Partij van de Arbeid


Bijdrage van Mariëtte Hamer aan het algemeen overleg Kinderopvang
25 november 1999

"Minder stress voor ouders, meer opgewekte kinderen"

Inbreng kinderopvang
Kinderopvang wordt met de dag belangrijker. Dat blijkt uit de cijfers die deze week bekend werden gemaakt. Een groei van 15% aan plaatsen in een jaar tijd ,waarbij de groei van de informele kinderopvang (buren, zwarte oppas, oma, etc) niet is meegerekend. Grote problemen met wachtlijsten, gisteravond in Netwerk zagen wij weer enkele schrijnende gevallen.
Nu maakt 17% van alle kinderen gebruik van de kinderopvang. Dat betekent dat 73% dat nog niet doet. Dat is met de nieuwe patronen in de verdeling van zorg en arbeid tussen mannen en vrouwen nog een hoog percentage. De PvdA verwacht daarom dat de behoefte aan kinderopvang de komende jaren blijft stijgen. Wij vragen ons dan ook af of de stimuleringsmaatregel van 71.000 plaatsen voldoende zal blijken te zijn.
Ook de waarde van de kinderopvang voor de ontwikkeling van het kind krijgt steeds meer erkenning. Het leren spelen met andere kinderen en het leren aangaan van een relatie met andere volwassenen dan de ouders zijn van grote waarde voor de sociale ontwikkeling van het kind. De crèche, de peuterspeelzaal of het gastoudergezin kan hierin een belangrijke rol vervullen. Maar er kan ook veel mis gaan in die eerste jaren die zo essentieel zijn voor de ontwikkeling van het kind. Daarom moeten we het vandaag niet alleen hebben over de kwantiteit maar ook over de kwaliteit van de kinderopvang.

De komende jaren zal alles op alles gezet moeten worden om een toereikend, toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig aanbod te ontwikkelen. De sturing van de landelijke en lokale overheid kan daarbij niet gemist worden. Daarvan is de PvdA overtuigd. Tegelijkertijd zullen we een meer vraaggericht systeem moeten ontwikkelen. Dat vraagt dus om beleid voor de korte en voor de lange termijn.

De actiepunten voor de korte termijn:

1. Een dekkend aanbod van kinderopvang. Weg met de wachtlijsten! Dat was het uitgangspunt in het regeeraccoord. En dat is ook nu nog steeds het ijkpunt voor de PvdA. In het regeeraccoord is afgesproken dat we dit dekkende aanbod zouden bereiken door een verdubbelings-operatie van de capaciteit uit te voeren. Uit de beleidsbrief die we vandaag bespreken blijkt dat deze capaciteitsuitbreiding niet wordt gehaald. Wel komt er een uitbreiding met 71.000 plaatsen, waarmee het totaal aantal beschikbare plaatsen op 160.000 zou komen. De PvdA-fractie maakt zich grote zorgen of dit voldoende zal blijken te zijn. Wij hebben daarbij een aantal vragen aan de staatssecretaris:


*Sommigen beweren dat er daarbinnen sprake is van een dubbeltelling omdat de buitenschoolse opvang plaatsen deels een overloop kennen met een vorige stimuleringsmaatregel. De PvdA wil allereerst graag van de staatssecretaris weten hoe het precies zit met deze mogelijke dubbeltelling?


*Heeft de staatssecretaris zicht op de omvang van de wachtlijsten en de actuele ontwikkelingen in de vraag naar kinderopvang? Kloppen de berichten dat de wachtlijsten op dit moment weer aan het groeien zijn. Hoe is de verhouding tussen dagopvang 0-4 jaar en BSO daartussen?


*Op welke termijn acht de staatssecretaris het mogelijk om tot een dekkend aanbod te komen? Is het dan niet noodzakelijk om toch de verdubbelingsoperatie uit te voeren en binnen welke termijn zou dit realiseerbaar moeten en kunnen zijn? Kan de sts.s ons nog eens voorrekenen hoeveel extra middelen nodig zijn om hiertoe te komen.

Laat het duidelijk zijn, de PvdA wil zo snel mogelijk een overzicht van de ontwikkeling van de wachtlijsten en op basis daarvan beoordelen of er toch niet een extra inzet moet worden gepleegd.

2. Jaarlijkse groei van voldoende nieuwe plaatsen. Thans behandelen we de regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang. Er bereiken ons tal van signalen over knelpunten in deze regeling die tot gevolg zullen hebben dat gemeenten pas aan het einde van de periode het beoogde aantal plaatsen gaan realiseren. Dit zou komen door de te lage berekeningsgrondslag van de kosten van een kindplaats en de berekende verhouding tussen bedrijfsplaatsen en subsidieplaatsen. Zo zouden er bijvoorbeeld in de grote steden meer bedrijfsplaatsen gerealiseerd moeten worden om de benodigde subsidieplaatsen te laten ontstaan. De PvdA vindt het ontoelaatbaar dat er door de gemeenten wordt gewacht met het realiseren van de plaatsen, zolang er nog wachtlijsten zijn! Wij willen daarom dat de staatssecretaris prikkels inbouwt die de jaarlijkse capaciteitsuitbreiding stimuleert.
We verzoeken de staatssecretaris zeer dringend zo snel mogelijk in overleg te treden met betrokken partijen om de knelpunten met deze regeling weg te nemen. Deze knelpunten richten zich natuurlijk vooral op het beschikbaar komen van huisvesting en personeel. Wij willen dat de staatssecretaris een plan de campagne maakt met haar collega's van SZW, OCW , financien en gemeenten en instellingen. De kamer zal zo snel mogelijk over de oplossingen geinformeerd moeten worden. De regeling moet zo worden aangepast dat er een jaarlijkse rapportage komt over de groei van het aantal plaatsen bij de gemeenten, dit afgezet tegen de wachtlijsten in die gemeenten. Ook deze rapportage zou ter beschikking moeten komen van de Tweede Kamer.
Grootste knelpunt is de berekeningsgrondslag van het bedrag per kindplaats. Deze zou minimaal op 21.000 moeten liggen. Wij hebben uitgerekend de meerkosten om te komen op een bedrag van 21.000 per kindplaats 13 miljoen extra middelen op jaarbasis zou betekenen. De PvdA pleit nu al voor zo'n verhoging en ik hoop dat mijn collega's van de andere partijen dat pleidooi steunen. .

(evt. motie in VAO over verhoging grondslag en jaarlijkse rapportage)

3. Meer flexibilteit in de kinderopvang
Naast het wegwerken van de wachtlijsten zal de flexibiliteit in de kinderopvang vergroot moeten worden. Daarmee doel ik op verruiming van de openingstijden in de ochtend en de avond, evenals uitbreiding van de 24uurs opvang. De problemen voor ouders om hun kinderen tijdig op te halen en te brengen zijn groot. Het lijkt ons dringend noodzakelijk dat met langere werktijden en langere reistijden rekening kan worden gehouden. Wij horen graag van de aanwezigen staatssecretaris van VWS, SZW en financien te bekijken op welke wijze deze flexibiliteitsvergroting van de centra kan worden bevorderd. Het verhogen van de kostprijs kan o.i. daar een eerste stap in zijn.

4. Maatwerk in de kinderopvang voor alleenstaande ouders. Vandaag staat ook de regeling Kinderopvang alleenstaande ouders op de agenda. Dit punt is van groot belang voor de discussie die de Tweede Kamer al eerder voerde over de positie van o.a de alleenstaande bijstand-ouder. De PvdA is van mening dat de gewenste arbeidsparticipatie van deze groep alleen tot stand kan komen als er adequate kinderopvang is. De PvdA stelt een hoge prioriteit bij deze doelgroep. Wij hebben begrepen dat er aanvragen zijn voor 102 mln, terwijl het budget van de regeling 92 mln betreft. Dat betekent dat er 10 mln tekort zou zijn. Kloppen deze gegevens? Op welke wijze valt dit gat te dichten. Het zou voor de hand liggen om de stimuleringsregeling en de regeling KAO aan elkaar te koppelen. Wat zijn hiervoor de precieze belemmeringen?

5. Versterking van de kwaliteit, meer aandacht voor de pedagogische begeleiding van het kind.
Goede kinderopvang voorkomt latere achterstanden op school en draagt bij aan de sociaal-emotionele en verstandelijke ontwikkeling van het kind. Terecht worden er dan ook allerlei eisen gesteld aan de kwaliteit van de kinderopvang. VWS meldt dat er een goed toezicht bestaat op lokaal niveau. Toch horen wij in de praktijk over grote verschillen in dit toezicht. Om meerdere redenen zou ik willen pleiten voor een landelijke inspectie, niet alleen op het punt van de veiligheid maar ook op het punt van de pedagogische begeleiding. Wat ligt meer voor de hand dan een koppeling te maken met de inspektie voor het onderwijs, waarbij een aparte sectie kinderopvang zou kunnen ontstaan.
Op mijn werkbezoeken zie ik veel mooie voorbeelden van methodiek-ontwikkelingen in de pedagogisch didactische sfeer. In een sector in ontwikkeling, zoals de kinderopvang is, past een fase van veel ontwikkeling van onderop en duizend bloemen die bloeien. Maar het wordt nu wel tijd om te voorkomen dat iedereen hetzelfde wiel aan het uitvinden is. Een bundeling van krachten kan leiden tot verhoging van die kwaliteit. Daarom pleit ik voor de oprichting van een landelijk servicepunt waarin kennis en know-how worden gebundeld vanuit de sector zelf, van universiteiten en van begeleidingsdiensten. Via de aansluiting van een dergelijk service-punt met regionale begeleidingsdiensten kan er een makkelijke verspreiding van de kennis plaats vinden. Graag ontvang ik een voorstel van de staatssecretaris in deze. Tenslotte zien wij dat veel kleine instellingen en particuliere initiatieven zich als een marktgerichte partij willen ontwikkelen. Veel instellingen hebben zich al aangesloten bij grotere koepels, maar de groei-capaciteit van deze koepels zit tegen de grenzen aan. Wij zouden graag zien dat de staatssecretaris bij de minister van EZ bepleit dat er een ondersteunings-fonds komt voor startende ondernemers in de kinderopvang.

6. Imago-verbetering van het beroep, ook meer jongens voor de kindergroep
De uitvoering van de kinderopvang valt en staat bij de beschikbaarheid en kwaliteit van leidsters in de kindercentra. Wij krijgen signalen dat er grote tekorten dreigen in met name de grote steden. Er zou al sprake zijn van het wegsturen van groepen omdat er geen invalkrachten te vinden zijn. Ten alle tijden moet een vergelijkbare situatie met het basisonderwijs worden voorkomen. Is de staatssecretaris bekend met deze situatie. Zijn er gegevens bekend over de instroom van studenten in de opleidingen en zijn er voldoende opleidingsmogelijkheden voor zij-instromers. De PvdA bepleit een promotie-campagne voor leidsters in de kinderdagverblijven vergelijkbaar met die van de leraren voor het basisonderwijs. Maar een campagne alleen is niet genoeg. Ook de aantrekkelijkheid van het beroep moet worden vergroot. Een grote klacht die wij horen is dat leidsters onvoldoende tijd hebben voor deskundigheidsbevordering, bij en nascholing, intervisie en supervisie. Terwijl leidsters daar wel dringend behoefte aan hebben. Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om de ruimte hiervoor in overleg met de sector te verruimen. Voldoende differentiaties in functies kan gevonden worden in de mix van taken die uitgevoerd worden. Hierdoor kan de inzet van herintreders, I/D banen, leidsters in opleiding etc. worden vergroot. Dat betekent wel dat er een goede mix van HBO'ers, MBO'ers en lager opgeleide werknemers op een centra moeten zijn. Ziet de staatssecretaris deze ontwikkeling en ziet zij kansen om deze verder te bevorderen
Tenslotte moet voorkomen worden dat de kinderopvang een vrouwensector blijft. Juist nu de vaders het leuke van zorg voor de kinderen hebben ontdekt, zou het aantal mannelijke begeleiders kunnen worden vergroot. Wordt hier in overleg met de opleidingen een beleid opgevoerd? Er bereiken ons signalen dat de instroom van mannen zich beperkt tot management-functies en we hier weer het traditionele beeld zien ontstaan dat de vrouwen hier worden weggedrukt. De PvdA zou dit laatste graag willen voorkomen en willen stimuleren dat een meer gelijkwaardige verdeling van mannen en vrouwen in de beroepsgroep ontstaat.

7. In elke Vinex-locatie een kinderdagverblijf Een volgend probleem is het aantal beschikbare gebouwen en locaties. Wij verzoeken het kabinet te stimuleren dat er vanaf nu in elke nieuwe woonwijk rekening wordt gehouden met de beschikbaarheid van kinderopvang. Maar het vinden van geschikte ruimte in oude woonwijken en binnensteden is natuurlijk net zo groot. Door de klassenverkleining dreigt het probleem zich nog verder te vergroten. Ik steun dan ook het door de overheid aangekondigde onderzoek hierna. Ook verneem ik graag van de staatssecretaris of het waarborgfonds voldoende resultaten kan realiseren. Is de door het kabinet beschikbaar gestelde 15 miljoen extra nav motie bij abp een voldoende impuls of zijn er nog meer knelpunten. Klopt het bijvoorbeeld dat het bouwbesluit onvoldoende rekening houdt met de bestemming kinderopvang?

8. verbetering peuterspeelzaalwerk gericht op het voorkomen van achterstanden bij kinderen
Het onderzoek over de peuterspeelzalen bevestigt de bange vermoedens van de PvdA. Te veel peuterspeelzalen zijn niet toegerust voor het werk en het takenpakket dat wij hun graag toebedelen. Daarom vragen bijna alle gemeenten om een wettelijk kader. De PvdA is voorstander van een dergelijk kader. Want de verdere professionalisering en profilering van de peuterspeelzalen is dringend noodzakelijk in het licht van de uitbreiding voor de vroeg en voorschoolse opvang. Bij de Abp zijn hiervoor middelen ter beschikbaar gesteld. Graag ontvangen wij een kaderstellende notitie van de staatssecretaris waarin zij aangeeft hoe zij de basisfuncties van de peuterspeelzalen ziet, welke relatie zij ziet met de overige vormen van kinderopvang en op welke wijze de peuterspeelzalen nu goed in positie worden gebracht om de taken uit te oefenen die wij ze hebben toebedacht in het kader van de achterstandsbestrijding c.q het voorkomen van achterstanden bij kinderen die met name de kans lopen om met een taalachterstand op school te beginnen.

9 Buitenschoolse opvang, ook opvang voor 12 jaar en ouder De regeling kinderopvang richt zich ook op de buitenschoolse opvang. Wij spreken dan over tussenschoolse en naschoolse opvang. O.a. de FNV heeft voorstellen gedaan over de professionalisering hiervan. De PvdA is benieuwd hoe het staat met de uitwerking van deze voorstellen. Tevens vernemen wij graag van de staatssecretaris hoe de voortgang is met de uitvoering van de motie Melkert over de vroegschoolse opvang. Er bereiken ons nog steeds singalen dat de voorlopersprojekten moeten stoppen vanwege gebrek aan middelen. Hoe kan dat?
Te weinig aandacht wordt nog besteed aan de buitenschoolse opvang van kinderen ouder dan 12 jaar. Terwijl ook hier dringende behoefte is. Kan de staatssecretaris aangeven welk beleid zij hierop voert?

10.verbeteringen in de fiscale sfeer, naar een meer vraaggerichte sturing.
Te weinig ouders uit de lage en middeninkomens maken gebruik van de kinderopvang. Wij zijn dan ook verheugd dat de staatssecretaris in haar brief van 1 nov. j.l. aangeeft dat met name voor deze groepen de fiscale maatregelen worden verruimd. Welke voorlichting zal aan deze groepen worden verzocht om ze op de hoogte te stellen van deze maatregelen?

In het regeeraccoord en de beleidsbrief wordt het belastbaar inkomen gehanteerd bij de bepaling van de ouderbijdrage. Al eerder heeft de PvdA via de motie van Zijl aangegeven dat zij hierin grote bezwaren ziet. Onderkennen de bewindslieden deze bezwaren? En hoe zullen zij deze proberen weg te nemen.

Ook in de sfeer van de WVA zijn er nog steeds knelpunten op het terrein van o.a. de administratieve lastendruk, het versninpperingseffect en de wijze waarop de vergunning van de instelling moet worden overlegd. Zijn de bewindslieden bekend met deze problemen en zo ja hoe denken zij deze op te lossen. In de praktijk blijken instellingen te worden aangeslagen voor de vennootschapsbelasting, waardoor het weglekken van subsidiegelden het gevolg kan zijn. Wil de staatssecretaris hiernaar onderzoek laten verrichten en eventuele onrechtvaardigheden wegnemen. Zo kom ik van praktische problemen in het huidige fiscale model tot het toekomstgerichte model voor de toekomst. De PvdA is er voorstander van dat er een financieringsmodel wordt ontwikkeld die voldoet aan de volgende eisen:


*toegankelijkheid met name voor de lagere en middeninkomens


*meer keuzevrijheid voor ouders


*tripartite verdeling van de kosten tussen ouders, werknemers en overheid


*overzichtelijkheid in de uitvoering zodat niet in de exploitatie allerlei problemen gaan ontstaan en het dekkende aanbod niet in de knel komt.
Model C uit de bijlage van de beleidsbrief lijkt zeker aan een aantal criteria te voldoen. Toch hebben wij ook vragen over de toegankelijkheid van dit model en de eventuele complicaties voor de uitvoering. Kan de staatssecretaris hier iets over zeggen. Waar zal haar onderzoek zich op richten.

Dat brengt mij op een heel ander alternatief waar ik de aandacht voor zou willen vragen.
Een geheel ander model ter financieringen van de kinderopvang nl. via premieheffing. Nijfer heeft berekend dat een premie van ca. 0,3 tot 0,7% nodig zou zijn om via alle werkgevers kinderopvang aan te bieden, ongeacht of het nu een sector is met veel of weinig vrouwelijke werknemers. Ik zou het Kabinet willen vragen over zo'n systeem met premieheffing een advies aan de SER te vragen, zodat we ook die uitkomsten kunnen meewegen bij de uiteindelijke beoordeling van een definitief financieringsmodel.

En van de staatssecretaris van Financiën zou ik nog willen horen hoe hij aankijkt tegen het model C. Hoe hanteerbaar zal dit systeem uitpakken waarbij sprake zal zijn van een specifieke heffingskorting in de IB? En zal dat werken met een eventuele maandelijkse betaling van een deel van de kosten door de fiscus aan de ouders?

Deel: ' Bijdrage Hamer (PvdA) algemeen overleg Kinderopvang '




Lees ook