Gemeente Oosterhout


Besluitenlijst

Vergadering college van b. en w. 29 juni 1999

Vaststelling bestemmingsplan "Centrumgebied Vrachelen"

Het college van b. en w. vraagt de gemeenteraad het bestemmingsplan "Centrumgebied Vrachelen" vast te stellen. Dat plan maakt het mogelijk dat op het Markkanaaleiland woningen en centrumvoorzieningen (inclusief supermarkt) worden gebouwd. Tevens vraagt het college de raad het wijzigingsplan "Hoevestraat, 1e wijziging" vast te stellen; dit plan regelt de compensatie van bomen die op het Markkanaaleiland moeten plaatsmaken voor bebouwing.

Vooruitlopend op de vaststelling van dit definitieve bestemmingsplan zijn b. en w. overigens al een verkorte procedure (art. 19) begonnen. Die moet het mogelijk maken al met de bouw te beginnen, voordat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.

Tegen het ontwerp-bestemmingsplan hebben negen organisaties en personen bedenkingen ingediend. De meeste bedenkingen hebben te maken met het groene karakter van het gebied en de ontwikkeling van Vrachelen in het algemeen.

Zo heeft de Leefbaarheidswerkgroep Den Hout naar voren gebracht dat het onverantwoord zou zijn vooruit te lopen op de afloop van de discussie over het aantal te bouwen woningen in Noord-Brabant. Volgens de Leefbaarheidswerkgroep zijn de centrumvoorzieningen niet nodig, nu onzeker is of Vrachelen in zijn geheel afgebouwd wordt.

Burgemeester en wethouders wijzen er in hun antwoord op dat ook de minister van VROM heeft laten weten dat de afspraken die gemaakt zijn rond de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex) nog onverkort van kracht zijn. Binnen de stadsregio Breda zijn wél nadere afspraken gemaakt over de fasering van woningbouwplannen. Daarbij heeft het Centrumgebied Vrachelen niet ter discussie gestaan, aldus het college.

Verder is het college het niet met de Leefbaarheidswerkgroep eens dat niet duidelijk is of aan de woningen behoefte bestaat. Naar de mening van b. en w. is er juist een grote behoefte aan de woningen die binnen dit plan worden gerealiseerd. Dat blijkt wel uit het feit dat het merendeel van de woningen inmiddels al is verkocht.

De Vrienden van de Vrachelse Heide en de Milieuvereniging Oosterhout hebben vooral bedenkingen tegen het "ontgroenen" van het eiland. Volgens hen is dat in strijd met het beleid rond ecologische verbindingszones.

In hun reactie stellen burgemeester en wethouders dat met deze ecologische verbindingszone in het bestemmingsplan rekening is gehouden. De oevers krijgen een bestemming "Bosgebied", met een minimale breedte van 25 meter, waarbij de bestaande natuur-, landschaps- en ecologische waarden worden versterkt. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het, vanwege de zware industrie langs het kanaal, niet goed doenlijk is een ecologische verbindingszone die langs het Wilhelminakanaal in noordelijke richting loopt. Daarom zal een plan worden ontwikkeld voor zo'n zone die langs of door Vrachelen 4 en 5 en langs de bedrijventerreinen Weststad loopt. Op die manier zijn de ecologische belangen gewaarborgd, vindt het college.

Verder merken b. en w. op dat in het bestemmingsplan "Hoevestraat" voldoende ruimte aanwezig is om de 1 hectare bosgebied te compenseren die in het centrumgebied verloren zal gaan. Op de Hoevestraat heeft de gemeente momenteel 9,4 hectare in eigendom, waarvan 4,8 hectare direct beschikbaar is voor boscompensatie. Voor compensatie rond Vrachelen (centrumgebied en fase 3) heeft de gemeente zes hectare nodig. Dat betekent dat voor 1,2 hectare de bestemming "Agrarisch gebied met landschappelijke en/of cultuurhistorische waarde" moet worden gewijzigd in "bosgebied". Dit wijzigingsplan is inmiddels door b. en w. vastgesteld.

Ruimtelijke inpassing tracés HOV

De hoogwaardige openbaar-vervoerverbinding (HOV) tussen Oosterhout en Breda moet, via de Bredaseweg, door Teteringen gaan lopen. Deze route is sneller en goedkoper te realiseren dan een route die de bus via de A27 stuurt.

Tot die conclusie komt het college van burgemeester en wethouders in een voorstel aan de Oosterhoutse gemeenteraad.

In plannen om het openbaar vervoer in de regio te verbeteren, neemt het inrichten van een HOV tussen Oosterhout en Breda een belangrijke plaats in. Uitgangspunt is dat zo'n busverbinding eens per 7,5 minuut tussen het busstation in Oosterhout en het NS-station in Breda moet rijden, in een reistijd die vijftien procent korter is dan nu het geval is. Dat betekent dat de HOV-bus een tracé moet krijgen waarop de bus zoveel mogelijk voorrang krijgt op het andere verkeer en zo min mogelijk gehinderd wordt.

De Oosterhoutse gemeenteraad heeft daarom in het najaar van 1997 besloten onderzoek te laten doen naar de "ruimtelijke inpasbaarheid" van het HOV-tracé. Daarbij zijn twee mogelijke tracés in beeld: één die de route van de huidige BBA-lijndienst Oosterhout-Breda volgt (tracé 2, via Teteringen) en één die gedeeltelijk over de A27 voert (tracé 1).

Die studie heeft opgeleverd dat voor tracé 2 in Oosterhout een aantal kruisingen zal moeten worden aangepakt om de HOV-bus vrije doorgang te verlenen. Voor de kruising Ridderstraat-Slotlaan is dat overigens niet mogelijk, omdat zo'n voorziening tot onacceptabel lange wachttijden voor het overige verkeer zou leiden. Op de kruisingen Slotlaan-Hertogenlaan, Burg. Holtroplaan-Europaweg en Burg. Materlaan-Bredaseweg geldt dat dergelijke voorzieningen wel mogelijk zijn. Voor de laatste kruising zijn ze in te passen binnen plannen die eerder al voor de reconstructie van dit kruispunt zijn gemaakt. Om de bus op de Bredaseweg te kunnen laten doorrijden, zal deze verbinding overigens autoluw moeten worden gemaakt. De investeringskosten die op Oosterhouts grondgebied voor dit tracé worden gemaakt, worden geschat op ƒ 7,2 miljoen.

De keuze voor het tracé via de A27 vergt een investering op Oosterhouts grondgebied van circa ƒ 9,6 miljoen, aldus het onderzoek. Voor dit tracé zouden onder andere op- en afritten van de A27 aangelegd moeten worden ter hoogte van de Burg. Materlaan. Verder is het zeer de vraag of de bus op de A27 ook daadwerkelijk kan doorrijden, gezien de toegenomen belasting van deze snelweg. Het is niet denkbeeldig dat voorzieningen zullen moeten worden getroffen om de bus over de vluchtstrook te laten rijden.

Ook niet onbelangrijk is dat dit tracé niet aansluit bij plannen die de gemeente Breda heeft met de Tilburgseweg, in dit tracé de verbinding tussen de A27 en het NS-station. De gemeente Breda wil daar de verkeersstromen beter afwikkelen door coördinatie aan te brengen in de verkeerslichten. Zo'n voornemen staat haaks op het uitgangspunt dat de HOV-bus altijd voorrang zou moeten hebben. Bovendien moet in dit tracé een ongelijkvloerse kruising met het spoor - een investering van

ƒ 6 miljoen - worden aangelegd.

In beide tracés zijn twee halteplaatsen op het grondgebied van Oosterhout opgenomen: één aan de Slotlaan, tussen Hertogenlaan en Brabantlaan, en één aan de Burg. Holtroplaan, nabij Buurstede. De inrichting van deze halteplaatsen dient comfortabel te zijn. Bovendien moeten er voldoende parkeervoorzieningen zijn, voor zowel fietsers als automobilisten.

In het tracé-onderzoek maakt bureau Arcadis overigens de nodige opmerkingen over het huidige BBA-station aan de Leijsenhoek. Dit busstation scoort slecht als het gaat om uitstraling en ruimte ten behoeve van parkeervoorziening. De aanrijroute voor de HOV - via Ridderstraat, Keiweg en Mathildastraat - kan bovendien niet voldoen aan de te stellen kwaliteitseisen. Volgens Arcadis zou het dan ook zaak zijn een andere locatie voor het busstation te zoeken. B. en w. willen die problematiek in een breder kader bezien en betrekken bij de discussie over de Stadsvisie.

Milieuverslag 1998 gemeente Oosterhout

Inwoners van Oosterhout gaan er steeds meer toe over hun huisvuil gescheiden aan te bieden. Die conclusie valt te trekken uit het milieuverslag 1998 van de gemeente Oosterhout.

Daaruit blijkt dat het aanbod van restafval, dat in de grijze KOMO-zak verdwijnt, gedaald is van 14.080 ton in 1997 naar 11.195 ton in 1998. Daarnaast zijn stijgingen te zien bij papier/karton (van 3321 naar 4361 ton), metaal (van 261 naar 470 ton), textiel (van 87 naar 108 ton) en huisraad (van 117 naar 206 ton). De hoeveelheid apart ingezamelde groente-, tuin- en fruitafval is nagenoeg constant gebleven (van 6297 naar 6293 ton).

Van de milieustraat wordt steeds vaker gebruik gemaakt. Het aantal bezoekers is in 1998 met twaalf procent gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Op de milieustraat is een toenemend aanbod van de meeste gescheiden afvalfracties waarneembaar. Dat geldt niet voor het groenafval, hetgeen het gevolg is van de "snoeihoutrondes" die in 1998 zijn geïntroduceerd. Medewerkers van de sector Stadsbeheer halen sinds dat jaar op afroep snoeihout en (groot) tuinafval op.

Het jaarverslag maakt verder duidelijk dat de gemeentelijke milieumedewerkers de helft van hun tijd besteden aan bedrijven. Omdat het bedrijvenbestand nog groeit, zullen ook de werkzaamheden blijven toenemen. Het aantal afgegeven vergunningen in 1998 was overeenkomstig de planning (zestig). Hieraan is in totaal 3838 uur besteed. Dat is meer dan was geraamd omdat bij de vergunningverlening met meer milieuaspecten rekening is gehouden. Onder andere daardoor hebben de gemeentelijke milieuambtenaren minder tijd kunnen besteden aan controles.

Verder constateert het jaarverslag milieu extra inspanningen op het gebied van "actief bodembeheer", waarbij de gemeente Oosterhout ook heeft bijgedragen in het tot stand komen van provinciaal beleid op dit gebied. Verder blijkt uit het jaarverslag dat milieu op andere beleidsterreinen steeds meer aandacht krijgt. Dat leidt er in de praktijk toe dat de discipline milieu steeds meer betrokken wordt bij ontwikkelingen buiten het "eigen" vakgebied. Te denken valt aan aspecten van duurzaam bouwen, bodem en geluid bij verschillende planologische ontwikkelingen.

Centrumgebied Vrachelen, bezwaren tegen velvergunning

Burgemeester en wethouders houden vast aan hun voornemen vergunning te verlenen voor het vellen van 57 bomen en twee bosschages van circa 0,7 hectare op het westelijk Markkanaaleiland. De bezwaren die zeven organisaties en bewonersgroepen hiertegen hebben ingediend, heeft het college grotendeels ongegrond verklaard. Daarmee volgen b. en w. het advies van de gemeentelijke adviescommissie voor de bezwaarschriften.

Op één onderdeel komt het college de bezwaarmakers wel tegemoet. De gemeente zal pas gebruik maken van de velvergunning, nadat de president van de rechtbank een eerste voorlopig oordeel geveld heeft over de rechtmatigheid van de bouwvergunning. Op dit moment bestaat nog de mogelijkheid dat bezwaarmakers aan de president van de rechtbank een dergelijk voorlopig oordeel over de bouwvergunning vragen. Zo kan worden voorkomen dat de bomen al geveld worden, voordat duidelijk is of de woningbouw op korte termijn mag doorgaan. Gezien het "ingrijpende karakter" van het besluit de bomen te vellen, is het college het met de adviescommissie eens dat een dergelijke koppeling gerechtvaardigd is.

De adviescommissie is niet ingegaan op het verzoek van de bezwaarmakers dat de gemeente de velvergunning pas mag gebruiken op het moment dat het bouwplan onherroepelijk geworden is. Zo'n voorwaarde zou een grote vertraging van één tot wellicht enkele jaren tot gevolg hebben.

Inhoudelijk komt de adviescommissie tot het oordeel dat b. en w., bij hun besluit een velvergunning te verlenen, de in het spel zijnde belangen voldoende hebben afgewogen. Allereerst speelt daar het feit dat op het kanaaleiland centrumvoorzieningen (gymzaal, supermarkt) komen waar de huidige inwoners van Vrachelen dringend om verlegen zitten. Daarnaast is het, voor de voortgang van de woningbouw, belangrijk dat de woningen op het Markkanaal-eiland snel worden opgeleverd, aldus b. en w.

De adviescommissie komt verder tot het oordeel dat het gemeentebestuur aannemelijk heeft gemaakt dat het niet mogelijk is de te vellen bomen ter plaatse te compenseren.

Brief SBO inzake Meerjarenbeleidsplan 2000-2004

Burgemeester en wethouders willen in beginsel meedenken over voorstellen van Stichting Bejaardenzorg Oosterhout rond de huisvesting van ouderen. Het college schrijft dat in reactie op een brief die SBO gestuurd heeft naar aanleiding van het onlangs door de gemeenteraad vastgestelde Meerjarenbeleidsplan 2000-2004. Met name de zinsnede dat het college geen geld beschikbaar stelt voor projecten op inbreidingslocaties, is bij SBO niet goed gevallen.

Het college merkt evenwel op dat zij in datzelfde Meerjarenbeleidsplan bij die zin wel een belangrijke kanttekening hebben geplaatst. B. en w. merken in het MJBP op dat zij dat uitgangspunt "met nuance zullen bezien, bijvoorbeeld als het gaat om voorstellen voor doelgroepen". "Dat betekent", schrijven burgemeester en wethouders aan SBO, "dat wij in beginsel open staan om mee te denken waar het gaat om voorstellen voor doelgroepen. Of dit ook leidt tot financiële inspanningen is echter een tweede vraag, waarvan het antwoord vooral afhangt van het concrete plan op zich".

In dezelfde brief merken b. en w. verder op dat ze in het MJBP geld hebben gereserveerd voor de ontwikkeling van een masterplan voor ouderen en voor de uitvoering daarvan vanaf 2001. De visie van SBO zal bij de opstelling van dat plan zeker worden betrokken.

Doordecentralisatie van de onderwijshuisvesting

Het college van b. en w. vraagt de raad in zijn vergadering van 6 juli in principe ervoor te kiezen de Oosterhoutse schoolbestuur met ingang van 1 januari 2000 rechtstreeks verantwoordelijk te maken voor de onderwijshuisvesting in de gemeente. Dat komt erop neer dat het gemeentebestuur de huisvestingstaken, die door het ministerie van Onderwijs zijn overgedragen aan gemeenten, "doordecentraliseert" naar de schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs.

Die "doordecentralisatie" van taken vloeit voort uit het besef dat de overheid op een groot aantal beleidsterreinen eerder een regie- dan een uitvoerende rol heeft. Bovendien kan op deze manier de inbreng van schoolbesturen beter worden gewaardeerd; dat betekent dat die schoolbesturen zich als gesprekspartner serieus genomen voelen, wat tevens ten goede kan komen aan hun bereidheid ook over andere aspecten van jeugdbeleid mee te denken.

Momenteel is de gemeente economisch eigenaar van de schoolgebouwen; de schoolbesturen bezitten het juridisch eigendom. Na de doordecentralisatie komt in deze situatie geen verandering. De gemeente draagt wel alle taken die betrekking hebben op bouw, instandhouding en onderhoud van de gebouwen over aan de schoolbesturen. Die besturen dragen op hun beurt die taken weer over aan een gezamenlijke stichting. Om die overdracht goed te laten verlopen, sluit de gemeente een overeenkomst af met alle betrokken schoolbesturen. Het geld dat de gemeente voor deze taken beschikbaar heeft, wordt eveneens overgedragen.

De gemeente heeft inmiddels een nulmeting laten verrichten naar de bouwkundige staat van de schoolgebouwen. Door middel van periodieke inspecties kan dan een goed oordeel worden gevormd over de kwaliteit van het gepleegde onderhoud. In het voorjaar van 2002 vindt een eerste evaluatie plaats. Vervolgens zal iedere vier jaar (gelijk met de raadsperiode) geëvalueerd worden

Na vier jaar vindt evaluatie plaats. Als dan zou blijken dat er sprake is van duidelijke wanprestatie, vervalt de overeenkomst met de schoolbesturen. Dan treedt automatisch de huidige regeling, die uitgaat van een veel grotere betrokkenheid van de gemeente, weer in werking.

Burgemeester en wethouders vragen de raad overigens voorlopig alleen om een principebesluit. Het definitieve besluit valt pas als alle personele, financiële en technische gevolgen van deze operatie duidelijk zijn.

1e Wijziging verordening op de winkeltijden 1996

Burgemeester en wethouders gaan de gemeenteraad vragen soepeler regels vast te stellen voor (tijdelijke of permanente) avondwinkels in de gemeente Oosterhout. Nu is het nog zo dat de Oosterhoutse "Verordening op de winkeltijden" het mogelijk maakt om voor één winkel in Oosterhout vrijstelling van de winkeltijden te verlenen. Dat betekent dat zo'n winkel geopend mag zijn tussen 22.00 en 6.00 uur. Daaraan is dan wel een aantal voorwaarden verbonden: een dergelijke winkel moet hoofdzakelijk eet- en drinkwaren verkopen en moet gevestigd zijn binnen de tangenten (maar niet in het voetgangersgebied).

Deze nadere voorwaarden zijn zo strikt, dat geen enkele ondernemer tot op heden het verzoek heeft ingediend een avondwinkel te openen. Wel hebben zich ondernemers gemeld die (tijdelijke) ontheffing van de winkeltijden wilden, maar die voldeden niet aan de voorwaarden.

Daarom stellen b. en w. nu voor de regels te versoepelen. Daarbij kan het college op aanvraag ontheffing verlenen van de winkeltijden, voorzover die betrekking hebben op werkdagen. Aan zo'n ontheffing worden geen algemene voorwaarden verbonden. Wel zal in de gewijzigde verordening worden vastgelegd dat b. en w. een ontheffing kunnen weigeren "als de woon- of leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadeling wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel".

Benoeming directeur Bestuurssector

Het college van b. en w. heeft besloten de gemeenteraad in zijn vergadering van 6 juli te vragen de heer A. Haasnoot te benoemen tot directeur van de Bestuurssector van de gemeente Oosterhout. De heer Haasnoot is 48 jaar. Na ruime ervaring in verschillende gemeenten, is hij in 1988 benoemd tot gemeentesecretaris in de gemeente Oud- en Nieuw-Gastel. Na de gemeentelijke herindeling, waar Oud- en Nieuw-Gastel met andere gemeenten werd samengevoegd tot de gemeente Halderberge, werd hij in Halderberge sectorhoofd Ruimtelijke Ordening en Beheer (tevens eerste loco-secretaris).

Benoeming tot
ambtenaar van de burgerlijke stand

Burgemeester en wethouders hebben raadslid C. Molewijk benoemd tot buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. Tevens zijn mevr. J. Hooghiemstra en de heer N. van Loon, beiden in dienst gekomen bij de afdeling Burgerij, benoemd tot ambtenaar van de burgerlijke stand.

Oosterhout, 1 juli 1999

Deel: ' Besluitenlijst B&W Oosterhout '




Lees ook