Provincie Zuid-Holland

16-10-2001

Dit is een gezamenlijk bericht van de provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, directie Zuid-Holland, Waterschap De Groote waard en de gemeenten Binnenmaas en Oud-Beijerland

Bestuurlijke overeenstemming over verkennende studie N217

De verkennende studie naar de verkeersproblematiek op de provinciale weg N217 tussen Nieuw Beijerland en 's-Gravendeel geeft aan dat op het oostelijk deel van deze route vooral de verkeersveiligheid een probleem vormt. Op het westelijk gedeelte, tussen Oud-Beijerland en de A29, is vooral de doorstroming een probleem en wordt de kwaliteit van de leefomgeving van de Stougjesdijk aangetast. Door het grote verkeersaanbod op de N217 en de te verwachten groei hier, is de verkeersafwikkeling op de aansluiting A29/N217 een apart punt van zorg. Deze situatie kan in de toekomst eventueel verslechteren door de komst van een
(boven-) regionaal bedrijventerrein in de Hoeksche Waard. Die komst is afhankelijk van de besluitvorming in het kader van de 5e nota Ruimtelijke Ordening.

Bestuurlijke instemming
Begin oktober is de studie door bestuurders van de provincie Zuid-Holland, de gemeenten in de Hoekse Waard, het Waterschap De Groote Waard en Rijkswaterstaat directie Zuid-Holland besproken. De gemeenten en het waterschap hebben hun waardering uitgesproken voor de studie waarin door adviesbureau Royal Haskoning lijnen worden uitgezet naar oplossingen voor de problematiek. Zowel door de gemeenten, het waterschap de provincie en het rijk wordt groot belang gehecht aan de realisatie van de busbaan met daarbij behorende werken tussen Oud-Beijerland en de A29, met aanpassing van de huidige aansluiting op die A29. Door de regio wordt vervolgens prioriteit gelegd bij het verder verbeteren van de aansluiting van de N217 op de A29 met op- en afritten aan de noordzijde van de provinciale weg en bij het oplossen van de problematiek rondom de Stougjesdijk. Een eventuele derde aansluiting in de Hoekse Waard op de A29 in de omgeving van Oud-Beijerland wordt opnieuw bezien bij een eventuele realisatie van een (boven-)regionaal bedrijventerrein.
Het oplossen van deze knelpunten dient verder te worden onderzocht en uitgewerkt, terwijl voorts moet worden onderzocht of en zo ja hoe de hiervoor benodigde financiële middelen kunnen worden gevonden.

Doorstromingsmaatregelen
Nog in de loop van dit jaar start de aanleg van een extra rijstrook in de lus van de aansluiting van de N217 met de A29 (vanuit Oud-Beijerland richting Heinenoordtunnel). Hiermee wordt een belangrijke rijksbijdrage ter bevordering van het openbaar vervoer (EIISS regeling) veilig gesteld.
De maatregelen bestaan verder nog uit een in twee richtingen te berijden afzonderlijke busbaan met een aftakking naar het bedrijf PKF, een rotonde bij Tienvoet, een rotonde bij de Jan van der Heijdenstraat, een doorgaande parallelweg aan de noordzijde van de N217 en aan de zuidzijde niet doorgaande stukken parallelweg voor ontsluiting van de landbouwpercelen en aanwezige bebouwing, een ongelijkvloerse kruising bij de Westdijk en een herinrichting van de bestaande hoofdrijbaan volgens de uitgangspunten van Duurzaam Veilig Verkeer. Het monument De Moeder blijft onaangetast en de bomenrij aan de noordzijde van de provinciale weg blijft grotendeels gespaard. De carpoolplaats wordt verplaatst. Bij de aan te leggen rotonde Jan van der Heijdenstraat wordt rekening gehouden met een toekomstige omlegging van de Stougjesdijk. Het is de bedoeling dat deze verdere werken uiterlijk in 2004 zijn gerealiseerd.

Bestuurlijk worden deze maatregelen gedragen vanwege het feit dat de verkeersveiligheid wordt verbeterd en de doorstroming van met name het openbaar vervoer wordt bevorderd.

Deel: ' Bestuurlijke overeenstemming over verkennende studie N217 '




Lees ook