Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directie Westelijk Halfrond

Adviseur Koninkrijksaangelegenheden

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 28 september 1999
Kenmerk DWH/AK-121/99
F1 (070) 348 54 72
Bijlage(n) 1
Betreft Beantwoording vragen van het lid Marijnissen

over Amerikaanse Forward Operating Locations

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 1 september 1999,

nr. 2989917730 , waarbij gevoegd waren de door het lid Marijnissen overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U hierbij als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken


2989917730

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Marijnissen.

Vraag 1:

Herinnert u zich uw antwoorden op mijn vragen over de Forward Operating Locations op de Nederlandse Antillen?

Vraag 2:

Bedoelt u met de laatste zin van uw antwoord op vraag 3 dat u niet kunt garanderen dat informatie die verkregen wordt op vluchten vanaf de FOL's niet gebruikt zal worden voor militaire operaties van Amerika of Colombia tegen de Colombiaanse guerrilla? Zo neen, wat dan wel? Zo ja, wat vindt u daar van en hoe is dat te rijmen met de eerste zin van hetzelfde antwoord waarin u stelt dat het verdrag zich nadrukkelijk beperkt tot drugsbestrijding?

Vraag 3:

Zou u alsnog willen antwoorden op de vraag of Nederland gecompromitteerd wordt als blijkt dat de FOL's gebruikt worden voor anti-guerrilla-activiteiten in Colombia en op die manier betrokken raakt bij een intern conflict in Colombia?

Vraag 7:

Kent u het bericht dat de VS momenteel een speciaal Colombiaans anti-narcoticabataljon trainen, dat als belangrijkste missie heeft het veroveren van gebied op de guerrilla en de opmerking van de Amerikaanse drugsbestrijder McCaffrey dat de VS bereid is in het kader van drugsbestrijding ook de guerrilla te bestrijden? Zo ja, hoe beoordeelt u dan de blijkbaar onlosmakelijke band die de VS zien tussen drugsbestrijding en guerrillabestrijding in het kader van het contract dat Nederland met de VS heeft gesloten en zich in uw ogen "nadrukkelijk beperkt tot drugsbestrijding"?

Antwoord

Het K oninkrijk stelt de VS faciliteiten ter beschikking in het kader van anti-drugsoperaties, hetgeen past in het beleidskader van de regionale samenwerking in het Caraïbisch gebied inzakedrugsbestrijding. In hetgesloten verdrag is deze concentratie op drugsbestrijding uitdrukkelijk opgenomen. Ook in het beoogde verdrag voor langere duur zal dat het geval zijn. De via FOL-operaties verkregen informatie is bestemd voor deze activiteiten en niet bedoeld voor militair optreden tegen de guerrilla. De FOL's worden dus niet ter berschikking gesteld voor anti-guerrilla-activiteiten. De vliegtuigen die vanaf de FOL's opereren zijn dan ook onbewapend. Anderszijds is evident dat de drugsproduktie in Colombia in zeer belangrijke mate plaatsvindt in door guerrilla beheerst gebied en door guerrilla-organisaties wordt gebruikt voor fondsenwerving.

Vanuit het perspectief van de Colombiaanse autoriteiten heeft militair optreden tegen de guerrilla derhalve tenminste neven-effecten op drugsproduktie. De VS verleent daarbij steun.

Vraag 4:

Zou u alsnog kunnen antwoorden op de vraag of u het wenselijk vindt dat Colombiaanse officieren meegaan op spionagevluchten die vanaf de Nederlandse Antillen worden ondernomen, ongeacht of dat gebruikelijk is in de samenwerking tussen Colombia en de VS? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

Colombia is een soeverein land. Het is dan ook logisch en gebruikelijk dat bij vluchten boven Colombiaans grondgebied door toestellen van een andere staat Colombiaanse functionarissen meevliegen.

Vraag 5:

Is uw antwoord op vraag 6, waarin u stelt dat de VS niet dreigen met unilaterale handelssancties, te rijmen met de diverse stellingen in het regiobeleidsdocument Caraïbisch Gebied dat de VS wèl dreigen met unilaterale handelssancties en politieke druk uitoefenen op onder andere de Nederlandse Antillen om aan de VS-wensen inzake drugsbestrijding te voldoen? Zo ja, hoe dan? Zo neen, bent u dan bereid uw antwoord op vraag 6 te herzien?

Vraag 6:

Kunt u alsnog antwoord geven op de vraag of u het toelaatbaar acht dat de VS met unilaterale sancties dreigen om wensen aan andere landen op te dringen en wat u eventueel onderneemt of heeft ondernomenom uw mening bij de VS kenbaar te maken en deze dreigementen te weerstaan? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

De samenwerking van het Koninkrijk met de VS bij de bestrijding van de drugshandel in het Caraïbisch gebied is reeds jaren intensief en succesvol. De vestiging van FOL's binnen het Koninkrijk sluit aan bij de al langer bestaande samenwerking en is niet tot stand gekomen onder enigerlei vorm van dreiging. Deze samenwerking staat los van wensen van de VS ten aanzien van het drugsbeleid van de Nederlandse Antillen en Aruba binnen de eigen jurisdictie.Overigens kan aan de VS niet het recht worden ontzegd aan het verlenen van preferentiële handelsregelingen danwel hulp voorwaarden te verbinden, bijvoorbeeld ten aanzien van drugsbestrijding.

Vraag 8:

Kunt u bevestigen dat de VS dit jaar nog enkele tientallen miljoenen dollars willen investeren in de diverse FOL's? Zo ja, kunt u dan de kamer informeren over de investeringen die de VS hebben gepland uit te voeren op de FOL's op de Nederlandse Antillen?

Vraag 9:

Deelt u de mening dat deze grootschalige investeringen druk zetten op het verlengen van het tijdelijke FOL-contract? Zo ja, acht u de mogelijke implicaties van het verdrag met de VS over de FOL's niet voldoende reden om nû alsnog dit tijdelijke verdrag parlementair te behandelen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

I nvesteringen op grotere schaal kan de VS slechts doen op basis van een verdrag met langere looptijd. Over een dergelijk verdrag moeten nog onderhandelingen worden gevoerd. De veronderstelling dat van druk op de totstandkoming van een verdrag voor langere duur sprake is op grond van reeds gedane grootschalige investeringen, is dan ook niet juist. Om dezelfde reden bestaat er overigens op dit moment evenmin duidelijkheid over de concrete omvang van investeringen wanneer eenmaal een verdrag gesloten zal zijn.

Zoals in eerdere antwoorden op vragen werd gesteld,zal het nog af te sluiten FOL-verdrag na ondertekening aan parlementaire goedkeuring worden onderworpen.

Deel: ' Antwoord vragen Amerikaanse Forward Operating Locations '




Lees ook