Ministerie van Financien

Titel: Belastingverdrag tussen Nederland en India



Belastingdienst/CKC

Sector Bedrijfscommunicatie

T.a.v. redactie Infobulletin

Postbus 18200

3501 CE UTRECHT

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

IFZ 1999-02261 M

18 november 1999

Onderwerp

Mededeling van de directeur-generaal voor Fiscale Zaken namens de Staatssecretaris van Financiën

Hierbij verzoek ik u de onderstaande Mededeling in het eerstvolgende nummer van het Infobulletin te plaatsen.

De directeur-generaal voor Fiscale Zaken heeft namens de Staatssecretaris van Financiën besloten het volgende mee te delen.

In mijn Besluit van 22 juni 1998, nr. IFZ98/644 M1(Infobulletin nr. 1998/531) zijn, na overleg daarover met een delegatie van het Indiase Ministerie van Financiën, de gevolgen weergegeven van de meestbegunstigingsclausules uit het verdrag tussen Nederland en India ter voorkoming van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen van 30 juli 1988 (Trb. 1988, 122). Mij bereikten berichten dat in India de meestbegunstigingsclausules in de praktijk anders werden uitgevoerd dan in het genoemde besluit is weergegeven. Naar aanleiding hiervan is opnieuw overlegd met het Indiase Ministerie van Financiën. Hierbij kwam naar voren dat India toch een andere interpretatie bleek te hebben van de ingangsdata waarop de gevolgen van de meestbegunstingsclausule bij artikel 7, derde lid, onderdeel a), en in het Protocol bij de artikelen 10, 11 en 12 toepassing vinden.

Ten aanzien van het bepaalde in artikel 7, derde lid, onderdeel a), is India van mening dat de gevolgen van de meestbegunstigingsclausule pas toepassing kunnen vinden nadat de nieuwe bepaling van artikel 7, derde lid, onderdeel a), in een afzonderlijke verdragswijziging is opgenomen. Aan de gevolgen van deze meestbegunstigingsclausule komt volgens de opvatting van India dus geen automatische werking toe. Nu de besprekingen voor een herziening van het bestaande verdrag gaande zijn, waarin de aanpassing van artikel 7, derde lid, onderdeel a) is opgenomen, heeft Nederland uiteindelijk ingestemd met de Indiase opvatting.

Verder stelt India zich op het standpunt dat de werking van de meestbegunstigingsclausules in het Protocol bij de artikelen 10, 11 en 12 voor de toepassing van het Verdrag tussen Nederland en India niet eerder ingaat dan het tijdstip van toepassing van de desbetreffende bepalingen uit de verdragen van India waarop de gevolgen van de meestbegunstigingsclausules zijn gebaseerd. De desbetreffende bepalingen uit de belastingverdragen die India heeft gesloten vinden voor India toepassing op of na 1 april volgend op de laatste mededeling van beide staten aan elkaar dat de grondwettelijke vereiste formaliteiten zijn vervuld. Nederland heeft ingestemd met de datum van 1 april.

Op verzoek van Nederland heeft India de hiervoor genoemde gevolgen van de meestbegunstigingsclausules gepubliceerd om onduidelijkheid te vermijden bij de Indiase belastingadministratie die aan de nieuwe bepalingen daadwerkelijk uitvoering moet geven. Deze publicatie heeft plaatsgevonden in een buitengewone uitgave van The Gazette of India van 30 augustus 1999, Part II, sectie 3, subsectie (ii).

Hoogachtend,

de Staatssecretaris van Financiën,

namens deze,

de directeur-generaal voor Fiscale Zaken,

Deel: ' Belastingverdrag tussen Nederland en India '




Lees ook