Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Grensoverschrijdende zorg

De Voorzitter van de Tweede
Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

DBO-CB-U-2356058

14 februari 2003

Hierbij reageer ik graag op de vragen van mevrouw Kant (SP) en mevrouw Arib (PvdA), gesteld tijdens de regeling van werkzaamheden van 5 februari jl. over grensoverschrijdende zorg in België.

In België bestaat anders dan in Nederland een aanzienlijke overcapaciteit aan medische zorg. Het is voor Belgische ziekenhuizen financieel aantrekkelijk contracten te sluiten om die overcapaciteit te benutten. Aangezien het hier overcapaciteit betreft, gaat dit niet ten koste van de Belgische patiënt. Hoewel ik begrip heb voor de bezorgdheid van de Kamerleden, zie ik gelet op het voorgaande geen aanleiding mij zorgen te maken over de positie van de Belgische patiënt. Overigens geven de Belgische ziekenhuizen ook aan dat de Belgische patiënten op de eerste plaats blijven komen.

In de media is overigens ten onrechte gesuggereerd dat de toegenomen stroom van patiënten uit Nederland zich van zorg verzekert tegen betaling van hogere tarieven en dat het hier gaat om vermogende patiënten. Dit is namelijk niet het geval.
Het zal u bekend zijn dat de Nederlandse regering gekant is tegen een zogenaamde tweedeling in de zorg of voorrangszorg van vermogende patiënten. De toestroom van patiënten uit Nederland richting België, die de afgelopen jaren toeneemt, betreft in de regel juist sociaal verzekerden. Zorgverzekeraars die in de grensregio actief zijn, zoals CZ Zorgverzekeringen en OZ zorgverzekeringen hebben in de afgelopen jaren met verschillende Belgische ziekenhuizen overeenkomsten gesloten ten behoeve van de bij hun aangesloten ziekenfondsverzekerden. Dit contracteren gebeurt in de regel tegen de zogenaamde Belgische conventietarieven. Ik ondersteun dit beleid van zorgverzekeraars, zowel beleidsmatig als financieel, omdat het bijdraagt aan het oplossen van de problematiek rond de wachtlijsten.

Ik heb kennis genomen van het voornemen van mijn Belgische collega om duidelijke afspraken te maken met zijn buurlanden over het uitwisselen van patiënten. Hierbij is gerefereerd aan een overeenkomst met het Verenigd Koninkrijk. Ik heb echter mijn twijfels of een dergelijke overeenkomst met Nederland kan worden gesloten. Het Nederlandse zorgverzekeringsstelsel is namelijk heel anders ingericht dan het stelsel in het Verenigd Koninkrijk. In het Verenigd Koninkrijk bestaat één centrale organisatie die verantwoordelijk is voor de inkoop van de zorg in het kader van de National Health Service. Een vergelijkbaar orgaan voor de inkoop van zorg in het kader van de Ziekenfondswet in Nederland ontbreekt. In Nederland rust op elke zorgverzekeraar afzonderlijk de wettelijke verplichting om voldoende zorg voor zijn verzekerden te contracteren. Het staat de verzekeraar daarbij vrij om die zorg in Nederland dan wel in het buitenland te contracteren. Zorgcontractering in het buitenland is uiteraard alleen mogelijk als er ook een buitenlandse contractpartner is die bevoegd is een dergelijk contract te sluiten. Zouden er in België wettelijke belemmeringen in het leven worden geroepen voor Belgische ziekenhuizen om te contracteren met buitenlandse zorgverzekeraars, dan zou dat gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse wachtlijsten. Naar verluidt heeft mijn Belgische collega gesteld dat het gaat om honderden gevallen per jaar. Ik heb geen aanleiding om aan dit aantal te twijfelen. Ik plaats hierbij wel de kanttekening dat het daarbij gaat om alle patiënten die in Belgische ziekenhuizen worden geholpen en niet alleen om patiënten die in Nederland op een wachtlijst (zouden) staan.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

mr. A.J. de Geus

Deel: ' Antwoorden kamervragen over grensoverschrijdende zorg in België '




Lees ook