Ministerie van Financien

Titel: Buitengewonelastenaftrek kosten levensonderhoud na wetswijziging 1997: geldkoerier

Buitengewonelastenaftrek kosten levensonderhoud na wetswijziging 1997: geldkoerier

Besluit van 2 juli 1999, nr. DB1999/2116 M.

De plaatsvervangend directeur-generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.


1. Inleiding

Vanaf 1 januari 1997 is aftrek voor uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud van naaste verwanten volgens artikel 46, eerste lid, onderdeel a, 2° van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet) nog slechts mogelijk indien de uitgaven met schriftelijke bescheiden worden aangetoond en in geld of in geldeenheden andere dan de gulden worden gedaan.

Met ingang van genoemde datum is naast de invoering van een maximum aftrek (10 % van het onzuivere inkomen) dus ook de bewijslast verzwaard.

In verband met deze wetswijziging is mij gevraagd of vanaf 1997 aftrek mogelijk is in een situatie, zoals geschetst onder punt 2 (Casus).

Om de eenheid van beleid met betrekking tot de fiscale behandeling van dergelijke gevallen te bevorderen, geef ik onder punt 3 mijn standpunt weer.


2. Casus

Een belastingplichtige ondersteunt een naaste verwant in het buitenland. De ondersteunde behoort tot de kring der verwanten waarvoor (in beginsel) aftrek mogelijk is. Belastingplichtige heeft het geld echter niet rechtstreeks overgemaakt aan de te ondersteunen verwant, maar heeft een geldbedrag meegegeven aan een kennis (geldkoerier) die dit bedrag heeft overhandigd aan de te ondersteunen verwant in het buitenland.

Belastingplichtige kan een verklaring van de geldkoerier overleggen, inhoudende dat hij voor de bewuste belastingplichtige een geldbedrag heeft meegenomen ten behoeve van de desbetreffende verwant in het buitenland. Daarnaast heeft de ondersteunde verwant een verklaring ondertekend dat hij het geldbedrag heeft ontvangen.

In deze casus staat voorts de dringende morele verplichting van belastingplichtige om de bewuste verwant te ondersteunen niet ter discussie.


3. Standpunt aftrek uitgaven levensonderhoud

Volgens de Memorie van Toelichting (hierna: MvT) op de onder punt 1 genoemde wetswijziging (Wet van 13 december 1996, Kamerstukken 25 051, nr. 3) kunnen betalingen die belastingplichtigen doen ter ondersteuning van hun verwanten slechts dan in aanmerking worden genomen wanneer deze zijn gedaan op voor de belastingdienst redelijkerwijs te controleren wijze, zoals door bankoverschrijvingen ten name van de persoon die wordt ondersteund of per internationale postwissel.

Ik ben daarom van mening dat aftrek van kosten levensonderhoud, in de onder punt 2 geschetste casus, niet mogelijk is. Dit geldt uiteraard ook in andere vergelijkbare situaties, met name waarin de geldkoerier in een niet-zakelijke relatie staat tot de belastingplichtige.


4. Uitgaven in natura

In dit verband wijs ik nog op de mogelijkheid om - ingevolge het zestiende lid van artikel 46 van de Wet (tekst 1997) - landen aan te wijzen, waarmee de aftrek van uitgaven in natura (bijvoorbeeld voedselpakketten) ten behoeve van in deze landen wonende verwanten mogelijk wordt. Deze aanwijsbevoegdheid is onder andere bedoeld voor landen waarmee geen bancair verkeer mogelijk is. Met een eventuele aanwijzing kan echter niet worden bereikt dat de aan de geldkoerier meegegeven bedragen voor aftrek in aanmerking komen.


5. Hardheidsclausule

Mede gelet op de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever pleeg ik in de onder punt 2 en 3 genoemde gevallen ook verzoeken om toepassing van de hardheidsclausule (artikel 63 Algemene wet inzake rijksbelastingen) af te wijzen.

Verzoeken om hogere bedragen in aanmerking te mogen nemen dan 10 % van het onzuivere inkomen kunnen evenmin worden ingewilligd.

Zoekwoorden:

Deel: ' Besluit Buitengewonelastenaftrek kosten levensonderhoud '




Lees ook