Partij van de Arbeid


Belinfante: 'Culturele diversiteit is eigentijdse werkelijkheid, geen welzijnsitem'

1 juli 1999 PvdA-voorlichting

Op 30 juni sprak de Tweede Kamer met staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg over 'Ruim baan voor culturele diversiteit'. PvdA-woordvoerder Belinfante vindt de notitie van zeer groot belang. Net als de Raad voor Cultuur is de PvdA van mening dat de voorstellen van de staatssecretaris niets van doen hebben met welzijnswerk geschoeid op een jaren zestig leest, maar een erkenning inhouden van de culturele pluriformiteit van de inwoners van ons land. 'Culturele diversiteit is eigentijdse werkelijkheid, geen welzijnsitem', aldus Belinfante.

Culturele diversiteit is de diversiteit van makers, van publiek en van de beoordelaars. Oud en jong, wit en zwart, man en vrouw. Het gaat over uitingen van ieders eigen cultuur en tegelijk over onze gemeenschappelijke cultuur. De confrontatie en vermenging als nieuwe inspiratie en als uitdrukking van dubbele identiteiten.

Belangrijk voor de realisering van culturele diversiteit zijn:
- Een breder gedefinieerd, pluriform en veelzijdig kwaliteitsbegrip


- Beoordelaars (bijvoorbeeld bij de fondsen) die die kwaliteit kunnen herkennen

- Het aanspreken van een nieuw publiek met zowel eigen herkenbare kunstuitingen als kunstuitingen van buiten de eigen kring

Bij het beoordelen van kunst blijft kwaliteit het moeilijkst vast te stellen. Toch is en blijft dat het belangrijkste subsidiecriterium. Een precieze definitie is niet mogelijk, maar je kunt kwaliteit wel herkennen. Aan emoties, prikkeling, de mate waarin een ervaring je bij blijft, uitstraling en uniciteit. De zeven actiepunten van de staatssecretaris in de nota 'Ruim baan voor culturele diversiteit' zijn goede instrumenten om culturele diversiteit echt vorm te geven.

In het overleg op 30 juni is ook met de staatssecretaris van gedachten gewisseld over de zogenaamde cultuurfondsen. Een belangrijk element in de voorstellen van de staatssecretaris daarover, is het scheppen van de mogelijkheid om tijdens de vierjarige cultuurperiode door middel van een vereveningsfonds accenten te kunnen verleggen. Gedurende de cultuurnotaperiode kan blijken dat het ene fonds geld overhoudt, terwijl een ander fonds projecten die als goed worden beoordeeld moet afwijzen omdat het geld op is. De Partij van de Arbeid vindt dat de functie van de fondsen, namelijk het flexibele deel van het cultuurbudget ook op een flexibele manier inzetten, hiermee goed tot haar recht kan komen.

De volledige bijdrage van Judith Belinfante aan het algemeen overleg

Deel: ' Belinfante 'Culturele diversiteit is geen welzijnsitem' '




Lees ook