Ministerie van Financien

Titel: BELASTINGPLAN 2000 INGEDIEND

Persberichtnr.

99/224

Den Haag

29-9-99

Belastingplan 2000 ingediend

Het Belastingplan 2000 van minister Zalm en staatssecretaris Vermeend van het Ministerie van Financiën is bij de Tweede Kamer ingediend. Zoals afgesproken in het Regeerakkoord is er sprake van een verdere verschuiving van de lasten op arbeid naar milieu. Hiernaast stelt de regering voor de lasten in 2000 te verlichten. Bij de vormgeving van deze lastenverlichting is aangesloten bij de uitgangspunten van de Belastingherziening 2001. De voorstellen tot lastenverlichting in 2000 zijn gericht op het stimuleren van het arbeidsaanbod, ondersteunen van het inkomen en bevorderen van de loonmatiging.

Het totale fiscale pakket voor 2000 is verdeeld over vier wetsvoorstellen, namelijk:

1. het kern-Belastingplan (belastingplan 2000);
2. het wetsvoorstel technische aanpassingen;
3. het wetsvoorstel maatregelen aangaande het loon 2000 en
4. het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op belastingen van rechtsverkeer en de Natuurschoonwet 1928.

In de bijlage van dit persbericht wordt een overzicht gegeven van de afzonderlijke onderdelen van deze vier wetsvoorstellen. Bij de Raad van State is dit totale pakket aangeboden. Op verzoek van de Raad van State heeft het Kabinet het totale fiscale pakket 2000 pakket gesplitst in de vier bovengenoemde voorstellen. Aan de Tweede Kamer is nu het kern-Belastingplan 2000 aangeboden. De drie overige wetsvoorstellen zullen na het advies van de Raad van State worden aangeboden.

Het Belastingplan 2000 zal binnenkort aangevuld worden met de extra koopkrachtmaatregelen die door het Kabinet aan de Tweede Kamer zijn toegezegd tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen.

De lastenverlichting is in het Belastingplan 2000 opgenomen. In verband met het voorkomen van anticipatie gedrag zijn in het Wetsvoorstel wijziging van de Wet op belastingen van rechtsverkeer en de Natuurschoonwet 1928 (pakket 4) maatregelen opgenomen die zullen terugwerken tot en met de datum van indiening van het Belastingplan 2000 bij de Tweede Kamer. In het Belastingplan 2000 en de daarbij behorende stukken worden deze reparatiemaatregelen nader toegelicht.

Hieronder worden de belangrijkste voorstellen van het Belastingplan 2000 nader toegelicht.

A. Werkgelegenheid en inkomen

Verhoging arbeidskostenforfait

De regering beschouwt stimulering van het arbeidsaanbod als één van de belangrijkste doelstellingen voor de komende jaren. Een grotere arbeidsparticipatie draagt namelijk in belangrijke mate bij aan versterking van de maatschappelijke cohesie. De regering wil het arbeidsaanbod in 2000 gericht stimuleren via een verhoging van het arbeidskostenforfait. Hierdoor wordt het voor niet-werkenden aantrekkelijker om zich actief aan te bieden op de arbeidsmarkt. De kosten van deze verhoging bedragen circa f 800 miljoen. Naast de stimulerende werking op het arbeidsaanbod, draagt deze maatregel ook bij aan het realiseren van een evenwichtig inkomensbeeld.

Verlaging tarief eerste deel van eerste schijf

In 1999 is de zogeheten knip in de eerste schijf geïntroduceerd. De geknipte eerste schijf is vooral gunstig voor de laagste inkomens. In 2000 wordt het tarief van het eerste deel van de laagste schijf met per saldo 0,45% verlaagd (belastingen en premies). In deze verlaging is meegenomen de verhoging van het tarief in schijf 1a in verband met de compensatie afschaffing omroepbijdrage en een verlaging van dit tarief in verband met de terugsluis vergroening 2e tranche gezinnen.

De tarieven en de schijven zien er als volgt uit:

schijven

belasting

premie volksverzekeringen

totaal

1a tot f 15 255

5,90%

29,40%

35,30%

1b f 15 255 tot f 48 994

7,65%

29,40%

37,05%

2 f 48 994 tot f 107 756

50%

50%

3 vanaf f 107 756

60%

60%

Inkomensverbetering jonggehandicapten

Voor arbeidsongeschikten met een Wajong-uitkering wordt in 2000 een fiscale faciliteit geïntroduceerd waardoor het inkomensniveau van jong gehandicapten wordt opgetrokken tot dat van ouderen. De jonggehandicaptenaftrek bedraagt f 2799 en zal terugwerken tot en met 1999. De kosten hiervan bedragen structureel f 100 miljoen.

Verlaging BTW-tarief arbeidsintensieve diensten

In het kader van de stimulering van de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt is de regering voornemens het BTW-tarief voor een aantal arbeidsintensieve diensten te verlagen van 17,5% naar 6%. Deze diensten worden daardoor goedkoper. Hiermee wordt de bedrijvigheid en de werkgelegenheid in deze sectoren gestimuleerd. Bovendien kan dit bijdragen aan een vermindering van het zogenoemde zwart werken in deze sfeer. Met deze voorgenomen lastenverlichting is een bedrag gemoeid van circa f 250 miljoen. Omdat het aanwijzen van de hoeveelheid sectoren in Europees verband plaatsvindt, zal op een later moment de lijst van betrokken sectoren bekend worden gemaakt.

B. Vergroening en verschuiving tweede tranche

Tweede tranche vergroening belastingstelsel

Een belangrijk onderdeel waarmee in het Belastingplan 2000 de weg bereid wordt voor de algehele belastingherziening in 2001, is de tweede tranche vergroening; dit als uitvloeisel van de gemaakte afspraken in het Regeerakkoord. Het pakket aan maatregelen waarmee in het Belastingplan 2000 de belastingmix verder wordt vergroend bedraagt structureel ruim f 1,8 miljard, waarvan circa 1,2 miljard ten laste komt van gezinnen en f 0,6 miljard ten laste van bedrijven, overheid, onderwijs en non-profit instellingen.

In lijn met de daarover in het Regeerakkoord gemaakte afspraken, wordt deze opbrengst volledig naar gezinnen en bedrijven teruggesluisd, voornamelijk via lagere tarieven, maar deels ook via de zogenoemde positieve prikkels ter bevordering van milieuvriendelijk gedrag (zie terugsluismaatregelen naar gezinnen en bedrijven). Als gevolg van de voorgestelde vergroeningsmaatregelen uit de tweede tranche ontstaat ruimte voor een verdere verlaging van de lastendruk op arbeid met ruim f 1 miljard.

De tarieven voor de REB voor 2000 zien er als volgt uit:

Tabel 1

Tarieven REB (excl. btw)

Huidige tarieven

Indexatie

Verhoging

Tarieven 1-1-2000

Aardgas (m3)

ct/m3

tot 800


-


-

800 - 5 000

15,98

0,27

4,57

20,82

5 000 - 170 000

10,44

0,18

0,82

11,44

170 000 - 1 mln

0,71

0,01

0,82

1,54

boven 1 mln


-


-

Elektriciteit (kWh)

ct/kWh

tot 800


-


-

800 - 10 000

4,95

0,08

3,17

8,20

10 000 - 50 000

3,23

0,05

0,26

3,54

50 000 - 10 mln

0,22


-

0,26

0,48

boven 10 mln


-


-

Belasting op leidingwater

Het kabinet stelt voor om per 2000 een belasting op leidingwater in te voeren. Tegelijkertijd wordt op verzoek van de Tweede Kamer de levering van water van het algemene BTW-tarief naar het verlaagde BTW-tarief van 6% gebracht. De heffing bedraagt f 0,51 per kubieke meter water met een plafond van 300m3. Er geldt een heffingsvrije voet van f 25,-; dit komt ongeveer overeen met het watergebruik van één persoon per jaar. Voor de heffing wordt aangesloten bij de hoeveelheid geleverde kubieke meter leidingwater per zelfstandige onroerende zaak. Met betrekking tot de onroerende zaken die (nog) niet bemeterd zijn, wordt om uitvoeringstechnische redenen aangesloten bij het systeem dat waterleidingbedrijven hanteren voor de vaststelling van de waterrekening. Het door het waterleidingbedrijf in rekening gebrachte bedrag wordt teruggerekend naar een - fictieve - hoeveelheid geleverd water.

Hiernaast is er sprake van een vergroening van het belastingregime door voorstellen op het gebied van btw op bestrijdingsmiddelen en meststoffen, het optrekken van de grondwaterbelasting bij eigen winners naar het niveau van waterleidingbedrijven en het afremmen van het storten van afval.

Vergroening autobelastingen 1e tranche

In NMP 3 is een onderzoek aangekondigd naar de mogelijkheden om in de grondslagen van de motorrijtuigenbelasting (MRB) en/of de belasting van personenautos en motorrijwielen (BPM) meer rekening te houden met het milieu (schoon, zuinig en brandstofsoort). Dus bij de heffing van deze autobelastingen het stimuleren van schone en zuinige voertuigen en een optimale brandstofmix meer te betrekken.

Zoals door het Kabinet in de Miljoenennota 2000 is aangegeven, bestaat het pakket maatregelen tot vergroening van de autobelastingen dat op grond van dit onderzoek wordt voorgesteld - in de tijd gezien - uit twee onderdelen. Het betreft maatregelen die moeten bijdragen aan het tot stand brengen van de zogenoemde Optimale brandstofmix 2010.

Voorgesteld wordt maatregelen te nemen waardoor er een meer evenwichtige verhouding tussen de omslagpunten en daardoor in het gebruik van benzine, dieselolie en LPG kan ontstaan. Om deze situatie te bereiken wordt de BPM voor dieselpersonenautos met f 2000 verhoogd en de MRB voor LPG-3 personenautos met f 200 per jaar verlaagd. Dit draagt mede bij tot minder dieselverbruik in de steden. Voor veelrijders, die het merendeel van hun kilometers op de buitenwegen afleggen, kan dieselolie een redelijk alternatief blijven.

Voorts wordt de inbouw van zogenoemde in-car-intrumenten zoals cruisecontrol en econometer en boordcomputer gestimuleerd door een lagere BPM. Deze maatregelen treden in werking met ingang van 1 mei 2000.

Met ingang van 1 januari 2000 wordt voorts de aanschaf van schonere - zogenoemde Euro 3 - vrachtwagens gestimuleerd door deze onder de VAMIL-regeling te brengen. Uitgangspunt daarbij is dat de stimulering van Euro 3 vrachtwagens doorloopt tot 1 oktober 2001. Het beroep op de VAMIL-middelen door de investeringen in schonere vrachtwagens zal gedurende de stimuleringsperiode (1 januari 2000 tot 1 oktober 2001) worden gemonitoord.

C. Ondernemerspakket 21e eeuw

Verder is in het Belastingplan 2000 een eerste tranche maatregelen uit het zogenoemde ondernemerspakket 21e eeuw opgenomen. Het ondernemerspakket 21e eeuw vloeit voort uit de afspraak in het Regeerakkoord dat de belastingen van het bedrijfsleven in samenhang met de bevindingen van de commissie Oort II zouden worden bezien. Over dit integrale pakket is met het georganiseerde bedrijfsleven gesproken en is eerder dit jaar in overeenstemming met het bedrijfsleven een gezamenlijk advies geformuleerd.

Het pakket bestaat uit een aantal herkenbare fiscale maatregelen ter versterking van het ondernemerschap in brede zin en maatregelen ter financiering. Het ondernemerspakket 21e eeuw kenmerkt zich door een zeker evenwicht tussen de maatregelen die vooral gunstig zijn voor het grootbedrijf, zoals de verlaging van de kapitaalsbelasting, en maatregelen die vooral gunstig zijn voor ondernemers van het midden- en kleinbedrijf. De thans voorgestelde knip in het Vpb-tarief komt vooral ten goede aan het midden- en kleinbedrijf, hetgeen binnen deze sector ruimte schept voor voortgaande werkgelegenheidsgroei en innovatie.

De in het Belastingplan 2000 voorgestelde maatregelen uit het ondernemerspakket 21e eeuw zijn de volgende:

* verlaging Vpb-tarief van 35% naar per saldo 30% over de eerste f 50 000 winst; zie ook terugsluismaatregel bedrijven vergroening 2e tranche

* verlaging tarief kapitaalsbelasting van 1% naar 0,9%
* schrappen van de in het Regeerakkoord voorziene ombuiging op WBSO en investeringsaftrek

* afschaffing van de assurantiereserve eigen risico en de exportrisicoreserve

De tweede tranche maatregelen uit het ondernemerspakket 21e eeuw zal worden opgenomen in een ander wetsvoorstel dat zo mogelijk nog dit jaar bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

D. Overige belangrijke wijzigingen

Stimulering kinderopvang

Conform de aan de Tweede Kamer aangeboden Beleidsnota kinderopvang (26 587), wordt de beschikbare impuls van f 50 miljoen voor 2000 ingezet voor een verhoging van het plafond voor de aftrekbare uitgaven voor kinderopvang in de buitengewone lastenaftrek naar f 19 050. Belastingplichtigen kunnen daardoor meer kosten voor kinderopvang aftrekken dan voorheen. Van deze verruiming van de buitengewone lastenaftrek profiteren met name zelfstandigen die zelf de volledige kosten van de opvang betalen en werknemers bij wie de werkgever niet of niet voldoende bijdraagt in de kosten voor kinderopvang.

S&O afdrachtvermindering

De S&O (Speur & Ontwikkeling) afdrachtvermindering wordt gewijzigd. De S&O-percentages zullen met ingang van 2000 slechts één keer per jaar in het kader van de begroting worden vastgesteld. De mogelijkheid de percentages te wijzigen - thans twee keer per jaar - zal worden beperkt tot wijziging eenmaal per jaar, en wel op 1 januari. Bovendien zal bij de vaststelling van de percentages worden uitgegaan van de aanvragen over het voorafgaande kalenderjaar, zodat de percentages ruimschoots voor het einde van de aanvraagtermijn bekend kunnen worden gemaakt. Voorts zullen de percentages van de S&O afdrachtvermindering voor 2000 worden gehandhaafd op die van 1999.

Pakket stimulering natuurbeheer

Om particulieren te stimuleren tot behoud en beheer van natuur wordt:
* het begrip landgoed in de Natuurschoonwet 1928 (NSW) uitgebreid
* de mogelijkheid van een fiscale stimulering van CO2-certificaten via een vrijstelling van REB, ook wel aangeduid als bos-certificaten onderzocht.

Een dergelijke stimulering draagt bij aan de CO2-reductie en daarmee tot behoud van de natuur in ons land.

Schrappen anticumulatie afdrachtsvermindering langdurig werklozen en onderwijs

Met ingang van 1 januari 2000 wordt voorgesteld om voor een werknemer zowel de afdrachtvermindering onderwijs als de afdrachtvermindering langdurig werklozen toe te passen.

De afdrachtvermindering onderwijs en de afdrachtvermindering langdurig werklozen bedragen voor een werknemer met een volledige arbeidsduur thans elk f 4750 per kalenderjaar. Door het opheffen van de anti-samenloopbepaling zullen werkgevers ten gevolge van een daling van de loonkosten extra gestimuleerd worden langdurig werklozen in te laten stromen in een gecombineerd traject van scholing en werk.

Verlaging landbouw-forfait in de BTW naar 4,8%

De forfaitaire BTW-aftrek voor de afnemers van voor BTW vrijgestelde agrariërs wordt landbouwforfait genoemd. De hoogte van het landbouwforfait moet, op grond van Brusselse regels (de Zesde BTW-richtlijn) worden bepaald aan de hand van macro-economische gegevens betreffende uitsluitend de agrariërs die de landbouwregeling toepassen. In het kader van de Zesde BTW-richtlijn (een te hoog landbouwforfait is een vorm van staatsteun en wordt niet toegestaan) en om het karakter van de landbouwregeling te behouden, wordt voorgesteld het landbouwforfait met 0,8 percentpunt te verlagen van 5,6 naar 4,8 percent.

Bijlage: Overzicht van de vier onderdelen van het fiscale pakket 2000

Pakket 1: Belastingplan 2000

Pakket 1a: Werkgelegenheids- en inkomenspakket
verhoging maximum arbeidskostenforfait met f 390 verlaging belastingtarief schijf 1A met 0,45%
verhoging algemene ouderenaftrek met f 380
fiscale faciliteit jong gehandicapten (Wajongers) verlaagd BTW-tarief op arbeidsintensieve diensten aanpassing belastingtarief schijf 1A en 1B i.v.m. nabetalingen (belastingen -0,35%-punt; premies +0,35%-punt)
aanpassing belastingtarief schijf 1B (belastingen 0,50% punt; premies
-0,50%-punt
Overige belasting- en premiemutaties

Pakket 1b: Vergroening en verschuiving
verhoging van de regulerende energiebelastingen verhoging tarief afvalstoffenbelasting op brandbaar afval algemeen BTW-tarief bestrijdingsmiddelen en meststoffen verhoging tarief grondwaterbelasting zelfonttrekkers invoering van een algemene waterbelasting i.c.m. onder het verlaagde BTW-tarief brengen van water
vergroening autobelastingen eerste tranche
waarvan tijdelijke stimulering in-car- instrumenten in BPM waarvan minder diesel, meer lpg:

w.v. verhoging van BPM voor dieselautos

w.v. verlaging MRB voor LPG-3 personenautos

Pakket 1c: Terugsluismaatregelen naar gezinnen en bedrijven


- terugsluis gezinnen
verlaging belastingtarief 1A (-0,9% )


- terugsluis bedrijven
verlaging vpb-tarief over de eerste f 50.000 met 3%-punt verhoging zelfstandigenaftrek met f 1090
verbreding Milieu Investeringsaftrek
faciliteit grondwaterbelasting (OEDIs)


- positieve prikkels gezinnen tweede tranche verruiming fiscale energiepremies gezinnen


- positieve prikkels bedrijven tweede tranche w.v.verruiming van de Energie Investeringsaftrek w.v. teruggaafregeling REB duurzame warmte

Pakket 1d: Ondernemerspakket 21e eeuw eerste tranche verlaging van het vpb-tarief over de eerste f 50 000 met 2%-punten verlagen van kapitaalsbelasting met -0,1%
afschaffing assurantiereserve eigen risico en exportrisicoreserve pakket reparaties ondernemerssfeer
ongedaan maken RA-ombuiging WBSO en investeringsaftrek1)

Pakket 1e: Afschaffing omroepbijdrage
compensatie afschaffing omroepbijdrage (verhoging tarief 1A met 1,1%)

Pakket 1f: Overige maatregelen
anticipatie aftrek vooruitbetaalde kosten onderhoudswerkzaamheden voorkoming voorkoming anticipatie aftrek vooruitbetaalde rente over 2001 in 2000
tweede tranche stimulering kinderopvang
verlaging landbouwforfait BTW met -0,8%-punt
aanpassing vermogensbelasting en kapitaalsbelasting i.v.m. euro voortzetting budget MIA 1999 ten behoeve van de landbouwsector verhoging budget FARBO
handhaving WBSO percentage op 13%
invulling RA-ombuiging M&O1)
pakket stimulering natuurbeheer
combineren vermindering langdurig werklozen en de vermindering onderwijs

1) Betreft niet-fiscale maatregelen.

Pakket 2: Wetsvoorstel technische aanpassingen

*

technische en redactionele wijzigingen
aanpassing buitengewone lastenaftrek i.v.m. beperking export uitkeringen
Energieprestatieadviezen betrekken bij EIA en fiscale energiepremies reparatie constructies:art 69 Wet IB lijfrenten minderjarige kinderen verlaagd accijnstarief LPG voor huisvuil auto's WOZ aanpassing Euro (afrondingsregel en vermelding op beschikking) Invorderingswet landbouw (kwijtscheldingsfacilitiet successie en schenkingsrecht)
technische aanpassingen MRB (teruggave MRB lopende termijn bij particuliere verkoop)

Pakket 3: Wetsvoorstel maatregelen aangaande het loon 2000


*

verlofspaarregeling
aanpassing belastingheffing opties
toepassing fictieve dienstbetrekking buitenlandse sporters.

Pakket 4: Wetsvoorstel wijziging belastingen op rechtsverkeer en Natuurschoonwet 1928


*

constructiebestrijding onroerende zaken in overdrachtsbelasting reparaties oneigenlijk gebruik faciliteiten Natuurschoonwet

Deel: ' Belastingplan 2000 ingediend '




Lees ook