Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Persberichten / Begroting LNV 2000

Begroting ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij 2000

21 september 1999 -

Meer aandacht voor milieu, meer respect voor het welzijn van dieren en voldoende aandacht voor de eisen die de consument stelt aan de voedselveiligheid zijn belangrijke ijkpunten voor de landbouw en daarmee voor het landbouwbeleid in de komende jaren. Dat schrijven minister Laurens Jan Brinkhorst en staatssecretaris Geke Faber in de memorie van toelichting bij de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor 2000.

Dat stelt nieuwe eisen aan de manier waarop landbouw wordt bedreven maar ook aan het behoud en de versterking van natuur. De stad kijkt steeds meer mee over de schouder van de boer. Daardoor is de groene ruimte niet meer alleen het domein van de boer maar meer dan ooit publiek domein.
Overheid en bedrijfsleven zijn inmiddels doordrongen van de veranderde maatschappelijke verwachtingen op de beleidsterreinen van het ministerie. Maar op korte termijn lijkt soms sprake van uiteenlopende belangen. Dit vereist helderheid over de rolverdeling tussen overheid en bedrijfsleven en over de invulling van wederzijdse verantwoordelijkheden.
Zo moeten snel nieuwe wegen worden ingeslagen voor de toekomst van de dierlijke sectoren, het beleid voor biotechnologie en de verbreding van het natuurbeleid.
De intensieve veehouderij zal zich bewust moeten zijn van haar morele en maatschappelijke plicht de zorgen van de consument weg te nemen. Alleen dan kan de overheid voor steun en stimulansen zorgen. Dat blijkt het duidelijkst bij het 'mestdossier'.
Ook de introductie van nieuwe technieken en levensmiddelen moet aansluiten bij de acceptatie door de consument. Het belang van een goede dialoog met de samenleving over de kansen en bedreigingen van genetische modificatie kan moeilijk worden overschat. De regering investeert in die maatschappelijke betrokkenheid. Zo wil zij maatschappelijk gewenste vernieuwingen die door biotechnologie mogelijk worden gemaakt stimuleren, zonder de noodzakelijke voorwaarden uit het oog te verliezen.
De realisering van de Ecologische Hoofdstructuur blijft bovenaan de 'natuuragenda' staan Maar in het verlengde daarvan moet samen met bestuurlijke en maatschappelijke partners het natuurbeleid verbreed worden en effectiever gemaakt. Bij het realiseren van natuurbeleid gaan nieuwe partijen een rol spelen en dat betekent dat van het Rijk een sterkere regiefunctie en een meer toetsende rol wordt gevraagd.

De uitgavenbeperking waartoe het kabinet heeft besloten, betekent voor LNV een ombuiging van 55 miljoen gulden. Die wordt gerealiseerd door prijsstijgingen niet te compenseren en het budget voor het Stimuleringskader met 31,7 miljoen gulden te verminderen.

In het kader van de 2e tranche vergroening van het belastingstelsel wordt onder meer de ecotax verhoogd en gaat voor bestrijdingsmiddelen en meststoffen het algemene BTW-tarief gelden in plaats van het verlaagde tarief. De lasten die daaruit voortvloeien worden teruggesluisd door onder meer een verhoging van de zelfstandigenaftrek, uitbreiding van de energie- en milieuinvesteringsaftrek en mogelijk een duurzame ondernemersaftrek voor bedrijven met een duurzame bedrijfsvoering. Deze laatste aftrek is met name van belang voor de biologische landbouw.

Het BTW-landbouwforfait wordt verlaagd naar 4,8% (was 5,6%). Dit forfait geldt voor ondernemers die deelnemen aan de landbouwregeling. De Natuurschoonwet wordt zo verruimd dat ook landgoederen die geheel of gedeeltelijk bestaan uit natuurterreinen voor de bestaande fiscale vrijstellingen in aanmerking komen.


up Het LNV-budget in 2000

Uitgaven
De ontwerp-begroting voor het jaar 2000 voorziet in uitgaven tot een totaalbedrag van f 3 900,1 miljoen. Ten opzichte van de begroting 1999 (f 3 734,4 mln.) betekent dit een verhoging van f 162,7 miljoen. Dit bedrag is het saldo van diverse verhogingen en verlagingen, waarvan hier de belangrijkste worden genoemd.
In 1999 was sprake van eenmalig hogere uitgaven in verband met de verzelfstandiging van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek. Hierdoor laat het meerjarencijfer 2000 een verlaging van f 378 mln. zien ten opzichte van dat van 1999. In het kader van de intensiveringen uit het Regeerakkoord van 1998 worden middelen toegevoegd aan de LNV-begroting voor het jaar 2000. De intensiveringen worden ingezet binnen de in ICES-verband vastgestelde pakketten ruimtedruk/ruimtekwaliteit en reconstructie zandgebieden (f 189,5 mln). In verband met de verzelfstandiging van het praktijkonderzoek wordt het Wageningen Universiteit en Researchcentrum in staat gesteld het eigendom van de onroerende zaken te verwerven. Hiervoor is eenmalig additioneel budget aan de begroting van LNV toegevoegd (f 126,5 mln.). Met ingang van 1 januari 2000 is het Landbouw Egalisatie-Fonds (LEF) opgeheven. De uitgaven en ontvangsten voor aan- en verkoop van interventieproducten en de vergoedingen voor medebewindskosten aan Productschappen (het LEF-A) worden geïntegreerd in de begroting van het ministerie van LNV. Dit betekent een verhoging van zowel de uitgaven als de ontvangsten met f 66,3 mln omhoog. Vanwege de stijging van het aantal leerlingen in het agrarisch onderwijs is de begroting structureel verhoogd (f 29 mln.). In de begroting 2000 is tenslotte een aantal ombuigingen opgenomen, waartoe in het voorjaar van 1999 is besloten. Verder zijn loon- en prijsstijgingen verwerkt.

Ontvangsten
De ontvangsten-kant van de ontwerp-begroting voor het jaar 2000 wordt geraamd op f 740,2 miljoen. Ten opzichte van de begroting 1999 betekent dit een verhoging van f 189,7 mln.
Zoals hierboven is aangegeven wordt met ingang van 1 januari 2000 het Landbouw Egalisatie-Fonds (LEF) opgeheven en worden de uitgaven en ontvangsten deels geïntegreerd in de begroting van het ministerie van LNV.
De ontvangsten stijgen ook door een vergoeding van de Europese Unie voor de kosten van de Klassieke Varkenspest.
Conform gewijzigde regels is het eigen vermogen van de agentschappen omgezet in vreemd vermogen. Hiertoe is het eigen vermogen gestort aan het moederdepartement en kregen de agentschappen voor een gelijk bedrag een lening bij de Rijkshoofdboekhouding. Hierdoor zijn de ontvangsten voor het jaar 2000 incidenteel verhoogd.

Hoofdbeleidsterreinen
In onderstaande overzicht zijn, gespecificeerd naar hoofdbeleidsterreinen van de begroting, de uitgaven voor 2000 weergegeven in vergelijking tot de uitgaven voor 1999. De bedragen voor 1999 zijn bedragen uit de ontwerp-begroting 1999.

(Bedragen x f 1 mln.)
Uitgaven 2000 1999 10 Algemeen 395,7 10,1 % 375,6 10,1 % 11 Internationale aangelegenheden 129,4 3,3 % 60,0 1,6 % 12 Landbouw 285,8 7,3 % 280,7 7,5 % 13 Natuur, Groene Ruimte en Recr. 1134,5 29,1 % 987,9 26,4 % 14 Visserijen 18,2 0,5 % 27,7 0,7 % 15 Milieu, Gezondheid en Kwaliteit 331,0 8,5 % 238,5 6,4 % 16 Wetenschap en Kennisoverdracht 1605,5 41,2 % 1 767,0 47,3 % Begroting LNV 3 900,1 100 % 3 737,4 100 %

Verschillen tussen het uitgavenniveau 2000 en 1999 kunnen als volgt worden verklaard:

* Het Landbouw- Egalisatie Fonds wordt met ingang van 1-1-2000 opgeheven en het LEF-A wordt geïntegreerd in de begroting van het Ministerie van LNV. Dit betekent een verhoging van zowel de uitgaven als de ontvangsten op beleidsterrein Internationale Aangelegenheden. De Europese geldstromen in het kader van LEF-B worden onveranderd buiten begrotingsverband geboekt.
* De intensiveringen uit het Regeerakkoord leiden tot hogere uitgaven op het beleidsterrein Natuur, Groene Ruimte en Recreatie.

Reconstructie zandgebieden f 80 mln.
Natte natuur f 20 mln.
EHS/grondprijzen f 70 mln.
Agrarisch natuurbeheer f 7,5 mln.
Totaal f 177,5 mln.

* De daling van de uitgaven voor de visserijsector hangt samen met de aflopende investeringen voor de bouw van een patrouillevaartuig.

* Op het beleidsterrein Milieu, Gezondheid en Kwaliteit stijgen de uitgaven door hogere uitvoeringslasten bij de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV). Aan de ontvangstenkant zijn, hiermee verband houdende, de tarieven van de RVV verhoogd.
* Bij de verzelfstandiging van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) zijn in 1999 de uitgaven op het beleidsterrein Wetenschap en Kennisoverdracht incidenteel verhoogd. Ook in 2000 is sprake van een incidentele verhoging doordat Wageningen UR in staat wordt gesteld het eigendom van de onroerende zaken van het praktijkonderzoek te verwerven. Daarnaast hebben technische bijstellingen plaatsgevonden in verband met loon- en prijsstijgingen. Per saldo dalen de uitgaven in het jaar 2000 ten opzichte van die in 1999.

Deel: ' Begroting ministerie LNV 2000 '




Lees ook