D66 Nieuws


Bijdrage van de D66-fractie aan het debat over de oorlog in Kosovo

Thom de Graaf

30 maart 1999

GESPROKEN TEKST GELDT

De fractie van D66 verwelkomt de gelegenheid om opnieuw met de regering te kunnen spreken over toestand in en rond Kosovo en in het bijzonder de aanwezigheid bij dit debat van de minister-president. Het is van belang dat het parlement, maar over ons hoofd heen, ook de Nederlandse bevolking, de zienswijze van de minister-president kan horen. Weliswaar spreekt de regering altijd met een mond, een geluid, welke minister het ook betreft, maar in bijzondere tijden en omstandigheden belichaamt de minister-president meer dan anderen de eenheid van de regering en de koers van de Nederlandse staat en overheid.

Vorige week woensdag, op het moment dat de luchtaanvallen door de NAVO werden ingezet, heeft de Kamer met open ogen en met kracht van argumenten, bevestigd wat in december al was uitgesproken, nl. dat bij het ontbreken van de wil bij Milosevic om tot overeenstemming te komen, militaire actie van de NAVO onvermijdelijk was en is. Ik wil namens D66 nadrukkelijk verklaren dat ook vandaag daar geen twijfel over bestaat. Het zou het morele failliet van de internationale gemeenschap zijn geweest als niet was opgetreden, als de Servische onwil en agressie was beloond door een diep stilzwijgen van de beschaafde wereld.

De verschrikkingen die nu in Kosovo plaatsvinden, martelingen, platbranden van huizen en dorpen, deportaties en massale moord, geven eens te meer een rechtvaardiging van het NAVO-optreden. We kunnen niet anders. Niemand heeft het recht in eigen huis zo huis te houden. En sprekend over recht: dat is in Kosovo volstrekt verloren gegaan. Servische legereenheden, paramilitairen en misdadigers gaan zich te buiten aan misdaden tegen de menselijkheid en de mensheid, in naam van de Servische soevereiniteit en het leiderschap van Milosevic.

Dit onrecht verschaft alleen maar meer argumenten voor optreden, maar geeft ook een diep gevoel van machteloosheid. Wij allemaal hadden de hoop dat de luchtaanvallen van de NAVO het Servisch bewind tot inkeer zou brengen, zowel waar het Rambouillet betreft als de terreur jegens de Albaanse bevolking van Kosovo. Tot op heden is de werkelijkheid anders: de intensiteit van de gruweldaden is toegenomen, de omvang ook. Mijn fractie is er met de NAVO, met de regering, van overtuigd dat wat met een vreselijk woord etnische zuiveringen is gaan heten, niet veroorzaakt is door de NAVO-acties, maar wel in uitvoering is versneld.

Onze belangrijkste opdracht, de opdracht van de hele internationale gemeenschap, moet en kan alleen maar zijn, te streven naar een einde van geweld en genocide. Ik zeg eerlijk dat ik het uitermate wrang vind om NAVO-woordvoerders te horen spreken over militaire successen en voltreffers en foto's te zien van de beschildering van een Nederlandse F16 met de afbeelding van een getroffen MIG-straaljager. Hoeveel respect en bewondering wij ook voelen voor Nederlandse en andere militairen, die militaire acties zijn onvermijdelijk maar tegelijkertijd ook altijd een nederlaag voor de beschaving. Dat hoeft dus niet gevierd te worden.

De vragen van de D66-fractie zijn natuurlijk de vragen die iedereen bezighouden: hoe gaat dit verder en hoe moet de NAVO handelen. Inmiddels is de tweede fase van de luchtacties in werking getreden en ook die lijkt onvermijdelijk. Voor een daadwerkelijk effect van dit optreden is waarschijnlijk tijd nodig, maar die tijd bestaat eigenlijk niet. Straks is wellicht het Servische leger een onherstelbare klap toegediend, maar zijn de Albanezen niet meer in Kosovo: vermoord, gedeporteerd of gevlucht. Straks is de militaire actie uitgevoerd, maar is de gehele regio een rampgebied.

De militaire actie kan daarom niet de enige actie zijn. Voortdurend en met grote intensiteit moet ook gezocht worden naar politieke oplossingen, ook als die niet uit de NAVO-hoek komen. Ik denk dan in het bijzonder aan de gesprekken die de Russische premier Primakov nu voert en aan een mogelijke rol van de Secretaris-Generaal van de VN. Ik hoop dat de premier daar iets meer over kan zeggen.

Bij het zoeken naar oplossingen moeten naar het oordeel van D66 alle opties nadrukkelijk worden overwogen. Het zenden van grondtroepen mag daarbij niet bij voorbaat volledig worden uitgesloten. Daar zijn buitengewoon grote gevaren en nadelen aan verbonden en op korte termijn is dat ook niet haalbaar, althans niet op het grondgebied van Kosovo. Wel moet in overweging worden genomen de uitbreiding van de zogenaamde extraction force in Macedonië, uit beschermingsoverwegingen en als springplank voor een toekomstige vredesmacht. In dat kader wil ik de regering ook vragen in te gaan op gedachte aan een soort VN-protectoraat, zoals o.m. geopperd door Paddy Ashdown.

De D66-fractie blijft de inzet van de Nederlandse regering binnen NAVO-verband onverminderd steunen, al kunnen wij ons gevoel van diepe zorg en machteloosheid niet goed onderdrukken. Een andere weg lijkt voorlopig niet te bestaan. Over het lot van de vele duizenden vluchtelingen uit Kosovo zal verder moeten worden gesproken. Een ruimhartige opstelling is hier absoluut noodzakelijk. Opvang in de directe regio moet zoveel mogelijk worden ondersteund, daar zullen ook meer middelen voor moeten worden vrijgemaakt dan de eerste 7 miljoen van nu. Opvang in ons eigen land zal ook nodig zijn. Wij vragen de regering om daarover met spoed te overleggen met andere West-Europese landen, bijvoorbeeld over een evenredige verdeling en een materieel zelfde status. De Europese top van afgelopen week was een succes in financieel opzicht. Maar eensgezindheid in Europa kan pas echt worden bewezen als ook hier sprake zal zijn van een gezamenlijk humanitair beleid.

Thom de Graaf, fractie-voorzitter D66
Tel. 070 - 318 26 27
E-mail:Th.dGraaf@tk.parlement.nl

Deel: ' Bijdrage D66 aan debat over oorlog in Kosovo '




Lees ook