gemeente maastricht

094 begroting 2000 en ontwikkelingsprogramma: mensen maken maastricht

28 september 1999

aanpak

samen met de begroting 2000 presenteert maastricht de definitieve stadsvisie 2010 en het ontwikkelingsprogramma 2000-2004. deze stukken worden eind oktober in de gemeenteraad besproken.

in de stadsvisie 2010 en het ontwikkelingsprogramma 2000-2004 worden de speerpunten van beleid voor de komende periode beschreven. belangrijk is de manier waarop dit beleid van de grond komt. sleutelwoorden hierbij zijn:


* werken aan en met draagvlak: de stadsvisie 2010 is mede gebaseerd op de stadsenquête begin dit jaar. ook het van de stadsvisie afgeleide ontwikkelingsprogramma 2000-2004 wordt met de relevante groeperingen in de stad besproken;

* samen doe je meer: maastricht wil samen met andere overheden en private partijen werken aan de ontwikkeling van de stad. dit betekent ook dat maastricht probeert langs deze weg extra geld te genereren;

* deze samenwerking komt onder meer tot uitdrukking in de maastrichtse aanpak. in deze aanpak worden economisch kansrijke ontwikkelingen opgepakt en gebruikt om ook zwakkere delen van de stad een impuls te geven.

* niet langs elkaar heen werken: dit betekent samenwerken en relaties leggen tussen beleidsterreinen zowel binnen de gemeente als met andere overheden. kortom een integrale benadering;
* van grof naar fijn: in de stadsvisie is een aantal strategische opdrachten voor de komende 10 jaar benoemd. in het ontwikkelingsprogramma 2000-2004 worden deze opdrachten verder inhoudelijk en financieel uitgewerkt. vertaling naar concrete projecten heeft jaarlijks plaats in uitvoeringsplannen. het uitvoeringsplan 2000 wordt in februari 2000 vastgesteld door de raad.

de stadsvisie 2010

uit stadsenquête bleek in het algemeen een brede steun voor het bestaande beleid. de kern van de nu definitieve stadsvisie 2010 bestaat uit de volgende opdrachten:


* versterk de economische structuur van bestaande en nieuwe bedrijven;

* richt het beleid in de drie pijlers sociaal, economie en fysiek op zowel de stad als de buurten;

* creëer nieuwe werkgelegenheid in het bijzonder ook aan de onderkant van de arbeidsmarkt en spits de arbeidsmarkt toe op bijzondere doelgroepen;

* stem het beleid af op risico's, veiligheid, achterstanden en betrokkenheid op het vlak van onderwijs, sport en cultuur;
* zoom in op jeugd en ouderen; differentieer naar behoeften van wijken en buurten;

* realiseer een aantal grootstedelijke projecten, die essentieel zijn voor een evenwichtige ontwikkeling van de stad in 2010 en erna.

nadrukkelijk is bij deze opdrachten een verbreding van de inzet van buurt naar stad aan de orde.

ontwikkelingsprogramma 2000-2004

het ontwikkelingsprogramma 2000-2004, dat samen met de begroting gepresenteerd wordt, vindt eveneens zijn basis in de stadsvisie. onder de titel "Mensen maken Maastricht" staan daarin 12 programma's genoemd
- als spoorboekje voor de komende 5 jaren - om te komen tot het realiseren van economische verbeteringen, de aanpak van achterstanden, de verbetering van het leefmilieu en de realisatie van grootstedelijke en buurtgerichte projecten. De kernpunten zijn:


* uitbreiding van het aantal brede scholen;
* meer kinderopvangplaatsen;

* vermindering van de onveiligheid in de buurt, binnenstad en rond school;

* terugdringen meervoudige achterstanden (armoedebeleid);
* bijzondere aandacht voor jeugd- en ouderen;
* sportimpuls

* realiseren 7000 banen in vier jaar tijd;
* begeleiden van 100 starters per jaar;

* realiseren meer bedrijventerreinen (40 ha) en kantoorruimte in vier jaar tijd (75.000 m2);

* meer bedrijvigheid in de buurt;

* daling van de werkloosheid met 550 per jaar;
* realiseren van 50 extra in- en doorstroombanen per jaar;
* realiseren van 600 nieuwbouwwoningen per jaar
* verbeteren woon- en leefomgeving

* versterken groen in en rond de stad

* oppakken bodemsanering en vermindering energieverbruik.
* een pluriform aanbod van basisvoorzieningen
* extra aandacht voor mobiliteit en verkeer

Het hele ontwikkelingsprogramma is ook een verdieping van het Grote Stedenbeleid (GSB), gekoppeld aan Stedelijke Vernieuwing (ISV). De integrale aanpak en de participatie van de burgers staan hierbij centraal. Bij het maken van het ontwikkelingsprogramma zijn ook Strategische beleidsontwikkelingen bij de provincie (Provinciaal Omgevingsbeleid Limburg)en de Europese Unie van invloed geweest.

Financiering

De financiering van de elementen in het ontwikkelingsprogramma kan Maastricht niet alleen opbrengen. Zij is hierin afhankelijk van bijdragen van derden.
Het rijk beslist eind van dit jaar hoeveel het meebetaalt aan de projecten uit het ontwikkelingsprogramma. Wanneer het rijk instemt met het ontwikkelingsprogramma kan Maastricht tot 2004 in totaal 55 miljoen gulden aan Grote Steden geld extra verwachten. Daarnaast komt in totaal tot 2004 nog ca. 26 mln beschikbaar uit het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) van het rijk. Het gaat hierbij in beide gevallen om eenmalig en geoormerkt geld, waardoor de gemeente dit geld niet op andere beleidsterreinen kan inzetten.

Vanuit het Europese Fonds voor de Regionale Ontwikkeling zet Maastricht in op een bedrag van 32 miljoen gulden voor de periode tussen 2000 en 2006. Dit geld wordt onder meer gebruikt voor het verbeteren van het vestigingsklimaat voor bedrijven en het versterken van de leefbaarheid. Daarnaast tracht Maastricht nog geld van de Provincie te krijgen. Investeringen van private partijen zijnonontbeerlijk om impulsen aan de stad te geven. Een belangrijke rol hierbij speelt de zogenaamde Maastrichtse aanpak binnen het GSB beleid, waarbij economische investeringen ingezet worden voor het verbeteren van achterstanden in buurten. Een goed voorbeeld daarvan is de koppeling tussen het Geusselt-bedrijvencentrum en de buurt Wittevrouwenveld. De inzet van de gemeente bij dit soort publiek - private samenwerkingsverbanden is om van iedere gulden, die de gemeente en de provincie in deze projecten investeert, uit het bedrijfsleven tenminste 9 gulden los te weken. Hiermee worden belangrijke impulsen gegeven aan de ontwikkeling van de stad. Als de komende 5 tot 7 jaren alle 'knikkers' in het potje rollen hoopt Maastricht in de stad een bruto investering te realiseren van een paar miljard gulden, waarvan de private partijen het leeuwendeel voor hun rekening nemen. De gemeente zet in op forse samenwerking met corporaties en andere private investeerders, die samen met de gemeente de concretisering van het gemeentelijk beleid gestalte geven. Zo zorgt de gemeentelijke financiële bijdrage voor een grote hefboomwerking bij die partijen, die ook op lange termijn in Maastricht willen investeren.

De gemeente verwacht begin 2000 meer zicht te hebben op een aantal financiële bijdragen, waarna de uitvoering van de projecten op basis van uitvoeringsplannen gestalte kan krijgen. Dit betekent ook dat de mate van realisatie van het Ontwikkelingsprogramma 2000-2004 afhankelijk is van de uiteindelijk te verwerven financiële bijdragen.

Ontkokering

Het Maastrichts gemeentebestuur gaat in discussie met het rijk om zowel bij de gemeenten als ook het rijk zelf integraliteit te bewerkstelligen. Als voorbeeld wordt het grote aantal specifieke GSB-uitkeringen genoemd, die niet worden gebundeld maar verkokerd blijven bestaan. Het college van B&W heeft inmiddels aan het rijk laten weten dat de ontkokering een belangrijk aandachtspunt is bij het ondertekenen van het vervolgconvenant in december.

Een gezonde begroting

Het ontwikkelingsprogramma heeft alleen kans van slagen wanneer het vertrekt vanuit een gezond financieel fundament. Uit de begroting 2000 blijkt dat er zonder nadere maatregelen sprake zou zijn van een tekort oplopend naar circa 10 mln per jaar. Dit tekort wordt enerzijds veroorzaakt door een lagere uitkering vanuit het Gemeentefonds en anderzijds doordat de gemeente geld moet reserveren voor dreigende risico's. In de begroting 2000 is dit tekort omgebogen door een groot aantal maatregelen in met name de efficiency-sfeer te treffen

Lokale lasten

De tarieven van de gemeentelijke belastingen worden sober geïndexeerd met 1,75% De voorziene stijging van de afvalstoffenheffing van 66 gulden wordt met ruim 55 gulden teruggebracht en beperkt zich hiermee tot een stijging met circa 10 gulden( dit is gelijk aan de normale prijsindex). Verder zal in het nieuwe millennium het principe van meerjarige kwijtschelding gaan gelden. Dit betekent dat geen aanslag wordt gestuurd naar mensen, die al 2 of meer jaren achter elkaar kwijtschelding hebben gekregen.

Deel: ' Begroting 2000 Mensen maken Maastricht '




Lees ook