Ministerie van Buitenlandse Zaken

https://www.minbuza.nl/content.asp?Key=419757



Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Azië en Oceanië afdeling Zuidoost-Azië en Oceanië Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag
Datum 28 augustus 2001 Auteur mr J. Roodenburg
Kenmerk DAO-0878-01 Telefoon 070-3485655
Blad Fax 070-3485323
Bijlage(n) E-mail jj.roodenburg@minbuza.nl
Betreft Vragen van het lid Hoekema over Verenigde Naties en de onafhankelijkheid van Oost-Timor
Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer van 22 augustus 2001, kenmerk 2000114470, waarbij gevoegd waren de door het lid Hoekema overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U in bijlage dezes het antwoord op de gestelde vragen aan te bieden.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Hoekema.

Vraag 1

Wat is de stand van zaken van het debat in de Verenigde Naties en tussen de VN en betrokken partijen over de datum van onafhankelijkheid van Oost-Timor en de uitfasering respectievelijk beëindiging van de VN presentie aldaar?

Antwoord

Eerste prioriteit voor de VN en betrokken partijen is nu een vreedzaam verloop van de verkiezingen voor de grondwetgevende vergadering op 30 augustus a.s. Tijdens een briefing voor de Veiligheidsraad op 23 augustus jl. liet een vertegenwoordiger van de Secretaris-Gereraal zich positief uit over het verloop en de organisatie van de verkiezingscampagne tot op heden. De eerste indrukken van de waarnemers bevestigen dit beeld.

Alle partijen beseffen dat de datum van onafhankelijkheid afhankelijk is van de termijn waarop de te kiezen grondwetgevende vergadering haar werkzaamheden zal afronden. Tijdens een ontmoeting met de EU troika op 25 juli jl. indiceerde de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal en hoofd UNTAET Sergio Vieira de Mello dat de grondwet eind 2001 gereed zou moeten zijn. Uitgaande van een semi-presidentieel stelsel zouden vervolgens begin 2002 presidentiële verkiezingen kunnen plaatsvinden, de uitslag waarvan zou kunnen samenvallen met de datum van onafhankelijkheid.

Over de rol en presentie van de VN na de onafhankelijkheid zal de Secretaris-Generaal van de VN in oktober nadere aanbevelingen doen. Nederland heeft bij eerdere discussies in de Veiligheidsraad gesteld dat de veiligheidsontwikkelingen ter plekke de omvang van de militaire component van UNTAET zouden moeten bepalen en dat Oost-Timor ook na de onafhankelijkheid op internationale steun moet kunnen rekenen.

Vraag 2

Deelt U mijn mening dat het van belang is hierin zorgvuldig te opereren en daarbij ook in aanmerking te nemen de berechting in Indonesië van hen die verantwoordelijk zijn voor het geweld van twee jaar geleden? Hoe staat het met de perspectieven hierop, ook gezien de presidentswisseling in Jakarta?

Antwoord

Ik ben met u van mening dat het hierin van belang is zorgvuldig te opereren. Berechting van hen die verantwoordelijk zijn voor het geweld in 1999 blijft voor Nederland een belangrijke prioriteit en zal ook tijdens mijn gesprekken in Jakarta nadrukkelijk aan de orde komen.

Ik constateer dat president Megawati in haar eerste rede voor het parlement duidelijk heeft aangegeven de aanstaande onafhankelijkheid van Oost-Timor niet te zullen betwisten. Verder heeft zij direct na haar aantreden het presidentiële decreet over het ad hoc Tribunaal voor Oost-Timor aangepast in die zin dat nu de mensenrechtenschendingen begaan tussen april en september 1999 onder de wet vallen.

Vraag 3

Hoe ziet U het verdere traject naar onafhankelijkheid verlopen vanaf de verkiezingen van 30 augustus 2001? Zal de EU bij deze verkiezingen zijn vertegenwoordigd met waarnemers?

Vraag 4

Is er al een discussie in EU-kader begonnen over steun aan het onafhankelijke Oost-Timor, en zo ja in welke zin? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De EU verleent ruimhartig steun aan allerlei projecten en programma's. Een aantal lidstaten heeft voorts een uitgebreid bilateraal hulpprogramma voor Oost-Timor. De EU is bij de verkiezingen vertegenwoordigd met een korte termijn waarnemersmissie. Hieraan neemt Nederland deel met twee waarnemers. Ook heeft Nederland NLG 0,5 miljoen beschikbaar gesteld voor een door UNDP gecoördineerd programma voor verkiezingssteun.

Deel: ' Antwoorden Verenigde Naties en onafhankelijkheid Oost-Timor '




Lees ook