Provincie Groningen


Groningen, 23 april 1999 Persbericht nr. 85

Bescherming van poelen, dobben en petgaten

Halverwege april gaan onderzoekers van het bureau Natuurbalans voor het tweede achtereenvolgende jaar het veld in om het voorkomen van amfibieen, reptielen en libellen in en rond poelen, dobben en petgaten te onderzoeken. Vorig jaar hebben ze basisgegevens vastgelegd; dit komende jaar zullen ze de ontwikkelingen van de fauna meten.

Poelen, dobben en petgaten zijn kleine wateren die van groot belang zijn als biotoop voor vele plant- en diersoorten. Zij zijn vooral belangrijk als voorplantingsgebied en voedsel- en overwinteringsgebied voor amfibieen en reptielen. Bovendien vormen ze een belangrijke bijdrage aan de aardkundige en cultuurhistorische waarde van het Groninger landschap. Helaas staan ze bloot aan een groot aantal bedreigingen. Door onder meer schaalvergroting, verandering in grondgebruik, waterpeilverlaging, vermesting, vuilstort en het achterwege blijven van onderhoud zijn veel van deze elementen verdwenen. In nog bestaande elementen zijn de van oudsher voorkomende bijzondere planten en dieren zoals Waterviolier, Heikikker en Rugstreeppad verdwenen of zeer zeldzaam geworden vanwege verlanding of verwaarlozing.

De provincie Groningen stimuleert het herstel en onderhoud van poelen, dobben en petgaten in de milieubeschermingsgebieden en heeft de Stichting Landschapsbeheer hiervoor ingeschakeld. Zij houden zich bezig met opschonen, uitbaggeren, riet maaien en het ruimen van afval, met het doel de natuur- en landschapswaarden van deze elementen te verbeteren.

Om na te gaan of die verbetering ook inderdaad wordt bereikt is een monitoringsonderzoek opgezet. Vorig jaar zijn meer dan 300 poelen, dobben en petgaten in het Zuidelijk Westerkwartier, Gorecht en Westerwolde 2 keer onderzocht op het voorkomen van amfibieen, reptielen en libellen. Deze kleine wateren blijken over het algemeen niet zo soortenrijk meer te zijn. Er zijn zeven amfibiesoorten gevonden en twee reptielsoorten. De Bruine kikker is de meest algemene soort en komt voor in de helft van de wateren. De Kleine watersalamander is de tweede meest algemene soort en komt voor in een derde van de wateren. Gorecht is nog het meest soortenrijke gebied en is het woongebied van de bedreigde Heikikker, Poelkikker, Ringslang en Adder. Twee soorten, die uit het verleden wel bekend zijn van deze gebieden, namelijk Kamsalamander en Knoflookpad zijn niet gevonden.

De resultaten van dit basisonderzoek vormen het uitgangspunt voor het monitoringsonderzoek dat vanaf dit jaar zal starten. Het doel van dit monitoringsonderzoek is om de effectiviteit van de ingezette middelen te evalueren. Ieder jaar zullen 52 meetpunten worden bezocht. Het gaat om wateren waar de Stichting Landschapsbeheer onderhoud uitvoert. De verwachting is dat de amfibien, reptielen en libellen zich door het onderhoud en herstel beter kunnen ontwikkelen.



Voor meer informatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met: Wim Trip, afdeling bestuurscontacten , tel. 050 3164129 of Stichting Landschapsbeheer Groningen, Jacqueline de Milliano, tel. 050 5345199

Deel: ' Bescherming poelen, dobben en petgaten in Groningen '




Lees ook