Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Sub Sahara Afrika

Afdeling Zuidelijk Afrika

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 3 februari 1999
Kenmerk 163/99
Blad /1
Bijlage(n) 1
Betreft Beantwoording vragen van het lid Karimi over martelingen in Zimbabwe.

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van 27 januari 1999, kenmerk
2989906420, van de Griffier Uwer Kamer, waar bijgevoegd waren de door het lid Karimi overeenkomstig artikel 134 en 135 van het Reglement van Orde bij u ingediende vragen, doen wij u hierbij ons antwoord op de gestelde vragen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, en mevrouw Herfkens, Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, op vragen van het lid Karimi over martelingen in Zimbabwe.

Vraag 1:

Hebt u kennisgenomen van het bericht "Leger van Zimbabwe martelt journalisten"?

Antwoord:

Ja.

Vraag 2:

Is dit bericht waar? Zo ja, bent u bereid om de Nederlandse ambassadeur in Zimbabwe te vragen om krachtig hiertegen te protesteren?

Antwoord:

De arrestatie door de militaire politie van twee journalisten van de "Sunday Standard", twee dagen na publikatie van een artikel op 10 januari jl, inhoudende dat 23 leger-officieren een couppoging hadden beraamd, kan worden bevestigd. Er zijn sterke aanwijzingen dat zij zijn gemarteld tijdens hun ondervraging omdat zij hun bron niet wilden prijsgeven. Behalve door beide journalisten zelf, is dit ook verklaard door de directeur van de "Zimbabwe Standard" (die overigens ook enkele dagen werd vastgehouden) en door Amnesty International. Beide journalisten zijn later overgedragen aan de civiele politie, doch pas nadat het Hooggerechtshof tweemaal hun overdracht aan justitie had geëist.

Overigens zijn beide journalisten inmiddels op borgtocht vrijgelaten, nadat voor de rechter bleek dat er geen voldoende substantiële aanklacht tegen hen bestond.

Door de Duitse ambassadeur ter plaatse is, namens de EU, op verschillende niveaus direct tegen hogergenoemde gang van zaken geprotesteerd, die indruist tegen respect voor fundamentele vrijheden, een onafhankelijk rechtssysteem en de vrijheid van meningsuiting. Van begin af aan stond voor Nederland, en andere EU-lidstaten vertegenwoordigd in Zimbabwe, vast dat een gezamenlijke reactie het meest effectief zou zijn.

Voor het overige zij verwezen naar het antwoord op vraag 9.

Vraag 3:

Zijn u meer gevallen bekend van arrestatie en marteling van critici van het bewind in Zimbabwe? Is hierbij sprake van structurele of systematische praktijken? Is hierbij sprake van stelselmatige betrokkenheid van het Zimbabwaanse leger?

Antwoord:

Ons zijn geen andere gevallen bekend van burgers die door de militaire autoriteiten gearresteerd en/of gemarteld zijn omdat zij kritiek op het beleid van president Mugabe hebben geuit. De arrestatie en detentie van de twee journalisten van de Standard lijkt daarom een incident te zijn geweest. Dit incident is te meer opvallend, omdat juist de laatste twee jaar de persvrijheid een aanzienlijke vlucht heeft genomen. Leden van de oppositie en andere dissidenten (vaak ook binnen de regerende partij ZANU-PF) kunnen veelal openlijk kritiek uiten, al worden zij soms nog steeds hinderlijk gevolgd/geintimideerd door de veiligheidsdienst.

Vraag 4:

Bent u het eens met de uitspraak in het artikel dat deze gebeurtenis "een nieuw signaal is dat de regering van Mugabe meent dat ze boven de wet staat"?

Antwoord:

Het (aanvankelijk) negeren van een uitspraak van de rechtbank door personenen verbonden aan het Zimbabwaanse Ministerie van Defensie is een ernstige zaak. Niettemin achten wij het te vroeg om vast te stellen dat het hier om een structurele verslechtering van de mensenrechtensituatie gaat. Overigens is gebleken dat kabinetsleden en andere regeringsvertegenwoordigers in Zimbabwe door deze kwestie in grote verlegenheid zijn gebracht.

Vraag 5:

Heeft de regering in Zimbabwe eind vorig jaar een wettelijk verbod uitgevaardigd op vakbondsacties? Zo ja, wat is de precieze inhoud van deze wet? Is een dergelijk verbod niet in strijd met één van de fundamentele rechten van de mens? Hebt u geprotesteerd tegen het instellen van het verbod? Zo neen, waarom niet?

Antwoord:

Op 27 november 1998 heeft president Mugabe gebruik gemaakt van zijn presidentiële bevoegdheid stakingen en demonstraties, die directe schade zouden kunnen toebrengen aan het nationale belang, te verbieden. Of, en zo ja in hoeverre, dit decreet strijdig is met de Zimbabwaanse grondwet, waarin ook de fundamentele rechten van de mens zijn neergelegd, is thans onderwerp van een openbaar debat in het land. De ambassade te Harare heeft meerdere malen, op verschillende niveau's, laten weten dat grote vraagtekens worden geplaatst bij dit decreet en dat het hoe dan ook het internationale aanzien van Zimbabwe schaadt.

Vraag 6:

Hoe beoordeelt u op dit moment de politieke en economische situatie in Zimbabwe?

Antwoord:

Het binnenlandse politieke klimaat in Zimbabwe is het afgelopen jaar aanmerkelijk onrustiger geworden, waarmee het huidige bewind kennelijk moeilijk raad weet. Een politieke oppositie van enige betekenis in het parlement is afwezig. Wel is buiten het parlement een duidelijke oppositiebeweging ontstaan, aangevoerd door een sterke overkoepelende vakbeweging. In het afgelopen jaar is de regering herhaaldelijk gedwongen tot overleg met deze maatschappelijke beweging over belangrijke voorgenomen sociaal-economische en fiscale beleidsmaatregelen. Dit neemt niet weg dat de regering een in toenemende mate grillig economisch beleid voert, waarbij onder meer:


-Eerst prijzen voor basisvoorzieningen als energie en voedsel worden verhoogd en dan weer worden ingetrokken en vervolgens prijscontroles worden ingesteld;


-Overhaaste landhervormingsplannen worden gepresenteerd zonder overleg met betrokkenen, welke vervolgens weer drastisch worden herzien.

Intussen, en mede ten gevolge hiervan, is de Zimbabwaanse economie in een neerwaartse spiraal terecht gekomen. Investeringen zijn teruggevallen, de economische groei eveneens, en inflatie en vooral werkloosheid (40%) zijn fors toegenomen. Hierdoor, en door de sterke devaluatie van de ZIM$, is de koopkracht van de meerderheid van de bevolking het afgelopen jaar verder gedaald.

Door deze ontwikkelingen is het vertrouwen van de bevolking in de regering Mugabe gedaald.

Voorlopig ziet het er niet naar uit dat de regering erin slaagt een coherent sociaal-economisch beleid in de praktijk uit te voeren. Daarvoor is binnen partij en regering de verwarring te groot; positief is wel dat macro-economische beleidsintenties de internationale toets der kritiek kunnen doorstaan en de regeringinmiddels een geinstitutionaliseerd overleg (National Economic Consultative Forum) met maatschappelijke groeperingen heeft aanvaard. Dit laatste zou politiek en economisch een stabiliserende werking kunnen hebben op de toekomstige ontwikkeling van het land.

Vraag 7:

Welke verplichtingen is Nederland in het kader van de ontwikkelingssamenwerking voor 1999 en de jaren daarna aangegaan met Zimbabwe? Zijn de recente ontwikkelingen en de rol van Zimbabwe in de oorlog in het Grote Merengebied aanleiding om deze ontwikkelingsrelatie te herzien?

Antwoord:

Vorig jaar werd onder het bilaterale OS-programma ruim NLG 40 mln uitgegeven. De doorlopende verplichtingen voor 1999 belopen circa NLG
33 mln. De voornaamste sectoren van de bilaterale samenwerking zijn: gezondheidszorg (Aidspreventie en begrotingssteun aan missiehospitalen), basisonderwijs, plattelandsontwikkeling en milieu. Een thema als Vrouwen en Ontwikkeling krijgt binnen alle sectoren aandacht. De kanalen die voor de uitvoering worden gebruikt zijn ngo's, multilaterale instellingen en lokale overheden.

De interventie in de Democratische Republiek Congo (DRC), samen met Angola en Namibie, is naar eigen zeggen primair ingegeven door het streven naar regionale conflictbeheersing in het kader van de SADC en hulp aan de wettige regering van de DRC als reactie op agressie vanuit Uganda en Rwanda. Daarnaast spelen bilaterale belangen een rol. Hoewel er aanwijzingen zijn dat de kosten van deze operatie door "derden" worden gedragen, neemt de onvrede binnen Zimbabwe hierover toe.

Niettemin zien wij thans geen doorslaggevende redenen om de ontwikkelingsrelatie met Zimbabwe te herzien; wel zal die relatie, mede in het kader van de binnenlandse ontwikkelingen in Zimbabwe en van de buitenlandse politiek van dat land, in de komende periode zorgvuldig tegen het licht worden gehouden.

Vraag 8:

Wat is het beleid van de Europese unie ten opzichte van Zimbabwe? Ontvangt Zimbabwe ontwikkelingshulp van de EU? Zo ja, om welk bedrag gaat het? Welke andere EU-lidstaten zijn donor in Zimbabwe?

Antwoord:

Zimbabwe is partij bij de conventie van Lomé. In dit kader ontvangt het uit het 8e EOF in de periode 1997-2000 een bedrag van 110 mln ECU. De voornaamste sectoren zijn landbouw, gezondheid en onderwijs.

De belangrijkste andere EU-donoren zijn Zweden, het VK, Denemarken, Finland en Duitsland, terwijl ook Oostenrijk, Italië en Spanje een aantal samenwerkingsprogramma's met Zimbabwe onderhouden.

Vraag 9:

Bent u van plan gezamenlijk met deze landen -al dan niet in EU verband
- stappen te ondernemen tegen Zimbabwe? Zo ja , welke? Zo neen, waarom niet?

Antwoord:

Op vrijdag 29 januari vond een EU-Troika demarche plaats bij waarnemend minister van Buitenlandse Zaken, mr Shamuyarira. Deze demarche is nadrukkelijk gesteund door de VS, Noorwegen, Canada, Australië, Nieuw Zeeland en Japan. De EU heeft in een persverklaring deze stap wereldkundig gemaakt.

De Troika heeft een krachtig protest geuit tegen:


- de schending van de persvrijheid en van het beginsel van de rechtstaat.


- de arrestatie door militaire politie van burgers.


- de martelingen van beide journalisten.

De EU heeft erop aangedrongen dat gerechtelijke stappen worden ondernomen tegen hen die zich schuldig hebben gemaakt aan de onrechtmatige arrestatie, detentie en marteling, alsmede aan het negeren van de rechterlijke uitspraak.

Deel: ' Beantwoording kamervragen over martelingen in Zimbabwe '




Lees ook