Ministerie van Buitenlandse Zaken


Persbericht 10-09-1999

BEOORDELING VN-ORGANISATIES AANGEBODEN AAN TWEEDE KAMER.

Bericht van Ontwikkelingssamenwerking

De FAO, UNESCO en UNDP zijn onvoldoende effectief als kanaal voor multilaterale samenwerking. Dit blijkt uit een notitie van minister Herfkens aan de Tweede Kamer waarin zij uitspraken doet over de kwaliteit van elf VN-organisaties. De notitie is een belangrijke volgende stap in het streven van de minister om de effectiviteit van de Nederlandse hulp te verhogen.

In de notitie wordt een oordeel gegeven over de kwaliteit van elf VN-instellingen: UNDP, UNFPA, UNICEF, UNAIDS, UNCDF, WFP, FAO, ILO, WHO, UNESCO en IFAD. Uitschieters in positieve zin zijn UNICEF, UNFPA, UNAIDS, UNCDF en WHO.

De organisaties zijn gekozen omdat ze alle een ontwikkelingsrelevant mandaat hebben en de grootste ontvangers van Nederlandse OS-gelden in het VN-systeem zijn, namelijk per organisatie meer dan fl 10 miljoen per jaar aan vrijwillige bijdragen. De appreciaties moeten worden gezien als een momentopname. Vrijwel alle organisaties maken interne hervormingsprocessen door, sommige meer diepgaand dan andere.

De appreciaties van de 11 VN-organisaties komen (eveneens) tegemoet aan de vragen van de Commissie van Zijl over effectiviteit van multilaterale kanalen. De term appreciatie is gekozen om aan te geven dat het geschetste beeld van de beoordeelde organisaties subjectief is. Objectieve gegevens in de vorm van recente onafhankelijke evaluatieresultaten zijn alleen beschikbaar voor WFP, UNCDF en enkele WHO-programma's. Het is in dit stadium dan ook alleen voor deze organisaties mogelijk om uitspraken te doen over de doeltreffendheid of effectiviteit van (onderdelen van) het werk van deze organisaties. Voor de overige organisaties kan op dit moment alleen een appreciatie van de kwaliteit van de organisatie worden gegeven. De appreciaties zijn gebaseerd op informatie afkomstig van de ambassades die mede is gebaseerd op indrukken van ontvangende landen, andere donoren en NGO's. Andere bronnen zijn beschikbaar evaluatiemateriaal, contacten van de Nederlandse Permanente Vertegenwoordigers bij de VN-instellingen, meningen en ervaringen van relevante directies van het departement en ervaringen opgedaan in de beheerslichamen van de VN-instellingen.

Deze notitie over de kwaliteit van VN-kanalen voor ontwikkelingssamenwerking is één van drie notities over de kwaliteit van multilaterale kanalen die zijn toegezegd tijdens de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking in december 1998.Eerder verscheen een notitie over de EU-hulp; een stuk over de internationale financiële instellingen volgt dit najaar.

De VN-organisaties zijn van groot belang voor
ontwikkelingssamenwerking als fora voor overleg en samenwerking en als uitvoerders van projecten en programma's. In deze notities staat de VN als kanaal voor ontwikkelingssamenwerking centraal. Multilaterale hulp is potentieel effectiever dan bilaterale hulp door de schaalvoordelen die ermee kunnen worden bereikt en door de vermindering van de beheerslast en het beslag op de capaciteit van ontvangende landen. Gezien deze comparatieve voordelen moet er meer gebruikt worden gemaakt van de VN-kanalen voor ontwikkelingshulp. Dat kan echter alleen als deze kanalen goed functioneren en dat is niet altijd het geval.

Het beeld dat naar voren komt uit de appreciaties van de kwaliteit van de elf VN-organisaties in deze notitie is wisselend. Alle organisaties hebben een mandaat dat relevant is voor het bereiken van de internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen en voor de Nederlandse OS-doelstellingen. De uitvoering van dat mandaat is echter wisselend van kwaliteit, evenals de kwaliteit van het management en beheer.

Er zijn vier hoofdoorzaken aan te wijzen voor tekortkomingen in het functioneren van de VN-organisaties.


1. inconsistent beleid van de lidstaten. De belangrijkste tekortkomingen in het functioneren van de VN-organisaties zijn terug te voeren op de opstelling van de lidstaten. Er is te weinig consistentie van beleid in eigen huis binnen de lidstaten. Daarnaast lopen uiteraard de standpunten van lidstaten onderling uiteen. Het gevolg is weinig slagvaardige en incoherente aansturing van de organisaties door de bestuursorganen. Inconsistent optreden van lidstaten in de verschillende fora en als donoren op landenniveau bevordert ook overlap en concurrentie zowel tussen de VN-organisaties onderling als tussen de VN en de Wereldbank. Daarnaast moet worden geconstateerd dat jarenlange reële nulgroei van begrotingen en teruglopende bijdragen van donoren inmiddels leiden tot verschraling en verlies van kwaliteit zowel in uitvoering als in management en beheer.


2. Het wereldwijde mandaat voor operationele activiteiten van de VN is achterhaald. Spreiding van de schaarse middelen over te veel landen leidt tot versnippering en ineffectieve hulpprogramma's. Concentratie van middelen op een kleineraantal landen en invoering van criteria voor graduatie van landen die niet langer in aanmerking komen voor hulpprogramma's is dringend nodig.


3. Tekortschietend management van de organisaties. Bij sommige organisaties was of is sprake van tekortschietend management dat resulteert in onvoldoende prioriteitsstelling en inefficiënte inzet van personeel en middelen. Hervormingsmaatregelen die zijn doorgevoerd door de Secretaris-Generaal van de VN alsmede wisselingen in de top van WHO, ILO en zeer recent UNDP bieden uitzicht op verbetering.


4. Te weinig samenwerking. De samenwerking tussen de VN-instellingen en tussen de VN en de Wereldbank moet verbeteren om de effectiviteit van de multilaterale inspanningen te verhogen. Dit laatste vormt onderwerp van een speciaal onderzoek, waarover de Kamer nog apart zal worden geïnformeerd.

Nederland kan op al deze terreinen een bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van het functioneren van de VN-kanalen. In een aantal gevallen kan dat heel gericht en concreet, in andere gevallen gaat het meer om het steunen van veranderingsprocessen van lange adem.

Coòrdinatie begint thuis. Betere afstemming tussen ambassades op landenniveau en het departement, binnen het departement en tussen departementen onderling moet leiden tot consistent beleid in alle fora en op alle niveaus. Financieringsbeslissingen moeten sporen met het beleid. Als lid van deze bestuursorganen zal Nederland zich ook inzetten voor een meer gecoòrdineerde inbreng van gelijkdenkende landen. De Nederlandse ambassades zullen beter worden ingericht om de (samen)werking van de multilaterale organisaties op landenniveau te versterken en te beoordelen.

Concreet zal Nederland zich in de bestuursorganen van de organisaties inzetten om:


1. het aantal landen dat in aanmerking komt voor VN-hulpprogramma's te verminderen door concentratie op lage-inkomenslanden. Hiermee wordt versnippering tegengegaan en invulling gegeven aan de motie Dijksma c.s. voor wat betreft de VN-kanalen;


2. 'mission creep' tegen te gaan door concentratie op kernmandaten;


3. goede afstemming te bevorderen zowel tussen VN-organisaties onderling als tussen de VN en de Wereldbank,onder meer door coalitievorming met gelijkgezinde landen;


4. consistentie te bevorderen tussen beleidsbeslissingen en financieringsgedrag;


5. veranderingsprocessen te steunen in VN-organisaties die de effectiviteit moeten verhogen;


6. waar nodig het principe van reële nulgroei te doorbreken voor organisaties die succesvol hervormen.

Als belangrijke donor van deze organisaties zal Nederland:


1. goed functionerende organisaties blijven steunen met algemene vrijwillige bijdragen of door financiering van partnershipprogramma's;


2. organisaties waar nieuw management een goed programma van hervormingen kan overleggen, steunen, onder meer door een bijdrage te leveren aan transitieteams;


3. vrijwillige bijdragen aan organisaties waarvan de kwaliteit als onvoldoende wordt beoordeeld en waar geen of onvoldoende uitzicht bestaat op verbetering, verminderen of stopzetten;


4. meer aandacht richten op technische assistentieprogramma's, met name in de gespecialiseerde organisaties, onder meer door gerichte financiering;


5. sectorale co-financiering via goed functionerende VN-organisaties bevorderen in de landen waarmee Nederland samenwerkt en waar nog geen directe sectorale begrotingssteun kan worden gegeven;


6. participeren in donorcoòrdinatie met VN-organisaties en coòrdinatie tussen de VN en de Wereldbank op landenniveau actief bevorderen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Peter Knoope van de Directie Voorlichting en Communicatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, tel. 020-6232335 of 06-53960650.

© 1998 minbuza@minbuza.nl

Deel: ' Beoordeling VN-organisaties aangeboden aan Tweede Kamer '




Lees ook