Partij van de Arbeid


Den Haag, 14 oktober 1999

BIJDRAGE VAN JAAP JELLE FEENSTRA (PVDA) AAN HET ALGEMEEN OVERLEG OVER DE HOOFDLIJNEN VAN EEN NIEUWE WATERLEIDINGWET EN DE MOTIE FEENSTRA

VOORGESCHIEDENIS
In april 1998 heeft het overleg over de Herziening van de Waterleidingwet plaatsgevonden. Het Kabinet stelde voor in de publiek georganiseerde waterleidingsector marktwerking toe te laten. De waterleidingsector kent enkele specifieke kenmerken, te weten;
- volksgezondheid; hygiëne, leveringszekerheid
- kwaliteit; normstelling, transporttijd en regiogebonden karakter
- kosten; transportinfrastructuur, gebonden klanten (burgers én klein zakelijk gebruik)

- omgeving; bronnenbeheer, natuur en landschap
- waterketenbeheer; winning-afvoer-zuivering, organisatie-financiering-bestuur Een zakelijke analyse van deze kenmerken moet niet overschaduwd worden door ideologische reflexen. Een zakelijke beoordeling is toereikend. Zij leidde in onze inbreng tot de conclusie dat de drinkwatervoorziening een regionaal en natuurlijk monopolie vormt en dat derhalve het publieke karakter behouden moet worden, zeker ook in relatie tot de gepresenteerde voordelen van marktwerking, die discutabel zijn en waar het nodige op valt af te dingen, anders gezegd; de 'driving forces' voor marktwerking en op termijn privatisering zijn niet overtuigend. In het overleg bleek dat alle partijen - minus de VVD - deze benadering deelden; dit leidde tot het afbreken van het AO en het indienen van de motie Feenstra waarbij het Kabinet werd uitgenodigd de Waterleidingwet van 1957 te herzien, met uitzondering van de genoemde marktwerkingvoorstellen.

KABINETSVOORSTEL
Inmiddels ligt er van het Kabinet een nieuwe notitie Hoofdlijnen voor een nieuwe Waterleidingwet met als inhoud:
- de drinkwatervoorziening vormt een natuurlijk monopolie met een regionale schaal waarbij liberalisatie niet aan de orde is, onder verwijzing naar bovengenoemde kenmerken;
- de waterleidingbedrijven blijven volledig in overheidshanden. Deze vorm blijkt in de praktijk goed te werken. Eigendom en beheer en operationele taken liggen in één hand voor het garanderen van integrale kwaliteitszorg;
- het aanbesteden van de operationele taken bij een natuurlijk monopolie zal in de praktijk weinig efficiencywinst via concurrentie kunnen opleveren en wordt als zodanig afgewezen;
- het kwaliteitsaspect speelt nadrukkelijk bij het transport, anders dan bij elektra of gas. 'Third party access (meerdere leveranciers via dezelfde infrastructuur) is niet denkbaar;
- verplichte 'benchmarking' zal worden ingevoerd;
- voor grootschalige levering van industriewater is enige marktwerking mogelijk;
- bij privatisering van elektra en gas zullen 'multi-utilities' weer moeten opsplitsen tot waterleidingbedrijven in overheidseigendom.

INBRENG
Onder verwijzing naar de ingediende motie Feenstra, zijnde onze politieke wens met betrekking tot de drinkwatervoorziening, én de bijdrage van Ad Melkert bij de algemene politieke beschouwingen (Ik ben een waterleidingsocialist!), zijnde onze politieke opstelling met betrekking tot de organisatie van de nutsvoorzieningen, wil de PvdA het voorliggende kabinetsvoorstel steunen.

Onze overige opmerkingen zijn:
1. Het willen behouden van het publiek karakter van de waterleidingsector is bepaald geen ideologische nostalgie maar vloeit voort uit een zakelijke analyse van de kenmerken van de waterleidingssector. Wij willen nadrukkelijk niet alles bij het oude laten maar vooral vooruitgang organiseren. De PvdA is derhalve vóór een verplichte 'benchmarking' en ook vóór verplichtende samenwerking in de waterketen tussen waterleidingbedrijven, waterschappen, gemeenten en provincies ter versterking van zowel de gebruikswaarde als de belevingswaarde en toekomstwaarde van water.

2. In afwachting van het wetsvoorstel stelt het Kabinet een moratorium voor met betrekking tot aandelentransacties, nu veelal in handen van gemeenten. De PvdA bepleit het wel mogelijk te maken dat aandelen tussen overheden worden verkocht, aansluitend bij de inmiddels opgetreden schaalvergroting (zie brief van de VNG).

3. Het Kabinet stelt voor de operationele taak ook geheel bij de overheid te houden. De PvdA sluit zich bij dit principestandpunt aan maar vraagt wel aandacht voor de bestaande praktijk van aanbesteding van afzonderlijke deeltaken, bij bepaalde investeringsprojecten en voor pps-projecten met grootverbruikers. Kan de minister bij de voorbereiding van het wetsvoorstel daar nog eens specifiek naar kijken?

4. Het Kabinet ziet de levering van industriewater als een bescheiden vorm van marktwerking. De PvdA ziet dit als een vorm van productdifferentatie, met een geëigende prijsstelling, kostendekkend en dus niet ten laste van de prijs voor de gebonden klanten, zijnde de burgers en het midden- en kleinbedrijf.

5. Tot slot, de PvdA roept de minister op tijdig met de aandeelhoudende overheden te spreken over de toekomstige publieke organisatie van de waterleidingsector en de noodzakelijke opsplitsing van de 'multi-utilities' met betrekking tot de elektra- en gaspoot.

Deel: ' Bijdrage Feenstra (PvdA) algemeen overleg waterleidingwet '




Lees ook