Stadsdeel Amsterdam-Noord


Beeld van Arie Keppler onthuld

Op vrijdag 19 november 1999 wordt aan het Aldebaranplein in Tuindorp Oostzaan om 16.30 uur een bronzen beeld van Arie Keppler onthuld door zijn zoon Jan Keppler.

Het beeld, naar een ontwerp van Constance Wibaut, kwam tot stand op initiatief van een groep reünisten van een lagere school in Tuindorp Oostzaan in samenwerking met het comité ter Bevordering van een beeld van Arie Keppler; het Amsterdams Fonds voor de Kunst; het Woningbedrijf Amsterdam en het stadsdeel Amsterdam-Noord.

Onder verantwoordelijkheid van A. Keppler als directeur van de Gemeentelijke Woningdienst werden 11.000 gemeentewoningen en 20.700 verenigingswoningen gebouwd. In Amsterdam vindt men op diverse iets dat de herinnering aan Arie Keppler levend houdt. In een nieuwbouwwijk in Amsterdam-Noord is een straat Diopter genoemd naar een pseudoniem van Arie Keppler. In de Waalstraat staat het Arie Kepplerhuis. Omdat de naam ontbreekt aan de gevel, zijn er slechts weinig mensen die dit weten. Betondorp heeft een plaquette met de afbeelding van Keppler. In Amsterdam-Noord staat aan de G.J. Scheurleerweg de fontein die hij kreeg bij zijn afscheid in 1937.

Tot nu toe was Arie Keppler incognito in Amsterdam. Maar met het bronzen borstbeeld aan het Aldebaranplein zal hij prominent aanwezig zijn.

Arie Keppler

Wanneer in Amsterdam de volkshuisvesting van voor de tweede wereldoorlog ter sprake komt, worden in dit verband als vanzelf de namen genoemd van de wethouders F. M. Wibaut en S.R. de Miranda. Dit is terecht, want zij waren belangrijk voor de totstandkoming van duizenden woningwetwoningen. Doch achter de besluiten van de wethouders stond een gedreven man, die door de jaren heen een beetje ondergesneeuwd raakte. Namelijk de directeur van de Gemeentelijke Woningdienst Arie Keppler (15-10-1876 - 3-4-1941). In 1903 studeerde Keppler af als civiel ingenieur aan de Polytechnische School in Delft. Enige jaren later was hij één van de oprichters van de Sociaal-Technische Vereeniging van Democratische Ingenieurs en Architecten (SGV). De SGV streefde ernaar om de volkswelvaart te bevorderen door onder meer een goede volkshuisvesting. Keppler kwam dichter bij zijn ideaal toen hij in 1905 als voluntair in dienst trad bij afdeling Bouw- en Woningtoezicht (BWT) Amsterdam. Tien jaar later werd vanuit het BWT de Gemeentelijke Woningdienst Amsterdam opgericht met Arie Keppler als directeur.

In Amsterdam, evenals trouwens in de rest van het land, was de woningnood groot. Weliswaar was in 1902 de Woningwet in werking getreden, maar het aantal nieuwbouwwoningen groeide slechts mondjesmaat. De nieuwbouw kwam tot stand door particulieren en woningbouwverenigingen. Reeds in 1911 had een gemeenteraadslid van de SDAP voorgesteld dat de gemeente zelf woningen zou gaan bouwen. Het plan werd door Burgemeester en Wethouders terzijde geschoven. Toen Keppler in 1915 aantrad als directeur van de Gemeentelijke Woningdienst, was zijn zwager F.M. Wibaut inmiddels wethouder van Volkshuisvesting geworden. Wibaut toverde het voorstel van 1911 tevoorschijn en legde het opnieuw voor aan Burgemeester en Wethouders. In de tussenliggende vier jaren was de samenstelling van het college veranderd en het lukte Wibaut om zowel hen als de gemeenteraad te overtuigen van het nut van gemeentelijke woningbouw.Vanaf dat moment kreeg Arie Keppler de gelegenheid om zijn ideaal, een woning voor arbeiders met een tuintje voor en achter, waar te maken. Onder zijn directeurschap groeide in Amsterdam de gordel 20-40 en bloeide de architectuur van de Amsterdamse School tot ongekende schoonheid.

Keppler was een harde werker en een gedreven man. Het liefst zag hij een besluit, dat 's morgens was genomen, de volgende dag van start gaan. Maar zo werkt dat nu eenmaal niet. Menig keer trok hij van leer tegen politici of ambtenaren. Wanneer hij het in de ogen van de conservatieve gemeenteraadsleden weer eens te bont had gemaakt, dienden zij een voorstel in om Keppler uit zijn functie te zetten. Doch telkens tevergeefs.

Vanaf 1928 nam Kepplers invloed af. Bovendien verslechterde de situatie tussen hem en wethouder De Miranda, de opvolger van Wibaut. In 1936 besloten Burgemeester en Wethouders om, bij wijze van bezuinigingsmaatregel, een aantal directeuren van gementelijke diensten die binnenkort zestig jaar zouden worden, te ontslaan. Hiertoe behoorde ook Arie Keppler. Ondanks zijn protest ging hij in 1937 met pensioen. Keppler werd ziek en vier jaar later overleed hij. Verbitterd en teleurgesteld.

Tot nu toe was Arie Keppler incognito in Amsterdam. Maar met het bronzen borstbeeld aan het Aldebaranplein zal hij prominent aanwezig zijn.

Voor meer informatie over het bronzen beeld en het historisch overzicht kunt u bellen met dhr. P. Roemer, medewerker kunst en cultuur, stadsdeel Amsterdam-Noord, tel. 634 92 24

Deel: ' Beeld van Arie Keppler onthuld in Tuindorp Oostzaan '




Lees ook