GPV

BEGROTING 2000 NAAZ
BIJDRAGE VAN E. VAN MIDDELKOOP - GPV
(mede namens RPF en SGP)
14 oktober 1999

MdV. Het beleid ten aanzien van de Nederlandse Antillen en Aruba voltrekt zich thans ogenschijnlijk in een relatieve rust. Dit schreef ik vrijdagavond, om op zaterdagmorgen het crisisnieuws uit Willemstad te vernemen. Voor zover het Aruba betreft klopt dit beeld. Daarom heb ik over dit land slechts een enkele vraag. Na het rapport Biesheuvel is er een constructieve beleidsdialoog geweest. Over 10 jaar kan de ontwikkelingssteun worden beëindigd. Tot 2010 krijgt Aruba nog voor 490 miljoen gulden steun, 220 miljoen aan overheidsprojecten en 270 voor overige activiteiten. Hoe is deze verdeling tot stand gekomen? Hoe groot is de Arubaans beleidsvrijheid t.a.v. de 270 miljoen? Heeft Aruba bijvoorbeeld het recht dit bedrag, na bereiken van een begrotingsevenwicht, in één keer op te eisen voor schuldsanering? Dat lijkt aantrekkelijk, omdat dan de rentelast minder wordt.

Gaat het om de Nederlandse Antillen dan is alles anders. De financieel-economische parameters zijn negatief, het overheidsbeleid gaat onverantwoord stroef, de criminaliteit stijgt onrustbarend en de emigratie neemt steeds grotere vormen aan. Zo las ik in het laatste Koninkrijksrapport over de uitvoering van het verdrag tot uitbanning van alle vormen van racisme dat thans 22.000 Antillianen zouden willen emigreren, een groot deel naar Nederland. Mag ik een beleidsreactie op deze ophanden zijnde exodus? Wij hebben nooit voorop gelopen bij het roepen om een vorm van visumregeling. Echter, zo kon het niet verder. Het lijkt me werkelijk in ieders belang als er een rem komt op deze migratie. Ik nodig de staatssecretaris uit hiervoor met voorstellen te komen.

De regeringscrisis is allereerst een zaak van de overzeese collegas. Met instemming las ik de uitspraak van minister-president Römer over het wijze-mannen-plan: Dit plan moeten we uitvoeren. Het is de enige manier om onze economie weer gezond te krijgen. Stel dat een nieuwe coalitie daartoe bereid is, moet dan als gebaar onzerzijds niet worden gereageerd met de opheffing van de blokkade op het beschikbaar stellen van ontwikkelingsmiddelen? Voorlopig zijn de Antillen immers niet tot zelfredzaamheid in staat.

Nu ontvingen wij in juni de nota Toekomst in Samenwerking. Het is een inzichtelijk, knap en toekomstgericht werkstuk, waarvoor de staatssecretaris onze waardering kan krijgen.

Echter, het verwezenlijken van de in de nota genoemde samenwerkingsdoelen staat of valt met de oplossing van de huidige problemen. En die zijn vooralsnog zeer groot. De brief van 1 oktober over de uitvoering van het Nationaal Herstelplan loog er niet om.

Enkele weken geleden is er in Willemstad een wetgevend begin gemaakt. Wat is daarover het oordeel van de staatssecretaris? En vooral: wat is vervolgens nog nodig wil hij bereid zijn weer op normale wijze ontwikkelingsgelden beschikbaar te stellen? Wat is er overigens waar van berichten als zou er zelfs onenigheid bestaan over de keuze in het schrappen van reeds goedgekeurde projecten?

Over de nieuwe nota wil ik in dit debat enkele principiële punten aanvoeren. Het nieuwe beleid is geënt op moderne opvattingen over ontwikkelingssamenwerking, zoals we die ook met minister Herfkens bespraken. Daarin staat o.m. centaal het begrip ownerschip, de notie dat een land allereerst zelf verantwoordelijk is voor het scheppen van goede voorwaarden voor ontwikkeling. Onderdeel daarvan is dat het land zelf aangeeft wat zijn prioriteiten zijn. Een donor kan zich daar dan bij aansluiten. Welnu, dat lijkt t.a.v. de Antillen niet te gebeuren, want het is de Nederlandse regering die de prioriteiten lijkt te stellen. Mag ik hierover een verklaring ontvangen? En kan ook uitgelegd worden waarom er tussen de nota en de begrotingstoelichting een verschil is in het spreken over het bestemmen van samenwerkingsmiddelen voor rechtshandhaving?

Een tweede vraag is hoe het voornemen om de structurele begrotingssteun aan de kleine eilanden in te schuiven in de nieuwe fondsconstructie zich verhoudt tot het Solidariteitsfonds. Het is beschamend dat de desbetreffende rijkswet nog altijd niet tot stand is gebracht, maar al eerder heb ik opgemerkt dat wellicht naar nieuwe constructies moet worden gezocht. De staatssecretaris lijkt dat nu ook te willen, maar wat betekent dit voor het voorbijliggende wetsvoorstel? En past in zijn nieuwe visie nog dat ook van Aruba een solidariteitsbijdrage wordt gevraagd?

Een derde punt is het vinden van een instantie, bijvoorbeeld een ontwikkelingsbank, die verantwoordelijk wordt voor het beheer en de allocatie van de samenwerkingsmiddelen. Daar wordt nog naar gezocht. Is de staatssecretaris het met mij eens dat het de voorkeur verdient een instelling te vinden of op te richten in en van de Nederlandse Antillen zelf? Een volgende vraag is hoe het werk van deze ontwikkelingsbank zich gaat verhouden tot de verantwoordelijkheden van de Antilliaanse regering. Zal contractueel worden vastgelegd dat de bank geheel zelfstandig zal opereren? Aanvullend een vraag. In hoeverre zijn de aanbevelingen van het UNDP rapport uit 1997 over de personele samenwerking in de nota verwerkt? In het bijzonder ben ik nieuwsgierig naar de aanbeveling om een budgettair onderscheid aan te brengen tussen Koninkrijkszaken en waarborgfuncties enerzijds en ontwikkelingssamenwerking anderzijds. Wordt dit opgevolgd?

Tenslotte merk ik op dat het mij verbaasd heeft dat er niets over de verslavingszorg in de nota staat, terwijl er nog altijd verslaafden voor hulp naar Nederland komen.

Zowel in de recente stukken alsook in het verslag van het kennismakingsbezoek van minister Peper tref ik duidelijke uitspraken aan over de staatkundige structuur. Geen verandering in de Koninkrijksverhoudingen, mogelijkerwijs wel een herstructurering van het land de Nederlands Antillen i.c. een verdere decentralisatie naar de eilandgebieden. De motie- Te Veldhuis is daarmee definitief ten grave gedragen, waarvan akte! Ik kan met deze zienswijze instemmen, als dit maar niet een nieuwe opleving van de retoriek over het zelfbeschikkingsrecht van de eilanden gaat betekenen. Hoe wordt aan deze opvatting nu verder inhoud gegeven? En welke rol wil en kan Nederland hierbij spelen? De kans is groot dat ook dit weer een gebed zonder eind wordt. Is het niet raadzaam daarom bijvoorbeeld een gemengd samengestelde staatscommissie in het leven te roepen onder Antilliaans voorzitterschap?

Terug naar de problemen van gisteren en vandaag. De stagnatie in veel dossiers wordt zo langzamerhand onaanvaardbaar. Ik sprak al over het solidariteitsfonds. Nog altijd is er ook geen voortgang in het personencontroleverdrag voor St. Maarten. Minister Van Aartsen schreef na zijn bezoek aan de overzij dat een oplossing in hoge mate afhankelijk is van de opstelling van de Nederlandse Antillen. Minister Peper en staatssecretaris De Vries schreven ons 10 dagen later dat zij minister Van Aartsen zullen benaderen voor het vinden van een oplossing. Zo schuift de bal heen en weer. Kortom, gebeurd er nog wat? Kan de Kamer overigens ook nader worden geïnformeerd over een ander verdrag met Frankrijk, waar minister Van Aartsen gewag van maakt, namelijk waarin de zeegrenzen in het Bovenwindse nader zullen worden afgebakend? Ik wist niet dat er hier problemen waren.

Over de stagnatie m.b.t. Koraalspecht spreken we reeds eerder, zoals ook de vraag naar de rijkswet voor de kustwacht weer kan worden herhaald. Op parlementair niveau is, om dit type stagnatie aan te pakken, de laatste jaren vooral door collega Van Oven nagedacht over een Koninkrijksparlement of een interparlementaire commissie. Daar zijn we echter nog weinig verder mee gekomen. Los van de vraag of het zogenaamde democratisch tekort om een snelle oplossing vraagt, wat in elk geval nodig is dat is een systeem om snel knopen door te hakken. Ik zou de staatssecretaris willen vragen of hij wellicht iets ziet in een procedure die geënt is op de concilliatie procedure zoals die in de Europese Unie wordt toegepast. Te denken is aan comités met vertegenwoordigers van de respectievelijke regeringen en parlementen, variabel samengesteld naar gelang het onderwerp, met de bevoegdheid een niet meer te amenderen voorstel voor te leggen aan de competente organen. Graag een eerste reactie.

Masha Danki, MdV.

Deel: ' Bijdrage GPV aan debat over begroting Antillen 2000 '




Lees ook