Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie Veiligheidsbeleid

Afdeling Nucleaire Aangelegenheden en Non-Proliferatie

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 20 oktober 1999
Kenmerk DVB/NN-463/99
Blad 1/3
Bijlage(n) --
Betreft Commissieverzoek 60/90 inzake nadere informatie over vermeend bezit, productie en gebruik van chemische wapens. C.c. --

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing van de brief van de Griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal d.d.
17 september 1999 no. 60/99 met een verzoek om nadere schriftelijke informatie omtrent de behandeling van berichten over vermeend bezit, productie en gebruik van chemische wapens door landen die geen partij zijn bij het Chemische Wapensverdrag, kan ik U als volgt informeren.

In volkenrechtelijk opzicht bestaat er onderscheid tussen het bezit en de productie van chemische wapens, en het gebruik daarvan. Het Chemische Wapensverdrag, in werking sedert 1997, bevat een allesomvattend verbod op chemische wapens, dat zich uitstrekt tot het gebruik, het bezit, de productie en de overdracht. Het gebruik van chemische wapens is veel langer verboden; het Geneefs Protocol van
1925 legt in dezen een duidelijke verbodsbepaling neer. Veel landen die (nog) geen partij zijn bij het Chemische Wapensverdrag, zijn wel partij bij het Geneefs Protocol. Overigens mag de verbodsbepaling uit het Geneefs Protocol geacht worden deel uit te maken van het internationaal humanitair gewoonterecht, en daarmede tevens bindend te zijn voor landen die formeel geen partij zijn bij het Protocol. Soedan is partij bij het Geneefs Protocol en het Chemische Wapensverdrag, Joegoslavië is alleen partij bij het Geneefs Protocol, en Congo bij geen van beide.

Het Chemische Wapensverdrag bevat bepalingen die erop zijn gericht te voorkomen, dat landen die geen partij zijn bij dit verdrag de beschikking krijgen over goederen die zouden kunnen worden aangewend voor de productie van chemische wapens. Buiten het kader van het verdrag bestaan er multilaterale afspraken ter voorkoming van proliferatie van massavernietigingswapens door middel van exportcontroles. Op het gebied van chemische en biologische wapens is dat de Australië Groep. Het gaat in hierbij om pro-actief beleid. Indien vervolgens toch sprake zou zijn van vermeend bezit of de productie van chemische wapens door landen die geen partij zijn bij het Chemische Wapensverdrag, kent het internationaal recht vervolgens weinig mogelijkheden daaraan iets te doen, tenzij een dergelijke situatie een bedreiging zou kunnen vormen voor de vrede en veiligheid. In een dergelijk geval kan op grond van Hoofdstuk VII van het VN-handvest de Veiligheidsraad besluiten tot het nemen van actie. Een dergelijke situatie heeft zich nog niet voorgedaan.

Ten aanzien van berichten over vermeend gebruik van chemische wapens in Bosnië door het voormalige Joegoslavië werd door mij geantwoord op vragen van leden Hoekema en Van 't Riet (beide D'66) en Zijlstra (PvdA) in kamerstuk 2989903730, vergaderjaar 1998-1999, waarnaar ik moge verwijzen.

Berichten over vermeend gebruik van chemische wapens in Soedan, afkomstig van een Noorse humanitaire organisatie, Norwegian People's Aid, hebben binnen de EU geleid tot een gedachtenwisseling, waarbij tevens vertegenwoordigers van het VN-secretariaat werden betrokken. Dit heeft vervolgens geleid tot contacten met de Soedanese autoriteiten. Daarbij werd gewezen op de mogelijkheid voor Soedan de OPCW om een inspectie te verzoeken die bovengenoemde berichten zou kunnen ontzenuwen. Soedan heeft ontkend chemische wapens te bezitten of te gebruiken, en zag geen aanleiding tot een verzoek om inspectie door de OPCW. De aanwijzingen voor het vermeende gebruik van CW door Soedan zijn vooralsnog onvoldoende om verdere stappen te overwegen.

Berichten over mogelijk gebruik van CW in de Congo zijn mij onbekend.

Ieder bericht over mogelijk gebruik van CW door welk land dan ook zal aanleiding vormen voor de Regering zich nader te vergewissen van de situatie, om vervolgens te bepalen op welke wijze daarop het best kan worden gereageerd. Aangezien iedere nieuwe situatie zijn eigen kenmerken zal hebben, is het moeilijk in algemene zin vooraf te omschrijven welke reactie het best daarop is toegesneden. Wel moet worden opgemerkt dat berichten over vermeend gebruik van chemische wapens veelal zeer moeilijk te verifiëren zijn. Voorts kan worden gesteld, dat alvorens actie in VN-kader zal worden ondernomen, eerst uitgebreid overleg binnen de EU en metandere landen, waaronder Westelijke, zal moeten uitwijzen of daarvoor een voldoende draagvlak bestaat.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Deel: ' Antwoord vragen over productie en gebruik chemische wapens '




Lees ook