Dienst uitvoering en toezicht Electriciteitswet

BESLUIT

Besluit van de directeur Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet als bedoeld in artikel 24b, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998.

Zaaknr.:001/APX

I AANVRAAG


1. Op 19 juli 1999 heeft de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet (hierna: directeur DTe) een aanvraag ontvangen ten einde te besluiten dat capaciteit voor het transport van elektriciteit bij voorrang wordt bestemd voor de Amsterdam Power Exchange NV (hierna: APX) in de zin van artikel 24b, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998. Van de aanvraag is mededeling gedaan in Staatscourant 138 van 22 juli 1999.

II AANVRAGER


2. De APX is een naamloze vennootschap en heeft als aandeelhouders een groot aantal marktpartijen. De APX is een elektriciteitsbeurs, gericht op het samenbrengen van vraag en aanbod op de "day-ahead" spotmarkt. Dit is de markt voor dagelijkse handel in elektriciteit die de dag daarop (gespecificeerd per uur van de dag) fysiek geleverd wordt. De spotmarkt ziet op contracten met een looptijd van minimaal één klokuur en maximaal één kalenderdag. De prijzen die op deze markt tot stand komen vormen de basis voor de zogenaamde APX-index. Zowel binnenlandse als buitenlandse partijen verhandelen elektriciteit op deze day-ahead beurs. Te denken valt hierbij aan een aantal Nederlandse elektriciteitsbedrijven en buitenlandse marktpartijen als Electrabel NV, Enron Capital & Trade Resources Limited, Vattenfall AB, VEW Energie AG en PreussenElektra AG. De APX treedt bij de totstandkoming van de contracten op als intermediair en is de rechtspersoon die jegens de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet (hierna: TenneT B.V.) fungeert als de importerende partij.

III INHOUD VAN DE AANVRAAG


3. De aanvraag heeft betrekking op het bij voorrang bestemmen van transportcapaciteit op de internationale verbindingen voor de APX, met een richtwaarde van 250 Megawatt (hierna: MW) voor de tijdsperiode van 22 augustus 1999 tot en met 31 december 1999, waarvan de handel plaatsvindt van respectievelijk 21 augustus 1999 tot en met 30 december 1999. Tevens wordt verzocht om voorrang in die zin, dat de bij voorrang bestemde transportcapaciteit voor de APX onherroepelijk wordt en derhalve niet meer geannuleerd kan worden na 10.00 uur `s morgens van de dag waarop de handel plaatsvindt, tot en met de fysieke levering de volgende dag.

IV REACTIES VAN DERDEN


4. Naar aanleiding van de mededeling in de Staatscourant zijn zienswijzen van derden naar voren gebracht. Zie hierover punt 17 van dit besluit.

V TOEPASSELIJKHEID VAN HET TOEZICHT DOOR DE DIENST UITVOERING EN TOEZICHT ELEKTRICITEITSWET


5. Artikel 24a, eerste lid, onder c, van de Elektriciteitswet 1998 bepaalt dat het de netbeheerder verboden is capaciteit op het door hem beheerde net bij voorrang te bestemmen voor een verzoeker, tenzij dit strekt ter uitvoering van een besluit van de directeur DTe als bedoeld in artikel 24b, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998. Artikel 24b, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 bepaalt dat de directeur DTe op aanvraag kan besluiten dat capaciteit voor het transport van elektriciteit tot een door hem te bepalen omvang en voor een door hem te bepalen tijdsduur bij voorrang wordt bestemd voor door hem aan te geven verzoekers om transport van elektriciteit, indien 1) de aanvraag betrekking heeft op een landgrensoverschrijdend net als bedoeld in artikel 16, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 of 2) het bij voorrang bestemmen van capaciteit voor het transport van elektriciteit bijdraagt aan een goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt.


6. De bovengenoemde aanvraag heeft geen betrekking op een landsgrensoverschrijdend net als bedoeld in artikel 16, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998. Om in aanmerking te komen op de uitzondering van het verbod als genoemd in artikel 24a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, dient de aanvraag derhalve te voldoen aan het vereiste in de zin van artikel 24b, eerste lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998. Dit houdt in dat honorering van de aanvraag dient bij te dragen aan de goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt.


7. Artikel 24b, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 bepaalt dat bij het nemen van het besluit de directeur DTe voorwaarden en tarieven voor het transport van elektriciteit kan vaststellen die afwijken van de voorwaarden en tarieven, vastgesteld op grond van de artikelen 26e en 27a van de Elektriciteitswet 1998.

VI BEOORDELING

Wettelijke context


8. Op 1 augustus 1998 is de Elektriciteitswet 1998 gedeeltelijk in werking getreden. Het aanvullend wetsvoorstel Elektriciteitswet 1998 is op 1 juli 1999 in werking getreden, waardoor de Elektriciteitswet 1989 in zijn geheel is komen te vervallen. Op grond van artikel 16, tweede lid, onder c, van de Elektriciteitswet 1998 dient de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet met behulp van dit net ten behoeve van derden transport van elektriciteit uit te voeren, voor de uitvoer van die elektriciteit vanuit Nederland naar een afnemer of leverancier in het buitenland, dan wel voor de invoer van die elektriciteit vanuit het buitenland naar een afnemer of leverancier in Nederland. Artikel 26, eerste lid, onder a, van de Elektriciteitswet 1998 is eerst op 1 juli 1999 in werking getreden. Dit artikel regelt dat het voorstel omvattende de wijze waarop netbeheerders en afnemers alsmede netbeheerders zich jegens elkaar gedragen ten aanzien van, onder meer, het uitvoeren van transport van elektriciteit over het net, ter vaststelling aan de directeur DTe dient te worden voorgelegd.

Allocatieprocedure voor het jaar 1999


9. De beheerder van het landelijk hoogspanningsnet (hierna: TenneT) heeft, bij het eertijds ontbreken van de bevoegdheid van de directeur DTe, voor 1999 onder eigen verantwoordelijkheid en ter uitvoering van de door artikel 16, tweede lid, onder c, van de Elektriciteitswet 1998 aan hem toebedeelde taak een regeling voor capaciteitsverdeling uitgevaardigd.

10. Voor 1999 heeft TenneT de beschikbare importcapaciteit op de volgende wijze aan partijen toegedeeld:

soort contract:

capaciteit
UCTE-reservering

300 MW
meerjarige contracten

1550 MW
jaarcontracten

1150 MW
spotcontracten: bilateraal

250 MW
beurs

250 MW
totaal

3500 MW

11. De directeur DTe heeft geen reden gezien noch het wenselijk geacht ambtshalve in te grijpen in deze door TenneT gehanteerde allocatie(procedure) voor de transportcapaciteit op de internationale verbindingen voor 1999.

Annuleringssystematiek
12. Van de allocatieprocedure moet onderscheiden worden de annuleringssystematiek. Wanneer zich transportbeperkingen voordoen die een reductie van de beschikbare importcapaciteit met zich meebrengen, wordt volgens de huidige door TenneT gehanteerde annuleringssystematiek de beschikbare capaciteit voor spotcontracten als eerste verminderd, daarna worden de jaarcontracten gekort en als laatste de meerjarige contracten. Deze annuleringssystematiek wordt ook gehanteerd wanneer de transportcapaciteit reeds aan de spotcontracten is toegewezen. Achtergrond van de aanvraag
13. Aan de APX staat thans 250 MW aan importcapaciteit ter beschikking (zie punt 10 van dit besluit). Afgezien het feit dat deze importcapaciteit volgens de APX vrij gering is, wordt deze capaciteit ook nog als laatste aan de APX toegewezen en, indien er capaciteitsreducties noodzakelijk zijn, leidt de toegepaste annuleringssystematiek als eerste tot vermindering van de voor de APX beschikbare capaciteit. Dit laatste heeft geleid tot het op sommige dagen op het laatste moment niet aanwezig zijn van capaciteit voor de APX. Bovendien heeft zich de situatie voorgedaan dat na het afsluiten van de spotcontracten de capaciteit alsnog verviel als gevolg van de toegepaste annuleringssystematiek waardoor contracten dienden te worden geannuleerd, hetgeen vanwege het karakter van de APX tot grote problemen heeft geleid. De APX is hierdoor negatief in het nieuws gekomen en de geloofwaardigheid van de APX werd door verschillende marktpartijen in twijfel getrokken. De annuleringssystematiek blijkt derhalve nadelig voor de APX uit te werken, in die zin dat de aan de APX toegewezen transportcapaciteit op elk moment vanwege onvoorziene transportbeperkingen verminderd kan worden, terwijl meerjarige contracten pas als laatste worden geannuleerd. De APX geeft aan dat, wanneer de onzekerheid ten aanzien van de voor de APX beschikbare importcapaciteit wordt weggenomen, het voor kleinere marktpartijen gemakkelijker wordt om aan de APX spotmarkt deel te nemen, omdat de daarmee gepaard gaande risico's, die juist voor de kleinere partijen zwaar kunnen wegen, worden weggenomen. Ook geeft de APX aan dat de liquiditeit van de beurshandel zal toenemen, aangezien de risicopremies nagenoeg wegvallen. De APX voorziet tevens positieve gevolgen voor de afgeleide markten, zoals handel in futures, opties en swaps.

European Power Daily, Volume 1, Issue 33 - 7 juni 1999.

Openbare voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
14. De Elektriciteitswet 1998 verplicht de directeur DTe niet tot toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De directeur DTe achtte de openbare voorbereidingsprocedure echter noodzakelijk om te komen tot een zorgvuldige voorbereiding van het besluit dat ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht vereist is. De aanvraag heeft derhalve gedurende vier weken ten kantore van DTe ter inzage gelegen. Van het besluit tot ter inzage legging is mededeling gedaan in Staatscourant 138, van 22 juli 1999. Daarbij zijn tevens belanghebbenden gewezen op de mogelijkheid hun zienswijze naar voren te brengen.

Bijdrage aan de goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt Opvattingen van de aanvrager
15. De directeur DTe dient de aanvraag te toetsen aan de bijdrage die de gevraagde maatregel levert aan de goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt. Aanvrager heeft een nadere onderbouwing ten aanzien van deze bijdrage aan de goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt gegeven. Aanvrager stelt dat het bij voorrang bestemmen van importcapaciteit voor de APX bijdraagt aan een goede betrouwbaarheid, verminderde risico's en een juiste prijsvorming van de dagelijkse APX spotmarkt en daarvan afgeleide markten, en daarmee aan een transparante markt. Aanvrager stelt voorts dat het bij voorrang bestemmen van importcapaciteit voor de APX voor marktpartijen vermindering van de risico's van deelname inhoudt. Dit heeft volgens aanvrager twee soorten positieve gevolgen. Ten eerste heeft dit positieve gevolgen voor de toegang tot en kwaliteit van de dagelijkse spotmarkt zelf. Wanneer aan een op de APX gesloten contract geen risicopremie meer is verbonden, zou dit de liquiditeit van de beurshandel doen toenemen. Ook zou het voor kleinere marktpartijen gemakkelijker worden om aan de APX spotmarkt deel te nemen, omdat de daarmee gepaard gaande risico's zijn weggenomen. Aanvrager wijst onder andere op het feit dat een betrouwbare volumetoewijzing het totale marktvolume kan bevorderen aangezien importen en exporten kunnen worden gesaldeerd, waardoor een omvangrijk handelsvolume kan plaatsvinden binnen een beperkte transportcapaciteit.
Ten tweede stelt aanvrager dat dat bij voorrang voor capaciteitsreservering voor de APX positieve gevolgen heeft voor afgeleide markten, waarmee aanvrager doelt op derivaten op basis van de APX spotmarkt, zoals futures, opties en swaps. Deze derivaten worden reeds nu al gebaseerd op de APX spotprijs. Aanvrager is van mening dat dit leidt tot een beter risicomanagement en het totstandkomen van een zelfstandige markt voor financiële risicobeheersing. Dit zou volgens aanvrager belangrijk zijn voor marktpartijen, voor de onafhankelijke handelaren die nieuwe diensten aanbieden, en ook voor de beurshandel zelf. Voorts stelt aanvrager dat de huidige risico's in de APX spotmarkt als gevolg van onzekerheid in de importcapaciteit impliceren dat in alle afgeleide producten de risicofactor optreedt, hetgeen sterk belemmerend werkt voor de totstandkoming van deze producten en markten. Een voldoende verzekerde importcapaciteit zou de risico's verminderen en vergemakkelijkt daarmee de totstandkoming van een zelfstandige markt voor financiële risicobeheersing. Volgens aanvrager komt hierdoor uiteindelijk ook een georganiseerde beurshandel in elektriciteitsfutures eerder binnen bereik.

16. Beoordeling door de directeur DTe

a. Het doet voor de beoordeling van de aanvraag niet ter zake dat het bij voorrang bestemmen van importcapaciteit de APX spotmarkt zelf ten goede komt, zoals aanvrager een aantal malen stelt. Wel is van belang de invloed die een goede ontwikkeling van de APX spotmarkt heeft op de marktwerking op de Nederlandse elektriciteitsmarkt. De directeur DTe is met aanvrager van mening dat transparantie op de markt de marktwerking ten goede komt. Dat de APX spotmarkt deze transparantie kan bieden, valt af te leiden uit het feit dat de APX spotmarkt een transparante prijsvorming kent, waarbij de prijs op uurbasis dagelijks via internet gepubliceerd wordt. Deze prijs kan als referentieprijs dienen voor bilaterale contracten en draagt bij aan de goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt. b. De directeur DTe heeft begrepen dat een verzekerde importcapaciteit vermindering van de risicopremie's ten gevolge heeft. Door de toegenomen zekerheid van de beschikbaarheid van de transportcapaciteit wordt het ook voor kleinere marktpartijen aantrekkelijk om toe te treden tot de handel op de APX spotmarkt. De directeur DTe is van mening dat ook dit bijdraagt aan de goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt.
c. Door de transparante prijsvorming en de bijzondere functie onderscheidt de APX spotmarkt zich van marktpartijen die op bilateraal niveau op de elektriciteitsmarkt opereren. Aanvrager stelt dat honorering van de aanvraag de handel in derivaten op basis van de APX spotmarkt kan bevorderen. Deze handel in derivaten zal, naar de mening van de directeur DTe, eveneens bijdragen aan de ontwikkeling van een volwassen Nederlandse elektriciteitsmarkt, omdat de in andere markten gebruikelijke financiële contracten voor risicospreiding dan ook voor de elektriciteitsmarkt beschikbaar komen. De directeur DTe is van mening dat dit tevens bijdraagt aan de goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt.
d. De directeur DTe acht het voorts redelijk dat de risico's van onvoorziene transportbeperkingen over alle contracten gespreid worden. Honorering van de aanvraag leidt tot een meer evenredige verdeling van de voor- en nadelen van de huidige toewijzings- en annuleringssystematiek tussen spotcontracten en meerjarige contracten. De directeur DTe is van mening dat dit bijdraagt aan een goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt. e. Artikel 24b, eerste lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998 is bij amendement nr. 35 in de wet opgenomen. De toelichting op dit amendement luidt als volgt: `het is uit een oogpunt van een goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt wenselijk om het reserveren van transportcapaciteit mogelijk te maken. De directeur DTe kan verzocht worden om reservering van transportcapaciteit. Deze verruiming kan bijvoorbeeld de elektriciteitsbeurs APX duidelijkheid bieden omtrent het reserveren van transportcapaciteit om transacties die op de beurs zullen worden gesloten, te kunnen uitvoeren.' De directeur DTe meent derhalve bij honorering van de aanvraag conform de bedoeling van de wetgever te handelen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 26 303, nr. 35.

Belangen van andere partijen

17. De aanvraag heeft gedurende vier weken ten kantore van DTe ter inzage gelegen. Door betrokkenen zijn verschillende zienswijzen naar voren gebracht waarvan een aantal hieronder kort worden samengevat.
Door een betrokkene wordt gesteld dat aangezien het 380/150 kV station Borssele niet beschikt over een 380 kV railsysteem, de importen uit België via Zandvliet afgestemd moeten worden met de regionale netbeheerder.

a. Deze reactie is naar de mening van de directeur DTe niet van belang bij het nemen van het besluit, omdat de reactie geen betrekking heeft op de annuleringssystematiek die door TenneT wordt gehanteerd. De aanvraag heeft slechts op deze annuleringssystematiek betrekking. De reactie wordt derhalve door de directeur DTe buiten beschouwing gelaten.

b. Betrokkenen stellen dat om een level playing field te waarborgen, de annuleringsvolgorde moet blijven zoals nu geschiedt. Dat wil zeggen, dat afhankelijk van de omvang van een noodzakelijke vermindering door TenneT eerst spotcontracten zullen worden ingetrokken, vervolgens de jaarcontracten en tenslotte de meerjarige contracten. Op deze wijze wordt volgens betrokkenen recht gedaan aan een gelijke behandeling van marktpartijen onder gelijke omstandigheden.

De directeur DTe kan zich niet met deze zienswijze verenigen. Zoals al onder punt 12 en punt 16 d van dit besluit is uiteengezet, is de directeur DTe van mening dat de huidige toegepaste annuleringssystematiek juist geen recht doet aan een gelijke behandeling van marktpartijen onder gelijke omstandigheden. Immers, eenjarige en meerjarige contracten worden in de huidige annuleringssystematiek bevoordeeld boven spotcontracten, aangezien de transportcapaciteit voor deze contracten later dan de transportcapaciteit voor spotcontracten wordt gereduceerd wanneer zich een transportbeperking voordoet. Het is de directeur DTe niet duidelijk waarom bevoordeling van eenjarige en meerjarige contractanten boven spotcontractanten een level playing field op de elektriciteitsmarkt waarborgt. Een positief besluit op de aanvraag leidt er evenwel niet toe dat contractanten op de APX een ongelimiteerd voordeel krijgen boven andere contractanten. Zoals onder punt 22 van dit besluit uiteengezet zal worden, kan de door TenneT voor de APX bestemde capaciteit vóór 10.00 uur de dag voorafgaande aan de fysieke levering van de elektriciteit worden verminderd. De directeur DTe is derhalve van mening dat honorering van de aanvraag leidt tot een betere spreiding van de risico's verbonden met het ontstaan van onvoorziene transportbeperkingen, zodat een meer gelijke behandeling van de contracten ontstaat.

c. Betrokkenen stellen dat het argument dat het bij voorrang bestemmen van transportcapaciteit voor de APX het internationale handelsverkeer en daarmede de marktwerking bevordert, niet steekhoudend is. Het bevorderen van het internationale handelsverkeer is namelijk niet slechts aan de APX voorbehouden, doch ook aan andere partijen (waaronder de grootschalige productie) die de grensoverschrijdende verbindingen benutten ter uitvoering van hun import- en exportcontracten. Het is volgens betrokkenen discriminatoir indien een nieuwe partij, in casu de APX, bij voorrang behandeld zou worden.

Het is juist dat bevordering van het internationale handelsverkeer en daarmee de marktwerking niet enkel aan de APX is voorbehouden. Echter, bilaterale contracten, waar slechts twee partijen voordeel van hebben, hebben niet dezelfde bijdrage aan een goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt als de APX kan bieden. Zoals al onder punt 16 van dit besluit uiteengezet, onderscheidt de APX zich van bilaterale contracten door de transparante prijsvorming, de toegankelijkheid en de handel in derivaten. d. Betrokkenen stellen dat het voor de APX op gelijke wijze als voor de partijen met bilaterale contracten mogelijk is om een back-up contract af te sluiten met een leverancier in Nederland om het probleem van de vermindering van aan de APX toegewezen capaciteit op de grensoverschrijdende verbindingen op te lossen. Zou de APX deze voorrang wel krijgen, dan is er sprake van concurrentieongelijkheid tussen bilaterale en APX contracten, omdat in de bilaterale contracten de kosten van de back-up contracten moeten worden meegenomen. Voor de APX zou er dan sprake zijn van een onterechte bevoordeling. Een dergelijke bevoordeling draagt volgens betrokkenen niet bij aan een goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt.
Naar de mening van de directeur DTe ontstaat er bij honorering van de aanvraag geen marktongelijkheid. Allereerst is de APX een beurs, die alleen vraag en aanbod van elektriciteit bij elkaar brengt. Honorering van de aanvraag leidt wel tot voorrang van de transportcapaciteit voor de APX, maar de voordelen hiervan komen in gelijke mate ter beschikking van de marktpartijen die op de APX handelen. Naar de mening van de directeur DTe zal de concurrentieongelijkheid door de transparante prijsvorming op de beurs niet ontstaan. In een evenwichtige markt zal de spotprijs op de APX in evenwicht zijn met de prijs van een bilateraal spotcontract inclusief de risicopremie voor back-up contracten. Vanwege de transparante prijsvorming kan derhalve geen concurrentieongelijkheid ontstaan, omdat de waarde van de transportzekerheid in de prijsvorming op de beurs tot uitdrukking kan worden gebracht.
e. Betrokkenen verwijzen naar het gestelde in paragraaf 1.2 van het op 6 augustus 1999 door de directeur DTe uitgebrachte Informatie- en Consultatiedocument, waarin de directeur DTe aangeeft de thans van toepassing zijnde allocatieprocedure voor de tweede helft van 1999 niet te wijzigen. Betrokkenen citeren de directeur DTe, waar deze stelt dat wijziging van de huidige allocatieprocedure voor de tweede helft van 1999 niet alleen tot onrust bij de marktpartijen zou leiden, maar bovenal zou betekenen dat een aantal contractanten in een situatie zou komen, waarmee men bij het sluiten van de contracten geen rekening kon houden. Zoals al onder punt 11 van dit besluit uiteengezet, heeft de directeur DTe voor het jaar 1999 geen reden gezien de allocatieprocedure ambtshalve te wijzigen. In het onderhavige geval is de annuleringssystematiek aan de orde. De directeur DTe laat hiermee de huidige allocatieprocedure ongemoeid en wijkt niet af van zijn standpunt dienaangaande.
f. Betrokkenen stellen dat zonder een op de Elektriciteitswet 1998 gefundeerde reden geen enkele marktpartij een voorrangspositie mag hebben ten opzichte van een andere marktpartij. De APX heeft al een voorrangspositie.
Op grond van de onder punt 16 van dit besluit genoemde redenen neemt de APX naar de mening van de directeur DTe wel een bijzondere positie in op de markt. Daarbij is directeur DTe van mening dat de APX geen marktpartij is maar een faciliteit voor marktpartijen. Aan de bijzondere positie van de APX is ook tijdens de parlementaire behandeling via amendement nr. 35 aandacht geschonken, zie hierover punt 16 e van dit besluit. De directeur DTe is van mening dat de APX een instrument is om marktwerking te bevorderen, mits de APX daartoe in de gelegenheid wordt gesteld. g. Betrokkenen stellen dat, nadat de transacties op de APX en op de bilaterale spotmarkt zijn gesloten, alle marktpartijen zich in eenzelfde positie bevinden; een reductie van de transportcapaciteit moet gelet op het onder f. gestelde dan ook alle partijen die op een day-ahead basis handelen in dezelfde mate treffen.
De APX staat open voor alle marktpartijen zodat de voordelen van de voorrangspositie van de APX in principe aan iedere marktpartij in gelijke mate ten goede komt. Een wijziging van de annuleringssystematiek zou weliswaar, zij het beperkte, consequenties voor andere contracten kunnen hebben, maar deze mogelijke consequenties zijn naar het oordeel van de directeur DTe niet onredelijk bezwarend, mede gezien het feit dat de maatregel slechts van korte duur is en slechts in uitzonderlijke gevallen effect zal sorteren.
h. Betrokkenen stellen dat indien de APX de extra voorrangspositie verkrijgt, de APX een ander (duurder) elektriciteitsproduct verhandelt dan op de spotmarkt; daardoor zou volgens betrokkenen de APX-notering niet meer geschikt zijn als referentienotering en wordt de goede marktwerking niet bevorderd. Zoals hierboven vermeld geeft de notering op de APX de prijs weer van de gegarandeerde levering van elektriciteit. Deze prijs kan derhalve als referentienotering gebruikt worden voor bilaterale spotcontracten, inclusief eventuele risicopremies voor levering ingeval van een transportbeperking. Bilaterale spotcontractanten zullen een back-up contract afsluiten om de gegarandeerdheid van levering te waarborgen. Dit zal tot uiting komen in de prijs van deze bilaterale contracten. Aangezien door honorering van de aanvraag de gegarandeerdheid van de levering op de APX goeddeels gewaarborgd is, zal ook deze gegarandeerdheid tot uiting komen in de prijs van de op de APX gesloten contracten. Naar de mening van de directeur DTe is de APX-notering dan ook een goede referentienotering voor bilaterale spotcontracten. Bovendien geldt ook hier het gestelde onder punt 17 d van dit besluit.

Gevolgen van een positieve beslissing op de aanvraag

18. Wanneer de directeur DTe het verzoek van de APX honoreert, betekent dit op grond van artikel 24a, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 dat, indien de capaciteit voor het transport van elektriciteit op het landelijk hoogspanningsnet te beperkt is om op een bepaald tijdstip aan alle transportverzoeken te kunnen voldoen, de netbeheerder in ieder geval het transport uitvoert dat wordt verzocht door degene ten behoeve van wie op grond van artikel 24b bij voorrang capaciteit bestemd is, voor zover dat verzoek de voor hem bestemde capaciteit niet te boven gaat. Dit betekent dat de aan de APX toegewezen transportcapaciteit voorgaat boven aan anderen toegewezen transportcapaciteit, wanneer TenneT wegens transportbeperkingen een tekort aan transportcapaciteit op de internationale elektriciteitsverbindingen signaleert. De voorrang van de APX zal echter slechts zien op capaciteit die volgens de door TenneT gehanteerde allocatieprocedure vóór 10.00 uur op de dag voorafgaande aan de fysieke levering van de elektriciteit aan de APX is gemeld, zoals onder punt 22 van dit besluit uiteengezet is.

19. Door een positieve beslissing op de aanvraag verandert de allocatieprocedure van transportcapaciteit op de grensoverschrijdende verbindingen niet. De capaciteit die op één dag voor het fysieke transport op de grensoverschrijdende verbindingen voor de volgende dag beschikbaar is, komt, zoals nu gebruikelijk na toezegging door TenneT, toe aan de spotmarkt en wordt verdeeld tussen bilaterale spotcontracten en spotcontracten die via de APX spotmarkt tot stand komen. Wel zal een positieve beslissing op de aanvraag gevolgen hebben voor de wijze waarop TenneT zal omgaan met transportbeperkingen die zich na 10.00 uur voor de dag van fysieke levering voor de volgende dag aandienen (de annuleringssystematiek). Een positieve beslissing op de aanvraag leidt ertoe dat extra capaciteitsreducties die noodzakelijk zijn vanwege onvoorziene transportbeperkingen niet langer als eerste gekort worden op de transportcontracten ten behoeve van de APX spotmarkt. Zie hierover ook punt 22 van dit besluit. Vanwege de korte duur van de effecten van de maatregel, vanwege het feit dat genoemde onvoorziene transportbeperkingen zich niet vaak zullen voordoen en vanwege het feit dat de huidige allocatieprocedure erin voorziet dat onvoorziene transportbeperkingen voor genoemd tijdstip wel als eerste op de capaciteit voor spotcontracten in mindering worden gebracht, acht de directeur DTe uit het oogpunt van het op gelijke wijze over alle betrokken partijen spreiden van de risico's die gepaard gaan met onvoorziene transportbeperkingen die zich in het elektriciteitsnet voordoen, dat betrokkenen door een positieve beslissing op de aanvraag van de APX niet zodanig onevenredig benadeeld worden dat de aanvraag dient te worden afgewezen.

20. Gezien deze overwegingen heeft de directeur DTe geen reden gezien om aan te nemen dat andere betrokkenen zodanig benadeeld worden dat de aanvraag dient te worden afgewezen.

Omvang van de bij voorrang bestemde capaciteit

21. De APX vraagt bij voorrang een dagelijkse capaciteit met een richtwaarde van 250 MW ten behoeve van haar ter beschikking te houden, te operationaliseren door - indien en voor zover beschikbaar nadat de partijen met andere contracten dan spotcontracten om 9.30 uur hebben genomineerd - aan APX dagelijks voor 10.00 uur de helft van de capaciteit voor de spotmarkt toe te wijzen aan de APX spotmarkt voor fysieke levering de volgende dag. Tevens verzoekt aanvrager vast te leggen dat de dagelijks aan APX toegewezen capaciteit na toewijzing voorrang geniet in de zin van artikel 24a, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 en derhalve niet geannuleerd kan worden.

22. Zoals onder punt 10 van dit besluit uiteengezet, wordt momenteel 250 MW transportcapaciteit op de internationale verbindingen gereserveerd voor de contracten, gesloten op de APX. Het verzoek ziet dan ook niet zozeer op reservering van die 250 MW, maar het verzoek ziet op de gegarandeerdheid van de door TenneT aan de APX eenmaal toegewezen capaciteit. Dit houdt in dat TenneT de transportcapaciteit die dagelijks aan de APX wordt toegewezen om 10.00 uur de dag voorafgaande aan de fysieke levering van de elektriciteit, pas als laatste kan aanspreken wanneer er zich een nieuwe transportbeperking voordoet. Vóór 10.00 uur de dag voorafgaande aan de fysieke levering van de elektriciteit kan TenneT de aan de APX toegewezen capaciteit (250 MW) wèl verminderen, zij het dat de transportbeperking die optreedt en op grond waarvan de transportcapaciteit verminderd moet worden, naar evenredigheid in mindering wordt gebracht op het totaal aan resterende, nog niet gecontracteerde transportcapaciteit op het moment dat de transportbeperking bekend wordt. Op die manier dragen alle spotcontracten, dus ook de bilaterale spotcontracten, de transportbeperking naar evenredigheid.

Tijdsduur van de bij voorrang bestemde capaciteit

23. Aanvrager verzoekt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk ingaande 22 augustus 1999, deze capaciteitsreservering toe te wijzen, met als einddatum 31 december 1999. Dit betreft capaciteitsreservering voor de fysieke levering, waarvan de handel steeds de dag van tevoren van respectievelijk 21 augustus 1999 tot en met 30 december 1999 plaatsvindt.

24. Ten aanzien van de aanvang van het door aanvrager ingediende verzoek overweegt de directeur DTe het volgende. Ingevolge de openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht eindigt de terinzageleggingstermijn op 19 augustus 1999. Aangezien TenneT eveneens tijd geboden dient te worden voor implementatie van het besluit van de directeur DTe, acht de directeur DTe het wenselijk dat dit besluit eerst op donderdag 26 augustus 1999 in werking treedt. Hierbij heeft de directeur DTe in aanmerking genomen dat TenneT heeft aangegeven binnen deze termijn te kunnen voldoen aan het besluit. Dit betekent dat de fysieke levering waarop dit besluit ziet, eerst op vrijdag 27 augustus 1999 kan plaatsvinden.

25. Het is mogelijk dat TenneT maatregelen treft voor de millenniumovergang ter voorkoming van risico's voor de instandhouding van de elektriciteitsvoorziening gedurende de millenniumovergang. De directeur DTe is van mening dat de APX deze maatregelen in acht dient te nemen.

Afwijkende voorwaarden en tarieven op grond van artikel 24b, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998

26. Artikel 24b, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 bepaalt dat bij het nemen van het besluit de directeur DTe voorwaarden en tarieven voor het transport van elektriciteit kan vaststellen die afwijken van de voorwaarden en tarieven, vastgesteld op grond van de artikelen 26e en 27a van de Elektriciteitswet 1998. Van deze voorwaarden en tarieven zijn door de directeur DTe op 5 juli 1999 voorstellen ontvangen. Deze voorwaarden en tarieven zijn ten tijde van dit besluit nog niet vastgesteld door de directeur DTe, zodat de directeur DTe geen gebruik maakt van de in artikel 24b, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 geboden mogelijkheid.

VII CONCLUSIE

27. Na onderzoek van deze aanvraag is de directeur DTe tot de conclusie gekomen dat de aanvraag valt onder het bereik van artikel 24b, eerste lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998 en dat honorering van de aanvraag bijdraagt aan de goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt. De directeur DTe heeft geen reden om aan te nemen dat als gevolg van honorering van de aanvraag andere belanghebbenden zodanig benadeeld worden dat de aanvraag dient te worden afgewezen.

VIII BESLUIT

28. Gelet op het bovenstaande besluit de directeur DTe ten aanzien van elektriciteitstransporten die plaatsvinden van 27 augustus 1999 tot en met 31 december 1999, 24.00 uur, als volgt:

a. De transportcapaciteit op de internationale elektriciteitsverbindingen, die op grond van de door de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet gebruikte allocatieprocedure aan de Amsterdam Power Exchange NV ter beschikking gesteld wordt, en die dagelijks vóór 10.00 uur op de dag voorafgaande aan de dag van het daadwerkelijke transport door voornoemde beheerder aan de Amsterdam Power Exchange NV wordt gemeld, wordt aangemerkt als bij voorrang ten behoeve van de Amsterdam Power Exchange NV te bestemmen capaciteit in de zin van artikel 24b, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998. Op bedoelde capaciteit is vanaf 10.00 uur op de dag voorafgaande aan de dag waarop het daadwerkelijke transport van elektriciteit over de internationale verbindingen plaatsvindt, het gestelde onder artikel 24a, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 van toepassing.

b. Het voorgaande geldt op voorwaarde dat de Amsterdam Power Exchange NV voldoet aan de maatregelen die door de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet dienen te worden genomen in verband met de millenniumovergang.

Datum: 25 augustus 1999

J.J. de Jong

Directeur Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet,

voor deze,

dr. ir. R.A. Hakvoort

Tegen dit besluit, dat in de Staatscourant wordt gepubliceerd, kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen zes weken na de dag van bekendmaking een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de sectie Beschikkingen, Bezwaar en Beroep van de Nederlandse mededingingsautoriteit, Postbus 16326, 2500 BH Den Haag. terug

Aan de inhoud van deze pagina's kunt u geen rechten ontlenen.

Deel: ' Besluit DTE inzake transport electriciteit APX '




Lees ook