GPV

WIJZIGING ARTIKEL 141 Sr
Bijdrage van G.J.Schutte (mede namens RPF)
2 februari 2000

26 519

Voorzitter, de voorliggende wetswijziging is wel heel summier: de vervanging van de woorden in verenigde krachten door de woorden in vereniging. De wijziging is zo summier dat je haast zou kunnen zeggen dat eerder beargumenteerd zou moeten worden waarom je de wijziging achterwege zou laten dan dat je zou moeten beargumenteren waarom je ervoor zou zijn.

Toch ligt er een wereld achter het voorstel. De wereld van Meindert Tjoelker en al die anderen in vergelijkbare situaties, de wereld van de min of meer ongrijpbare hooligan, de gewelddadige kraker of demonstrant, de scholierendemonstratie op het Binnenhof begin december. De bedoeling van het wetsvoorstel is om in al deze gevallen de wat je zou kunnen noemen schuldige betrokkene, sneller strafrechtelijk te kunnen vervolgen, ook al heeft de persoon in kwestie niet zelf feitelijk het geweld gepleegd. Met dit streven zijn de fracties van GPV en RPF het eens. Het belang van de handhaving van de rechtsorde vraagt daarom. De rechtsorde wordt bedreigd, als zaken waarvan men wel weet dat ze niet deugen, onbestraft blijven omdat het huidige recht voor het moment nu eenmaal niet ver genoeg reikt.

Het onderscheid tussen de oude en de nieuwe formulering is bepaald lastig. Onder de oude bepaling moet een medepleger een feitelijke gewelddaad ten laste kunnen worden gelegd; onder de nieuwe wet is voldoende dat de medepleger een bijdrage heeft geleverd aan het geweld, ook indien de bijdrage zelf niet een gewelddadige handeling is geweest. Een en ander houdt in dat bewijsproblemen wel zullen blijven bestaan. Bewijsproblemen die niet eenvoudig zijn: het gaat immers om een dubbel bewijs: dat de handeling opzettelijk gepleegd is en dat de handeling (die in zichzelf dus niet noodzakelijkerwijs strafbaar is) in verband moet staan met de openlijke geweldpleging. Immers, alleen die laatste stap, het verband houden met de openlijke geweldpleging maakt de handeling strafbaar in de zin van artikel 141 Sr. Verschillende voorbeelden uit de stukken maken duidelijk hoe lastig een en ander in de praktijk nog kan zijn. Vanuit onze fracties is bijvoorbeeld gevraagd naar de strafbaarheid van joelen. Dat kan in omstandigheden strafbaar zijn, maar het enkele feit van het lawaai van een overvliegend vliegtuig dat het joelen overstemd, kan aan het joelen al het strafwaardig karakter ontnemen, omdat het joelen dan geen bijdrage heeft kunnen leveren aan de gewelddadigheden. Dergelijke voorbeelden doen denken aan klassieke strafrechtelijke fenomenen als de absoluut ondeugdelijke poging tot moord. De poging is gepleegd, het is bewezen, maar de handeling zelf had nooit de moord tot gevolg kunnen hebben. Dan vervalt de strafbaarheid. De Raad van State, maar ook anderen, zien in dit hele gebeuren aanleiding om de meerwaarde van het voorstel te betwijfelen; wij zijn echter geneigd in een geval als dit het voordeel van de twijfel te verschaffen.

Het voorstel houdt nog niet in: je wás er bij dus je bént erbij, zo lezen we uit de stukken. Er moet sprake zijn van een feitelijke bijdrage aan de gewelddadige handelingen ook al heeft men die gewelddadige handelingen niet zelf gepleegd. Op dit punt rijst wel de vraag naar de zogeheten meeloper in de groep. Hij weet wat er aan de hand is, had zich kunnen onttrekken, de gewelddadigheden misschien zelfs kunnen voorkomen, maar heeft het niet gedaan. Onder het voorliggende wetsvoorstel gaat deze persoon vrijuit. Misschien goed, omdat anders het risico te groot wordt dat zelfs toevallige onschuldige passanten onder het bereik van de wet dreigen te vallen, maar ook niet geheel bevredigend. Misschien dat de minister hier toch nog eens op in wil gaan.

Over hetzelfde punt hebben onze fracties in de voorbereiding gevraagd naar eventuele strafbaarstelling van de samenscholing indien de samenscholing gepaard gaat met geweld. Ik meen dat de antwoorden op onze vragen echter afdoende zijn geweest. Vooral het illusoir maken van de demonstratievrijheid doordat anderen de gelegenheid krijgen door ordeverstoringen de samenscholing als zodanig strafbaar te maken, is wat mij betreft een doorslaggevend argument.

Een ander kritiekpunt is dat in een aantal gevallen gedragingen wel via andere artikelen kunnen worden aangepakt. Met andere woorden, het wetsvoorstel stelt strafbaar wat in veel gevallen al strafbaar was. Wat hiervan zij en in een aantal gevallen is hier ook zeker sprake van - toch zal de voorgestelde wijziging zeker een toevoeging ten opzichte van het bestaande instrumentarium betekenen. Al is voor het moment de meerwaarde van de voorgestelde wijziging ook in dit opzicht nog niet geheel uitgekristalliseerd en zal deze in de praktijk vooral moeten blijken, dit kan geen argument zijn tegen deze wijziging. Doorslaggevend voor onze fracties is in elk geval dat strafwaardig gedrag bestraft moet kunnen worden en dat blijft op dit moment te vaak achterwege.

Zoekwoorden:

Deel: ' Bijdrage GPV en RPF debat inlichtingen- en veiligheidsdienst '




Lees ook