oordeel over die brief?

Antwoord 2.

In de brief verzoekt de sectorraad Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf mij af te wijken van de door het Lisv vastgestelde wachtgeldpremie voor 2000. Het Lisv heeft de premie vastgesteld conform de daarvoor geldende regelgeving. De minister heeft geen wettelijke bevoegdheid om in te grijpen in de vaststelling van de wachtgeldpremies.

Dit neemt niet weg dat de door de sectorraad geschetste problematiek van de bovenmatige reservevorming in het wachtgeldfonds reeel is.

Vraag 3.

Hoe reeel acht u de verwachting van de sectorraad dat de door het Lisv vastgestelde hoge wachtgeldpremie van 2,04% een bedreiging zal vormen voor de werkgelegenheid in de schoonmaakbranche?

Antwoord 3.

De premiestijging bedraagt voor de hele branche 1,5%-punt. Het is moeilijk in te schatten in hoeverre deze kostenstijging voor de branche zal leiden tot verlies van werkgelegenheid.

Vraag 4.

Bent u bereid, nu de schoonmaakbranche aan de vooravond staat van nieuwe prijsafspraken voor het jaar 2000, het daarheen te leiden dat een lagere premie dan 2,04 kan worden gehanteerd?

Vraag 5.

Zo neen, op welke andere wijze denkt u dan tot een oplossing te komen die het behoud van werkgelegenheid in de sector kan waarborgen?

Antwoord 4 en 5.

Omdat de premie conform de wet- en regelgeving is vastgesteld, en de minister geen bevoegdheid heeft om in te grijpen kan de premie voor het jaar 2000 niet worden verlaagd. Dit neemt niet weg dat ik de problematiek serieus neem.

Ik ben momenteel in overleg met Lisv om te bezien of een herziening van de financierings-systematiek van de wachtgeldfondsen mogelijk is. Deze herziening moet leiden tot het terugdringen van bovenmatige reservevorming. Volgens de huidige financierings-systematiek zijn de wachtgeldfondsen namelijk verplicht hoge reserves aan te houden. Een stijging van de verplicht aan te houden reserves kan, zoals in het geval van de sector reiniging, leiden tot een stijging van de wachtgeldpremie. Deze herziening zal niet eerder dan bij de premievaststelling voor 2001 effect kunnen hebben.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord Sociale Zaken vragen wachtgeld schoonmaakbedrijven '




Lees ook