Partij van de Arbeid


Den Haag, 22 november 1999

BIJDRAGE VAN SASKIA NOORMAN-DEN UYL (PVDA) AAN HET WETGEVINGSOVERLEG OVER HET INTEGRATIEBELEID

Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de rapportage integratiebeleid Nederland is een immigratieland geworden. Dat stelt de regering terecht als eerste in het begrotingshoofdstuk over integratiebeleid. Daarom is nieuw specifiek beleid nodig voor nieuwe groepen. En ook maatwerk op lokaal niveau. Daar zijn we het mee eens. Deze visie betekent wel een omslag in het denken zoals dat een paar jaar geleden nog gold. Het credo was toen geen specifiek beleid maar algemeen achterstandsbeleid. Die visie is terecht verlaten. De laatste jaren is er veel bereikt. Dat is zichtbaar en waardevol. De kranten, de media, de advertenties laten langzamerhand een ander, kleurrijker beeld van onze samenleving zien. Er is een nieuwe generatie goed opgeleide jongeren van etnische herkomst die hun plek veroveren en soms door dat glazen plafond weten te stoten. Dat is een voorbeeldfunctie, een rolmodel voor velen. Daar moet in geïnvesteerd worden. Maar dat moet ook in de jongere en oudere werklozen en de vrouw die volgens culturele regels niet alleen naar buiten mag en de taal niet spreekt en in haar taak als opvoeder gedeeltelijk onmachtig is.

Het gaat om drie dingen: diversiteitsbeleid, integratiebeleid en achterstandsbestrijding.

Diversiteitsbeleid moet de volgende stap zijn naast achterstandsbestrijding en specifiek doelgroepbeleid. Diversiteitsbeleid is nodig om culturele identiteit die niet met achterstand te maken heeft een terechte plaats in de samenleving te geven. Het gaat om het investeren in veelsoortigheid in alle functies, ook de hogere, in de samenleving. Het staat mede voor de strijd tegen discriminatie en vooroordeel. Het feit dat discriminatie en vooroordeel een grote belemmering vormen in de toegang tot de arbeidsmarkt is voor sommigen nog steeds een eye opener.

Integratiebeleid: de belangrijkste voorwaarde tot integratie is de taal en het werk. Dat geld voor nieuwkomers maar evenzeer voor eerdere migranten en vluchtelingen. Het is onverteerbaar dat het taalonderwijs als toegang tot integratie nog steeds met wachtlijsten te maken heeft.

Achterstandsbeleid: naast diversiteitsbeleid is specifiek beleid nodig gericht op het opheffen van achterstand in onderwijs, werk, taal en de toegang tot voorzieningen en zorg. Dat beleid moet gericht zijn op het probleem van achterstand en uitsluiting en aansluiten in de vormgeving op de (groeps)kenmerken van mensen die met het probleem te maken hebben. Oplossingen op maat dus. In de uitvoering van het beleid moet volop gebruik gemaakt worden van de deskundigheid van de omgeving van de mensen met problemen. Dat vraagt om lokale/wijkgewijze oplossingen.

Grote stedenbeleid of integratiebeleid
Dat is niet hetzelfde. Het lijkt te veel alsof het integratiebeleid alleen grote stedenbeleid is. Integratiebeleid is in grote steden een majeure factor. Per slot woont 62% van de etnische minderheden in de grote steden. Maar als integratiebeleid daar ophoudt, blijft een groot deel van de samenleving een witte vlek. Een voorbeeld is het etnisch ondernemerschap waar het mentorensysteem alleen in de grote steden wordt toegepast. Een gemiste kans. De minister moet zich beraden hoe hij er structureel voor zorgt dat naast het grote stedenbeleid integratiebeleid in alle gemeenten een invulling krijgt.

Het onlangs verschenen SCP-rapport over onderwijs en etnische minderheden laat zeer verontrustende cijfers zien. Aan de hand van een kabinetsreactie willen wij daarover snel afzonderlijk overleg. Frustrerend was het dat een dag na het overleg over datzelfde onderwerp het SCP-rapport verscheen. Alertheid van het ministerie.

Cijfers
In de begroting en de integratiebeleidrapportage worden nog steeds de meetbare doelen en realisatiecijfers gemist. Ik vraag de verzekering dat vergelijkbaar met het grote stedenbeleid er een extracomptabel overzicht van de begroting en rekening op het terrein van integratiebeleid komt. Dat kan geen vrijblijvende exercitie zijn. De bezuiniging op het inburgeringbudget van VWS is daar een schrijnend voorbeeld van. Het is ongepast dat in de begroting van BZK, waar de eerst verantwoordelijke minister voor het inburgeren zijn handtekening gezet heeft, er met geen woord over deze bezuiniging is gerept.

Inburgeren
De nieuwe Inburgeringswet is ons belangrijkste instrument voor inburgeren. Wij zijn bezorgd over een aantal aspecten daarvan. Deze minister is eerst verantwoordelijk maar het geld en de instrumenten zitten bij OCW en VWS. Dat is lastig. Toch is dit de plek om onze zorg uit te spreken over de kansen die de wet krijgt voor een goede uitvoering. Het gaat om:
- het budget zelf;

- de kwaliteit van het onderwijs;

- het in de wet beoogde maatwerk en

- de verdeling van het geld tussen gemeenten.

Bezuinigingen op inburgeren
Op de begroting VWS is een bezuiniging van 10 miljoen gulden structureel ingeboekt op het hoofdstuk inburgeren nieuwkomers door af te zien van doorbetaling aan OCW. Er lijkt sprake van een netto korting op het macrobudget inburgeren zoals dat over de begrotingen OCW en VWS is verdeeld, terwijl de eerst verantwoordelijke voor inburgeren de minister van GSI is. Omdat het geheel volstrekt onduidelijk was, heeft mijn fractie bij de begroting VWS aangekondigd dat wij in dit overleg daarop zouden terugkomen. De brief van de minister die naar het antwoord van de staatssecretaris van VWS verwijst, geeft niet de verklaring die eerder is toegezegd. Ik begrijp best dat het voor deze minister lastig is om in de portemonnee van een collega te kijken. Maar een kamerlid laat zich niet graag van het kastje naar de muur sturen.

Noch in de begroting BZK noch in die van OCW is een bezuiniging gemeld terwijl die via VWS bij OCW plaatsvindt. De hele financiering over de afgelopen jaren en de uitgaven via OCW zijn uitermate diffuus, om het maar eens vriendelijk te zeggen. Het wegmoffelen van bezuinigingen in verschillende begrotingen is een verwerpelijke handelswijze die het budgetrecht van de Kamer belemmert. Een bezuiniging op het macrobudget van inburgeren vinden wij zo niet acceptabel en het staat haaks op het regeerakkoord. Dit te meer omdat er sprake is van tekorten en omdat de herverdeling van budgetten tussen de gemeenten met ingang van 1 januari 2000 plaatsvindt. Indien een gemeente dan een overschot heeft mag het voor VVTV inburgeren benut worden. Ook daar is het hard nodig.

Ik vind dat er een onderzoek van de Algemene Rekenkamer moet komen naar de wijze waarop vanuit de verschillende begrotingen het geld voor inburgeren en taallessen is besteed en verantwoord alsmede naar de herkomst van de budgetten. Met name bij OCW alsmede de herkomst van het overgehevelde budget van VWS over de afgelopen jaren zijn dan van belang alsmede de verdeling van het geld over de gemeenten.

Er komen veel signalen uit het land dat er op het terrein van inburgeren naast successen nogal wat mis gaat.
* De nadere regelgeving is te star; te weinig maatwerk dat door de wetgever beoogd is.
* Geen ruimte om mensen tijdens het inburgeren in een taal-werktraject te plaatsen (Haarlem, Overijssel en Den Haag moeten dat illegaal doen).
* Te veel uitval omdat de nieuwkomer een baantje aangeboden krijgt en avondschool niet beschikbaar is. Starre roosters van ROC's die bijdragen aan uitval.
* De verschuiving van A-status naar VVTV leidt tot verlies van infrastructuur omdat voor de extra VVTV alleen een restbedrag beschikbaar of zelf afwezig is.

Elders hoogopgeleide vluchtelingen verzanden hier als regel in werkloosheid of productiewerk. Kans om een beroepsopleiding te vernederlandsen, studiefinanciering te krijgen of te lenen is nog steeds marginaal. Komt er verruiming van de mogelijkheden om via verlengd inburgeren de opleiding op niveau af te ronden? Kan er een extra inzet gepleegd worden door bijvoorbeeld het sponsoren (door bedrijven) van begaafde oudere vluchtelingen die anders geen kansen hebben?

VVTV en taallessen
Het geld voor taalles vanuit de zorgwet VVTV vervalt per 1.1.2000. De gemeenten moeten dan de taallessen en inburgeringsprogramma's voor VVTV'ers uit een eventueel overschot op het inburgeren nieuwkomers betalen. Nu het Rijk de afgelopen jaren de verstrekking van het aantal A-statussen zeer aanzienlijk beperkt en VVTV uitgebreid heeft, is er geld tekort bij de gemeenten. Het gaat vooral om een frictieprobleem. Bedacht moet ook worden dat 70% van deze mensen ondanks de nu tijdelijke status hier zal blijven. Drie of meer jaren wachten en nietsdoen leidt gegarandeerd tot achterstand en het mislukken van inburgeren. Het is ook een volstrekt verkeerd signaal als zou onze samenleving er een zijn waar je met een uitkering rustig niks doet in afwachting van een beslissing van hogerhand. Iedere impuls tot zelfredzaamheid wordt in de kiem gesmoord.

Ontwikkeling statustoekenning:
1997 1998

A-status 6630 2356
VTV 5176 3591
VVTV 5182 9152

Naar verwachting zal het komend jaar het aantal VVTV'ers sterk afnemen vanwege het landencriterium. Maar of ze dan weg zijn of vanwege de lengte van hun verblijf toch weer mogen blijven is nu niet te bepalen.

Vraag: wij willen onderzoek en op korte termijn een rapportage naar mogelijke tekorten en de spreiding over de gemeenten daarvan, in relatie tot de verblijfplaats van de VVTV'ers, de gezinsherenigers en de A-statushouders. Wij willen een prognose voor het aantal nieuwkomers (vluchtelingen met A-status en gezinsherenigers). Wij zien strijdigheid van de regeling per 1 januari 2000 en de tekst van de oorspronkelijke Zorgwet. Bij de nieuwe Vreemdelingenwet zullen oplossingen daar zijn, maar dat is niet nu. Wij vinden dat in beginsel per VVTV'er ten minste het oorspronkelijke Zorgwet-bedrag beschikbaar moet zijn en een eerste taaltraject uitgevoerd moet worden. De verdere evaluatie van de VVTV-regeling zal wat onze fractie betreft in een later overleg worden behandeld.

Besteding gelden eerdere migranten en vluchtelingen (oudkomers) Het budget voor het bestrijden van de taalachterstand bij deze groep is verruimd. Het is in de eerste plaats bedoeld voor werklozen en opvoeders. Daarom vragen wij nu een notitie waarin wordt aangegeven op welke wijze het geheel georganiseerd wordt, waar het geld gaat worden ingezet en hoe de verantwoording aan de Kamer plaatsvindt? Vragen naar: de kwaliteitsbewaking van het onderwijs; de aansluiting op andere projecten en doelgroepen; de uitbreiding van taal/werk trainingen. Hoe gaat de samenwerking met SZW? Worden sluitende aanpakgelden of WIW ingezet?

AMA's en onderwijs/werk
Onlangs hebben we bij de minister van SZW gepleit vanwege de bijstand om deze AMA's een kans te geven na de leerplicht onderwijs te laten volgen, of werk dan wel werkstages te laten doen. In Crailoo zitten er van de 230 AMA's 140 te niksen omdat ze niets mogen. Spoedoplossingen worden gevraagd. Op de nieuwe Vreemdelingenwet kan niet gewacht worden.

Arbeidsmarkt en achterstand
Wij hebben de zorg voor het achterblijven van Marokkanen bij het inhalen van achterstand op de arbeidsmarkt. Zijn er of komen er specifieke vormen van werving en (taal) trainingen? Is er een eerste generatie problematiek waar bedrijven oudere productiemedewerkers uitstoten? Zouden de sociale partners niet ingeschakeld moeten worden om deze specifieke vorm van achterstand bestrijden? Wordt er door sociale partners wel genoeg geïnvesteerd om uitstoot op relatief jonge leeftijd (45-55 jaar) van productiemedewerkers te voorkomen? Op welke termijn komt het SER-advies over deze doelgroep?

Diverse groepen
Aan de groepen Roma, Sinti, woonwagenbewoners wordt nauwelijks aandacht besteed terwijl er wel degelijk groepsgerelateerde problemen zijn. Dit mag niet meer in de rapportage ontbreken. De situatie onder de Chinese bevolkingsgroep is zorgwekkend. De Chinese horecabranche zakt in elkaar. Het grote aantal rechteloze illegalen die soms 20 jaar zwart hier verblijven komt zonder inkomen op straat te staan. Ook de aansluiting van de Chinese jongeren op de arbeidsmarkt verloopt problematisch. Is de minister in overleg met deze groep en wordt er gewerkt aan het vinden van nieuwe economische activiteiten? Wordt er direct geworven voor taal/werkprogramma's? Wat is de voortgang met het opnemen van de Chinese bevolkingsgroep als onderdeel van het LOM?

Lokaalbeleid en wijk- en buurtontwikkeling
In de wijk- en buurtontwikkeling speelt integratiebeleid buiten het GSB nauwelijks een rol. Die verschraling is verkeerd. Ik wijs op onze eerdere aanbevelingen: de Schaeffertrein en/of een visitatiecommissie. Daarnaast is het netwerk van informatieoverdracht tussen gemeenten nog steeds niet tot stand gekomen. Heeft de minister het concept van procesmanagers lokaal integratiebeleid overwogen? Wanneer krijgen we plannen te zien?

Subsidie zelforganisaties
Eind vorige week kwam er een regeling die nog geen recht doet aan de goede inschakeling van zelforganisaties. De twee miljoen ligt al jaren op de plank. Het kan niet om alleen lokaal beleid gaan. Juist het doelgroepen- en themabeleid en de structurele ondersteuning om een infrastructuur te handhaven vraagt in ieder geval om veranderingen in het beleidsconcept dat wij nog niet uitvoerig hebben kunnen bestuderen. Wij komen daarop snel terug.

Discriminatie en vooroordeel
De uitgebreide analyse en de aandacht die de regering aan het voorkomen en bestrijden van discriminatie besteedt is prima. Te meer omdat steeds duidelijker wordt dat vooroordeel en discriminatie een belangrijke factor zijn in het belemmeren van de toegang tot de arbeidsmarkt van minderheden. Ook het glazen plafond (de beperking van de doorstroom naar hogere functies) wordt hierdoor veroorzaakt.

In het Verdrag van Amsterdam is een bepaling tegen discriminatie opgenomen. De daarvoor benodigde richtlijn krijgt een rechtstreekse werking. Tot op heden heeft de Nederlandse regering nog niet ingestemd met deze richtlijn. Het lijkt alsof er sprake is van vertragingstrategie. Dat kan toch niet waar zijn. Wanneer wordt de richtlijn met instemming van de Nederlandse regering van kracht? Wat is de oorzaak van de vertraging? Zijn er belemmeringen, en zo ja welke? Kan de richtlijn inzake racismebestrijding niet voor getrokken worden?

Brief over internaten en kostscholen
De fractie heeft bij monde van Khadija Arib in maart het initiatief genomen om internaten en kostscholen voor jongeren beter te agenderen. Dit ook in het kader van de problematiek in Amsterdam van Marokkaanse jongeren. In de brief van 14 juli wordt ingegaan op de verschillende varianten en de rol van de diverse ministeries daarin. Het kabinet voelt er niets voor om vanuit de rijksoverheid internaten te bekostigen als onderdeel van het Nederlands onderwijsstelsel. Wel ziet het kabinet een rol voor de gemeenten. De fractie vindt deze reactie te mager en heeft daarom de motie Rabbae bij de begroting OCW gesteund die om een nader onderzoek vraagt.

Brief over ouderen
In de begroting staat dat er een VWS onderzoek komt naar de leefsituatie van ouderen uit minderheidsgroepen. Het kabinet erkent dat er sprake is van een zorgwekkende situatie. Er komt een SER-advies over mogelijke specifieke maatregelen voor ouderen uit minderheidsgroepen binnen de bestaande arbeidsmaatregelen. De fractie dringt op spoed aan, want het signaal van de zorgwekkende situatie onder allochtone ouderen is niet nieuw.

Toegang tot voorzieningen en participatie
Het niet-gebruik van voorzieningen is onder allochtone ouderen veel groter. Vraag: in welke mate wordt door provincies de specifieke ondersteuningstaak in het welzijnsbeleid (steunfuncties) en in het ouderenbeleid gericht op allochtone ouderen? Hoe zit het met de provinciale plannen? Veel oudere (werkloze) allochtonen leven een zeer geïsoleerd bestaan. Van de oudere werkloze Marokkanen heeft 45% geen contact met autochtonen. Het isolement en verarming onder de Chinese bevolkingsgroep zijn groot. Taalonderwijs voor ouderen kan een isolement doorbreken. Mentorschap en gildesystemen zoals die voor autochtonen bestaan kunnen nieuwe vormen van participatie betekenen. Hoe vindt kennisoverdracht tussen gemeenten en organisaties plaats rond dit thema?

Projecten versus structureel beleid
Beleid heeft de vorm van (VWS-)projecten zoals:

- het Zon-project, dat is gericht op dienstverlening aan oudere migrantenvrouwen;
- het project dat gaat over de interculturalisatie en sensibilisering van de zorg- en welzijnsinstellingen. De vraag is of er ook zicht is op de algemene invoering en structurele financiering van succesvolle projecten. Iedere keer opnieuw gaat waardevolle kennis en ervaring verloren. Hoe succesvol is de verbreiding van het inmiddels afgesloten TOPAZ-project? (multiculturaliteit bij arbeidskrachten in de zorg). Het SCP-rapport concludeert dat het ontbreekt aan goede en deugdelijke onderzoeksgegevens zal door VWS een onderzoek verricht worden.

De ouderenadviseurs
Het is een goede zaak dat organisaties als het Nisbo zelf de draad hebben opgepakt met de komst van allochtone ouderenadviseurs. Zij richten zich echter op Turkse en Marokkaanse ouderen. Prima, maar hoe zit het met de Chinese, Hindoestaanse en Spaanse/Italiaanse ouderen of andere etniciteiten? Wordt die afstemming aan de gemeenten overgelaten? Is er sprake van monitoring?

Deel: ' Bijdrage Noorman-Den Uyl (PvdA) overleg integratiebeleid '




Lees ook