Gemeente Oosterhout


Besluitenlijst

Vergadering college van b. en w. 4 januari 2000

College vraagt raad grondprijs bedrijventerreinen te actualiseren

Het college van b. en w. gaat de gemeenteraad vragen de grondprijzen voor kavels op de Oosterhoutse bedrijventerreinen te actualiseren. Daarmee geeft het college vorm aan een voornemen uit het college-akkoord, waarin staat dat de raad in een zo vroeg mogelijk stadium de grondprijzen moet vaststellen.

In zijn voorstel aan de gemeenteraad wijst het college erop dat het hier louter gaat om een actualisering van de grondprijzen. Burgemeester en wethouders willen nog dit jaar met de raad een discussie aangaan over gemeentelijk grondbeleid. Daarin zullen b. en w. een visie op de langere termijn geven, waarbij ze een duidelijke relatie zullen leggen met de economische ontwikkelingsmogelijkheden van Oosterhout.

Uit het voorstel aan de raad blijkt dat op kantorenpark Hoevestein nog één perceel resteert. Tot vorig jaar was de gehanteerde grondprijs ƒ 200 per m², het afgelopen jaar is die opgetrokken naar ƒ 225. De laatste te verkopen kavel is momenteel gereserveerd.

Ook bedrijvenpark De Wijsterd is momenteel ver volgelopen. Van de 24 woon-werkkavels is de helft verkocht. De prijs hiervan was ƒ 180 per m². Voor de nieuwe reserveringen stellen b. en w. voor een grondprijs van ƒ 200 te hanteren. Gelet op de verhogingen van de prijs van de vrije-sectorkavels vinden burgemeester en wethouders dat reëel.

Aan de rotonde ligt nog een uitgeefbare kantoorkavel die uit het zicht van de Bovensteweg ligt. De grondprijs kan hier omhoog van ƒ 160 naar ƒ 175 per m². Voor een qua vorm en ontsluiting "ongelukkige" kavel aan de Krombraak willen b. en w. een prijs van ƒ 115 per m² vragen.

Het bedrijventerrein Everdenberg splitsen b. en w. in twee delen. Voor het nog uitgeefbare grootschalige middengedeelte, speciaal bedoeld voor voedingsindustrie, wil het college een grondprijs vragen die varieert van ƒ 110 tot ƒ 115 per m². Voor de kleinschaliger kavels stellen b. en w. voor de prijs te verhogen van ƒ 135 naar ƒ 150 per m².

Voor Weststad III geldt dat eerder grote percelen tegen gereduceerde prijzen zijn verkocht aan Martens en Ikea. Dat is kunnen gebeuren omdat deze percelen niet in bouwrijpe staat zijn opgeleverd. Zo is de infrastructuur daar grotendeels door en voor rekening van Martens en Ikea aangelegd. De resterende zuidelijke spoorgebonden zone wil het college verkopen tegen een vierkante-meterprijs van ƒ 110, terwijl voor een kleinschaliger, meer in het gezicht gelegen locatie in deze zone een grondprijs van ƒ 140 zal worden berekend. Voor de overige locaties op Weststad variëren de prijzen van ƒ 125 tot ƒ 175 (aan de Maasroute) per m².

B. en w. zien af van aanleg huishoudwaternet Vrachelen 3e fase

Het college van b. en w. heeft besloten af te zien van de aanleg van een huishoudwaternet in de nieuwbouwwijk Vrachelen, 3e fase. De kosten daarvan wegen niet op tegen de verwachte - tamelijk geringe - milieuwinst.

Bij de ontwikkeling van de plannen voor Vrachelen 3e fase - ruim achthonderd woningen - is het idee geopperd om in deze wijk een gescheiden watersysteem aan te leggen: een eerste waternet voor drinkwater en een tweede net voor water van mindere kwaliteit, bedoeld voor huishoudelijke doeleinden (wasmachine, toiletspoeling, sproeien van de tuin, wassen van de auto). Voor voedselbereiding, afwaswater en douchen en baden is dit water van onvoldoende kwaliteit. Als waterbron voor huishoudwater kan (stedelijk) regenwater en oppervlaktewater worden gebruikt.

De reden dat het college niet tot het aanleggen van een huishoudwaternet wil overgaan, is gelegen in het bijzonder geringe milieurendement. De investeringen zijn hoog, terwijl de opbrengst voor het milieu niet navenant is. De milieubelasting als gevolg van de productie van vijftig kuub drinkwater - het gemiddelde gebruik per persoon per jaar - komt overeen met circa 150 kilometer autorijden. Uit een door bureau DHV uitgevoerde analyse mag de conclusie worden getrokken dat de milieuwinst die behaald wordt door de inzet van een dubbel waterleidingnet - 25 kubieke meter drinkwater en 25 kubieke meter huishoudwater - vergelijkbaar is met veertig kilometer autorijden. In de praktijk zal het milieurendement waarschijnlijk nog lager zijn, omdat uit recente ervaringen is gebleken dat huishoudwater slechts veertig procent van het drinkwater kan vervangen. Daarnaast zullen in Vrachelen ook andere milieumaatregelen worden toegepast, waardoor het aandeel huishoudwater - en daarmee het milieurendement van het aanleggen van een huishoudwaternet - verder zal afnemen.

De totale kosten van aanleg van het huishoudwaternet bedragen ƒ 1,6 miljoen. De gemeente gaat daarbij uit van een provinciale stimuleringssubsidie van ƒ 600.000. Dat is echter tamelijk onzeker, omdat in de provincie inmiddels al enkele van deze projecten van start zijn gegaan. Daarnaast zouden gemeente en Waterleidingmaatschappij ieder twee ton moeten bijdragen. De overige kosten zouden dan moeten worden versleuteld over de huishoudens. Per huishouden betekent dat een investering van ƒ 675. De huishoudens verdienen dat bedrag, door een lagere tariefstelling, in 25 jaar terug.

Tenslotte speelt een rol dat de gezondheidsrisico's van een huishoudwaternet onzeker zijn. Het ministerie van VROM heeft vorig jaar opgeroepen terughoudend te zijn met het aanleggen van dergelijke waternetten, totdat over de gezondheidsrisico's meer bekend is. Het ministerie volgt om die reden een aantal landelijke projecten. Dat kan ertoe leiden dat de rijksoverheid strengere normen gaat stellen aan huishoudwater. Voor projecten als in Vrachelen brengt dat nieuwe onzekerheden met zich mee.

Meer aandacht voor voormalig Oostblok bij ontwikkelingssamenwerking

Oosterhout zal in het beleid op het gebied van
ontwikkelingssamenwerking ook aandacht gaan schenken op de landen in het voormalige Oostblok. Tot nu toe richtte het gemeentelijk beleid zich vooral op de Derde Wereld.

Dat blijkt uit de uitgangspunten voor het beleid mondiale bewustwording van de gemeente Oosterhout vanaf 2000. De gemeenteraad wordt gevraagd dit beleid vast te stellen.

De veranderde internationale verhoudingen vormen de belangrijkste reden voor de beleidswijziging. "De focus op de problematiek in de Derde Wereld is vrij arbitrair. Ook in Midden- en Zuid-Europa zijn landen aan te wijzen die op grond van objectieve criteria tot de ontwikkelingslanden gerekend kunnen worden", aldus het college. Juist omdat Oosterhout als hoofddoelstelling van het ontwikkelingsbeleid heeft de bewustwording van haar burgers rondom internationale vraagstukken, kan Oosterhout haar ogen niet sluiten voor de ontwikkelingsproblematiek waarmee landen in Midden- en Oost-Europa te maken hebben.

Het college wil de samenwerking met andere landen vooral vormgeven door middel van projectkoppeling. Dat betekent dat Oosterhout voor een langere periode een project in de Derde Wereld ondersteunt, waarbij over dat project aan de Oosterhoutse bevolking voorlichting wordt gegeven. Het aangaan van een stedenband vinden b. en w. op dit moment geen optie, omdat daarvoor binnen de gemeentelijke organisatie geen capaciteit voorhanden is. Als in de toekomst meer ambtelijke capaciteit voor ontwikkelingssamenwerking beschikbaar komt, gaat de voorkeur van het college overigens in eerste instantie uit naar technische en bestuurlijke ondersteuning van gemeenten in ontwikkelingslanden. Dat kan bijvoorbeeld door het aanbieden van stageplaatsen. Als uit die contacten de behoefte blijkt voor een nauwere samenwerking, dan komt de stedenband in beeld.

Het college merkt verder op te willen doorgaan met het festival Oosterhout Wereldwijd. Dat is, volgens b. en w., "bij uitstek een instrument om de koppeling te leggen tussen de mondiale bewustwording van de Oosterhoutse bevolking en de eigen multiculturele samenleving".

Voor internationaal beleid heeft de gemeente jaarlijks ƒ 33.600 op de begroting staan. Er worden geen voorstellen gedaan dit bedrag te verhogen.

Nieuwe klachtenregeling gemeente Oosterhout naar raad

Het college vraagt de gemeenteraad een nieuwe verordening "Klachtenregeling gemeente Oosterhout" vast te stellen. Deze regeling komt in de plaats van de "Verordening op de Commissie Ombudsman", zoals de gemeenteraad die in 1995 heeft ingesteld. De nieuwe verordening heeft te maken met de nieuwe vormgeving van de gemeentelijke klachtenregeling.

Wijzigingen in de Algemene wet bestuursrecht verplichten iedere gemeente een klachtenregeling in het leven te roepen met een interne én externe procedure. Momenteel kent de gemeente Oosterhout een onafhankelijke Commissie Ombudsman die klachten van burgers over gedragingen van ambtenaren en bestuurders behandelt. Tegen uitspraken van deze commissie is geen beroep mogelijk.

Het college stelt nu voor de Commissie Ombudsman de rol te geven van externe klachteninstantie. Wie een klacht heeft over de gemeente, moet nu in eerste instantie terecht bij het gemeentebestuur. Afhankelijk van de persoon tegen wie de klacht gericht is, betekent dat het college, de gemeentesecretaris of de sectordirecteur de klacht beoordeelt. Het college zal een klachtenfunctionaris aanwijzen die de klachten in ontvangst neemt, de interne procedure bewaakt en kan adviseren over de afhandeling van de klacht. Wie het niet met de afhandeling van de klacht eens is, kan zich vervolgens wenden tot de Commissie Ombudsman.

College vraagt raad krediet voor marktanalyse onroerend goed

Burgemeester en wethouders vragen de gemeenteraad een krediet van ƒ 260.000 beschikbaar te stellen voor een permanente marktanalyse van Oosterhouts onroerend goed. Zo'n marktanalyse is een verplicht onderdeel van de vaststelling van de waarde van onroerende zaken in een gemeente. Die waardevaststelling vormt de basis voor onder meer de onroerend-zaakbelasting.

Die verplichting houdt in dat marktgegevens - met name verkoopcijfers
- moeten worden verzameld, vastgelegd en geanalyseerd. In de praktijk betekent dit dat alle verkochte panden in de gemeente moeten worden bezocht en getaxeerd. De aldus vastgestelde waarden worden vergeleken met en getoetst aan de verkoopcijfers. De waarden van deze panden vormen vervolgens de basis voor de waardering van de overige panden in de gemeente.

Omdat in het verleden geen permanente marktanalyse is gehouden, moet de gemeente over de periode 1995-1999 een inhaalslag plegen. Die inhaalslag vergt een investering van ƒ 260.000. Op grond van de Wet waardebepaling onroerende zaken komt zestig procent van dit bedrag overigens voor rekening van de andere diensten die van deze gegevens gebruik maken, zoals de Belastingdienst en de waterschappen. De feitelijke uitgaven voor de gemeente komen daarmee op ƒ 103.500.

B. en w. verklaren bezwaren ongegrond tegen intrekking "knip" Weststadweg

Burgemeester en wethouders hebben besloten de bezwaren ongegrond te verklaren die zijn ingediend tegen de intrekking van het verkeersbesluit om een "knip" in de Weststadweg te maken. De bezwaren tegen dit besluit zijn ingediend namens bewoners van de Sikkelstraat. Met het besluit volgt het college de Adviescommissie voor de bezwaarschriften.

Het college besloot eind december 1997 om de "knip" in de Weststadweg op te heffen. Deze knip was bedoeld om doorgaand verkeer van de Weststadweg en Lage Molenpolderweg te weren. De maatregel kon rekenen op veel maatschappelijk protest en bleek bovendien niet effectief. Het college besloot toen het verkeersbesluit in te trekken en bureau DHV opdracht te geven onderzoek te doen naar andere oplossingen voor de verkeersproblemen.

DHV kwam uiteindelijk tot de conclusie af te zien van ingrijpende maatregelen, zoals de afsluiting van de Lage Molenpolderweg. Dat zou weliswaar op de Lage Molenpolder tot oplossingen leiden, maar elders minstens even grote problemen veroorzaken. Op voorstel van b. en w. besloot de raad vervolgens vast te houden aan de verkeersstructuur Vrachelen, zoals weergegeven in de Structuurvisie. De Lage Molenpolderweg zou, om geluidsoverlast te beperken, in 2000 een nieuwe laag met geluidsarm asfalt krijgen.

B. en w. wijzigen aanbesteding standplaatsen Oosterhoutse kermis

De gemeente Oosterhout zal de standplaatsen op de Oosterhoutse kermis voor dit jaar niet via openbare inschrijving vergeven. Dat heeft te maken met het feit dat de kermis dit jaar kleiner van opzet is dan voorgaande jaren, omdat het Bouwlingplein als locatie vervalt. De gemeente zal na inschrijving verder onderhandelen met die kermisexploitanten die niet alleen een goede prijs/kwaliteitverhouding bieden, maar van wie de attracties ook inpasbaar zijn in het kermisterrein. Met name dit laatste weegt zwaar bij de beoordeling. Het college erkent dat de opbrengst uit kermisgelden hierdoor omlaag kan gaan.

Daarnaast hebben b. en w. besloten in de verpachtingsvoorwaarden op te nemen dat de maximale ritprijs voor kinderattracties wordt vastgesteld op ƒ 2 per rit. De openingstijden van de kermis zijn voor dit jaar vastgesteld op vrijdag 18 augustus van 19.00 tot 24.00 uur, zaterdag 19 augustus van 15.00 tot 24.00 uur en zondag 20 tot en met woensdag 23 augustus van 13.00 tot 24.00 uur.

Gemeentelijke dwanginvordering wordt uitbesteed

De gemeente gaat de dwanginvordering uitbesteden aan het externe bureau Boonstoppel Invorderings- en Advieskantoor. Het college heeft daartoe besloten, omdat de gemeentelijke deurwaarder een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie krijgt. Het college zag zich toen gesteld voor de vraag of de gemeente de deurwaarderstaken zelf zou moeten blijven uitvoeren. Gekozen is om gebruik te gaan maken van de diensten van Boonstoppel, dat al voor circa driehonderd Nederlandse gemeenten de dwanginvordering afhandelt. Het bureau zal zich uiteraard houden aan de bestaande gemeentelijke spelregels rond de invordering.

De gemeentelijk deurwaarder is vooral actief op het gebied van publiekrechtelijke vorderingen. Het niet betalen van een gemeentelijke schuld - meestal heffingen en leges - biedt de deurwaarder in uiterste instantie de wettelijke mogelijkheid beslag te leggen op roerende goederen of op loon. Feitelijk beslag op roerende goederen komt bijna niet voor. Meestal leiden de activiteiten van de deurwaarder tot een betalingsregeling.

Geen gemeentelijke financiële ondersteuning voor Sint-Maarten

B. en w. hebben besloten niet in te gaan op het verzoek van de gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen om financiële ondersteuning vanwege de ramp die de orkaan Lenny vooral op Sint-Maarten heeft veroorzaakt. Als er vanuit Nederland ondersteuning wordt verleend, is dat in eerste instantie een zaak van de rijksoverheid, oordelen burgemeester en wethouders. De gemeentelijke Subsidieverordening biedt evenmin de mogelijkheid subsidie te verlenen. B. en w. zullen hun besluit overigens nog wel ter toetsing voorleggen aan de commissie Onderwijs, Welzijn en Cultuur.

College verkoopt bouwgrond in Vrachelen voor energiezuinige woningen

Het college van b. en w. heeft twee percelen grond in Vrachelen 2e fase, één aan de Leonie van Oudyckstraat en één aan de Ina Dammanstraat, te verkopen aan Oakwood Bouw- en Woningburo BV. Oakwood zal daar twee energiezuinige woningen bouwen.

Ter bevordering van duurzaam bouwen heeft de gemeente in Vrachelen twee bouwkavels gereserveerd voor de bouw van twee energiezuinige woningen. Door middel van het uitschrijven van een prijsvraag werden gemotiveerde bouwondernemingen en architecten gevraagd hiervoor ontwerpen te maken. Uiteindelijk werd deze klus via loting aan Oakwood en architect W. van Gool toegewezen.

B. en w. willen bouwvergunning restaurant Ketenbaan intrekken

Het college van b. en w. is voornemens de bouwvergunning in te trekken voor de bouw van een restaurant met bovenwoning op het perceel Ketenbaan 2 (hoek Vijfeikenweg) te Dorst. Het college heeft de bouwvergunning in 1990 afgegeven. Ondanks herhaalde verzoeken van de gemeente is alleen de schuur afgebouwd, van het restaurant is niet meer dan de kelderverdieping gereed.

Op basis van de Woningwet heeft het college nu het voornemen de bouwvergunning in te trekken. De Woningwet bepaalt dat het gemeentebestuur een dergelijk besluit kan nemen, als de bouw langer dan de in de bouwverordening bepaalde termijn van 26 weken heeft stilgelegen. Daarvan is in dit geval sprake.

Oosterhout sluit aan bij landelijke lijn terugbetalen invorderingsrente

De gemeente Oosterhout gaat zich aansluiten bij de landelijke lijn om een drempelbedrag van ƒ 10 te hanteren bij het terugbetalen van invorderingsrente. Bedragen onder ƒ 10 zal de gemeente niet meer automatisch vergoeden; als de betrokken belastingplichtige zelf aangeeft het bedrag tóch te willen ontvangen, gaat de gemeente alsnog tot terugbetaling over.

Van invorderingsrente is sprake als een belastingplichtige zijn belasting of heffingen betaald heeft, waarna later vermindering van het te betalen bedrag plaatsvindt. Over het bedrag dat teveel betaald is, is de gemeente (invorderings)rente verschuldigd.

Gezien de zeer geringe bedragen en de administratieve bewerkelijkheid hebben b. en w. nu besloten een drempelbedrag van ƒ 10 in te stellen. Daarmee volgt de gemeente Oosterhout een lijn die meer gemeenten hanteren.

Oosterhoutse muziekwinkel krijgt ontheffing voor nachtelijke verkoop cd

Het college heeft besloten een Oosterhoutse muziekwinkel ontheffing te verlenen voor de verkoop van de nieuwe cd van Marco Borsato in de nacht van vrijdag 7 op zaterdag 8 januari. De verkoop zal plaatsvinden tussen 0.00 en 0.30 uur.

In het verleden hebben b. en w. soortgelijke verzoeken steeds afgewezen, omdat de gemeentelijke verordening op de winkeltijden geen mogelijkheid kende tot het verlenen van ontheffing. De gemeenteraad heeft in augustus vorig jaar echter de verordening gewijzigd, waardoor b. en w. wel de mogelijkheid krijgen ontheffing van de openingstijden te verlenen. Door van die mogelijkheid nu gebruik te maken, wil het gemeentebestuur ervaring opdoen met de eventuele gevolgen van dergelijke verzoeken.

 

Oosterhout, 6 januari 2000

Deel: ' Besluitenlijst B&W Oosterhout '




Lees ook