Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.413 gebruik van menutie met verarmd uranium tijdens kosovo-oo rlog

Gemaakt: 24-12-1999 tijd: 11:53


3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


14 december 1999

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, d.d. 24 november 1999, kenmerk 2990003200, waarbij gevoegd waren de door de Kamerleden Vos en Harrewijn (GL) overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U, mede namens de Minister van Defensie, als bijlage dezes het antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de heer De Grave, Minister van Defensie, op vragen van de leden Vos en Harrewijn.

Vraag 1:

Is het waar dat Nederland weigert om aan UNEP informatie te verstrekken over het gebruik van munitie met verarmd uranium tijdens de Kosovo-oorlog? 1) Zo ja, kunt u toelichten waarom Nederland de haar ter beschikking staande informatie weigert af te staan aan UNEP?

Vraag 2:

Deelt u de mening dat zowel burgers, hulpverleners als militairen onnodige risico's kunnen lopen als UNEP niet beschikt over deze informatie en de VN derhalve niet in staat is om maatregelen te nemen om deze risico's te vermijden?

Antwoord

Een weigering van Nederland om aan UNEP informatie te verstrekken over het gebruik van munitie met verarmd uranium tijdens de Kosovo-oorlog is niet aan de orde. UNEP heeft namelijk niet Nederland, maar de NAVO en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken benaderd voor informatie. De regering heeft er in NAVO-verband steeds op aangedrongen dat het Bondgenootschap volledige medewerking verleent aan het onderzoek van de UNEP/UNCHS Balkans Task Force naar de gevolgen voor het milieu van het Kosovo-conflict. Daarbij dient zoveel mogelijk transparantie te worden betracht als militair-operationele overwegingen toelaten. De discussie in de NAVO over dit onderwerp is nog niet afgerond.

Vraag 3:

Worden de Nederlandse KFOR-soldaten die worden uitgezonden naar Kosovo voor vertrek voorgelicht over de risico's verbonden aan verarmd uranium? Krijgen zij ook informatie over de mogelijke locaties die vervuild zijn als gevolg van het gebruik van munitie met verarmd uranium? Zo ja, kunt u aangeven waarom u voorzorgsmaatregelen voor de KFOR-militairen wèl noodzakelijk acht, maar weigert de hiervoor benodigde gegevens ter beschikking te stellen aan UNEP zodat de VN ook de risico's voor burgers en hulpverleners kan beperken?

Antwoord

Zoals reeds eerder aan de Kamer gemeld, worden Nederlandse KFOR-militairen voorafgaande aan hun uitzending geïnformeerd over mogelijke gezondheidsrisico's van ioniserende straling, inclusief verarmd uranium en in het bijzonder over de te nemen (voorzorgs)maatregelen ingeval van mogelijke blootstelling aan verarmd uranium.

Vraag 4:

Is het waar dat Nederland een van de belangrijkste financiers is van het onderzoek dat door UNEP wordt verricht naar de verspreiding van verarmd uranium in Kosovo en Servië? Zo ja, hoe verklaart u in dit licht de Nederlandse weigering tot medewerking aan dit onderzoek? Deelt u de mening dat het weinig consistent is om enerzijds als medefinancier op te treden en anderzijds de uitvoering van het onderzoek ernstig te bemoeilijken?

Antwoord

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft een algemene bijdrage verstrekt van USD 30.000 voor het werk van de Balkans Task Force (BTF) van UNEP en UNHCS, waarvan het onderzoek naar de verspreiding van verarmd uranium in Kosovo en Servië een onderdeel was. De bevindingen van de BTF zijn vastgelegd in een rapport met de titel "The Kosovo Conflict, consequences for the environment and human settlements" (zie beantwoording van vragen van het lid Marijnissen van 25 oktober 1999). De Nederlandse bijdrage was niet geoormerkt voor een specifieke activiteit van de BTF. Het leeuwendeel van de kosten van de Task Force is betaald door enkele Scandinavische landen.

Vraag 5:

Bent u bereid om alsnog op zeer korte termijn de informatie waarover Nederland beschikt ter beschikking te stellen aan UNEP dan wel indien de vertrouwelijke aard van (delen van) deze informatie overdracht verhindert, in overleg met UNEP te bezien op welke wijze Nederland op grond van de haar ter beschikking staande informatie een maximale bijdrage kan leveren om het onderzoek met succes af te ronden?

Antwoord

De Regering acht het NAVO-overleg het meest geschikte forum om het Nederlandse standpunt inzake het informeren van UNEP/UNHCS over te brengen. Zij zal zich voor dit standpunt blijven inzetten.

Vraag 6:

Is het waar dat het ministerie van Defensie de vraag om informatie van UNEP op formele gronden heeft afgewezen, wijzend op het ontbreken van (internationale) verdragsverplichtingen? Zo ja, deelt u de mening dat een afwijzing op dergelijke gronden op geen enkele manier recht doet aan de ernst van de situatie en de mogelijke risiso's verbonden aan de aanwezigheid van verarmd uranium?

Antwoord

Nee, zie ook het antwoord op vraag 1.


1Onze Wereld, december 1999.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord vragen gebruik van munitie met verarmd uranium '




Lees ook