Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.468 de mensenrechtenambassadeur
Gemaakt: 17-1-2000 tijd: 16:55

2

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 13 jan. 2000

Betreft

Antwoord op vragen van het lid

Van Ardenne-van der Hoeven inzake de

mensenrechtenambassadeur

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar het schrijven d.d. 24 december 1999 kenmerk 2990004630, van de Griffier Uwer Kamer, waarbij mij toegingen de door het lid Van Ardenne-van der Hoeven, overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Van Ardenne-van der Hoeven

Vraag 1

Is het bericht waar dat de nieuwe mensenrechtenambassadeur zowel in het buitenland als in Nederland actief zal zijn en tevens beschikbaar zal zijn voor rechtstreekse contacten met leden van de Eerste en Tweede Kamer?

Antwoord:

Zoals ik reeds tijdens de behandeling van de begroting van mijn ministerie op 8 december vorig jaar heb uiteengezet zal de mensenrechten-ambassadeur een herkenbaar, zichtbaar en eigen profiel moeten geven aan het mensenrechtenbeleid, zowel bilateraal als multilateraal. Daarnaast zal deze functionaris de betrokkenheid van Buitenlandse Zaken bij de Nederlandse maatschappelijke discussie over mensenrechten zichtbaar moeten maken. Verder heb ik instemming betuigd met de suggestie van het lid Van Middelkoop om de mensenrechten-ambassadeur ook een rol te laten vervullen in contacten met leden van het parlement.

Vraag 2

Hoe zullen deze rechtstreekse contacten van de Eerste en Tweede Kamerleden met een ambtenaar zich verhouden met de aanwijzing externe contacten rijksambtenaren?

Vraag 3

Bent U voornemens in algemene zin af te wijken van de aanwijzing externe contacten rijksambtenaren voor uw ministerie? Zo ja, op welke wijze?

Vraag 4

Hoe ver zal de informatie mogen strekken die door de Eerste en Tweede Kamerleden aan de mensenrechtenambassadeur wordt gevraagd?

Vraag 5

Zullen dergelijke rechtstreekse contacten geen problemen gaan opleveren voor de ministeriële verantwoordelijkheid, zeker als deze meer inhouden dan het vragen van feitelijke informatie?

Antwoord

Zoals reeds naar aanleiding van vragen van enkele leden tijdens de begrotingsbehandeling door mij te kennen gegeven, zal met de benoeming van de mensenrechtenambassadeur de verhouding tussen Kamer en Regering in het geheel niet veranderen.

Contacten van individuele Kamerleden met de mensenrechtenambassadeur die plaatsvinden met mijn goedvinden, kunnen in overeenstemming worden geacht met de in vraag 2 bedoelde Aanwijzingen (paragraaf 2. aanwijzing 3, sub 3).

Ongeacht hun strekking laten dergelijke contacten, die naar ik aanneem over en weer van voornamelijk informatieve aard zullen zijn, de ministeriële verantwoordelijkheid geheel onverlet.

Ingeval door Kamerleden bij de mensenrechtenambassadeur specifieke kwesties aan de orde mochten komen die meer inhouden dan het vragen van feitelijke informatie, dan zullen deze uiteraard aan mij dienen te worden voorgelegd.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord Van Aartsen op kamervragen mensenrechtenambassadeur '




Lees ook