Ministerie van Financien

Titel: Lump-sum regeling inkomsten in natura



Besluit van 11 juni 1999, nr. DB99/1553M

De plv. Directeur-Generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.


1. Inleiding

In mijn Besluit van 6 april 1995, nr. DB95/1584M, (V-N 1995/1470, punt 6) heb ik een tijdelijke regeling in de uitvoeringssfeer getroffen voor inkomsten in natura die zowel relatief als absoluut bezien een ondergeschikte betekenis hebben ten opzichte van de reguliere opbrengst van beleggingsproducten. Op grond van deze regeling heb ik de Belastingdienst gemachtigd over de jaren 1994 tot en met 1997 te komen tot regelingen waarbij de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen die over dergelijke inkomsten in natura zijn verschuldigd, door de aanbieders van de desbetreffende beleggingsproducten worden voldaan door middel van de betaling van een bedrag ineens, een zogenoemde lump-sum. De resultaten van deze tijdelijke regeling zijn door mij geëvalueerd, naar aanleiding waarvan ik het volgende heb besloten.


2. Voortzetting machtiging tot treffen van lump-sumregelingen voor inkomsten in natura

Gelet op het feit dat de tijdelijke regeling voor het treffen van lump-sumregelingen voor alle betrokkenen heeft geleid tot een eenvoudige en doelmatige betaling van de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen die zijn verschuldigd over de onderhavige inkomsten in natura, machtig ik hierbij de Belastingdienst lump-sumregelingen ter zake te treffen onder de voorwaarden die in mijn hiervóór genoemde Besluit zijn opgenomen. Daarbij merk ik op dat met ingang van 1 januari 1997 artikel 34 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 met betrekking tot inkomsten in natura is gewijzigd, waarmee uiteraard rekening dient te worden gehouden voor de berekening van de verschuldigde inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor te treffen lump-sumregelingen.

Evenals in het genoemde Besluit, wordt de inspecteur van Belastingdienst/Particulieren te Middelburg aangewezen om de verzoeken tot het treffen van een lump-sumregeling te behandelen en om de regeling te treffen. Deze machtiging geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 1998 om aansluiting te krijgen bij de einddatum van gelding van het genoemde Besluit.


3. Uitbreiding machtiging tot eenmalige inkomsten in natura

Uit de evaluatie van de tijdelijke regeling is naar voren gekomen dat in de uitvoeringspraktijk behoefte bestaat aan de mogelijkheid lump-sumregelingen te treffen die betrekking hebben op eenmalig - naast de reguliere inkomsten - verstrekte inkomsten in natura van beleggingsproducten. Het betreft dan bij voorbeeld waardevolle voorwerpen die door de aanbieder van een beleggingsproduct worden verstrekt ter gelegenheid van het aangaan of voortzetten van de rechtsverhouding. Aangezien voor dergelijke eenmalige inkomsten in natura dezelfde argumenten van eenvoud, doelmatigheid en het waarborgen van de heffing gelden als voor de in paragraaf 2 genoemde inkomsten in natura, machtig ik de Belastingdienst - aangewezen is wederom de inspecteur van Particulieren/Middelburg - voor dergelijke eenmalige inkomsten lump-sumregelingen te treffen op overeenkomstige wijze als ik in paragraaf 2 heb gedaan.

DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN

namens deze

DE PLV. DIRECTEUR-GENERAAL DER BELASTINGEN,

Deel: ' Besluit Lump-sum regeling inkomsten in natura '




Lees ook