Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directie Sub-Sahara Afrika

Afdeling West-Afrika

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 21 januari 1999
Kenmerk 89/99
Blad 1/3
Bijlage(n) 1
Betreft Beantwoording vragen van het lid Karimi

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer 15 januari 1999, kenmerk 2989905880, waarbij gevoegd waren de door het lid Karimi overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes het antwoord op de gestelde vragen mede namens mijn collega voor Ontwikkelingssamenwerking te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

_________________________________________________________________

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van het persbericht van Milieudefensie «Opnieuw doden na protesten tegen oliemaatschappijen Nigeria»?

Antwoord 1

Ja. Het precieze aantal doden in de Niger-delta is overigens moeilijk vast te stellen. Oorzaak is een combinatie van stammenoorlog en verzet tegen het centraal gezag, met name over de verdeling van de opbrengsten van de olie-industrie. Vreedzame demonstraties komen zelden voor. De meeste demonstraties ontaarden in geweldadigheden. De eisen die de plaatselijke bevolking gewoonlijk stelt zijn een evenrediger verdeling van de olieopbrengsten die nu, conform de Federale Grondwet, naar de centrale regering gaan.

Vraag 2

Is de genoemde speciaal opgerichte militaire eenheid nog steeds actief in het gebied en is zij verantwoordelijk voor de gevallen doden?

Antwoord 2

Gedoeld wordt, naar ik aanneem, op de Special Security Task Force, welke in het verleden onder het regime van wijlen Generaal Abacha in de Ogoni-gebieden was gestationeerd.

Voor de de acties in Bayelsa State zijn voorzover bekend reguliere troepen vanuit noordelijker deelstaten naar Bayelsa vervoerd.

Vraag 3

Zo ja, in hoeverre is Shell betrokken bij de financiering van deze eenheid «voor de bescherming van olie-installaties»? Zijn er aanwijzingen dat deze eenheid optreedt op verzoek van genoemde oliemaatschappij?

Antwoord 3

Er zijn geen aanwijzingen dat Shell betrokken zou zijn bij de financiering van militaire eenheden en dat enige militaire eenheid optreedt op verzoek van Shell.

Vraag 4

Zo ja, bent u bereid een dialoog te openen met Shell om dit soort uitwassen in de toekomst te voorkomen en samen met dit bedrijf naar oplossingen te zoeken in het conflict met de Ijaws? Zo neen, wat zijn uw beweegredenen? Ziet u in dat geval andere mogelijkheden voor de Nederlandse regering om positieve invloed uit te oefenen op de ontwikkelingen in de Niger-Delta? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 4

Shell informeert mijn Departement en dat van mijn collega van Economische zaken regelmatig over zijn activiteiten in de Niger-Delta, die zich inmiddels ook uitstrekken tot projecten voor de lokale bevolking op het gebied van onderwijs en de gezondheidzorg.

Voor het overige moge ik refereren aan mijn antwoorden op resp. de vragen 3, 4 en 7 van de geachte afgevaardigde Marijnissen,ingezonden 13 januari j.l.

Deel: ' Antwoord vragen protesten tegen oliemaatschappijen Nigeria '




Lees ook