Partij van de Arbeid


Den Haag, 9 november 1999

Samenvatting van de bijdrage van Mariette Hamer (PvdA) aan het debat over de Onderwijsbegroting voor het jaar 2000.

Voor de PvdA-fractie staat voorop dat iedereen de kans krijgt zich zo maximaal mogelijk te ontplooien. Dat bepaalt immers de kwaliteit van onze samenleving. De PvdA-fractie vindt dat de onderwijsbegroting hiervoor niet voldoende fundament biedt. De investeringsnorm voor het onderwijs moet dan ook beduidend hoger liggen dan het huidige bestedingspatroon. De PvdA wil vooral ruimte scheppen voor nieuwe ontwikkelingen.

Om achterstanden te voorkomen ligt de eerste urgentie al bij de peuter. Daarom heeft de PvdA bij de Algemene Beschouwingen reeds 20 miljoen uitgetrokken voor de vroeg- en voorschoolse opvang. Vooral voor kinderen die in de thuissituatie minder in aanraking komen met bijvoorbeeld de Nederlandse taal is dit van groot belang. Er moeten overigens meer eisen gesteld worden aan de kwaliteit en de benodigde professionalisering van de tussenschoolse en naschoolse opvang.

Jongeren kiezen nog veel te vaak een verkeerde vervolgopleiding, of kiezen niet en doen maar wat. Weer anderen kennen alle mogelijkheden niet. Daar moet de beroepenorientatie, beroepsvoorlichting veel eerder en veel meer aan doen.

Het aantal jongeren in het beroepsonderwijs daalt, terwijl de tekorten op de arbeidsmarkt groot zijn. Jongeren kiezen liever voor een algemene leerweg, zoals MAVO of HAVO maar komen daarmee moeilijker aan het werk. De PvdA vindt dat de minister hierop actie moet ondernemen. Bijvoorbeeld een promotiecampagne voor de ROC's of een onderzoek naar de imagoproblemen van het beroepsonderwijs. In ioeder geval verdient het beroepsonderwijs alle politieke aandacht. Ook al omdat hier immers de grootste groep schoolverlaters zit. De PvdA doet de suggestie de SPAK-regeling uit te breiden voor BBL-leerlingen ouder dan 19 jaar en zo bedrijven te interesseren in deze groep om hen een leer-werkplaats aan te bieden.

Het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie bieden mensen vaak een tweede kans en daar hoort soms een intensieve begeleiding bij. Wordt daar wel voldoende geld voor uitgetrokken? Bij de AB heeft de PvdA daar in een motie al aandacht voor gevraagd. Waarom is er bij de uitvoering van die motie dan geen geld voor de instellingen zelf uitgetrokken?

De PvdA vindt het onbegrijpelijk dat in het grotestedenbeleid de aansluiting van het MBO naar het HBO totaal wordt vergeten. Vooral allochtone jongeren en jongeren uit de lagere inkomensgroepen kiezen voor een dergelijke route. De PvdA meent dat de status van het secundair onderwijs als eindonderwijs er nooit toe mag leiden dat er een 'zwart' lager en middenkader en een 'wit' hoger kader ontstaat. En daarom bepleit de PvdA juist de routes zoals van MBO naar HBO. Mensen moeten in stappen kansen krijgen om te blijven leren. Ook om die reden gaat de PvdA niet zonder meer akkoord met de geplande bezuinigingen op de Open Universiteit.

Er is een groot tekort aan hoger opgeleiden. HBO-studenten worden tijdens hun opleiding al weggekocht door het bedrijfsleven. Het HBO heeft er hard aangetrokken om meer studenten te werven. Zij krijgen nu de rekening gepresenteerd. De extra middelen zijn voor het HBO nu volstrekt te weinig in vergelijk met de toename van het aantal studenten. De PvdA vindt dat dat zo niet door kan gaan en maant de minister om met spoed nieuwe, op juiste ramingen gebaseerde meerjarenafspraken te maken met de instellingen. We gaan ervan uit dat de minister daar bij het HOOP op terugkomt.

Z.O.Z.

De fusies tussen hogescholen en universiteiten vindt de PvdA op zich prima als zij tot doel hebben de student een beter aanbod te bieden. Ook de invoering van vouchers kan een goed middel zijn om meer flexibiliteit in de leerroutes te realiseren. Maar dat vraagt dan wel om een breder experiment dan het piepkleine experiment dat de minister nu aankondigt. En wat doet de minister om de MBO-HBO-route in stand te houden als het experiment afloopt?

Het Nederlands onderzoeksbestel staat er niet goed voor. We lopen zelfs de kans om de vooraanstaande internationale positie hierin te verliezen. Bij de behandeling van het wetenschapsbudget heeft de PvdA al een motie ingediend om een extra impuls te geven aan het vernieuwingsfonds. Die motie werd kamerbreed ondersteund. De PvdA betreurt de wijze van uitvoering van deze motie dan ook zeer. En het verbaast de PvdA in hoge mate dat de minister het benodigde geld hiervoor weghaalt bij het secundair beroepsonderwijs waar een extra investering net zo hard nodig is.

Uiteraard vraagt de PvdA-fractie aandacht voor het lerarentekort. Dat is nog steeds schrikbarend hoog. Naast de tekorten in het BO en VO dreigt nu ook een tekort in de BVE-sector en in het HO. Op dit moment is er iets meer belangstelling voor de PABO's. Maar studenten verlaten die vaak ook weer net zo snel als zij gekomen zijn. Wat schort er toch aan de opleidingen? Maar ook in het onderwijs zelf moet volgens de PvdA-fractie snel iets gebeuren. Waarom zouden mensen niet afwisselend in het onderwijs en het bedrijfsleven kunnen gaan werken? De PvdA meent dat er materiele en immateriele prikkels moeten zijn om mensen in het onderwijs te houden.

De nota "Maatwerk voor morgen" geeft lang niet overal een oplossing voor. Daarom heeft de PvdA, als onderdeel van de motie-Melkert, ingezet op een verbetering van de arbeidsomstandigheden van scholen in de zgn. achterstandswijken. Maar ook hier maakt de PvdA zich weer zorgen over de uitvoering.

De beleidsbrief bij de begroting vraagt terecht aandacht voor meer zelfregie voor de instellingen. Maar alleen ruimte voor de instellingen is niet genoeg, daar horen ook de benodigde middelen bij. En bij meer autonomie voor de instellingen hoort ook meer zeggenschap voor ouders en studenten. Natuurlijk moeten de instellingen afgerekend worden op hun prestaties, maar dan moeten daar wel voldoende instrumenten voor zijn, meent PvdA-woordvoerder Hamer. En daar waar meer ruimte gegeven wordt, dient de overheid op specifieke doelen meer gericht te kunnen sturen.

Een belangrijke rol van de overheid ligt in de toegankelijkheid van het onderwijs. En dat heeft ook alles te maken met betaalbaarheid. De PvdA maakt zich in dat kader zorgen over de wetgeving voor de tegemoetkoming van de studiekosten en de studiefinanciering. De minister is vaag over de uitvoering van de motie De Hoop-Scheffer over de WTS. De PvdA staat hier op duidelijkheid. Te vaak zien we dat de opbrengsten van de studiefinanciering, zoals indexering, niet besteed worden aan nieuwe investeringen voor de studenten: de prijs om te studeren wordt voor de student steeds hoger. Voor de PvdA zijn daar grenzen aan. Die zijn inmiddels wel bereikt!

 

 

Deel: ' Bijdrage Mariette Hamer (PvdA) debat Onderwijsbegroting '




Lees ook