Partij van de Arbeid


Bijdrage van Usman Santi aan het plenaire debat Grootschalige Ordeverstoringen
9 februari 2000 PvdA

Het doel van het onderhavige wetsvoorstel is om in aansluiting op het reeds ingediende voorstel bestuurlijk ophouden de maatregelen betreffende de handhaving van grootschalige ordeverstoringen uit te breiden. Hiervoor is gekozen voor een aanpassing van art. 540 e.v. van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De regeling wordt/werd wel eens gebruikt bij gevallen van huisvredebreuk. De ratio van de regeling is de naleving van wettelijke voorschriften te verzekeren met de dreiging van vrijheidsbeneming. Om naleving te verzekeren kan de rechter-commissaris (RC) een bereidverklaring of een zekerheidsstelling van de betreffende persoon verlangen. Hierbij speelt met name een rol dat de regeling zeer bewerkelijk is. Iemand die een bereidverklaring geeft en/of zekerheid stelt, moet twee keer worden opgepakt en voor de RC worden geleid alvorens zijn vrijheid kan worden ontnomen.
De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende: -het schrappen van de beperkingen tot delicten waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten;
-de mogelijkheid van onmiddellijke inverzekeringstelling door de RC (dus zonder eerst de gelegenheid van bereidverklaring en zekerheidsstelling (art. 543 Sv) te geven.).

De lengte van de antwoorden in de nota naar aanleiding van het verslag ten spijt is de minister niet in voldoende mate in staat om de kritiek van onze fractie te pareren. Op verschillende momenten wringt de minister zich in allerlei bochten om met antwoorden te komen. De fractie is nog steeds niet overtuigd dat deze wet nodig is.
De Raad van State heeft negatief geadviseerd over dit wetsvoorstel.

De PvdA-fractie kan op dit moment onderhavig voorstel niet ondersteunen. Dit zal sterk afhankelijk zijn van de beantwoording van de vragen en kritische bemerkingen die bij de PvdA-fractie leven.

De beteugeling van verstoring van de openbare orde is een taak van het bestuur. Zie het wetsvoorstel bestuurlijke ophouding. De PvdA-fractie acht een nadere toelichting gewenst op de vraag waarom met dit wetsvoorstel strafvordering wordt gebruikt voor het oplossen van (grootschalige) openbare orde vraagstukken?

In antwoord op de vraag van de PvdA stelt de minister nadrukkelijk dat er sprake moet zijn van verdenking van een strafbaar feit. Op dit punt blijft onduidelijkheid bestaan. Het onderhavige wetsvoorstel gaat over optreden bij grootschalige ordeverstoringen. In de nota naar aanleiding van het verslag somt de minister de verschillende van toepassing zijnde regelingen op. Als er enerzijds sprake is van een strafbaar feit kan voorlopige hechtenis worden toegepast. Als het gaat om personen zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland kan voorlopige hechtenis worden toegepast bij zelfs lichte misdrijven. Wanneer er anderzijds de vrees is voor grootschalige verstoring van de openbare orde kan het wetsvoorstel van de bestuurlijke ophouding soelaas bieden.

De bestaande regelgeving op dit terrein in combinatie met de gisteren in dit huis aangenomen uitbreiding van art. 141 Sr (openlijke geweldpleging) en bestuurlijke ophouding zouden voldoende moeten zijn. Het blijft onduidelijk waarom dit wetsvoorstel nodig is. Naar mijn mening leidt oprekking van artikel 141 Sr in combinatie met het wetsvoorstel bestuurlijk ophouden leiden tot een passend instrumentarium om op te treden bij grootschalige ordeverstoringen. In geval van openlijke geweldpleging kunnen dan namelijk ook de medeplegers die zich niet aan gewelddadigheden schuldig hebben gemaakt, in voorlopige hechtenis worden gesteld. Onze fractie heeft uitbreiding van art. 141 Sr ondersteunt. Over het wetsvoorstel bestuurlijk ophouden heb ik mij eerder uitgelaten.

Over strijdigheid met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) heeft de minister vele pagina's nodig om te beargumenteren dat er geen strijd is met dit verdrag. De PvdA-fractie blijf daarbij hebben.
Ten eerste ten aanzien van de lengte van de periode dat personen van hun vrijheid beroofd kunnen worden. Naar mijn mening moet de 12 uur termijn uit het voorstel bestuurlijk ophouden voldoende soelaas bieden. Bezien vanuit het EVRM is het daarnaast mijns inziens zeer twijfelachtig dat mensen voor een periode van circa drie dagen kunnen worden opgehouden zonder dat er sprake is van een concreet strafbaar feit. Iemand zou dus enkele dagen opgehouden kunnen worden omdat er een vermoeden is dat hij of zij eventueel een strafbaar feit zal gaan plegen, terwijl voor het feit waarvoor hij of zij aangehouden is geen voorlopige hechtenis is toegelaten. In de nota stelt de regering dat deze maatregel dient als vangnet voor voorlopige hechtenis. Als voorlopige hechtenis niet mogelijk is, kan strafvordelijk worden opgehouden.

Dat houdt in dat een persoon voor de duur van 10 à 12 dagen kan worden opgehouden zonder een duidelijke inkadering van de bevoegdheid. Waarom heeft de regering in niet in overweging genomen het strafvorderlijk ophouden in duur te beperken?

Deel: ' Bijdrage PvdA aan debat over grootschalige ordeverstoringen '




Lees ook