Ministerie van Financiën

Persbericht

PERS-2003-039

Den Haag, 14-02-2003

Antwoorden op kamervragen over de bijtelling voor het taxivervoer

Vragen

1

Is er zeer recent een overeenkomst tot stand gekomen tussen de regering en de taxibranche, voor zogenaamd aangepast of speciaal vervoer in die zin dat de regeling inzake «regelmatig woon-werkverkeer» niet wordt toegepast, door het voertuig als «mobiele werkplek» aan te duiden?

2

Hoe verhoudt zich deze overeenkomst met het besluit van 25 oktober 2002 onder nr. CPP2002/2276M?

3

Wanneer wordt deze overeenkomst van kracht en wanneer vindt publicatie plaats?

4

Is het waar dat deze regeling (nog) niet van kracht wordt voor andersoortige vormen van vervoer waarbij een taxichauffeur 60 maal of vaker naar eenzelfde locatie rijdt?

5

Is de veronderstelling juist dat ook voor de in vraag 4 vormen van vervoer op korte termijn een oplossing komt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer?

Antwoorden

1

Op verzoek van de taxibranche heeft de Belastingdienst onlangs een standpunt ingenomen inzake de bijtelling voor privé-gebruik auto bij chauffeurs die leerlingen vervoeren naar en van scholen en dagverblijven voor speciaal onderwijs. Dit vervoer vindt plaats door vaste chauffeurs op vaste routes omdat de leerlingen behoefte hebben aan regelmaat en een vertrouwde omgeving. De chauffeurs rijden daardoor jaarlijks op 60 dagen of meer dezelfde route. De Belastingdienst beschouwt de dagelijkse rondes van deze chauffeurs niet als regelmatig woon-werkverkeer.

2

Het standpunt volgt uit dat besluit. In de geschetste omstandigheden wordt gedurende de volledige afstand van de breng- en de haalronde de auto als 'mobiele arbeidsplaats' gebruikt. In zoverre voldoet de chauffeur aan de in het besluit genoemde voorwaarden en is er geen regelmatig woon-werkverkeer.

3

Het gaat hier om een interpretatie van de wet- en regelgeving die geldt vanaf 1 januari 2002.

Publicatie van dit beleidsstandpunt is in voorbereiding en zal zo spoedig mogelijk plaatsvinden.

4

Het beleidsstandpunt geldt vanzelfsprekend voor alle gevallen waarin de omstandigheden overeenkomen met die van de in vraag 1 bedoelde chauffeurs. Liggen de feiten anders, dan hangt de fiscale beoordeling af van de omstandigheden van het geval. Chauffeurs die dagelijks naar een vaste taxistandplaats rijden, hebben onder omstandigheden regelmatig woon-werkverkeer. Hetzelfde geldt voor taxichauffeurs die VIP's vervoeren en die dagelijks van huis naar het adres van de VIP rijden. In deze gevallen is de taxistandplaats, respectievelijk de woning van de VIP, te beschouwen als de plaats van waaruit de werkzaamheden worden verricht. Tijdens de rit daarnaartoe wordt de auto, anders dan bij het leerlingenvervoer, niet gebruikt als 'mobiele arbeidsplaats'.

5

Er is geen aanleiding om in gevallen waarin sprake is van regelmatig woon-werkverkeer een regeling te treffen waardoor een bijtelling voor privé-gebruik achterwege blijft.

Wel vindt onderzoek plaats naar een structurele vereenvoudiging van de bijtelling voor privé-gebruik. Zoals in de memorie van toelichting op het Belastingplan 2003, deel I, is aangegeven, sluit de bijtelling voor woon-werkverkeer niet aan bij de maatschappelijke beleving en maakt deze de regeling rondom de privé-bijtelling complex. Vooruitlopend op het streven om de regelgeving te vereenvoudigen, is de autokostenfictie voor het jaar 2003 bevroren op het niveau 2002.

(Mensen met een handicap) (WVG), zittend ziekenvervoer, vervoer naar zorginstellingen en dagbehandelingscentra, vervoer van leerlingen van en naar scholen voor speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs, waaronder moeilijk lerende kinderen (mlk) en zeer moeilijk lerende kinderen.

Vervoer VIP's vaste taxi-standplaats etc.

Zoekwoorden:

Deel: ' Antwoorden op kamervragen over de bijtelling voor het taxivervoer '




Lees ook