Ministerie van Buitenlandse Zaken


Toespraak van de Minister van Ministerie van Buitenlandse Zaken 28-05-1999

TOESPRAAK STAATSSECRETARIS BENSCHOP "HET SOCIAAL-DEMOCRATISCHE PERSPECTIEF NA DE NEO-LIBERALE ILLUSIE"

Bericht van Ministerie van Ministerie van Buitenlandse Zaken

Inleiding door Dick Benschop, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

bij de presentatie van het boek

'Troubled Transition : Social Democracy in East Central Europe'

Amsterdam, De Balie, 28 mei 1999

Dames en heren,

Twee weken geleden was ik in Warschau, met Wim Kok. Het viel mij daar op dat van Poolse kant meerdere malen werd verwezen naar de steun die Kok begin jaren '80 vanuit de Nederlandse vakbeweging heeft verleend aan het vrije Poolse vakverbond: moreel, politiek, financieel.

Men is daar niet vergeten dat West-Europese sociaal-democraten zich hebben ingezet tegen de dictatuur in Midden- en Oost-Europa. Het algemene beeld dat we hebben is vaak anders. Niet toevallig. Het is waar dat veel progressieven zich decennialang lieten verleiden door de intellectuele aantrekkingskracht van de communistische idee -

'la tentation totalitaire' zoals door Revel omschreven. Het is waar dat veel sociaal-democraten een bijna blinde vlek hadden voor wat zich bij onze naaste Europese buren afspeelde, gepreoccupeerd als zij waren met de grove misstanden in Midden- of Zuid-Amerika en andere verre oorden. Maar duidelijk is ook het pleidooi voor vrijheid in Midden- en Oost-Europa van West-Europese sociaal-democraten als Wim Kok, en de contacten die zij legden met dissidenten en hervormingsgezinden in de landen achter het toenmalige IJzeren Gordijn.

Het waren vele sociaal-democraten voor wie de val van de muur dan ook een overwinning betekende. Vaak eerder dan anderen hadden zij al contact gelegd met mensen als Havel en Dienstbier in Praag; met Michnik, Kuron en Geremek in Warschau of Gdansk, om maar enkele van de bekendste namen te noemen. Zij steunden hen op allerlei manieren. Zij realiseerden zich toen al dat Europa niet compleet is zonder Boedapest, Krakau of Praag.

Sociaal-democraten hielpen mee, de muur omver te trekken. Maar dat gebeurde in een klimaat eind jaren '80 waarin neo-liberale noties de overhand hadden, en conservatieven en liberalen de overwinning van de Koude Oorlog claimden. Op het moment dat de muur viel, maakte de sociaal-democratie in West-Europa net een kwalitatieve crisis door. Mede daardoor was zij ook niet in staat voldoende impuls te geven aan een vlotte 'renaissance'van ware sociaal-democratie in Midden- en Oost-Europa.

De eerste verkiezingen na de omwenteling toonden vaak een zeer scherpe, compenserende reactie op de communistische dictatuur, het pseudo-socialisme en de planeconomie. Neo-liberalisme vierde nu ook daar hoogtijdagen. Of, in een aantal gebieden, nationalisme evenzeer.

Ondertussen worstelden diverse soorten partijen zich naar sociaal-democratie. Zij die -begrijpelijk - onze meeste sympathie verkregen - de historische partijen en de dissidente stromingen - bleken vaak niet effectief. Tsjechië vormt een uitzondering op de geringe populariteit en invloed die zij wisten de verwerven. In Polen bijvoorbeeld verdween nog twee jaar geleden Bugaj's 'Unie van de Arbeid' onder de kiesdrempel. De tweede verkiezingsgolf toonde weliswaar een reactie op het neo-liberalisme. Maar het waren de post-communistische -of meer eufemistisch: 'opvolger'- partijen die het sociaal-democratische etiket en daarmee de regeringsmacht veroverden. Zeker daar waar het partijorganisaties betrof waar al voor de omwenteling hervormingsgezinden van binnenuit werkten en naar buiten met de oppositie in gesprek waren: Hongarije, Polen.

Over onze verhouding tot die opvolgerpartijen heeft veel debat plaatsgevonden. Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen wel in contact te treden en samenwerking aan te gaan. Transformatie uit zich tenslotte niet alleen in de intellectuele dissidenten aan de macht, maar ook in hervormingsgezinde oud-communistische bestuurders die overtuigd raken van Westerse waarden. Uiteraard moet we wel het kaf van het koren scheiden. Aan cliëntelisten en nomenklatoera-bazen die hun oude macht en privileges willen redden, heeft de sociaal-democratie allerminst behoefte. Met betoncommunisten achter een façade van SI- of PES-etiketten, ga ik liever niet in gesprek. Maar zij die overtuigd en effectief werken aan transformatie richting
-wat ik maar noem- noord-west-Europese waardenpatronen en sociaal-democratische beginselen, verdienen onze steun. Het gaat er tenslotte om idealen te combineren met reële mogelijkheden.

Inmiddels is, zoals gezegd, de tijd dat het liberaal-economische gedachtengoed als zaligmakend werd gezien voorbij, ook in Midden-Europa. Vaclav Klaus heeft afgedaan, Viktor Orban draaide zijn programma bij. Thatcher en Reagan zijn allang niet meer de idolen van de Midden-Europese kiezer.

Die heeft vaak behoefte aan een nieuwe balans, na de ellende van het communistische systeem en na de kapitalistische schok die de omwenteling teweegbracht. Die wil geen staat meer die de 'civil society' overheerst, maar evenmin het 'capitalisme sauvage' waarvan de nadelen hem of haar inmiddels voldoende gewaar zijn geworden. De vernieuwde sociaal-democratie kan de gewenste balans bieden. Die sociaal-democratie doet het momenteel in West-Europa goed, omdat het programmatisch een evenwicht tracht te scheppen tussen de economische en sociale aspecten van verhoudingen binnen de samenleving. Dat zal ook de Midden-Europese kiezer kunnen aanspreken. In de verst-getransformeerde landen, zoals Tsjechië, Hongarije en Polen, tref je ze al aan: mensen die vanuit hun Midden-Europese context op zoek zijn naar wat wij inmiddels de 'Derde Weg' zijn gaan noemen. Zij zijn niet tegen de verzorgingsstaat, maar willen die wel hervormen om effectief te maken. Ze zijn tegen individualisme en neo-liberalisme, maar leggen wel nadruk op individuele ontwikkeling en persoonlijke keuze. Ze zoeken een nieuwe balans tussen publiek en privaat; en willen zonder vasthouden aan oude zekerheden nieuwcentrum-links beleid genereren. Ze zoeken naar een samenleving die ondernemingszin combineert met sociale rechtvaardigheid. Het komt ons allemaal bekend voor.

In Midden- en Oost-Europa zien we vaak ook een ambitie om 'terug te keren tot Europa', en volledige aansluiting te krijgen bij het Europese integratieproces. Bij een krachtig Europa, dat zich in een globaliserende wereld weet te positioneren. Bij een krachtig en innovatief Europa, dat met de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen
- m.b.t. zaken als werk, veiligheid, zorg, milieu - weet om te gaan. Bij een krachtig Europa, dat ook voor hun land weet zeker te stellen wat het Europese integratieproces binnen West-Europa heeft betekend: nl. door het overwinnen van oude grenzen, maar met behoud van nationale identiteit, een veilige context en politieke stabiliteit te scheppen, waarbinnen welvaart kan gedijen.

Dat is niet niks, en het gaat niet vanzelf. Voor hen niet, voor ons niet. Voor verbreding van het Europese integratieproces moeten bergen werk worden verzet aan beide kanten. De Europese Unie is tenslotte niet zomaar een internationale organisatie. Het heeft een interne markt, het vormt een eigen rechtsgemeenschap, het kent een politieke eenwordingsdoelstelling. Voor de kandidaat-lidstaten betekent het overnemen van het hele 'acquis communautaire' van de EU welhaast een extra transformatie bovenop de transformatie die men toch al doormaakt. Tienduizenden pagina's aan wetgeving moeten worden aangepast. En dan gaat het er vervolgens ook nog om die rechtsregels - bijv. op het gebied van milieu - effectief te kunnen toepassen en handhaven. Bestuurlijke instellingen moeten worden verbeterd, uitvoeringsinstanties effectief gemaakt, de rechterlijke macht gemoderniseerd.

Voor de toetreders is er dus veel werk aan de winkel. Ik bewonder hen daarbij om het enthousiasme en doorzettingsvermogen waarmee dat werk wordt ondernomen. Eind dit jaar brengt de Europese Commissie nieuwe voortgangsrapporten uit over alle kandidaat-lidstaten. Op basis daarvan zullen we in Helsinki onder Fins voorzitterschap besluiten nemen over de koers van het uitbreidingsproces. Ik verwacht dat we enkele landen zullen toevoegen aan de rij van kandidaat-lidstaten waarmee we al concrete toetredingsonderhandelingen voeren (Estland, Polen, Hongarije, de Tsjechische Republiek en Slovenië).

Aan onze kant, de 15 huidige EU-lidstaten, ligt er ook nog een hoop te doen, willen we zorgen dat een uitgebreide Unie geen onhandelbaar geheel wordt.

De eerste stap hebben we eind maart gezet op de Europese top van Berlijn. Door het beperkt houden van de uitgavengroei voor de huidige EU-15 voor de komende zeven jaar, is daar voldoende ruimte geschapen om de kosten van een zich uitbreidende Unie te financieren. Bovendien zijn we in Berlijn overeengekomen substantiële middelen apart te zetten voor de directe pre-toetredings- en uitbreidingskosten. De in Berlijn overeengekomen financiële vooruitzichten 2000-2006 zijn overigens ingesteld op een eerste toetreding al in het jaar 2002.

De volgende stap zal worden gezet op de Europese top van volgende week, 3 en 4 juni, in Keulen. Daar zullen we moeten beslissen hoe we de noodzakelijke hervorming van de Europese instellingen en de Europese besluitvorming gaan aanpakken. Ook een uitgebreide Europese Unie moet tenslotte kunnen blijven functioneren, en aan de huidige structuren valt ook om andere redenen een en ander te verbeteren. Het streven is het pakket hervormingsbeslissingen in de tweede helft van het jaar 2000 af te ronden. Op die manier kan deze hervorming, na ratificatie in alle lidstaten, tijdig ingaan voordat uitbreiding plaatsvindt.

Het zijn geen eenvoudige opgaven waarvoor we ons hier gesteld zien. Maar de opgave moet zijn, zeker voor sociaal-democraten, de druk op deze processen te houden, zodat de uitbreiding met voorrang en voorspoed kan plaatsvinden. Het gaat om een historisch belang, voor de veiligheid, democratie en stabiliteit van al onze landen, en om een morele verplichting ten opzichte van de mensen daar.

De meest nabije en verst getransformeerde landen noemde ik al enkele malen. De kandidaat-lidstaten van de EU in het algemeen eveneens. Zij transformeren, met alle moeite en problemen die daarbij horen, soms al relatief voorspoedig. Het gaat dan vooral om wat we Midden-Europa noemen. Het echte Oost-Europa, waar het in alle opzichten een stuk minder gaat, moeten we echter -ook uit eigenbelang- niet uit het oog verliezen. Vanuit Nederland hebben we minder invloed op de ontwikkeling die de betreffende landen doormaken. Maar we werken er hard aan hen niet van ons te vervreemden en ook daar de transformatie te bevorderen. Multilateraal, via bijvoorbeeld de activiteiten waarmee we enkele van hen (zoals Oekraïne) in de Nederlandse kiesgroep bij IMF en Wereldbank vertegenwoordigen, via TACIS-fondsen en Gemeenschappelijke Strategieën van de EU of via partnerschapsrelaties met de NAVO. Maar ook bilateraal, bijvoorbeeld via ons Programma Samenwerking Oost-Europa (PSO), dat een economisch karakter heeft, en via het Maatschappelijke Transformatie (MATRA)-programma van mijn eigen ministerie. Via het MATRA-programma zijn we in Midden- en Oost-Europa actief op allerlei terreinen. Van arbeidstraining voor alleenstaande moeders, moderne overheidsvoorlichting en steun aan milieu-NGO's in Polen, Slowakije of Roemenië, tot steun aan ontwikkeling van KrimTataren of aan vooruitstrevende krachten in Kroatië. Of, om nog een voorbeeld te noemen, gerichte steun met specifieke bedragen aan de activiteiten van dissidenten, de onafhankelijke pers, het Helsinki-comité e.d. in het vergeten Witrusland van Loekasjenko.

De opkomst van nationalisme in een aantal gebieden noemde ik al. Laten we niet vergeten: nationalistische krachten zijn in veel landen vaak al gekalmeerd, politiek geneutraliseerd of anderszins weg-getransformeerd. Zeker, je hoort nog verwerpelijke dingen zeggen: in Hongarije over Slowaken of andersom, In Roemenië over Hongaren, in Letland over Russen, in Polen over joden of in Tsjechië over zigeuners. Maar in veel gevallen is het politiek inmiddels 'not done' om je op dergelijke manieren uit te laten. Politieke leiders kiezen er steeds vaker en bewuster voor om uitingen van nationalisme of anderszins intolerantie tegen te gaan en uit te bannen. Een land als Polen, met een hoofdzakelijk katholieke bevolking en een reactionaire clerus, heeft inmiddels een atheïst als president, een protestant als staatshoofd en iemand van joodse afkomst als minister van buitenlandse zaken. En voor de 'mainstream' vormt dat daar nauwelijks een issue meer. In Estland en Letland is stukje bij beetje de wetgeving t.a.v. statenlozen verbeterd. Idem in Slowakije t.a.v. minderheidstalen. Zo zijn er nog vele voorbeelden.

Meer is mogelijk, wat tien jaar geleden nog niet vanzelfsprekend leek, niet alleen binnen, maar ook tussen landen. Akkoorden zijn gesloten en betrekkingen verbeterd tussen bijvoorbeeld Roemenië en Hongarije, Hongarije en Slowakije, Polen en Litouwen, ondanks alle grensoverschrijdende minderhedenproblematiek en historisch beladen relaties.

Ik ben ervan overtuigd dat het uitzicht op aansluiting bij 'Europa', en bij de instellingen die daarbij horen, zoals EU, de NAVO etc., hierbij vaak een zet in de goede richting heeft gegeven. Preventieve diplomatie van mensen als Max van der Stoel, maar daarbij het perspectief op aansluiting bij het succesvolle Westen, het Europese perspectief via partnerschap of associatie, heeft veel goeds helpen losmaken. In dit licht noemen sommigen, zoals Paul Scheffer, de uitbreiding wel het meest succesvolle buitenlandbeleid van de Europese Unie.

Er zijn stromingen en plaatsen waar het allemaal nog niet gelukt is, en ontzettend veel moeite zal kosten om het nog te laten lukken. Denk aan ex-Joegoslavië, waar enkele machtswellustelingen ter behoud en vergroting van eigen macht de nationalistische geest uit de fles haalden, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Het blijft een drama, dat juist in een staat die eigenlijk altijd meer openheid naar het Westen, een veelal democratischer structuur en een hoger welvaartsniveau kende dan veel andere transformatielanden, dergelijke krachten bovenkwamen en zoveel ellende konden losmaken. Tito's pleidooi voor broederschap heeft nooit meer ingehouden dan het tegen elkaar uitwegen en uitspelen, of simpelweg doodzwijgen van etnische spanningen, zonder de tegenstellingen - van de diverse bevolkingsgroepen zelf uit - te helpen overwinnen. Nadat Tito's systeem het definitief begaf, was de ellende al gauw niet meer te overzien.

Ik hoop dat we ook in de Westelijke Balkanregio na het Kosovo-conflict uiteindelijk een waarlijk integratieproces tot stand zullen kunnen brengen. Een proces dat eenzelfde effect zal moeten hebben als het Europese integratieproces in West-Europa na de Tweede Wereldoorlog tot stand heeft gebracht. Dat klinkt U misschien al te optimistisch in de oren. Maar dat klonk de integratie-oproep van mensen als Monnet of Schuman in West-Europa aanvankelijk ook. En ik geloof niet in de mythe van de 'eeuwig gewelddadige Balkanmensch'. Het is de bedoeling via een Stabiliteitspact al in de richting van een integrale Balkan-aanpak te werken. Het is een proces van lange adem, veel hoop, en veel idealen. Maar zonder dat hebben we het nooit gekund - Europa niet en de sociaal-democratie niet.

Europese integratie vormt een moreel project. Een project met veel haken en ogen, met veel vallen en opstaan. Een project dat niet mag technocratiseren, wil het voor burgers bereiken wat het zich ten doel stelt. Een project dat daarom in de sturende handen van democratische politici moet blijven - sociaal-democraten, naar mijn voorkeur. En net als het sociaal-democratische, mag het Europese project niet tot West-Europa beperkt blijven. Europa is niet af als het niet compleet is. Het moet uitgebreid. Daaraan werken wij nu. Niet alleen vanuit de regering en de rijksoverheid. Maar ook vanuit gemeenten, maatschappelijke organisaties, sociale partners, politieke partijen.

Het boek 'Troubled Transition' geeft voor iedereen die hiermee bezig is, vanuit allerlei organisaties, een schat aan informatie, en doordacht inzicht in de materie. Het vormt niet alleen interessante lectuur, maar ook een nuttig instrument voor het verkrijgen van meer begrip van de situatie ter plaatse. Het geeft reden voor reflectie en debat, maar kan tegelijkertijd als naslagwerk dienen. Het is geschreven over en door sociaal-democraten, maar zal ook voor anderen belangwekkend blijken. Ik zou zeggen: doe er Uw voordeel mee.

© 1998 minbuza@minbuza.nl

Deel: ' Benschop 'Sociaal-democratisch perspectief in Oost-Europa' '




Lees ook