Partij van de Arbeid



Den Haag, 15 maart 2000

BIJDRAGE VAN KHADIJA ARIB (PVDA) AAN HET ALGEMEEN OVERLEG OVER DE JEUGDZORG

Jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, kindermishandeling, en jeugdcriminaliteit zijn onderwerpen die met enige regelmaat de pers halen. Met het grootste deel van de jeugd gaat het goed, zo'n 15% heeft hulp, bescherming of opvang nodig. En dat hulpaanbod is nog versnipperd, de capaciteit te gering, ook in deze sector is er krapte op de arbeidsmarkt en sprake van matige salariëring.

Voortgang Wet op de jeugdzorg

De rijksoverheid heeft een aantal jaren geleden ingezet op de vorming van bureaus voor de jeugdzorg. Maar de in het regeerakkoord aangekondigde Wet op de jeugdzorg die uiteindelijk de bureaus zou moeten 'toerusten' met één breed loket onder éénduidige aansturing en financiering laat erg lang op zich wachten. Over dit laatste is het veld het nog lang niet eens; zo wil bijvoorbeeld de jeugd-geestelijke gezondheidszorg (jeugd-ggz) een meer zelfstandige positie behouden. Recente rapporten hierover (Lankhorst; Günther) geven niet de gewenste duidelijkheid. De vraag is: hoe nu verder?

De PvdA-fractie is van mening dat de bewindslieden met voortvarendheid de knoop moeten doorhakken en zo snel mogelijk met een wetsontwerp moeten komen. Er is lang genoeg gepraat, geadviseerd en onderzocht. Voor ons kan de 'tussenstap' van "eerst nog een beleidskader" achterwege worden gelaten. Langer wachten kunnen we ons niet permitteren.

De PvdA vindt dat het kabinet helderheid moet verschaffen en een duidelijk standpunt moet formuleren. Graag een reactie van de bewindslieden hierop. Wij dringen dus aan op een snelle aanpak van het wetgevingstraject.

Wat is voor de PvdA belangrijk bij deze nieuwe wetgeving? Ik noem de volgende punten:


- aansluiting bij andere wetten, vooral bij het Verdrag Rechten van het kind;


- de lvg-sector en de jeugd-ggz onder de reikwijdte van de wet;

- primaat van hulpverlening in het gezin, maar altijd voor zover dat ook kan (de projecten 'families first' en home-startprojecten zijn daar goede voorbeelden van);


- de bureaus jeugdzorg als onafhankelijke rechtspersoon die naast eerste hulp ook zonodig begeleiding gedurende het gehele traject kunnen bieden;

- een herkenbare en neutrale positie voor de algemene meldpunten kindermishandeling (AMK's);


- een financiering die als het ware 'garandeert' dat hulpverlening aan, en plaatsing van jongeren gewaarborgd is.

Dan de meerjarenafspraken, waarvan we inmiddels een overzicht hebben gekregen. Ik wil graag weten welke afspraken er in de komende tijd, in afwachting van de nieuwe wet, worden gemaakt ten aanzien van de samenwerking met de ggz-sector, de inzet van de gezinsvoogdij-instellingen en de relatie van jeugdreclassering en HALT-bureaus tot de bureaus jeugdzorg. Klopt het dat er een percentage van 15% met de ggz-sector is afgesproken en, zo ja, op welke berekeningen is dit gestoeld?

Capaciteit

De capaciteitsproblemen in de jeugdzorg stemmen mij niet optimistisch. Rechtszaken zoals in de zorg hebben zich hier nog niet voorgedaan, maar vast staat wel dat zowel bij justitiële plaatsingen als bij vrijwillige plaatsingen de capaciteit tekorten vertoont. Ik wil daarom van de bewindspersonen horen waar zich de grootste knelpunten voordoen en of de extra middelen als gevolg van

het RA voldoende zijn (74 miljoen in 2000). Zijn de bewindslieden bereid in de discussie over de meevallers ook een claim te leggen ten behoeve van de capaciteitsuitbreiding van de jeugdzorg? Bovendien wil ik weten hoe het met de werving van pleegouders verloopt.

Een recent rapport van de Nederlandse Gezinsraad, waarin o.a. wordt gepleit voor een (betere) betaling van pleegouders, zou tot een groter aanbod kúnnen leiden.

Een punt van aandacht is ook de nazorg bij vertrek uit internaat of inrichting. Met z.g. vertrek trainingsprojecten zijn goede resultaten geboekt, maar de schaal waarop is mijns inziens nog veel te gering. Goede scholings- en werkprogramma's verdienen zichzelf als het ware terug en daarom is intensivering gewenst. Hoe kan het dat er nog steeds geen duidelijk antwoord gekomen is op de vraag van de Hoenderloo Groep om de normprijs te verhogen?

Kindermishandeling/seksueel misbruik

Een toenemende problematiek: 50.000 tot 80.000 kinderen worden per jaar mishandeld en zo'n 40 tot 50 kinderen overlijden jaarlijks aan de gevolgen daarvan. Onderzoek is gaande naar kinderen die aan een onnatuurlijke oorzaak zijn overleden. De aanpak van kindermishandeling en seksueel misbruik (beide onder verantwoordelijkheid van Justitie) laat mijns inziens te wensen over. Van belang hierbij is een ketenaanpak waarbij vroeg ingrijpen centraal dient te staan. In deze keten past de AMK (alle aanmeldingen), de diagnostische centra (voor diagnostiek en onderzoek), de jeugdzorg, de jeugdgezondheidszorg en de jeugd-ggz. Bent u het hier mee eens en zal dit ook in de nieuwe wet tot uitdrukking komen?

Ook wil ik in dit verband aandacht vragen voor een specifieke vorm van kindermishandeling n.l. meisjesbesnijdenis. In Engeland, Zweden en Frankrijk is meisjesbesnijdenis inmiddels bij wet verboden. In Nederland is na discussies nu duidelijk dat volgens de minister van Justitie het uitvoeren van meisjesbesnijdenis strafbaar is.

Ik ben voorstander van het strafbaar stellen ervan, maar niet als een aparte kwestie. Mishandeling in het algemeen is bij wet verboden. In het Wetboek van Strafrecht wordt mishandeling als strafbaar feit beschouwd maar er staat niets specifieks over kindermishandeling. Mijn voorstel zou zijn om kindermishandeling als strafbaar feit op te nemen, waardoor automatisch besnijdenis van meisjes hieronder zou vallen.

Verder ben je er met juridische stappen nog niet omdat dit probleem vooral een kwestie is van cultuur en mentaliteitsverandering. Daarom pleit ik er voor om meer te investeren in preventie en voorlichting, specifiek gericht op die groepen waar meisjesbesnijdenis nog voorkomt. In dit verband wil ik graag aandacht vragen voor de subsidieaanvraag van Pharos ten behoeve van een project gericht op voorlichting en preventie op het gebied van meisjesbesnijdenis. Dit project is afgewezen. Ik zou graag de bewindslieden willen verzoeken toch aandacht te besteden aan meisjesbesnijdenis niet alleen in juridische sfeer, maar vooral in activiteiten die een bijdrage leveren aan mentaliteitsverandering. En in dit kader past naar mijn mening ook het steunen van dit soort projecten. Graag een reactie van de minister van Justitie.

De AMK's functioneren nog zeer verschillend. Wel is een forse stijging van het aantal meldingen zichtbaar (30% in twee jaar). Zo hebben veel AMK's wachtlijsten bij de toegang, wachtlijsten bij de vrijwillige hulp, en wachtlijsten voor het in onderzoek nemen van meldingen. Ik wil weten of de AMK's - de komende jaren - met het beschikbare budget uit de voeten kunnen, mede in het licht van de noodzaak dat ook de preventiefunctie voldoende aandacht kan krijgen. Ook wil ik weten of de nu vrij gemaakte middelen geoormerkt zijn ten behoeve van de AMK's en, als dat niet het geval is, wil ik graag weten hoe de verdeling straks zal plaatsvinden en of die verdeling verloopt volgens de normen van Hermans.

Hoewel de registratie door de AMK's gegarandeerd is, vindt registratie van kindermishandeling bij de politie niet of nauwelijks plaats. Om zicht te houden op de omvang van het probleem is het essentieel dat ook de politie registreert. Alleen hierdoor blijft het probleem zichtbaar.

En dan nog iets over de meldplicht. Een wetswijziging hierover is in aantocht, zo heb ik begrepen.

Ik wil graag horen van de minister van Justitie in hoeverre beroepsbeoefenaren nu al kunnen melden zonder dat zij beducht hoeven te zijn voor het medisch tuchtcollege.

En verder wil ik in dit verband een pleidooi houden voor het invoeren van protocollen en gedragscodes binnen instellingen die beroepshalve met kinderen te maken hebben (zoals scholen, kinderopvang, instellingen voor gehandicapten enz). De berichten die zo nu en dan opduiken over seksueel misbruik in instellingen voor kinderopvang en gehandicapten vereisen dat tenminste regels hierover worden opgesteld en nageleefd.

Op het punt van diagnostiek doen zich nog wel knelpunten voor; zo is er slechts één centrum voor diagnostiek waarvoor dan ook forse wachtlijsten bestaan. Is één zo'n centrum niet veel te weinig? Graag een reactie.

Raad voor de Kinderbescherming (RvK)

Recent deed zich een situatie voor waarbij een aantal jonge kinderen vanwege religieuze redenen werd thuisgehouden. Kamervragen, met name over het (moment van) ingrijpen door de RvK waren het gevolg. De antwoorden op deze vragen vind onbevredigend. Ik wil meer duidelijkheid hebben over wanneer de RvK ingrijpt. Aan de ene kant krijg ik vaak brieven van ouders, burgers over naar hun mening ten onrecht ingrijpen van de Raad aan de andere kant lees ik vaak in de media dat er situaties zijn waarbij jarenlang sprake is mishandeling en waarvan de Raad van op de hoogte is, maar niet ingrijpt. Dit is ook voor burgers niet te begrijpen. Graag duidelijkheid hierover.

Gezinsvoogdij

De 'case load' van gezinsvoogden is een terugkerend probleem. In 1998 is via een PvdA-motie bij de algemene politieke beschouwingen ca. 18 miljoen bijgeplust en nader onderzoek in het vooruitzicht gesteld. We hebben zeer onlangs informatie gekregen over invoering van een nieuw budgetterings- en financieringssysteem. Maar bijna tegelijkertijd ontvingen we ook een rapport van Vedivo: leiding geven aan verandering, waarin een pleidooi voor verlaging van de 'case load'. Wat betekenen deze nieuwe maatregelen concreet voor de 'case load'? Hoeveel geld wordt hiervoor ingezet?

Zwerfjongeren

Onlangs is een rapport verschenen over zwerfjongeren. De problematiek is omvangrijk. Wat gaat u hiermee doen? Dát er iets moet gebeuren staat vast. Lokaal jeugdbeleid, preventie van thuisloosheid waaronder vertrektrainingen zijn hierbij van groot belang.

Het gaat om een geschatte omvang van zo'n 3500 jongeren, waarbij er een toename te constateren valt van jongeren met drug- en psychiatrische problemen en een hoog aantal zwakbegaafde jongeren tot de populatie behoort. Veel zwerfjongeren zijn in aanraking geweest met politie (bijna een kwart is meer dan 20 keer gearresteerd!). Onderzoekers constateren dat jongeren vooral dagopvang missen waaraan het deels wegbezuinigde club- en buurthuiswerk debet is. Lokaal jeugdbeleid moet hier z'n werk doen. Preventie van thuisloosheid via vertrek trainingen tonen aan dat zulke begeleiding zeer effectief is. Daarom is uitbreiding hiervan dringend gewenst. Daarbij speelt ook dat deze jongeren vaak ook cliënten zijn geweest van de jeugdhulpverlening. Een goede opvang en begeleiding ontbreekt. Graag een reactie hoe de bewindslieden met dit rapport omgaan; juist op het punt van z.g. nazorg zoals huisvesting, een baan, een opleiding, moet deze jongeren toch weer perspectief bieden.

Personeel en salarissen

Het extra geld voor de jeugdzorg komt alleen ten goede aan capaciteitsuitbreiding. Dat betekent dat investeren in kwaliteit en deskundigheidsbevordering van het personeel erbij inschiet. In een recent onderzoek geeft driekwart van de respondenten in de jeugdhulpverlening aan dat naast de krapte op de arbeidsmarkt de slechte beloning een wezenlijk knelpunt vormt. De jeugdhulpverlening loopt ver achter ten opzichte van andere deelsectoren binnen zorg en welzijn. De VOG legt een structurele claim van 70 miljoen op tafel om de achterstanden in te halen. Hoe kijken de bewindspersonen hier tegen aan en zijn ze eventueel bereid hier bij de komende begroting extra middelen voor in te zetten?

Kinderombudsman

Op dit moment zijn de rechten van kinderen en ouders die te maken hebben met hulpinstanties naar mijn mening onvoldoende gewaarborgd. Weliswaar zijn op het terrein van klachtrecht en medezeggenschap wetswijzigingen tot stand gekomen en is er inmiddels de figuur van een cliëntenvertrouwenspersoon, toch vind ik (en anderen met mij waaronder de ombudsman zélf) dat een kinderombudsman à la het Noorse 'model' navolging verdient. De functie zou de algemene behartiging van kinderen moeten inhouden én het geven van informatie en advies bij problemen op juridisch gebied in individuele gevallen. Ik wil hierover een toezegging van het kabinet.

Als laatste wil ik graag een aantal punten aan de bewindspersonen meegeven:


* De positie van tienermeisjes, nog steeds een groeiende groep en een aantal hiervan zwerft ook; wordt hierop extra beleid ingezet?

* De home-startprojecten zijn zeer effectief. Ze hebben wat langer tijd nodig om een landelijke ondersteuningsstructuur op te zetten. Met 55.000 gulden subsidie voor dit jaar kunnen ze uit de voeten. Dat past toch zeer goed in het zo-zo-zo-beleid?


* Ten aanzien van jeugdparticipatie hebben we wel een inventarisatie gekregen, maar ik vind dat er meer moet gebeuren. De programmacommissie jeugdparticipatie (onder leiding van D'Ancona) gaat een plan van aanpak opstellen. Ik wil hier bepleiten dat inspraak voor jongeren niet alleen vanuit VWS maar vanuit alle ministeries als noodzakelijk wordt gezien.
Jeugdparticipatie

Overheden hebben in het kader van Jeugdbeleid in Ba(l)ans afgesproken dat beleid meer gemaakt moet worden mét kinderen en jongeren en niet over hun hoofden heen. Ook in het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind is het recht op participatie één van de belangrijkste componenten. Nu worden politici en beleidsmakers soms getraind hoe ze met jongeren in gesprek kunnen komen! Waar het echter om moet gaan is creatieve oplossingen te bedenken voor het betrekken van nieuwe vormen en initiatieven, door jongeren zélf wel te verstaan. Er is inmiddels een programmacommissie jeugdparticipatie ingesteld; onder leiding van D'Ancona zal een plan van aanpak 2001-2004 worden opgesteld.

 

 

 

 

 

Deel: ' Bijdrage Arib (PvdA) algemeen overleg over jeugdzorg '




Lees ook