Ministerie van Defensie


Brieven van de minister/staatssecretaris van Defensie aan de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Aan: de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Ons nummer D99002946

Datum 16 september 1999

Onderwerp Vragen van de Tweede-Kamerlid Van Bommel (SP) over mogelijk uraniumgevaar voor KFOR-troepen

Onder verwijzing naar bovenstaande brief bied ik u hierbij aan de antwoorden op de schriftelijke vragen van het Tweede-Kamerlid Van Bommel.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

H.A.L. van Hoof

Bijlage bij de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d.16 september 1999 nr. D99002946

Antwoorden op vragen van het lid Van Bommel(SP) over mogelijk uraniumgevaar voor KFOR-troepen.

vraag 1: Kent u het bericht 'geen uraniumtest KFOR-militairen'? 1)

antwoord 1. Ja.

vraag 2: Welke waarschuwingen hebben Nederlandse defensiemedewerkers met kennis van straling gegeven over de aanwezigheid van verarmd uranium?

antwoord 2. De uitgezonden Nederlandse militairen zijn geïnformeerd over de mogelijke gezondheidsrisico's van ioniserende straling, inclusief verarmd uranium ("Depleted Uranium", DU) en in het bijzonder over de te nemen (voorzorgs)maatregelen in geval van een mogelijke blootstelling aan DU. Deze maatregelen omvatten onder meer de onmiddellijke markering en afzetting van de besmettingshaard en de inschakeling van een NBC-specialist. Binnen de afzetting wordt vervolgens alleen gewerkt indien de nodige beschermingsmaatregelen in acht worden genomen. Er is voor de NBC-specialisten een instructie opgesteld hoe in voorkomende gevallen veilig te handelen.

vraag 3: Worden Belgische KFOR-militairen wel getest op een mogelijke radioactive besmetting? Zo ja, wat zijn de argumenten die voor België reden zijn de Belgische KFOR-militairen wel op mogelijke uraniumbesmetting te testen die voor Nederland blijkbaar niet geldig zijn?

vraag 5: Deelt u de mening dat niet het testen op radioactieve besmetting maar juist de kennis van het mogelijke gevaar zónder de zekerheid dat men hierop getest wordt, onnodige onrust kan veroorzaken onder Nederlandse Kfor-militairen en hun familieleden? Zo neen, waarom niet?

vraag 6: Bent u bereid om, desnoods slechts op basis van de overweging dat testen op besmetting niet zoveel onrust zal veroorzaken als twijfel over een mogelijke besmetting, toe te zeggen alle Nederlandse militairen na afloop van hun KFOR-missie te laten testen op mogelijke radioactieve besmetting? Zo neen, waarom niet? Toelichting: Deze vragen dienen ter aanvulling op de eerdere vragen terzake van het lid Zijlstra, ingezonden 29 juli 1999.

antwoord 3, 5 en 6. Ja. Het Belgische onderzoek bestaat uit het vergelijken van de meetresultaten van twee gepaarde urinemonsters. Eén monster wordt genomen voorafgaande aan uitzending, het andere wordt genomen na terugkeer. Deze methode geeft echter geen uitsluitsel over een eventueel opgedane besmetting. Alleen bij risicohandelingen en incidenten waarbij personen kunnen zijn blootgesteld aan uraniumoxidepoeders is onderzoek zinvol. Daarom worden Nederlandse militairen aan een nader (medisch) onderzoek onderworpen als op grond van in het veld verkregen meetgegevens of omstandigheden, een besmetting aannemelijk wordt geacht. Een urinebemonstering gedurende langere tijd is dan noodzakelijk. Het is daarom niet duidelijk waarom Belgische KFOR-militairen, in tegenstelling tot Nederlandse, Duitse en Engelse KFOR-militairen, op eerstgenoemde wijze worden getest.

Inmiddels heeft de commandant Geniehulp-bataljon gemeld dat in het inzetgebied een 30 mm-kogel is gevonden die DU bevat. Dit geval wordt nader onderzocht. Het betrokken personeel, dat mogelijk met de kogel in aanraking is gekomen, is geregistreerd en wordt (medisch) onderzocht. Van hen is een aantal urinemonsters genomen. Uit de rapportages blijkt dat geen inwendige besmetting heeft plaatsgevonden.

vraag 4 :Deelt u de mening dat het uitvoeren van een uraniumtest bij KFOR-militairen geheel in de lijn zou liggen van aanbevelingen 15 en 18 van de Enquêtecommissie Bijlmerramp, die stellen dat bij onzekerheid, angst en onrust tijdig epidemiologisch onderzoek van belang is? Zo neen, waarom niet?

antwoord 4. Neen. Mede door het feit dat hier geen sprake is van onrust en zorg, gaat de vergelijking met de Bijlmerramp niet op. Daarbij wordt algemeen ingezien dat ongericht testen niet zinvol is.
_________________________________________________________________

Deel: ' Antwoorden kamervragen over uraniumgevaar voor KFOR-troepen '




Lees ook