Bijdrage mens aan klimaatverandering bewezen

De opwarming van de aarde gaat sinds 1950 in versneld temp door en kent zijn gelijkenis niet in het afgelopen millennium. Volledig overschakelen op hernieuwbare energie is mogelijk, noodzakelijk en op termijn goedkoper.

UTRECHT, 20141103 -- Aan de vooravond van het verschijnen van het laatste rapport in een serie van vijf van het IPCC (Intergovernmental Panel of Climate Change), hield de Vereniging voor Zonnekracht Centrales een bijeenkomt in Utrecht waar de laatste stand van de wetenschap over het klimaat en hernieuwbare energie besproken werden.

Dr. Siegmund schetste in een kort maar aan duidelijkheid niets te wensen overlatend verhaal de diverse scenario’s die nu op tafel liggen. De broeikasgassen koolstofdioxide, methaan en lachgas zijn in het industriële tijdperk (dus na 1850) spectaculair gestegen. In het gunstigste geval kunnen we binnen de twee graden temperatuurstijgingsdoelstelling blijven. In het meest ongunstige geval gaan we naar de vijf graden in 2100. De verschillende factoren kwamen langs: broeikasgassen, verzuring van de oceaan etc. De temperatuur loopt niet zo snel op als je zou verwachten gezien de stijging in de broeikasgassen, omdat er een aantal vertragingsmechanismen in zitten, er kan bv veel energie opgeslagen worden in de oceanen. Als we nu stoppen met uitstoot van broeikasgassen zal de temperatuur nog 25 jaar oplopen. Er zit zelfs nog een langere cyclus in van 300 jaar door de opwarming van de diepere oceaan lagen. Een positief puntje voor onze regio, de warme golfstroom vertraagt, waardoor we in principe hier minder warm weer krijgen, maar dit wordt door de opwarming van de aarde weer aardig gecompenseerd. In alle scenario’s krijgen we extremer weer: heftiger regenbuien, hetere zomers, zachtere winters.

We kunnen niet veel broeikasgassen meer uitstoten willen we binnen de twee graden temperatuurstijging blijven. Overigens is twee graden temperatuurstijging best veel want  het temperatuurverschil tussen de kleine ijstijd en de warme periode daarvoor bedroeg slechts ongeveer één graad.

Het verhaal van dhr. Blok sloot hier naadloos op aan. Ecofys had de vraag gekregen te onderzoeken of het wel mogelijk is om wereldwijd helemaal over te stappen op hernieuwbare energie. De vraag is bekeken vanuit de gebruiker: wat zijn diens behoeften. Uiteraard is rekening gehouden met de prognoses over bevolkingsgroei en welvaartsstijging in de landen die nu nog als ’arm’ bestempeld worden. Vervolgens is de wereld opgedeeld in tien regio’s, daar werd voor iedere regio gekeken hoe de behoefte zich zou ontwikkelen, rekening houdend met vernieuwingen. Zo zijn koelkasten de afgelopen jaren 6 keer zo zuinig geworden en kunnen nieuwe huizen vrijwel energieneutraal gebouwd worden. Personen verkeer kan veel overstappen op elektrisch. Ook de industrie kan zuiniger omspringen met materialen en energie. Probleem blijft voorlopig het luchtverkeer en het zware transport.

Vervolgens is gekeken hoe die energiebehoefte gedekt zou kunnen worden. Er wordt wereldwijd een verdubbeling van de vraag naar elektriciteit verwacht (elektrisch vervoer, warmtepompen), maar die elektriciteit kan in vrijwel alle gevallen duurzaam opgewekt worden. Met de industrie en het vervoer lag het ingewikkelder zoals we zagen, die zullen dus nog veel gebruik  moeten maken van biobrandstoffen. De meeste gemaakt uit afvalstromen en voor een klein deel gebruik makend van landbouwgrond, waarbij gekeken is of dit gedaan zou kunnen worden zonder verdringing van landbouwgrond die gebruikt moet worden voor de toenemende vraag naar voedsel.

Bekijk je dan hoeveel tijd er realistischer wijs overheen gaat om de omslag te maken dan zie je in het begin ondanks een groei van hernieuwbare energie ook een groei van het gebruik van fossiel wereldwijd, maar dat slaat al snel om en tegen 2050 hoeft er nog slechts minder dan 5% uit fossiel gehaald te worden. In die periode tot 2050 hebben we dan precies datgene verstookt wat nog acceptabel was om binnen de twee graden temperatuurstijging te blijven. Uiteraard kost de omschakeling geld, netto ongeveer 1,5% van het BNP tot 2030, daarna is er een netto opbrengst die oploopt tot 3,5% in 2050.


Deel: ' Bijdrage mens aan klimaatverandering bewezen '




Lees ook