Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG

directie Azië en Oceanië

afdeling Zuidoost-Azië

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 12 januari 2000
Kenmerk DAO-ZO-00-12
Blad /1
Betreft Vragen van de leden Koenders en Santi (beide PvdA) over het herstel van recht en orde op de Molukken van 6 januari 2000

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer van 7 januari 2000, kenmerk 2990004910, waarbij gevoegd waren de door de leden Koenders en Santi overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U in bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van de leden Koenders en Santi van 6 januari 2000.

___________________________________

VRAAG 1 Welk aanbod heeft u aan de Indonesische regering gedaan t.a.v. het herstel van recht en orde op de Molukken? Kan het hierbij zelfs gaan om specifieke vormen van politie c.q. militaire assistentie?

VRAAG 2 Is dit een bilateraal aanbod en hoe beoordeelt de regering Nederlandse aanbodmogelijkheden? Is dit aanbod besproken en onderwerp van overleg met andere relevante ministers, met partners in de EU en/of de VN, en is het gelimiteerd tot de Molukken?

ANTWOORD Er is geen sprake van een specifiek aanbod ten aanzien van het herstel van recht en orde op de Molukken, laat staan dat het zou gaan om specifieke vormen van politie resp. militaire assistentie. Ik hecht er aan te benadrukken dat het herstel van recht en orde een interne aangelegenheid van Indonesië is.

Zoals u in de (bijgevoegde) brief aan mijn Indonesische ambtgenoot kunt lezen, heb ik in algemene zin de Nederlandse bereidheid uitgesproken om bij te dragen aan vrede en verzoening. In dit verband denk ik bijvoorbeeld aan hulp op het gebied van goed bestuur/decentralisatie en activiteiten op het terrein van verzoening. Het is echter in de allereerste plaats aan de Indonesische autoriteiten om aan te geven wat een bruikbare bijdrage zou kunnen zijn. Ik zal tijdens mijn bezoek aan Jakarta dan ook vooral luisteren naar de eventuele suggesties van Indonesische zijde.

VRAAG 3 Welke initiatieven neemt u in bilateraal en multilateraal verband om vluchtelingen te helpen en noodhulp op korte termijn te leveren? Welkekanalen worden daarbij gebruikt?

ANTWOORD Tot dusver heeft Nederland voor noodhulp voor de Molukken een bedrag van in totaal NLG 1,7 miljoen uitgetrokken. Deze hulp is gekanaliseerd via het UNDP, de Franse organisatie Action contre la Faim en het Nederlandse Rode Kruis.

Voorts wordt via de ambassade te Jakarta met de hulporganisaties die actief zijn op de Molukken overlegd over de verdere mogelijkheden voor noodhulp aan de slachtoffers van het geweld. Het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP coòrdineert de hulpinspanningen van alle internationale organisaties. Hulpfondsen kunnen beschikbaar worden gesteld via de reguliere kanalen, overeenkomstig de eisen die de Subsidiewet in dat verband stelt.

VRAAG 4 Gaat u ervan uit dat de huidige militaire en politiemacht die in de Molukken opereert onvoldoende neutraal is? Zo ja, wat betekent dit voor continuering van het wapen-embargo t.a.v. Indonesie?

ANTWOORD In mijn eerder genoemde brief sprak ik mijn bezorgdheid uit over berichten dat de Indonesische politie en het leger grote moeite hadden met het herstel van recht en orde op de Molukken. Ik heb niet gesteld dat de huidige militaire en politiemacht onvoldoende neutraal is, maar alleen willen aangeven dat in de huidige situatie van interne conflicten een neutrale opstelling van leger en politie van het grootste belang is.

Ten aanzien van het bestaande EU-wapenembargo jegens Indonesië merk ik op dat dit in september 1999 is ingesteld naar aanleiding van de

ontwikkelingen op Oost-Timor. De situatie aldaar is inmiddels verbeterd. Het EU-embargo loopt op 17 januari a.s. af. Ik acht echter redenen aanwezig om een voorstel voor een nieuw EU-embargo, aangepast aan de huidige omstandigheden, te steunen. Voor het overige verwijs ik naar de antwoorden op de vragen van het Lid Van Bommel over hetzelfde onderwerp.

VRAAG 5 Is er sprake van "second-track" verzoeningspogingen van bijvoorbeeld religieuze leiders?

ANTWOORD Voorzover bekend vinden er momenteel geen verzoeningspogingen plaats van bijvoorbeeld religieuze leiders. Deze hebben in het verleden wel plaats gevonden, helaas zonder resultaat.

VRAAG 6 Hoe beoordeelt de regering de afwijzing van generaal Wiranto van buitenlandse assistentie?

ANTWOORD Volgens een in de pers aan generaal Wiranto toegeschreven uitspraak zou Indonesië iedere bemiddeling door andere landen in de conflicten binnen zijn grenzen afwijzen, of het nu gaat om de Molukken, Atjeh of Irian Jaya. Ik verwacht bij mijn komende gesprekken in Indonesië van mijn gesprekspartners te vernemen in welke vorm een land als Nederland behulpzaam kan zijn bij de oplossing van de problemen waar Indonesië mee kampt.

VRAAG 7 Kunt u deze vragen op korte termijn beantwoorden gezien de ernst van de situatie?

ANTWOORD Ja.

Deel: ' Antwoord Van Aartsen op kamervragen over situatie Molukken '




Lees ook