Partij van de Arbeid


Den Haag 14 oktober 1999

BIJDRAGE VAN WOUTER GORTZAK (PVDA) AAN DE PLENAIRE BEHANDELING VAN DE BEGROTING NAAZ 2000

De interruptie Is voor veel parlementariërs het zout in de pap. Omdat de mores echter eisen dat ik hier zonder onderbrekingen spreek zullen de collegae hun ziel in lijdzaamheid moeten bezitten. Sommige debutanten, bezorgd om voor zouteloos door te gaan, nodigen er toch toe uit, onderbroken te worden. Zo zit ik niet in elkaar. Hoe prikkelend de interruptie soms ook is, het zijn niet allemaal parels, en als de trein van mijn gedachten wordt onderbroken loopt zij makkelijk uit de rails. Ik prijs me gelukkig dat ik dat risico, althans deze ene keer, ontloop.

Ter zake nu. Zo gaat het niet langer kopte het FD onlangs een bijdrage over de verhouding tussen Nederland en de Nederlandse Antillen. Inderdaad is een doorbraak noodzakelijk. Voor de PvdA is de Nota Toekomst in Samenwerking een stap in de goede richting. Dat vinden we ook van de overeenkomst die op termijn tot een financieel vrijwel onafhankelijk Aruba moet leiden. En ook de Antillen leken op de goede weg met de instelling van een Commissie van Wijze Mannen die, zonder dat het IMF er aan te pas kwam, een moedig Herstelprogramma opstelde. De Antilliaanse regering had niet meer te doen dan de voorgestelde maatregelen in onderlinge samenhang uit te voeren: de inkomsten vergroten, de uitgaven verlagen, de economie open gooien en de arbeidsmarkt flexibiliseren en zo het investeringsklimaat verbeteren.

Neen dus. De Wijze Mannen staan in hun hemd. Toen het er op aankwam waren de Nederlandse Antillen een kabinetscrisis rijker, vooral dankzij politici die zeggen de belangen van 'het volk' te behartigen, maar die zich tot nu toe meer zorg maakten over hun cliëntèle onder de ambtenaren dan over de talloze werkloze jongeren.

De recente ontwikkelingen op de Antillen, en de versterkte migratie die eruit voortvloeit, brengen sommige Nederlandse politici in paniek. Hun zenuwen gaan zozeer met hun meestal nuchtere oordeel aan de loop dat zij te biecht gaan bij een dagblad dat ik, in een ironische bui wel eens de gezond verstand krant noem. Daarin stellen zij nieuwe eisen aan de migratie. Ik herinner er daarom nog maar even aan dat hier nog geen half jaar geleden is vastgesteld, al was het maar door mij, dat zolang de Antilliaanse economie in het slop blijft, de migratie voortgaat. In ieder geval hebben we toen maatregelen goedgekeurd om die migratie te beperken en afgesproken dat we, volgend voorjaar, het effect ervan zullen evalueren. Zo niets zou helpen zouden we dan verdergaande maatregelen onder ogen zien. Deugdelijk parlementair gedrag veronderstelt dat je, rampen daargelaten, op zulke afspraken niet tussentijds op terug komt, ook al in het besef dat de meeste migranten slachtoffer zijn van delen van de Antilliaanse politieke elite, die weigerden verantwoordelijkheid te nemen voor een beleid dat pijn doet maar perspectief biedt.

Het gaat niet zo het moet, op de Antillen, maar ook tussen Den Haag en Willemstad wil het niet echt boteren. Mij dunkt dat een aantal factoren onze verhouding belasten. De eerste is het verschil in omvang. Het Statuut veronderstelt gelijkwaardige partners, maar de werkelijkheid wordt adequater weergegeven door een NRC-cartoonist die onlangs Curaçao op Texel projecteerde. Dat verschil krijgt extra reliëf als je economische voorspoed hier tegenover de misère op de Antillen zet. Dat dubbele verschil kan leiden tot superioriteitsbesef bij ons en een Calimero-sentiment daar, op zichzelf aanleiding voor onaangenaamheden over en weer.

Ook het doorwerken van koloniale verhouding en de slavernij is nog steeds van betekenis. Het besef daarvan neemt in Nederland toe zoals onlangs bleek uit de oprichting van een platform 'herdenking slavernij' en de positieve reacties daarop van premier Kok en minister Van Boxtel. En dan zijn er ook nog de culturele verschillen. Ze zijn veelvuldig en vele ervan verdienen in onderlinge omgang wederzijds respect.

Nota en Begroting komen er op hoofdzaken goed af als we ze afzetten tegen deze factoren. Het verschil tussen groot en klein wordt immers gerelativeerd bij een ontwikkelingsbeleid dat een einde kan maken aan de Antilliaanse hulpafhankelijkheid. Voorwaarden daarvoor, en wij volgen daarin de Begroting, zijn deugdelijk bestuur (inclusief beheersing van de overheidsfinanciën), de ontwikkeling van een duurzame economie, beter onderwijs en gegarandeerde rechtshandhaving. Bij zelfredzaamheid past voorts de overgang van bevoogdende projecthulp naar programhulp, die er bovendien toe kan bijdragen dat het ontwikkelingsgeld directer werkzaam wordt en niet onevenredig wordt opgeslokt door technische bijstanders en adviesbureaus. De PvdA stemt voorts in met inschakeling van internationale organisaties bij de vormgeving van het samenwerkingbeleid en van het onderwijsonderzoek, en vindt het verstandig de uitkomsten van een Wereldbankstudie naar kleine eilandeconomieën te betrekken bij de definitie van duurzame economische ontwikkeling.

Zowel de betrokkenheid van internationale organisaties en het voornemen de ontwikkelingsgelden in een regionaal te beheren fonds te starten kan de Calimero-vrees temperen dat 'grote broer het weer zo nodig beter' moet weten.

Naast al die instemming heeft de PvdA toch ook kritiek. Zij vindt het een gemiste kans dat het kabinet in het beknopte historische overzicht in de Nota Toekomst in Samenwerking van het koloniale verleden niet meer te melden heeft dan dat 'de band tussen Nederland, de NA en Aruba teruggaat tot in de 17e eeuw' en 'in de loop der eeuwen steeds veranderd is'. Ook inzicht in de mate waarin het verleden daar en hier nog voortleeft, en in de betekenis van het Antilliaanse erfgoed, draagt bij aan gelijkwaardiger verhoudingen. Er kan dan ook een einde komen aan wat soms een geconditioneerde reflex lijkt als ongewenst geacht Nederlands gedrag als neokoloniaal van de hand wordt gewezen, zoals nu weer gebeurt op Aruba bij het blokkeren, door de gouverneur, van de benoeming van Glenbert Croes tot minister. Kan de staatssecretaris trouwens inzicht geven in de overwegingen die tot dat besluit hebben geleid?

Om het koloniale verleden definitief te overwinnen, een einde te maken aan de doorwerking ervan in het heden en de culturele verschillen in kaart te brengen moeten Arubanen, Antillianen en Nederlanders er vrijmoedig over spreken. Ik wil daar wel een persoonlijk getint voorschot op nemen door te stellen dat in de Nederlandse cultuur, waarmee ik me verbonden voel, vast niet alle koloniale vooroordelen zijn overwonnen en dat wij te vaak folklore van anderen omarmen en smakklijk Antilliaanse hapjes slikken, zonder te beseffen in welke cultuur die wortelen. En dan de Arubanen en Antillianen. Zij zijn, in veel opzichten terecht, trots op de eigen cultuur maar ik veronderstel dat elementen mogelijk mede verklaren waarom onze vrienden overzee niet altijd zijn opgewassen tegen eisen die een globaliserende wereld stelt aan economie en bestuur. Om tot zo'n gezamenlijk besef te komen van verleden en cultuur, ook ter bevordering van wederzijds begrip en samenwerking, bepleit de PvdA de instelling van een gemengd Nederlands/Arubaans/Antilliaanse wetenschappelijke Commissie 'cultuur en verleden', die daarover binnen een jaar rapporteert.

De PvdA wil deze principiële opmerkingen aanvullen met enkele vragen

Over Koraal Specht, dat tot onze grote opluchting eindelijk wordt aangepakt, zijn we kort. Tijdens de interpellatie Van Oven daarover wekte de staatssecretaris de indruk niets te weten van plannen om het beheer in de toekomst over te dragen aan de firma Wackenhut. Maar van minister van justitie Martha begrepen we dat de Antilliaanse regering, in gesprek met Wackenhut, zo'n overdracht al geruime tijd voorbereidt. Daarover een of/of vraag. Heeft minister Martha tijdens onderling overleg de staatssecretaris een oor aangenaaid door niets daarover te zeggen of heeft de staatssecretaris de Kamer een rad voor ogen gedraaid door te doen of hij daar niet van wist?

Een tweede vraag. Er gingen deze week geluiden op om de kabinetscrisis op de Antillen aan te grijpen voor stopzetting van het zenden van ontwikkelingsgelden. Maar is niet de essentie van de Nota Toekomst dat geen ontwikkelingshulp richting Antillen gaat bij uitblijven van deugdelijk bestuur? En is er trouwens in 2000 wel geld uit te geven? Als ik de antwoorden op vragen over de Slotwet '98 goed heb begrepen is er, als gevolg van eerder goedgekeurde projecten, pas eind 2000 weer nieuwe financiële ruimte.

Een derde vraag ligt strikt genomen buiten de competentie van de staatssecretaris en heeft betrekking op de vooralsnog versterkte migratie, die vooral de zgn. Antillengemeenten voor grote problemen stelt. Is de staatssecretaris bereid bij minister Van Boxtel aan te dringen op extra inzet, voor de opvang in deze gemeenten van jongeren tussen de 16 en 25 jaar, en om in samenwerking met die gemeenten te onderzoeken welke elementen uit het opvangbeleid bij voorkeur kunnen worden ingezet om de gevolgen van de immigratie op korte termijn zo goed mogelijk het hoofd te bieden?

Enkele opmerkingen van principiële aard tot slot.
Onder invloed van de kabinetscrisis op de Antillen laait ook de discussie over de Nederlands/Antilliaanse en de land/eilandverhoudingen weer op. Het is inderdaad op z'n minst vreemd dat een conflict in het Bestuurscollege Curaçao de lont lijkt die de spanningen in het landsbestuur tot ontploffing brecht. En ook klachten vanuit Bonaire en Sint Maarten wekken de indruk dat enig gesleutel aan de ERNA geen kwaad kan. Op Statuut en ERNA kan daarom nooit genoeg gestudeerd worden, en misschien is het te overwegen om, naar analogie van de werkgroep democratisch deficit ook een interparlementaire werkgroep Statuut en Erna in te stellen. Al is het waar dat die laatste werkgroep niet veel heeft opgeleverd.

Maar de manier waarop het debat momenteel wordt opgepakt, heeft niet de instemming van de PvdA. Soms wordt, met het argument dat de Antillen te klein zijn voor zelfredzaamheid, gepleit voor een soort herkolonisatie naar Frans-Caraïbisch voorbeeld. Aruba en Barbados echter bewijzen dat omvang noch inwonertal zelfredzaamheid in de weg hoeven staan. De PvdA meent dat ook op de Antillen, als een het nu te vormen kabinet de bakens verzet, op korte termijn, verbetering mogelijk is. De PvdA ziet dus niets in Dom-Toms.

Anderen dringen aan op Nederlandse inmenging, tot en met het onder curatele stellen van de Antillen toe. Dat zou volgens enquête-uitslagen kunnen rekenen op steun van een meerderheid van de Antilliaanse bevolking. Of zo'n inmenging juridisch mogelijk is vraagt om een exegese van het Statuut waartoe ik vooralsnog niet gekwalificeerd ben. Debutanten moeten hun beperkingen kennen! Maar een politiek oordeel heb ik er wel over. Al maakt zich soms ook van de PvdA de scepsis meester, de geluiden die de laatste dagen vanuit Willemstad tot ons komen zijn positief genoeg om er van uit te gaan dat er een kabinet komt op brede basis dat de uitvoering van het Herstelplan krachtig ter hand zal nemen. De kans daarop wordt bepaald niet vergroot door onzerzijds dreigende taal uit te slaan. Autonomie veronderstelt dat het democratische proces overzee zijn eigen loop heeft. Bovendien achten wij de dreigementen voor Nederland politiek riskant. Wie op de Antillen te weinig ruggengraat toont om wellicht impopulaire maar noodzakelijke maatregelen voor zijn rekening te nemen, zal er niet voor terugschrikken eventuele gevoelens van onvrede over die maatregelen met antikoloniaal tromgeroffel tegen Nederland te mobiliseren. Voor de PvdA betreft blijft het daarom vooralsnog zo het is: wie, zoals de Antilliaanse politieke elite, terecht baas in eigen huis wil zijn, moet verantwoordelijkheid durven aanvaarden voor noodzakelijk beleid. Hoe eerder, hoe beter, in ieders belang, maar vooral van dat van de mensen in problemen op de Antillen.

Deel: ' Bijdrage Gortzak (PvdA) behandeling begroting NAAZ 2000 '




Lees ook