Ministerie van Middenstand en Landbouw België

22/12/1999

PERSBERICHT

OOIENPREMIE - CAMPAGNE 2000

De Minister van Landbouw en Middenstand deelt mee dat voor de aanvragen van de ooienpremie voor de campagne 2000 de volgende procedure van toepassing is.

Verzending van de aanvraagformulieren

De premieaanvraagformulieren werden aan alle bezitters van een premiequotum toegezonden. Enkel de houders van een quotum kunnen een aanvraag indienen. Indien iemand zijn formulier begin januari 2000 niet zou hebben ontvangen, dient hij zelf een duplicaat aan te vragen bij het provinciaal bureau van het ministerie van Middenstand en Landbouw.

Indieningsperiode van de premieaanvragen

Het ingevulde originele aanvraagformulier moet aangetekend en uiterlijk op 17 januari 2000 worden verzonden naar het provinciaal bureau van het ministerie van Middenstand en Landbouw. Het vervolledigde dubbel van het formulier moet worden bewaard door de aanvrager.

Aanvragen die na 17 januari 2000 worden ingediend zullen nog tot en met 11 februari 2000 ontvankelijk blijven, maar zullen een vermindering van het premiebedrag voor gevolg hebben. Deze vermindering bedraagt 1 % per werkdag.

Premiequota voor de campagne 2000

De producenten voor wie het premiequotum voor de campagne 2000 gewijzigd is t.o.v. 1999 hebben hierover bericht gekregen. Het betreft in het bijzonder, hetzij de verminderde premiequota als gevolg van het niet-naleven van de minimale gebruiksverplichting van de premierechten tijdens de campagne 1999, hetzij de verhogingen van premiequota als gevolg van gevraagde en toegekende herzieningen voor dezelfde campagne 1999.

Mogelijkheid om een herziening van premiequotum te bekomen

Producenten kunnen, indien gewenst, een verhoging van hun premiequotum bekomen met rechten uit de nationale reserve.

De producenten die meer ooien aanhouden dan hun huidig premiequotum en voor deze ooien premierechten wensen te bekomen, moeten de premie aanvragen voor het aantal ooien dat overeenstemt met het gewenste eindquotum (dus huidige en bijkomende rechten). Het formulier voorziet hiervoor een bijzonder vakje.

Het ontvangen van extra premierechten houdt voor deze producenten evenwel in dat zij uitgesloten worden van elke definitieve of tijdelijke overdracht van hun premiequotum tot en met de campagne 2002.

In geval in België meer premierechten gevraagd worden dan het beschikbare aantal in de nationale reserve gebeurt de toekenning van de herzieningen in evenredigheid.

Indien bij een bedrijfscontrole zou worden vastgesteld dat het aantal ooien dat werkelijk aangehouden werd gedurende de verplichte aanhoudingsperiode, kleiner is dan het aangegeven aantal, bekomt die producent geen enkele herziening.

Premiegerechtigde dieren

Alle aangegeven dieren moeten aan de voorwaarden vermeld in het aanvraagformulier voldoen. Verwijzend naar het KB van 2 juli 1996 betreffende de identificatie en de registratie van schapen, geiten en hertachtigen moet elk schaap vooraleer het vertrekt uit het veebeslag waar het geboren is, en ten laatste op de leeftijd van 6 maanden, beschikken over het voorgeschreven oormerk dat door het ministerie van Middenstand en Landbouw is opgelegd.

De dieren moeten ook ingeschreven zijn in een inventaris die door de producent permanent geactualiseerd wordt en die minimum 3 jaar moet bijgehouden worden. Het identificatienummer van elk aangegeven dier moet vermeld worden in de voorziene bijlage bij het aanvraagformulier.

Aanvullende premie voor producenten in probleemgebied

De aanvullende premie voor producenten in probleemgebied wordt automatisch toegekend aan producenten waarvan het ganse bedrijf integraal in probleemgebied' is gelegen.

In geval het bedrijf van de producent slechts gedeeltelijk in probleemgebied ligt, kan de aanvullende premie slechts worden toegekend indien de betrokken producent een oppervlakteaangifte - oogst 2000 indient en uit deze aangifte blijkt dat minstens 50 % van de oppervlakte cultuurgrond (zijnde de totale oppervlakte van alle percelen) van zijn bedrijf in probleemgebied is gelegen en (geheel of gedeeltelijk) voor schapenhouderij wordt aangewend.

Producenten van wie het bedrijf niet in probleemgebied is gelegen hebben geen recht op deze aanvullende premie.

Minimaal gebruik tijdens de campagne 2000

Tijdens de campagne 2000 moet iedere producent minstens 70 % van zijn premiequotum gebruiken, zo niet zal hij het niet-gebruikte deel verliezen.

Betaling van de premie

De betaling van een voorschot van de premies 2000 is gepland rond eind november 2000. Het saldo zal rond einde maart 2001 betaald worden. Het bedrag van de premie hangt af van de marktsituatie in 2000 en is bijgevolg nu nog niet gekend.

Bijzondere opmerking

Ten einde het identificatiebestand van het ministerie met de gegevens van de producenten te vervolledigen en te actualiseren worden de producenten verzocht hun geboortedatum op het formulier aan te geven indien deze niet afgedrukt werd.

Adressen van de provinciale bureaus (DG 3)

West-Vlaanderen :
Ministerie van Middenstand en Landbouw,
Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer
Hoogstraat 9 te 8000 Brugge
tel. 050/33.77.95 fax. 050/34.60.70

Oost-Vlaanderen :
Ministerie van Middenstand en Landbouw,
Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer
Administratief Centrum "Ter Plaeten"
Sint-Lievenslaan 33A te 9000 GENT
tel. 09/235.29.89 fax. 09/235.25.92

Vlaams-Brabant :
Ministerie van Middenstand en Landbouw,
Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer
WTC III, 13e verdieping
Simon Bolivarlaan 30 te 1000 BRUSSEL
tel. 02/208.42.06 fax. 02/208.42.55

Antwerpen :
Ministerie van Middenstand en Landbouw,
Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer
Van Heybeeckstraat 28 te 2170 MERKSEM
tel. 03/641.80.90 fax. 03/641.80.78

Limburg :
Ministerie van Middenstand en Landbouw,
Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer
Gebouw RHENA, Helbeekplein 9, 1ste verd. te 3500 HASSELT tel. 011/26.39.10 fax. 011/26.39.14


Deel: ' Belgie Procedure voor 'Ooienpremie-campagne 2000' '




Lees ook