Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.365 behandeling van vrouwelijke dragers hiv-virus
Gemaakt: 21-12-1999 tijd: 10:55


4

De Voorzitter van de Tweede Kamer

Der Staten-Generaal

Zoetermeer, 15 dec. 1999

Onderwerp Kamervragen

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen, gesteld door het lid van Ross-van Dorp (CDA) van uw Kamer over IVF-behandeling bij vrouwen die drager van het HIV-virus zijn (2990002730).

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Antwoorden op kamervragen van het lid van Ross-van Dorp over IVF-behandeling bij vrouwen die drager van het HIV-virus zijn.

(2990002730)


1.

Bent u op de hoogte van het feit dat sommige IVF-klinieken vrouwen testen op HIV en andere niet?


1.

Ja. Op dit moment bepaalt het IVF-centrum zelf (op basis van een protocol dat in samenspraak met de lokale ethische commissie tot stand is gekomen) of te voren screening op HIV plaats vindt na toestemming van het paar. In sommige centra wordt iedereen getest en in sommige centra wordt alleen op indicatie getest. Het testen vindt alleen plaats na verkregen toestemming.


2.

Wat vindt u van het feit dat sommige IVF-klinieken vrouwen die drager van het HIV-virus zijn wel een IVF behandeling geven en andere IVF-klinieken dat niet doen?


3.

Bent u van mening dat, zolang er onduidelijkheid bestaat over het overdrachtsrisico, IVF-behandeling bij vrouwen die drager van het HIV-virus zijn moet worden geweigerd?


2 en 3.

Ik vind het niet wenselijk dat een IVF-behandeling wordt gestart bij HIV-positieve vrouwen, aangezien er niet kan worden uitgesloten dat de huidige medicamenten de ontwikkeling van een misgeboorte ten gevolge kunnen hebben. Uit de mij bekende informatie is in de bestaande IVF-klinieken tot nog toe geen IVF-behandeling bij HIV-positieve vrouwen toegepast.

In verband met het risico op besmetting in geval van cryopreservatie van embryo's heeft de Nederlandse Vereniging van Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) reeds afgesproken dat altijd tevoren op HIV moet worden getest, en in geval van seropositiviteit van cryopreservatie moet worden afgezien. Dit is ook vastgelegd in de protocollen van de IVF-klinieken. Ik heb de door u gesignaleerde problematiek onder de aandacht van de Nederlandse Vereniging van Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) gebracht. De NVOG zal het HIV-screeningsbeleid in de verschillende centra inventariseren en opnieuw aan de orde stellen en waar nodig de bestaande richtlijn voor de IVF-behandeling aanpassen. De NVOG heeft voldoende aandacht voor infectieziektes en de risico's van besmetting. Waar nodig wordt de richtlijn voor de IVF-behandeling aangepast en ook in de protocollen van de IVF-instellingen neergelegd.


4.

Kunt u duidelijkheid geven over de overdrachtsrisico's ook die welke samenhangen met mogelijke nieuwe, resistente, virusstammen?


4.

Er is op dit moment sprake van een transmissierisico van 1%. Ik vind dit een groot risico met betrekking tot het te verwekken kind. Het is overigens nog niet duidelijk hoe de behandeling van HIV er over enkele jaren uit zal zien. Het is denkbaar dat nieuwe resistente virusstammen ontstaan en het beleid van de IVF-centra zal ook daarop afgestemd moeten zijn.


5.

Kunt u duidelijkheid geven over de eventuele risico's die de therapie die de HIV-draagster volgt kan meebrengen voor de vrucht?


5.

Er kan niet worden uitgesloten dat de huidige medicamenten de ontwikkeling van een misgeboorte ten gevolge kunnen hebben. Daarom vind ik het starten van een IVF-behandeling bij vrouwen die HIV-positief zijn niet wenselijk.


6.

Bent u van mening dat de overheid normstellend behoort te zijn daar waar het gaat om het al dan niet verlenen van een IVF-behandeling aan dragers van het HIV-virus of vindt zij dat die normstelling bij artsen, klinieken of de wensmoeder hoort te berusten?


6.

De normstelling bij het al dan niet starten van een IVF-behandeling bij HIV-positieve vrouwen dient net als bij overige behandelvormen bij de beroepsgroep te liggen en in de vorm van protocollen c.q. richtlijnen te zijn vastgelegd.


7.

Bent u van mening dat bij de huidige stand van zaken het belang van het kind centraal staat?


7.

Gezien de huidige stand van zaken, heb ik voldoende redenen om aan te nemen dat het belang van het kind centraal staat.


8.

Acht u de wens van de wensmoeder en drager van het HIV-virus bepalend voor het al dan niet verlenen van een IVF-behandeling?


8.

Neen. Het al dan niet verlenen van een IVF-behandeling dient op basis van protocollen c.q. richtlijnen te geschieden.


9.

Acht u de behandelend arts verantwoordelijk voor de eventuele risico's die de behandeling voor de vrucht met zich mee kunnen brengen?


9.

Bij de beantwoording van uw vraag maak ik onderscheid tussen verantwoordelijkheid voor de behandeling en het al dan niet informeren over eventuele risico's van de behandeling.

De behandelende arts is altijd verantwoordelijk voor de behandeling. Bij de beslissing om al dan niet te behandelen, wordt een eventueel risico voor de vrucht mee in overweging genomen. Indien de arts het risico voor de vrucht medisch gezien niet verantwoord vindt, zal hij niet tot behandeling overgaan.

De patiënt moet conform de WGBO uitvoerig worden geïnformeerd, ook over eventuele risico's, op basis waarvan de patiënt beslist al dan niet toestemming te geven. De behandelend arts kan indien hij handelt in strijd met goed hulpverlenerschap (handelen met in achtneming van protocollen e.d.) in omstandigheden civiel- en tuchtrechtelijk worden aangesproken en soms zelfs strafrechtelijk. Onvoldoende informeren van de patiënt over eventuele risico's voor de vrucht kan bijvoorbeeld een reden zijn voor een civiel- of tuchtrechtelijke klacht. Laat de arts na op HIV te testen indien dit aangewezen is, dan geldt hetzelfde.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Beantwoorde vragen over behandeling vrouwelijke HIV-dragers '




Lees ook