Partij van de Arbeid


Den Haag, 29 november 1999

BIJDRAGE VAN GERRIT SCHOENMAKERS AAN HET NOTAOVERLEG BELVEDERE

Een geïntegreerde beschouwing als beschreven in de nota Belvedère vanuit de economie, sociologie, ecologie, geografie en cultuur is nieuw in de discussie over de ruimtelijke ordening. Na de steden wordt nu ook de totstandkoming van kwaliteit in de rurale ruimte gezien als culturele opgave. Dat heeft de instemming van de PvdA-fractie. Hier past lof voor de staatssecretaris. Toch heb ik vraagtekens over het realiteitsgehalte van de uitvoering van de nota. Groot manco van deze nota is dat de juridische planologische inbedding in het instrumentarium van de ruimtelijke ordening afwezig is. Het is absoluut onduidelijk hoe de minister deze inbedding ziet. Uit de nota blijkt dat regering voornamelijk aan de gemeenten en provincies wil vragen beleid op te nemen in hun plannen. Welke mogelijkheden zijn er nog meer en welke is hij bereid te benutten? En hoe verhoudt de korting op de monumentenfactor Gemeentefonds zich tot het streven van de regering zoals in de nota is neergelegd? Gemeentelijke én provinciale beeldkwaliteitsplannen, waarin periodiek overzicht wordt gegeven van de gebieden en objecten met cultuurhistorische waarde in de gemeenten en hoe deze worden beschermt, kunnen een goed instrument zijn. Een ander instrument is het opnemen van een cultuurhistorische effectrapportage in een Belvedere-paragraaf in het gemeentelijke bestemmingsplan.
Ten aanzien van het - geringe - beschikbare budget van 18 miljoen is onvoldoende aangegeven waarvoor het bedoeld is. Thema's van de nota 'Behoud door ontwikkeling, ontwikkeling door behoud' zijn het instandhouden van cultuurhistorische kwaliteiten zoals monumenten, nieuwe functies voor historische objecten en cultuurhistorie als impuls voor nieuwe ontwikkelingen, b.v Hanzesteden. De vraag is dan welke belangrijkste 'spin off' effecten te verwachten zijn. Dit lijkt de cultuurhistorie als impuls te zijn; daar zal het beschikbare budget zich dan ook nadrukkelijk op moeten concentreren. Is de staatssecretaris daartoe bereid? Het is wonderlijk dat drie van de vier ondergetekenden financieel bijdragen. Hoe verloopt de samenwerking tussen de betrokken ministeries en de vier (!) onderzoeksinstellingen? Hoe is de departementale behandeling en uitvoering georganiseerd en beklijft de samenwerking? Er wordt een beroep gedaan op Europese fondsen. Wat zijn de alternatieven waaraan de regering denkt indien geen Europees geld beschikbaar wordt gesteld voor Belvedere? Vast thema in de discussie rondom ruimtelijke ordening is de 'gebiedsgerichte benadering'. In vakkringen leeft daardoor de angst dat in klei- en rietgebieden wordt teruggegrepen op een traditionele baksteenarchitectuur onder een dakbedekking van riet etc. Het beleid voor de steden en gebieden met hoge cultuurhistorische waarden wordt uiteengezet in de nota maar onduidelijk is wat het beleid voor gebieden met de minder hoge cultuurhistorische waarden zal inhouden. Hoe is het advies van de Raad voor Cultuur betrokken bij de definitieve versie van de Belvedere-atlas?. Voor de PvdA is, meer dan de bouwstijl, de kwaliteit van het wonen van doorslaggevend belang.
In de nota is Nederland opgedeeld in gebieden van hoge en minder hoge cultuurhistorische waarden. Onduidelijk is wat het beleid voor gebieden met de minder hoge cultuurhistorische waarden zal inhouden. Ervan uitgaande dat het kabinet niet alle toekomstige bouwopgaven wil laten integreren met de geschiedenis van stad en land, dringt de vraag zich op of er ideeën bestaan over de toekomstige ruimtelijke inrichting van Nederland in het kader van identiteit en samenhang, anders dan de Belvederegebieden. Hoe vindt de opneming van Belvederegebieden plaats in de Vijde nota ruimtelijke ordening?

Ten aanzien van de aanwijzing van de Belvederegebieden is de score op minstens twee kwaliteits-assen een uitgangspunt voor gebiedsgerichte discussie of een niet te amenderen harde randvoorwaarde en wie of welke instantie(s) beslist en adviseert over de vaststelling van Belvederegebieden? Als het de bedoeling is Belvedere-gebieden wettelijke bescherming te bieden, rijst de vraag of er zodanige bevoegdheden voor de hogere overheid en zodanige sancties in de Wet ruimtelijke ordening kunnen worden opgenomen dat er daadwerkelijk sprake kan zijn van ruimtelijke ordening, bijv. in de vorm van een cultuurhistorische effectrapportage in streek- of bestemmingsplannen. De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek verricht naar de handhaving ruimtelijk beleid (26 200 XI nr.67 en 26 585). Minister Pronk heeft naar aanleiding van dit kritisch rapport toegezegd te komen met een wetswijziging van de Wet ruimtelijke ordening zodat het Rijk niet langer alleen op een indirecte wijze, afstandelijk kan handhaven maar zich, met meer doorwerking in de handhaving zelf, met het toezicht kan belasten. Graag hierop een toelichting in dit kader. Inhoudelijk spreekt de nota zich uit over de schoonheid van het buitengebied respectievelijk onbebouwd gebied, dus een combinatie van groen, blauw (water) en rood (bebouwing). Als zodanig is er een relatie met de welstandszorg. Daarbij rijst direct de vraag wie bevoegd is te oordelen over mooi en lelijk. Ligt hier een nieuwe taak voor de Welstandscommissies nieuwe leest, zoals de beoordeling van het bestemmingsplan buitengebied of een vergelijkbare toetsingsautoriteit? Legt Belvedere randvoorwaarden op aan de eigentijdse architectuur en wat zijn de te voorspellen problemen met de uitgangspunten van de landeninrichting? Hoe denkt de regering over de instandhouding van karakteristieke landschappen in verband met de a.s. uitbreiding van de Europese Unie met landbouwgebieden, zoals Hongarije en Polen?
De nota kan alleen functioneren in nauwe relatie met de Vijfde nota ruimtelijke ordening, het Tweede structuurschema Groene Ruimte en de Cultuurnota 2001-2004. De nota's 'Ruimte voor architectuur' en 'Architectuur van de ruimte' vloeien hier samen tot een conceptie waarvan verwacht mag worden dat ze zichtbaar wordt en beheersbaar in de Vijfde nota. Hoe wordt de infrastructuur in dit geheel ingepast en wat is het effect van (nieuwe) infrastructuur? Ten dele behoort dit ook tot de cultuurhistorie (o.a. oude stations, oude Romeinse wegen), maar de Betuwelijn, de lijn door het Naardermeer, autowegen doorkruisen ook historische landschappen.
In feite dient ons land te worden beschouwd als onderdeel van de internationale Europese ruimte. Bij komend aspect is de culturele invloed van migratiestromen die hun invloed moeten kunnen hebben op de wijze waarop wij de ruimte ordenen. In dit opzicht dient de regering ruimte te geven aan een multiculturele dynamiek in verstedelijking en inrichting van het buitengebied. Is de staatssecretaris met ons van mening dat hier kansen liggen voor versterking vanuit bovenstaand perspectief? Erger nog dan het traditionalisme is het moderne romantische bouwen, dat in zijn actuele verschijningsvorm een blamage oplevert voor de architectuurdiscipline in ons land. Het 'nieuwe bouwen', waarin ons land excellent presteert, wordt zodoende om zeep geholpen. Voor alle duidelijkheid, de overheid dient zich te onthouden van een oordeel over de kunst, lees architectuur. Maar als eenmaal gekozen wordt voor een bepaalde school of richting dient voldaan te worden aan de hoogste kwaliteitsnormen binnen de favoriete bouwkundige oplossingen, zowel wat betref materiaalkeuze als detaillering.

Deel: ' Bijdrage PvdA aan het notaoverleg Belvedere '




Lees ook