Ministerie van Financien

Titel: Energie-investeringsaftrek en Vamil



INKOMSTENBELASTING. ENERGIE-INVESTERINGSAFTREK. VA-MIL.

Besluit van 22 november 1999, nr. DB 1999/3618 M

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Mij is de vraag voorgelegd of de regelingen inzake de energie-investeringsaftrek (EIA) en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Va-mil) van toepassing zijn ingeval er in een zonneboiler/ zonnecollector/zonnepaneel wordt geïnvesteerd, die vervolgens door middel van een (operational)leasecontract ter beschikking wordt gesteld aan derden. Deze derde kan een particulier zijn.

Van cruciaal belang is of een zonneboiler/zonnecollector/zonnepaneel onderdeel gaat uitmaken van het gebouw waarin/waaraan het object zal worden aangebracht. Als deze vraag bevestigend moet worden beantwoord dan zal de fiscale stelling moeten worden ingenomen dat er sprake is van een investering in een woonhuis waarop de genoemde faciliteiten niet kunnen worden toegepast; dat betekent tevens dat operational lease niet mogelijk is. De verwachting is gerechtvaardigd dat in dat geval de aantrekkelijkheid van milieuvriendelijk investeren aanmerkelijk minder wordt.

De meningen omtrent de status van de zonneboilers etc. lopen uiteen. Op grond van art. 3:4 NBW is een bestanddeel van een zaak:
1. al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt of

2. een zaak die met de hoofdzaak zodanig is verbonden dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder beschadiging van betekenis.

De jurisprudentie die met betrekking tot deze materie is gewezen geeft geen eenduidig antwoord.

Onder verwijzing naar deze jurisprudentie 1 meen ik te mogen concluderen dat het niet altijd zeker is dat een zonneboiler,
-collector, -paneel als onroerend bestempeld kan worden. Daarbij moet tevens worden onderkend dat er verschillen zijn in installaties. Zo zijn er zonnepanelen die als het ware los op de daken gelegd worden en panelen die slechts met een viertal schroeven worden bevestigd. Daarvan kan in mijn optiek niet worden gesteld dat zij onroerend zijn geworden.

Met betrekking tot zonneboilers is dat standpunt ook verdedigbaar onder meer onder verwijzing naar BNB 1972/225.

Gelet op het vorenstaande neem ik het standpunt in dat de zonneboilers, -collectoren en -panelen als afzonderlijke bedrijfsmiddelen kunnen worden aangemerkt, die geen onderdeel gaan uitmaken van de woning waarin/waaraan zij worden aangebracht. Operationel lease is mogelijk. De uitsluiting van artikel 11, vijfde lid, letter d van de Wet is niet van toepassing.

Zoekwoorden:

Deel: ' Besluit min. Fin. over energie-investeringsaftrek en Vamil '




Lees ook