WEMOS

Geneesmiddelen voor ontwikkelingslanden: bescherming patenten van de farmaceutische industrie te ver doorgeschoten

Minister Herfkens van ontwikkelingssamenwerking wil een internationaal fonds in het leven roepen dat de farmaceutische industrie een gegarandeerde afzet biedt voor nieuw te ontwikkelen medicijnen voor de Derde Wereld. Dat maakte de minister bekend op een gastcollege gisteren aan de Amsterdamse Vrije Universiteit (bericht ANP 9/9/99 5:05 pm). Zij gaf tevens aan dat de bescherming van patenten van de farmaceutische industrie te ver is doorgeschoten.

Schrijnende problematiek

Wemos, organisatie voor internationale gezondheidsvraagstukken, is verheugd met meer aandacht voor deze schrijnende geneesmiddelenproblematiek. Nog steeds heeft meer dan eenderde van de wereldbevolking geen toegang tot essentiële geneesmiddelen. Bovendien wordt er door de multinationale farmaceutische industrie niet of nauwelijks in medicijnen voor tropische ziekten geïnvesteerd. Tussen 1975 en 1997 werden 1223 medicijnen op de internationale markt gelanceerd, daarvan waren er slechts 11 bedoeld voor 'tropische ziekten'. De WHO schat dat er wereldwijd ca. 56 miljard dollar aan onderzoek naar geneesmiddelen wordt besteed. Minder dan 10 % van dat bedrag is bedoeld voor ziekten die meer dan 90 % van de wereldbevolking treffen.

Fonds is een riskant idee

Het is echter riskant een fonds in het leven te roepen met de doelstelling een afzetmarkt te garanderen voor geneesmiddelen voor tropische ziekten en daarmee innovatie uit te lokken. Een afzetgarantie is een instrument om een industrie een zekere schaal van productie in het vooruitzicht te stellen. Hiermee kunnen productiekosten verlaagd worden en bedrijven in staat stellen meer te produceren gegeven de prijs die de consument kan betalen. Herfkens lijkt twee vliegen in een klap te willen slaan als ze de afzetgarantie tevens een innovatiestimulerende doelstelling geeft. Het is echter heel goed mogelijk dat de industrie het fonds aanwendt voor reeds ontwikkelde of in ontwikkeling zijnde geneesmiddelen. Publieke investeringen komen dan in de plaats van private, zonder iets toe te voegen in termen van innovatie. Een publiek stimuleringsfonds zou tevens gebaseerd moeten zijn op transparantie aan de ontvangende kant over de hoogte en samenstelling van de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling. De wolk van geheimzinnigheid waarin de industrie zich op dit punt hult strookt niet met deze voorwaarde. Het ontbreken van transparantie komt de industrie goed uit, en is een hoofdprobleem voor het op te richten stimuleringsfonds. Het is dan ook de vraag hoe groot het fonds moet worden, welke prijs per geneesmiddel betaald moet worden en wie het fonds gaat beheren.

Productie in de landen zelf

Er is nog een ander, misschien belangrijker, argument om te twijfelen aan de innovatiestimulerende werking van een dergelijk nieuw fonds. Bedrijven hebben in het algemeen behoefte aan innovatie om de concurrentie een stap voor te blijven, en koopkrachtige en veeleisende consumenten tevreden te stellen. In dit verband is het zinvoller te denken langs de tweede lijn van Herfkens' betoog, dat de bescherming van de farmaceutische industrie te ver is doorgeschoten ten koste van productie van medicijnen in arme landen. Beleid gericht op vergroting van locale productie in ontwikkelingslanden, voor lagere kosten en meer concurrentie, en bevordering van joint ventures, met het oog op eerlijke technologie-overdracht en innovatie, is effectiever en minder riskant en kostbaar dan het fonds.

Daarnaast zou de minister kunnen denken aan het steunen van reeds bestaande onderzoeksfondsen, zoals het 'Roll back malaria' initiatief dat gecoördineerd wordt door de WHO. Onlangs is er een weesgeneesmiddelenbepaling aangenomen door het Europese parlement (de 'Orphan Drugs Act'). De Minister zou er bij haar collega's op aan kunnen dringen fondsen aan te wenden voor onderzoek naar therapieën voor tropische ziekten onder deze nieuwe bepaling.

Octrooien doorgeschoten

De Minister krijgt van Wemos gelijk als zij vindt dat de bescherming van octrooien te veel is doorgeschoten. Door octrooibescherming zijn en zullen nieuwe medicijnen voor tropische ziekten lange tijd onbereikbaar zijn voor grote delen van de bevolking in arme landen. Een behandeling met een groep AIDS medicijnen kost al gauw 25 duizend gulden per jaar. Het BNP per HIV-geïnfecteerde is in Zuid-Afrika circa 90 duizend gulden (vergelijk VS ca. 20 miljoen en Nederland ca. 50 miljoen gulden).

De internationale farmaceutische industrie vindt dat bescherming door octrooien noodzakelijk is voor innovatie voor 'tropische medicijnen' vanwege piraterij in arme landen. Gezien de historie van de in het Westen gebaseerde multinationale farmaceutische industrie die zo weinig geneesmiddelen ontwikkelt voor tropische ziekten, en voornamelijk het gebrek aan koopkracht in ontwikkelingslanden is dat zeer onwaarschijnlijk. Octrooien op medicijnen en daardoor geen toegang voor het grootste deel van de bevolking van Zuid-Afrika is momenteel het onderwerp van een handelsconflict met de Verenigde Staten. Onder grote politieke druk vanuit de VS heeft de Zuid-Afrikaanse gezondheidsminister Dr. Tshabala-Msimang gisteren een nieuwe geneesmiddelenwet moeten terugtrekken voor wijziging. De bedoeling van de wet is geneesmiddelen toegankelijker te maken voor grote delen van de Zuid-Afrikaanse bevolking door locale productie te stimuleren van bijvoorbeeld belangrijke nieuwe medicijnen tegen HIV/AIDS, en daarnaast ook import uit landen met goedkope medicijnen toe te staan. De uitkomst van het conflict zal van grote invloed zijn op besluitvorming over octrooibescherming op wereldhandelsniveau (WTO).

Deel: ' Bescherming patenten farmaceutische industrie doorgeschoten '




Lees ook