gemeente utrecht

geannoteerde agenda naar aanleiding van de vergadering van het college van burgemeester en wethouders d.d. 14 maart 2000


1. ziekteverzuim
het college van burgemeester en wethouders heeft besloten actie te ondernemen om het jaarlijks stijgende ziekteverzuim onder de gemeente ambtenaren een halt problemen toe te roepen. het verzuim steeg van 7,4% in 1996 naar 9,8% in 1999. na interviews met de hoofden personeel en organisatie van de gemeentelijke diensten is een samenvattende rapportage opgesteld met de belangrijkste oorzaken van het stijgende verzuim, de acties die door de verschillende diensten worden ondernomen en enkele aanbevelingen om aanvullende maatregelen te treffen. als directe oorzaken van de stijging van het ziekteverzuim worden genoemd de werkdruk en de vergrijzing van het personeelsbestand. ook onvoldoende aandacht van een groot deel van de leidinggevenden voor hun verzuimende medewerkers wordt als oorzaak genoemd. het college is van mening, dat oudere werknemers, voor wie het fysiek moeilijk is om hun werk goed te kunnen blijven doen, door loopbaanbegeleiding en
-bemiddeling zo snel mogelijk met minder zwaar werk moeten worden belast. daardoor kan de duur van de ziekte worden bekort. ook wil het college leidinggevende ambtenaren beter bewust maken van de centrale rol die zij hebben in de beheersing van het verzuim, opdat zij meer zorg en aandacht zullen gaan besteden aan het verzuim van hun medewerkers.

2. erfscheidingen leidsche rijn
in leidsche rijn utrecht begint de woonwijk langerak langzaam zijn uiteindelijke vorm aan te nemen. de nieuwe bewoners beginnen hun stempel op deze wijk te drukken. een aantal bewoners heeft een aanvang gemaakt met het inrichten van de voor- en achtertuinen. door de indeling van de wijk loopt de afdeling bouwbeheer echter tegen een steeds groter aantal situaties aan waar bewoners erfafscheidingen hebben geplaatst die niet in overeenstemming zijn met de daarvoor geldende regels. deze schuttingen zijn in feite zonder de daarvoor benodigde gemeentelijke toestemming gebouwd.

om deze situatie in goede banen te kunnen leiden heeft het college van burgemeester en wethouders een beleid vastgesteld voor het plaatsen van erfafscheidingen in langerak. in langerak is voor een zodanige stedenbouwkundige verkaveling gekozen dat er op diverse plaatsen sprake is van een situatie waarbij zowel de voor- als de achtertuin grenzen aan de openbare weg. hierdoor is er geen sprake van een normale achter- en voortuin. de bewoners van deze woningen mogen dan zowel in de achter- als in de voortuin geen erfafscheidingen plaatsen van meer dan 1 meter hoog zonder dat ze daarvoor een bouwvergunning moeten aanvragen. dit heeft te maken met het feit dat er alleen vergunningsvrije bouwwerken mogen worden opgericht voor de rooilijn (de lijn die bij het bouwen aan de wegzijde of van de weg afgekeerde zijde niet mag worden overschreden). momenteel verrijzen er dan ook

massaal bouwvergunningsplichtige schuttingen in langerak waarvoor geen bouwvergunningen zijn aangevraagd.

om tegemoet te komen aan deze bijzondere situatie is een beleidskader ontwikkeld voor het plaatsen van erfafscheidingen in langerak. dit beleid geeft meer duidelijkheid naar de bewoners van langerak over het door de gemeente utrecht gehanteerde beleid met betrekking tot nieuwe erfafscheidingen.

de toepassing van bovenstaande regels komt niet in alle gevallen tegemoet aan de behoefte aan privacy. daarom is besloten voor langerak een uitzondering te maken voor een aantal situaties, waarvoor normaal gesproken een vergunningplicht geldt. in het vastgestelde beleidskader wordt aangegeven welke situatie hiervoor in aanmerking komt. tegen de erfafscheidingen die niet binnen dit beleidskader passen zal echter handhavend opgetreden worden. op deze wijze kan een begin worden gemaakt met het aanpakken van de wildgroei van illegaal geplaatste erfafscheidingen in langerak. tegelijkertijd wordt op basis van het voorliggend beleidsvoorstel de burgers toch de mogelijkheid gegeven om een vergelijkbare mate van privacy te creëren als zij zouden hebben bij een meer traditionele stedenbouwkundige verkaveling. dit beleid zal worden gepubliceerd in de gemeentekrant van 28 maart 2000. daarna kan bij de informatiebalie van de afdeling bouwbeheer en het informatiecentrum utrecht het vastgestelde beleid worden ingezien.


3. uitvoeringsprogramma buurtaanpak ondiep het college van burgemeester en wethouders heeft besloten om resterende middelen op de investeringsplanning ten bedrage van nlg 75.000 in te zetten voor het integrale veiligheidsprogramma in noordwest ten behoeve van het uitvoeringsprogramma van de buurtaanpak ondiep.
in 1996 is totaal nlg 775.000 voor ivp in noordwest beschikbaar gesteld voor de integrale wijkveiligheid. van deze middelen voor veiligheid in noordwest is destijds een bedrag van nlg 75.000 nog niet aangevraagd. nu is het noodzakelijk om dit bedrag alsnog in te zetten voor de integrale veiligheid in noordwest. dit vrijgegeven krediet zal worden ingezet voor het uitvoeringsprogramma van de buurtaanpak ondiep. het uitvoerings-programma is een activiteitenprogramma voor de aankomende drie jaar gericht op het nemen van zowel fysieke als sociale maatregelen in de buurt. de bewoners uit ondiep hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de sterkte-zwakte-analyse die als basis diende voor het uitvoeringsprogramma.

het voorstel is aan de orde in de raadscommissie voor financiën en algemene zaken op 4 april a.s.


4. aanpak stimuleringsmaatregel kinderopvang
het college van burgemeester en wethouders heeft besloten om in te stemmen met het voorstel voor de aanpak van de stimuleringsmaatregel kinderopvang.

de kern van het voorstel is om de periode februari – mei 2000 te gebruiken voor:


1. voorbereiding van de verdere uitbreiding van de kinderopvang en buitenschoolse opvang in het kader van de landelijke stimuleringsmaatregel kinderopvang;
2. inhoudelijke uitwerking en vernieuwing van het kinderopvangbeleid.
het nieuwe kinderopvangbeleid moet inspelen op de:


* toegenomen vraag naar kinderopvang als gevolg van toenemende arbeidsdeelname en uitstroom uit de bijstand naar werk, scholing en activering. het gaat om uitbreiding van subsidieplaatsen, bedrijfsplaatsen, particuliere plaatsen, specifieke plaatsen voor uitstromers, activiteitgebonden kinderopvang etc. door middel van onderzoek wordt de vraag in kaart gebracht;
* de verschillende functies die aan de kinderopvang worden opgehangen, zoals opvang, opvoeding, bestrijden van achterstanden. bij de laatste functie kan gedacht worden aan zogenaamde ‘plusopties’ die nodig zijn om kwalitatief goede kinderopvang te bieden voor kwetsbare kinderen;
* de toenemende marktwerking in de sector kinderopvang. de gemeente utrecht subsidieert nog maar 500 van de ruim 2400 plaatsen in de utrechtse kinderopvang. de financiering van de andere plaatsen komen voor rekening van de ouders en de werkgevers. de rol van de overheid als inkoper van kindplaatsen neemt af, maar blijft als het gaat om kwaliteitsbeleid en de regie in het kader van het brede jeugdbeleid.
de verschillende ontwikkelingen stellen andere eisen qua organisatie en financiering van de kinderopvang. het doel van het plan van aanpak is om de eisen te benoemen en te vertalen in een nieuw beleidskader voor de kinderopvang.

het resultaat van de uitwerking van het plan is een inhoudelijke en cijfermatige onderbouwde inzet van de stimuleringsmiddelen kinderopvang. deze inhoudelijke uitwerking vormt tevens de basis voor het structurele beleid voor de periode tot 2003. de uitbreidingsvoorstellen worden afgestemd met de ontwikkelingen in de peuteropvang, het forumbeleid en het jeugdbeleid.


5. overleggroep
op 12 april 2000 ondertekent wethouder mik namens het college van burgemeester en wethouder "het statuut voor de overleggroep Binnenstad". In dit statuut staan de afspraken die de overleggroep Binnenstad maakt met wijkbureau Binnenstad en het gemeentebestuur. In Utrecht bestaan al 10 jaar overleggroepen in de wijken. Na zo'n lange periode was het nodig om het doel van de overleggroep en de afspraken weer "op te frissen.". Over ongeveer een jaar wordt bekeken of de afspraken goed werken en of de afspraken bijgesteld moeten worden. In meerdere wijken zullen de afspraken van de overleggroepen nader bekeken worden.

Utrecht, 14 maart 2000

Deel: ' Besluitenlijst B&W Utrecht - 8159 '




Lees ook