Ministerie van Financien

Titel: Vrijstelling van inkomstenbelasting voor persoonsgebonden budget



Vrijstelling van inkomstenbelasting voor persoonsgebonden budget

Besluit van 8 juli 1996, nr. DB96/2337M.

Zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 6 mei 1999, nr. DB1999/1369M.

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Inleiding

De afgelopen jaren zijn in een aantal regio's experimenten gehouden met de financiering van zorg aan verstandelijk gehandicapten resp. thuiszorg. In plaats van de wettelijke AWBZ-verstrekking kon een zorgvrager opteren voor toekenning van een persoonsgebonden (voorheen aangeduid als "cliëntge-bonden") budget waarmee de zorgvrager zelf zorg op maat kon inkopen.

Bij besluiten van 19 juni 1991, nr. DB91/3330 en 5 juli 1995, nr. DB95/2079M, is goedgekeurd dat een in het kader van het experiment verstrekt budget voor de inkomstenbelasting niet als periodieke uit-kering bij de zorgvrager in aanmerking zou worden genomen. De goedkeuring gold tot en met het jaar 1995.

Regeling voor 1996

De experimenten hebben geleid tot het treffen van een tweetal regelingen voor persoonsgebonden budgetten voor het jaar 1996, te weten:


- de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring zorg op maat verpleging en verzorging 1996;


- de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring zorg op maat verstandelijk gehandicaptenzorg 1996.

Op grond van deze regelingen mag een toegekend budget slechts worden aangewend voor het inkopen van zorg als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Een zorgvrager kan met ingang van 1996 - anders dan in voorgaande jaren - zelf geen geld uit het budget opnemen. Het be-heer van het budget loopt via de Vereniging van Budgethouders waarbij de betreffende zorgvrager is aangesloten.

Deze vereniging betaalt uit het budget de ingekochte zorg en draagt er zorg voor dat de administratie, waarin begrepen die voortvloeiend uit de mogelijke werkgeversfunctie van de verzekerde, in verband met de namens verzekerde verrichte betalingen op behoorlijke wijze plaatsheeft. Voor dit laatste blijft de verzekerde formeel zelf verantwoordelijk.

Naast het toekennen van een persoonsgebonden budget dat door de Vereniging van Budgethouders wordt beheerd, wordt aan de hulpvrager zelf nog een forfaitair bedrag in geld (f 2.400 op jaarbasis) uitgekeerd. Dit bedrag is bestemd voor kleine onkosten en vergoedingen voor hulpverlening. De zorg-vrager kan dit bedrag geheel naar eigen inzicht aanwenden.

Met betrekking tot het vorenstaande heb ik de Ziekenfondsraad bij brief van 8 juli 1996,

nr. DB95/1999U, het volgende meegedeeld:

"Ten vervolge op mijn brief van 15 maart 1995, nr. DB94/4544U, deel ik u mede dat ik aanleiding heb gevonden goed te keuren dat de uitkeringen welke op grond van de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring zorg op maat verpleging en verzorging 1996 resp. de Regeling Ziekenfondsraad subsidiring zorg op maat verstandelijk gehandicaptenzorg 1996 worden verstrekt, bij de desbetreffende zorgvrager voor de heffing van de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen buiten aanmerking blijven.

Ik verbind hieraan als voorwaarde dat de vrijstelling vervalt indien de belanghebbende een aftrek wegens buitengewone lasten verzoekt voor de kosten waarvoor het budget is verstrekt. Met het oog hierop verzoek ik u er voor zorg te dragen dat de uitkerende instanties van elk verstrekt budget een opgaaf doen aan de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, Postbus 546, 2003 RM Haarlem.

Overgangsregeling 1996

Voorts is mijn aandacht gevraagd voor gevallen waarin een zorgbudget reeds in een eerder jaar is toegekend, doch in 1996 doorloopt. Gelet op het tijdstip waarop de regeling voor het jaar 1996 is vastgesteld, konden deze gevallen niet allemaal vóór 1 januari 1996 onder de nieuwe regeling worden gebracht. Daarom is voor deze gevallen een overgangsregeling getroffen die in de praktijk loopt tot 1 juli 1996. Gedurende deze overgangsperiode zijn in een aantal gevallen nog budgetten rechtstreeks op de rekening van de zorgvrager overgemaakt in plaats van aan de Vereniging van budgethouders.

Ik keur goed dat ook deze budgetten bij de desbetreffende zorgvrager voor de heffing van de in-komstenbelasting/premie volksverzekeringen buiten aanmerking blijven. Ik verbind aan deze goed-keuring de volgende voorwaarden:


- het lopende budget is vóór 1 juli 1996 aan de Vereniging van Budgethouders overgedragen;


- de vrijstelling vervalt indien de belanghebbende een aftrek wegens buitengewone lasten verzoekt voor de kosten waarvoor het budget is verstrekt;


- de uitkerende instanties doen van elk verstrekt budget opgaaf aan de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, Postbus 546, 2003 RM Haarlem."

Regeling voor 1997

Voor het jaar 1997 voorzien de volgende regelingen in de mogelijkheid een persoonsgebonden budget aan te vragen:


- de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring zorg op maat verpleging en verzorging 1997;


- de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring zorg op maat verstandelijk gehandicaptenzorg 1997;


- de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring zorg op maat geestelijke gezondheidszorg 1997.

De laatstgenoemde regeling is nog een experiment.

De opzet en uitwerking van deze regelingen is - voor zover voor de belastingheffing relevant - gelijk aan die van het jaar 1996.

Ik heb aanleiding gevonden goed te keuren dat de uitkeringen welke op grond van de voor het jaar 1997 getroffen regelingen worden verstrekt, bij de desbetreffende zorgvrager voor de heffing van de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen buiten aanmerking blijven. Aan deze goedkeuring verbind ik als voorwaarde dat de vrijstelling vervalt indien de belanghebbende een aftrek wegens buitengewone lasten verzoekt voor de kosten waarvoor het budget is verstrekt. Met het oog hierop dienen de uitkerende instanties van elk verstrekt budget een opgaaf te doen aan Belasting-

dienst/Centrale beheereenheid informatiesystemen, Postbus 9040, 7300 GA Apeldoorn.

Ik heb de Ziekenfondsraad heden van het vorenstaande in kennis gesteld.

Regeling voor 1998

Voor het jaar 1998 voorziet de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring persoonsgebonden budget 1998 in de volgende mogelijkheden:
* Persoonsgebonden budgetfinanciering Verpleging en Verzorging;
* Persoonsgebonden budgetfinanciering Verstandelijk Gehandicaptenzorg;

* Persoonsgebonden budgetfinanciering Geestelijke gezondheidszorg.

De laatstgenoemde regeling is een voortzetting van het experiment uit 1997.

De opzet en uitwerking van deze regelingen is - voor zover voor de belastingheffing relevant - gelijk aan die van de jaren 1996 en 1997.

Wel vindt ten opzichte van de voorgaande jaren een wijziging plaats in de uitvoeringsorganisatie van het Persoonsgebonden Budget. De financieel-administratieve taken die door de verenigingen van Budgethouders (Naar Keuze en Per Saldo) werden uitgevoerd, zijn overgenomen door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB draagt zorg voor de uitbetaling van het forfaitaire bedrag (f 2.400 op jaarbasis) aan de budgethouder. Daarnaast betaalt de SVB de door de budgethouder gecontracteerde hulpverleners. Indien nodig draagt de SVB hierbij zorg voor de inhouding van loonbelasting en sociale premies. Voor dit laatste blijft de budgethouder, evenals voorheen, formeel zelf verantwoordelijk.

Ik heb aanleiding gevonden goed te keuren dat de uitkeringen welke op grond van de voor het jaar 1998 getroffen regelingen worden verstrekt, bij de desbetreffende zorgvrager voor de heffing van de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen buiten aanmerking blijven. Aan deze goedkeuring verbind ik als voorwaarde dat de vrijstelling vervalt indien de belanghebbende een aftrek wegens buitengewone lasten verzoekt voor de kosten waarvoor het budget is verstrekt. Met het oog hierop dient de SVB per zorgvrager een opgaaf van het in 1998 bestede budget te doen aan de Belasting-

dienst/Centrale beheereenheid informatiesystemen, Postbus 9040, 7300 GA Apeldoorn.

Ik heb de Ziekenfondsraad heden van het vorenstaande in kennis gesteld.

Regeling voor 1999

Voor het jaar 1999 heeft de Ziekenfondsraad de volgende regelingen vastgesteld:

1. Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring persoonsgebonden budget 1999;

2. Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring tijdelijke voortzetting persoonsgebonden budget in de geestelijke gezondheidszorg 1999.

ad. 1

In deze regeling zijn bepalingen opgenomen voor een tweetal vormen van persoonsgebonden budget (PGB), namelijk:

* Persoonsgebonden budgetfinanciering Verpleging en Verzorging;
* Persoonsgebonden budgetfinanciering Verstandelijk Gehandicaptenzorg.

ad 2

Deze regeling is een tijdelijke voortzetting van experimenten uit de jaren 1997 en 1998.

Een PGB op grond van deze tijdelijke regeling is in het jaar 1999 alleen beschikbaar voor personen die in het kader van de gehouden experimenten een PGB hebben ontvangen. Nieuwe instroom is in dit jaar niet mogelijk.

De opzet en uitwerking van de vorengenoemde regelingen is - voor zover voor de belastingheffing relevant - gelijk aan die van de jaren 1998.

Ik heb aanleiding gevonden goed te keuren dat de uitkeringen welke op grond van de voor het jaar 1999 getroffen regelingen worden verstrekt, bij de desbetreffende zorgvrager voor de heffing van de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen buiten aanmerking blijven. Aan deze goedkeuring verbind ik als voorwaarde dat de vrijstelling vervalt indien de belanghebbende een aftrek wegens buitengewone lasten verzoekt voor de kosten waarvoor het budget is verstrekt. Met het oog hierop dient de SVB per zorgvrager een opgaaf van het in 1999 bestede budget te doen aan de Belasting-

dienst/Centrale beheereenheid informatiesystemen, Postbus 9040, 7300 GA Apeldoorn.

Ik heb de Ziekenfondsraad heden van het vorenstaande in kennis gesteld.

Deel: ' Besluit vrijstelling inkomstenbelasting '




Lees ook