Ministerie van Financien

Titel: BTW-tarieftoepassing ten aanzien van veevoeders



Aan:

Belastingdienst/Centrum voor kennis en communicatie

Postbus 18200

3501 CE UTRECHT

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

VB99/615

1 april 1999

Onderwerp

BTW-tarieftoepassing ten aanzien van veevoeders

De plaatsvervangend Directeur-Generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

1. De in het Voorschrift Tabel I opgenomen toelichting op post a 44 (stro en veevoeders) is met ingang van 1 april 1999 als volgt gewijzigd (de gewijzigde passages zijn aangegeven door middel van een verticale streep in de marge):

Post A 44

§ 1. Inhoud van de post

De tekst van post a 44 luidt:

stro en veevoeders;

§ 2. Stro

Onder stro wordt tevens begrepen erwten- en bonenstro.

Bladriet, een product van de rietcultuur dat door bloembollenkwekers als afdekmateriaal wordt gebezigd kan niet als stro worden aangemerkt. Ook zaagsel, papierslib/-pulp, houtvezel en boomschors, zijnde producten welke onder meer worden aangewend als strooisel in ligboxenstallen en dergelijke, vallen niet onder de post.

§ 3. Veevoeders

Veevoeders zijn de voor vee bestemde voedermiddelen (zie paragraaf 4) en mengvoeders (zie paragraaf 5) zoals die zijn gedefinieerd in de Verordening PDV Diervoeders 1998, die met ingang van 1 juli 1998 in werking is getreden. Deze Verordening is vastgesteld door het Productschap Veevoeder en is gebaseerd op de Richtlijn 96/25/EG van 29 april 1996.

De in de Verordening PDV Diervoeders 1998 genoemde bijzondere stikstofhoudende producten, de toevoegingsmiddelen en de voormengsels vallen niet onder de post, omdat deze producten in de Verordening noch als voedermiddel noch als mengvoeder zijn aangemerkt.

De voor vee bestemde voedermiddelen en mengvoeders zijn te herkennen aan de hand van de op de verpakking aangebrachte etikettering dan wel de in de begeleidende documenten opgenomen presentatie.

§ 4. Voedermiddelen

Onder voedermiddelen worden verstaan: producten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, de afgeleide producten van de industriële verwerking ervan, alsmede organische en anorganische stoffen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd om te worden gebruikt voor vervoedering, hetzij als zodanig, hetzij na bewerking, voor de bereiding van mengvoeders of als dragers bij voormengels.

De ondernemer is verplicht bij het in verkeer brengen van voedermiddelen het woord voedermiddel, alsmede andere informatie, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar op of aan de buitenzijde van de verpakking of recipiënt aan te brengen, of op een begeleidend document te vermelden. Uitgangspunt bij deze etiketteringsvoorschriften is, dat de kopers en gebruikers van de voedermiddelen de nodige juiste en zinvolle informatie moeten krijgen over met name de gehalten aan analytische bestanddelen die een rechtstreeks effect hebben op de kwaliteit van het voedermiddel.

Deel B van de Verordening PDV Diervoeders 1998 bevat een niet-limitatieve lijst van de belangrijkste in de EU gebruikte voedermiddelen. Deel B is als bijlage 3 bij dit Voorschrift opgenomen.

§ 5. Mengvoeders

Onder mengvoeders worden verstaan: mengsels van voedermiddelen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd voor vervoedering in de vorm van volledige diervoeders of aanvullende diervoeders. Mengvoeders worden onderverdeeld in:

- volledige diervoeders,

- aanvullende diervoeders,

- mineraalmengsels,

- kunstmelkvoeders,

- melassevoeders en

- dieetvoeders.

De ondernemer is verplicht bij het in verkeer brengen van de mengvoeders onder andere de volgende informatie op of aan de buitenzijde van de verpakking of recipiënt aan te brengen, of ingeval de mengvoeders in losgestorte vorm in het verkeer worden gebracht op een begeleidend document te vermelden: * de benaming volledig diervoeder, aanvullend diervoeder, mineraal-mengsel, melassevoeder, volledig kunstmelkvoeder, aanvullend kunstmelkvoeder, volledig dieetvoeder, aanvullend dieetvoeder, mineraal dieetvoeder al naar gelang het geval; * de diersoort of categorie dieren waarvoor het mengvoeder bestemd is, met dien verstande dat het is toegestaan de hiervoor opgesomde benamingen in combinatie met de diersoort te gebruiken; * de gebruiksaanwijzing.

§ 6. Diverse producten

Voedermiddelen voor gezelschapsdieren vallen niet onder de post. Onder gezelschapsdieren worden verstaan: dieren behorend tot de soorten die normaal door de mens worden gehouden en gevoederd, maar niet gegeten, met uitzondering van dieren die dienen voor de productie van pelzen. (Meng)voeder voor honden, katten, hamsters, marmotten, muizen, enz. kan derhalve niet onder de post worden ingedeeld.

(Meng)voeders voor konijnen, paarden en pelsdieren (bijv. nertsen en zilvervossen) vallen wel onder de post.

Duivenvoeder dat is samengesteld uit granen en peulvruchten valt onder de post, ook indien daaraan een weinig oliehoudend zaad (maximaal 5%) is toegevoegd. Duivensnoepzaad, zijnde voeder dat ongeveer 25% oliehoudend zaad bevat, is onderworpen aan het algemene tarief.

Voeder voor andere vogels dan kippen, kalkoenen, enz. en duiven, zoals bijvoorbeeld voeder voor parkieten en kanaries, valt slechts onder de post voor zover dit voeder voor minimaal 95% uit granen en voor maximaal 5% uit oliehoudende zaden bestaat. In alle andere gevallen is het voeder voor parkieten, kanaries, en dergelijke aan het algemene tarief onderworpen.

(Meng)voeders voor vogels in de vrije natuur en voer voor fazanten, die gefokt worden met het oog op de latere uitzetting in de natuur, kunnen niet onder de post worden gerangschikt.

Visvoeder wordt naar maatschappelijke opvattingen niet als veevoeder in de zin van deze post beschouwd. Indien en voor zover visvoederprodukten zijn te rangschikken onder post a 2 (granen en peulvruchten die niet zijn te rangschikken onder post 1) is ter zake van de levering van deze producten het verlaagde tarief van toepassing.

Kuilvoerbewaarmiddelen vallen niet onder de post; deze producten worden niet als zodanig worden aangewend ten behoeve van de voedering van vee. Hetzelfde geldt voor inkuilmiddelen (Hoge Raad 28 oktober 1992, nr. 28 627).

Melasse en vinasse hebben een multifunctioneel karakter: deze producten zijn als kuilvoerbewaar- en inkuilmiddel (17,5%-tarief) aan te wenden, maar ook als voedermiddel en mengvoeder voor vee (6%-tarief). De specifieke aanwending van deze producten blijkt uit de presentatie op de verpakking of de vermelding in het begeleidend document.

Maagkiezel voor pluimvee, een product dat bestaat uit grind dat is gewassen, gedroogd, gebroken, geschoond en daarna op de juiste grootte is gesorteerd en dient voor de bevordering van de spijsvertering van kippen en kuikens, kan onder de post worden gerangschikt. Het verlaagde tarief geldt mede ten aanzien van mengsels van aan dat tarief onderworpen grit en maagkiezel, eventueel met toevoeging van gemalen roodsteen. Indien een zodanig mengsel als "duivengrit" wordt gepresenteerd, bestemd voor de bevordering van de spijsvertering en de skelet- en eivorming van duiven, bestaat geen bezwaar tegen toepassing van het verlaagde tarief.

Grit (gebrande en fijngemalen schelpen) dat ter bevordering van de schaalvorming van de eieren aan kippen ter voedering pleegt te worden gegeven, kan onder de post worden gerangschikt.

Afvalvis (beschadigde of bedorven vis), visafvallen (zoals afvallen verkregen in visconservenfabrieken bij het verwerken van vis) en op visveilingen doorgedraaide vis, die onder meer aan eendenfokkers worden geleverd, kunnen tot nader onder de post worden ingedeeld.

§ 7. Terbeschikkingstelling van silo's aan afnemers

Groothandelaren in kunstmeststoffen en mengvoeders, leveren in een aantal gevallen hun producten "los gestort" aan hun afnemers. Deze wijze van leveren maakt de aanwezigheid van een silo waarin de bedoelde producten kunnen worden gestort op het terrein van de afnemers noodzakelijk. Een dergelijke silo wordt veelal door de desbetreffende groothandelaar ter beschikking gesteld van de afnemer. Deze terbeschikkingstelling geschiedt in de meeste gevallen door de afgifte van de silo in bruikleen om niet voor een bepaalde periode, terwijl na afloop van die periode de silo in eigendom overgaat op de afnemer, hetzij zonder meer, hetzij tegen betaling van de residuwaarde van de silo. De afnemer verplicht zich daartegenover gedurende de bruikleenperiode een zekere hoeveelheid kunstmeststoffen of mengvoeders van de desbetreffende groothandelaar te betrekken tegen de voor levering in zakken geldende (hogere) prijs.

Vorenbedoeld prijsverschil dient te worden aangemerkt als een vergoeding voor de terbeschikkingstelling van de silo. Om praktische redenen is het de desbetreffende groothandelaren toegestaan omzetbelasting naar het verlaagde tarief te voldoen over de totale prijs die aan de afnemer in rekening wordt gebracht bij de levering van kunstmeststoffen of mengvoeders, mits ter zake van de voorafgaande terbeschikkingstelling van de silo omzetbelasting wordt voldaan naar een percentage dat het verschil vormt tussen het algemene en het verlaagde tarief en dat wordt toegepast op het via de prijs van de producten voor de terbeschikkingstelling van de silo in totaal in rekening te brengen bedrag. Voor de in de vergoeding begrepen rentekosten wordt verwezen naar de Regeling inzake kredietverlening, Besluit van 30 juni 1997, nr. VB 97/1567. In voorkomende gevallen dient ter zake van de terbeschikkingstelling van de silo een factuur te worden uitgereikt waarop de evenbedoelde maatstaf van heffing met betrekking tot de terbeschikkingstelling van de silo alsmede de ter zake verschuldigde omzetbelasting zijn vermeld.

2. Met de hiervoor gegeven richtlijnen kan vanaf 1 juli 1998 rekening worden gehouden, voor zover de heffing van omzetbelasting nog niet onherroepelijk is komen vast te staan.

Het Besluit van 29 april 1994, nr. VB 94/1460 (Mededeling 19), wordt met ingang van 1 april 1999 ingetrokken.

DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,

namens deze,

DE PLV. DIRECTEUR-GENERAAL DER BELASTINGEN,

Deel: ' Besluit BTW-tarieftoepassing ten aanzien van veevoeders '




Lees ook