Ministerie van Financien

Titel: Vragen van de leden Vendrik, Van der Steenhoven en Vos inzake cross border leasing



DIRECTIE ALGEMENE FISCALE POLITIEK

Aan:

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

8 februari 1999/2989907300

AFP/1999/62U

19 maart 1999

Onderwerp

Vragen van de leden Vendrik, Van der Steenhoven en Vos inzake cross border leasing

Hierbij doe ik u toekomen, mede namens de Ministers van Financiën, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Verkeer en Waterstaat de antwoorden op de vragen van de leden Vendrik, Van der Steenhoven en Vos inzake cross border leasing.

De Staatssecretaris van Financiën

Vragen 1 t/m 3

Cross border leasing wordt - zo deze constructies al aantrekkelijk zijn - in beginsel door faciliteiten in de Amerikaanse belastingwetgeving aantrekkelijk gemaakt. Ongeveer vijf jaar geleden heeft het Nederlandse Ministerie van Financiën het Amerikaanse Ministerie van Financiën schriftelijk attent gemaakt op het bestaan van cross border leasing, daar het primair de taak van de Amerikaanse wetgever is om - indien zulks wenselijk wordt geacht - die faciliteiten zodanig aan te passen dat een einde wordt gemaakt aan de mogelijkheden. Op 11 maart 1999 hebben de Amerikaanse autoriteiten een revenue ruling gepubliceerd waarin het standpunt wordt ingenomen dat slechts onder bepaalde voorwaarden het belastingvoordeel dat dergelijke constructies aantrekkelijk maakt zal worden toegekend. Cross border lease constructies zijn noch in strijd met Amerikaanse, noch in strijd met Nederlandse wet- en regelgeving, zodat van gedogen geen sprake kan zijn.

Vraag 4

Cross border leasing heeft geen directe gevolgen voor het aandeelhouderschap. Voor de zeggenschap over het onroerend goed heeft het slechts gevolgen in het uiterste geval dat nutsbedrijven de verplichtingen (lease) niet kunnen nakomen of de terugkoopoptie niet gebruiken. De buitenlandse investeerder heeft hierbij in beginsel echter geen belang.

Vraag 5

De verhouding tussen eigen en vreemd vermogen kan door cross border lease veranderen. Tot nu toe leert de praktijk dat cross border lease de solvabiliteit, het weerstandsvermogen, van de Nederlandse onderneming over het algemeen versterkt. Dit komt doordat de inkomsten veelal worden aangewend ter aflossing van het vreemd vermogen. Overigens is cross border lease één van de manieren voor bedrijven om in te spelen op een zich liberaliserende markt. Hiermee heeft de overheid geen primaire bemoeienis. Naar onze mening dienen cross border lease constructies dan ook los gezien te worden van de bijdrage van de overheid aan de NMC-kosten. Indien echter bepaalde verplichtingen worden afgelost met de opbrengst uit cross border lease kan de omvang van de NMC daarmee afnemen.

Vraag 6

Voor zover bekend bestaan dergelijke plannen niet.

Vraag 7

Nee, ik onderschrijf deze constatering niet. Nieuwe contracten (investeringen) vallen immers buiten de bestaande cross border lease contracten. Indien het toch noodzakelijk is de bestaande contracten open te breken zijn daar wellicht hoge boetes (kosten) aan verbonden. Dit is voor beide partijen ongunstig en het ligt dan meer voor de hand het contract aan te passen. De vraag is echter of dit ooit nodig zal zijn gezien het feit dat met deze lease contracten zware eisen aan onderhoud en kwaliteit worden gewaarborgd.

Vraag 8

Nee, Nederland loopt niet voorop in het opengooien van de markten. Immers een aantal ons omringende landen is reeds verder geliberaliseerd. Voorbeelden hiervan zijn het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Bovendien wil Nederland nu besloten is tot liberalisering de voordelen die dit proces met zich meebrengt voortvarend ter hand nemen. Dit neemt niet weg dat voorzien is in een gefaseerde liberalisering van (voormalige) nutssectoren. Er is derhalve geen sprake van het opengooien van markten.

Vraag 9

Nee, deze opvatting deel ik niet. Informatiewensen van beleidsmakers dienen te worden opgenomen in de contractvoorwaarden in de relatie tussen de decentrale overheden en vervoerbedrijven. De mogelijkheid dat het streekvervoer in handen zou vallen van buitenlandse bedrijven is hiervoor niet relevant.

Deel: ' Beantwoording Kamervragen over cross border leasing '




Lees ook