Partij van de Arbeid


Den Haag, 29 november 1999

BIJDRAGE VAN ARIE KUIJPER (PVDA) AAN HET NOTAOVERLEG OVER HET ONDERDEEL POLITIE VAN DE BEGROTINGEN 2000 JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
In deze bijdrage wil ik eerst aandacht vragen voor een aantal onderdelen betreffende de openbare orde. Daarna zal ik ingaan op de organisatie van de politie en tot slot op een paar losse problemen.

Helaas is het niet uit te sluiten dat ons land de komende periode, bijvoorbeeld tijdens het Europees Kampioenschap voetbal, wordt geconfronteerd met grootschalige verstoringen van de openbare orde. Het voorkomen en bestrijden van die grootschalige verstoringen van de openbare orde vereist van ons een adequate aanpak.
Die aanpak kan effectiever naarmate de politie is voorbereid op ontwikkelingen, kan inschatten wat en waar iets staat te gebeuren. Het is daarvoor noodzakelijk dat de politie en het openbaar ministerie de gelegenheid krijgen daar waar noodzakelijk ervaringen, organisaties en personen te registreren.
Zowel in het eindrapport van de Commissie-Kalsbeek als tijdens het algemeen overleg op 1 juli is gewezen op de noodzakelijke wettelijke basis om tot registraties over te kunnen gaan. Laat ik nog eens in herinnering roepen wat de analyse is van de huidige situatie volgens de Commissie-Kalsbeek.

Informatiegaring ten behoeve van de opsporing is geregeld in het Wetboek van Strafvordering, die ten behoeve van de openbare ordehandhaving is gebaseerd op artikel 2 van de Politiewet, die ten behoeve van de staatsveiligheid op de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten en die ten behoeve van de bestuurlijke rechtshandhaving in het Voorontwerp bevordering integere besluitvorming openbaar bestuur. Vervolgens constateert de Commissie dat de regimes in deze wetten sterk uiteen lopen waarbij de commissie veronderstelt dat deze verschillen niet allemaal doordacht zijn.

De Commissie beveelt dan ook terecht aan deze problematiek nader te bezien waarbij in het bijzonder aandacht besteed moet worden aan een noodzakelijke wettelijke basis, breder dan artikel 2 van de Politiewet, voor de informatieverzameling in het kader van de openbare orde. Die aanbeveling heeft nadien een zwaarder gewicht gekregen omdat de Kamer het rapport en dus ook deze aanbeveling heeft overgenomen.

Wij constateren dat de minister tot nu toe geen initiatief heeft genomen om met een voorstel betreffende de registratie in het kader van de openbare orde te komen. Mijn fractie vindt dit te terughoudend. Ik heb twee redenen om de minister nadrukkelijk te vragen met een voorstel te komen zoals de Commissie-Kalsbeek en vervolgens de Kamer aanbeveelt.

1.
Een beschrijving achteraf van een verstoring van openbare orde biedt, zeker als meerdere ervaringen beschreven zijn, de gelegenheid het proces van die verstoring te analyseren. Met de huidige gedragswetenschap is het mogelijk te analyseren wat de groepsprocessen bij het verstoren van de openbare orde zijn, wie de informele leiders zijn, hoe de organisatie in elkaar zit enzovoorts. Met die wetenschap kunnen bij een volgende gelegenheid ontwikkelingen voorspeld en ingeschat worden. En op het moment dat processen bekend zijn, is het mogelijk om daar de politieorganisatie op af te stemmen waardoor we beter in staat zullen zijn om de verstoring van de openbare orde te beheersen en mogelijk te voorkomen.

2.
Niet uit te sluiten is dat, kijkend naar de analyse van de Commissie-Kalsbeek, de politie op dit moment geconfronteerd wordt met de beperkingen van de huidige registraties maar vervolgens, om het werk toch goed te kunnen doen, registreert zonder wettelijke basis. En het registreren zonder wettelijke basis achten wij ongewenst Een ander instrument dat gebruikt kan worden bij de registratie en analyse van verstoringen van de openbare orde is het gebruik van de zogenaamde helmcamera's. We hebben kunnen lezen dat een proef heeft laten zien dat helmcamera's bruikbaar zijn. De beelden van deze camera's zijn goed en ze geven een goed overzicht van de ontwikkelingen van dat moment. Mijn fractie is dan ook van mening dat de helmcamera ook bij het komende Europees Kampioenschap voetbal een toegevoegde waarde heeft bij het opsporen en aanhouden van hooligans en het analyseren van ordeverstoringen. Uit de rapportage kunnen we lezen dat de kosten minder zijn dan aanvankelijk gedacht. Ik wil de minister dan ook vragen in welke mate en bij welke omstandigheden hij de toepassing van de helmcamera overweegt?

Het wordt algemeen erkend dat het Europees Kampioenschap voetbal kan leiden tot capaciteitsgebrek bij de politie. Zowel de Kamer als de minister hebben voorstellen gedaan om de capaciteit tijdelijk te verhogen. Ik wil de minister vragen naar de stand van zaken daarbij.
Voor zover ik heb begrepen, overweegt de minister onder andere de inzet van medewerkers van de Koninklijke Marechaussee. Als het daarbij de bedoeling is om de Marechaussee in te zetten voor reguliere politietaken in steden en dorpen waar geen voetbalwedstrijden worden georganiseerd, is dit wat de fractie van de Partij van de Arbeid betreft een acceptabele mogelijkheid. De Marechaussee heeft tot niet lang geleden dit werk gedaan, is daarvoor opgeleid en zijn daartoe uitgerust. En met de inzet van de Marechaussee kan politiecapaciteit worden vrijgemaakt voor de begeleiding van de wedstrijden van het Europees Kampioenschap voetbal.

We zullen niet alleen bij het Europees Kampioenschap voetbal maar ook tijdens de komende jaarwisseling de politie vragen meer dan gebruikelijk aanwezig te zijn. Mijn fractie erkent dat het niet mogelijk is dat de politie tijdens de jaarwisseling overal ingezet kan worden en accepteert dan ook dat prioriteiten moeten worden gesteld. Het is ook goed dat dit van te voren bekend wordt gemaakt. Maar wij willen van de minister een absolute zekerheid dat de politie bij ernstige incidenten zal worden ingezet. Ik wil hem dan ook vragen of hij dat kan garanderen.

Op voorhand kan worden gesteld dat het politiewerk en de dagelijkse veiligheidszorg volgend jaar als gevolg van de bijzondere omstandigheden van het millennium en het Europees Kampioenschap voetbal onder druk komt te staan. Links en rechts lezen we in de kranten of elders dat tijdens het millennium verschillende feesten worden georganiseerd. Niet uit te sluiten is dat deze evenementen ook politiebegeleiding behoeven. Naast het onzekere van het millenniumprobleem kan dat teveel worden. Mijn vraag aan de minister: wat is de voortgang om andere grote manifestaties en evenementen tijdens bijvoorbeeld het millennium en het Europees Kampioenschap voetbal te beperken? Hoe wordt een en ander gecoördineerd?

Onlangs is een belangwekkend rapport verschenen waarin de resultaten staan van een onderzoek naar het politiewerk in gevaarlijke situaties. Dit onderzoek bevestigt deels de informatie die ook wij krijgen, namelijk dat de politie niet altijd over voldoende vaardigheden beschikt om in gevaarlijke situaties het werk te doen. Met groot respect zien wij dat de politie desondanks niet terugdeinst en haar plicht doet. Echter, voor de veiligheid van de politiemensen is het gewenst dat wij hier en nu daar aandacht voor vragen. Het is dus terecht dat de brief van de minister hierover nu ook aan de orde is.

De minister heeft een aantal aanbevelingen uit het rapport overgenomen. Een deel daarvan echter niet. Terecht zegt de minister dat politiemensen goed voorbereid moeten zijn om aan gevaarlijke situaties het hoofd te bieden. De minister werkt dan ook aan uitbreiding van de vorming en de handhaving van het niveau van de beroepsvaardigheid. Daarvoor zijn drie toetsen ontwikkeld waaraan de politieagent dient te voldoen vooraleer hij bewapend op pad kan worden gestuurd. Deze toetsen betreffen de kennis van geweldsbepalingen, de fysieke vaardigheden met betrekking tot aanhouding en zelfverdediging en de schietvaardigheid.

Vanaf het moment dat de drie toetsen formeel van kracht zijn, mogen alleen politiemensen die de drie aspecten van beroepsvaardigheid beheersen bewapend in de dienst worden ingezet. Deze lijn kan mijn fractie steunen maar ze heeft daarbij wel de volgende vragen.
Wanneer is de situatie bereikt dat alle politiemensen deze vaardigheden bezitten en, als niet iedereen kan worden ingezet omdat zij niet voldoen aan één of meerdere toets, wat zijn dan de consequenties?

Zoals gezegd, heeft de minister niet alle aanbevelingen overgenomen, althans is hij daarop hoewel het vitale aspecten betreft in zijn brief in ieder geval niet nader ingegaan.
De onderzoekers adviseren bijvoorbeeld om de aanhouding van onberekenbare en moeilijk aanspreekbare verdachten, op wie politiegeweld weinig effect heeft, te laten uitvoeren door gespecialiseerde eenheden van de regiokorpsen waarbij dan de beproefde arrestatieteam procedures worden toegepast. De minister schrijft daarop dat arrestatieteams nu ook al in zogeheten levensbedreigende omstandigheden kunnen worden ingezet. De regelgeving geeft die ruimte niet. Er moet dan sprake zijn van dreigend vuurwapengeweld tegen de politie. In de praktijk betekent dit dat in het ene arrondissement de hoofdofficier van justitie uitsluitend toestemming tot inzet van het arrestatieteam geeft als sprake is van keiharde antecedenten van vuurwapengebruik door de verdachte jegens personen terwijl een ander daar veel flexibeler mee omgaat. Daar waar de hoofdofficier van justitie het arrestatieteam niet inzet, zal de politieambtenaar in de basispolitiezorg moeten optreden terwijl hij in het algemeen voor dit soort specifieke situaties onvoldoende is toegerust en getraind, althans volgens de onderzoekers. De minister wil ik vragen welk beleid hieromtrent wordt gevoerd en in welke situatie welke gespecialiseerde eenheid mag worden ingezet?

Een andere onderdeel waarop niet wordt ingegaan is de aanbeveling om voorvallen van agressie en geweldsgebruik tegen de politie en de gevolgen daarvan te registreren.
De onderzoekers constateren dat de kwaliteit van de informatieverwerving, de informatieverwerking en informatieverstrekking op veel punten te verbeteren valt. In geen van de korpsen is een procedure voor de evaluatie van voorvallen van gevaar en geweld, hoewel daaruit veel winst is te behalen. Daardoor gaat veel relevante en soms cruciale informatie verloren en wordt kennis en ervaring niet benut. Informatie over gevaarsituaties kan van belang zijn voor de veilige aanpak van eventuele volgende problemen. Mijn vraag aan de minister is welke argumenten hij heeft om deze aanbeveling niet op te volgen?

De onderzoekers geven aan dat het niet overal gebruikelijk is dat surveillance eenheden kenbaar maken waar zij zich bevinden. In de praktijk blijkt dat mede daardoor opgeroepen spoedassistentie laat en soms zelfs te laat per plaatse komt omdat zij hun collega's niet snel genoeg hebben kunnen vinden. Daarom wordt aanbevolen om het Global Positioning System te gebruiken waardoor de positie van politiemensen kan worden bepaald. Dit systeem lijkt een belangrijke toegevoegde waarde te hebben voor de veiligheid van politieagenten, met name de agenten die alleen op stap gaan kunnen hier veel baat bij hebben. Ik wil de minister vragen of hij het gebruik van dit systeem overweegt, zeker nu de komende innovatie van verbindingsmogelijkheden de mogelijkheid biedt dit in één handeling te verwerken.

Een vierde aanbeveling waarop de minister niet ingaat, is het gebruik van de lange wapenstok. Uit onderzoek blijkt dat de lange wapenstok een bijzonder handig middel is om bij directe bedreigingen mensen op afstand te houden en er zijn goede aanwijzingen dat een gedoseerd gebruik van de lange wapenstok de veiligheid en het succes van politieoptreden kan verhogen. Graag een reactie van de minister hierop.

Met belangstelling hebben wij kennis genomen van het rapport Interdepartementaal beleidsonderzoek politiezorg. Het voorstel om te komen tot een nieuw bekostigingsstelsel waarbij een relatie wordt gelegd tussen de inzet van middelen en de prestaties van de politie kan op onze steun rekenen. De fractie van de Partij van de Arbeid heeft dit reeds eerder aangegeven.
Erkend moet worden dat hier risico's aan kleven. Prestaties zijn te manipuleren maar als het beleid goede en voor één uitleg vatbare doelstellingen formuleert hoeft dat geen probleem te zijn. Een ander nadeel wordt het genoemd dat benchmarking kan leiden tot verwijdering van korpsen. Ik vind dat een negatieve benadering. Het lijkt mij juist een voordeel als bekend wordt welke korpsen wel en welke niet voldoen aan de gewenste prestaties. Als een korps legitieme redenen heeft waarom zij niet kunnen voldoen aan een opdracht, geeft de benchmarking juist bestuurlijke informatie om het korps verder op weg te helpen. Tijdens de behandeling van de begroting van Justitie heeft mijn fractie al gewezen op de niet eenduidige cijfers met betrekking tot het aantal opgehelderde zaken. De Partij van de Arbeid vraagt de minister om dit systeem, het leggen van een relatie tussen het beschikbaar stellen van middelen en prestaties, toe te passen op de oplossingspercentages.

Vorig jaar hebben we kennis kunnen nemen van een rapport van de Algemene rekenkamer over het financieel beheer bij de politieregio's. De uitkomst van het onderzoek was niet bepaald geruststellend. Ik wil van de minister de toezegging hebben dat wij bij de begroting van 2001 een geactualiseerd beeld hebben op de volgende drie punten:
1. een eenduidige informatie met betrekking tot omvang en samenstelling van het personeel en de investeringen (pag. 10);
2. een relatie tussen de financiële resultaten van de politieregio's en de geboden politiezorg, uit het rapport van de rekenkamer blijkt dat dit nog nergens tot stand is gebracht (pag. 14);
3. we willen dat de informatiebeveiliging beter is geregeld. Uit de begroting moet blijken dat een informatiebeveiligingsbeleid is ontwikkeld waarin autorisaties zijn geregeld. Helaas is dit nu slechts bij enkele regio's goed geregeld.

Ik wil de minister complimenteren met zijn werving en selectiebeleid. Er wordt goed gereageerd op de oproep om bij de politie te komen werken. Toch maak ik mij zorgen. Een aantal regio's heeft te kampen met leegloop en onderbezetting. Alleen al in Rotterdam Rijnmond zijn 380 vacatures. Dat kan leiden tot een neerwaartse spiraal van grotere werkdruk, gevolgd door meer ziekteverzuim en hogere uitval. Een tijdje geleden heeft de Kamer in een D66/PvdA motie aanbevolen om meer parttime werk bij de politie aantrekkelijker te maken, om herintreders te werven en gepensioneerde politiemensen op bescheiden schaal in te zetten. Wat heeft de minister met deze motie gedaan?
Ik vraag mij af of de opleidingscapaciteit voldoende is om alle vacatures naast de extra werving te kunnen vullen. Ik wil de minister vragen of de opleidingscapaciteit een probleem oplevert en als dat het geval is, hoe en op welke termijn hij dat probleem denkt op te lossen.

Ik wil afsluiten met het vragen van aandacht voor nog vier korte punten.

In Rotterdam wordt het mogelijk gemaakt dat politieagenten aan wie schade is toegebracht de daders daarvoor aansprakelijk stellen. Wat zijn tot nu toe de ervaringen hierbij en zijn de ervaringen zodanig dat we deze mogelijkheid ook breder, bijvoorbeeld tussen burgers en daders kunnen toepassen?

Interpol heeft onlangs een CD-rom verspreid waarop informatie is gesteld over gestolen kunst. Is deze CD-rom ook onder de Nederlandse korpsen verspreid en wordt deze CD-rom ook gebruikt?

Verschillende steden worden geconfronteerd met het succes van het beleid van het kabinet.
Door het inzetten van stadswachten in de Melkert-regeling is veel extra werkgelegenheid gegenereerd en is de veiligheid in steden toegenomen. Zoals het de bedoeling was, hebben veel stadswachters ondertussen een reguliere baan gevonden bij politie of beveiligingsorganisaties. Echter de aanwas van nieuwe stadswachten stagneert. Erkent de minister dat hier sprake is van een probleem en wat is hij voornemens daaraan te doen?

Afgelopen week heeft de Commissie-Mans de minister een rapport aangeboden waarin wordt aanbevolen een deel van de kosten van politie inzet bij voetbalwedstrijden door te berekenen aan de voetbalclubs. Wij hebben dit rapport nog niet kunnen beoordelen maar de minister heeft daar afgelopen weekend wel de gelegenheid voor gehad. Dus ik wil graag zijn mening over dat voorstel horen.

Deel: ' Bijdrage PvdA aan debat over begroting politie '




Lees ook