Partij van de Arbeid


Den Haag, 21 februari 2000

BIJDRAGE VAN KHADIJA ARIB (PVDA) AAN HET NOTAOVERLEG OVER 'ZICHT OP ZORG, PLAN VAN AANPAK MODERNISERING AWBZ'

De patiënt in huidige AWBZ vindt het aanbod te star, niet op maat en te schaars. Ook vindt de patiënt dat het te weinig aansluit op sectoren buiten de AWBZ. Een modernisering van de AWBZ, waarbij de vraag van de patiënt centraal staat is hard nodig. Tegelijkertijd moet er samenhang, kwaliteit en doelmatigheid komen. Dat geldt niet alleen voor de zorg, maar ook voor dienstverlening en wonen.

In het Regeerakkoord staat dat de AWBZ in deze regeerperiode stapsgewijs gemoderniseerd moet worden. Maar dat is voor de PvdA niet de belangrijkste reden om te willen moderniseren in de zorg. Het gaat erom of de cliënt van deze modernisering er beter van wordt. De PvdA denkt dat de modernisering van de AWBZ aansluit bij de behoefte van de patiënten en cliënten en het veld.

De patiënten schreeuwen om de zorg die bij hen past en het wegwerken van de wachtlijsten. Het veld verlangt naar politieke keuzes, zodat het weet waar het aan toe is. Met name de vernieuwers in de zorg voelen zich nu met handen en voeten gebonden aan regels en wetten. Die houden hen ervan af de vernieuwingen echt door te zetten. Sterker, de vernieuwingen die er al zijn - zoals de onafhankelijke indicatiestelling - komen in de problemen. Deze nieuwe werkwijze gaat namelijk samen met instandhouding van oude posities van de partijen.

Hierdoor ontstaan nieuwe onduidelijkheden, waardoor de vernieuwingen een schone dood dreigen te sterven. Ik geef een voorbeeld: doordat er niet beslist wordt over nieuwe posities, zijn er zorgaanbieders die de uitslag van de indicatiestelling aan hun laars lappen en de indicatiestelling nog eens dunnetjes overdoen. Zo komen we natuurlijk niet verder. Van het veld wordt wel eens gezegd dat ze traag vernieuwen. Maar in het geval van deze modernisering mag de tweede kamer ook wel eens de hand in eigen boezem steken. Het plan van de staatssecretaris ligt er immers al sinds juni 1999.

De PvdA wil doorgaan met een AWBZ die de patiënt meer garantie geeft op zorg op maat. En daarvoor zitten alle ingrediënten in Zicht op Zorg. Het is een plan van aanpak op hoofdlijnen en die hoofdlijnen kloppen gewoon. De huidige knelpunten in de AWBZ worden goed geanalyseerd en er worden goede oplossingen voor aangedragen. De PvdA wil ook haar waardering uitspreken voor de wijze waarop dit plan tot stand is gekomen. Het is in nauw overleg met het veld tot stand gebracht niet van bovenaf opgelegd. Zoals tijdens het rondetafelgesprek op 9 februari bleek, kan het veld zich ook vinden in de analyse en hoofdlijnen.

Ik wil geen misverstand laten bestaan over de inzet van de PvdA. We steunen we het plan van aanpak. De knelpunten in de AWBZ kunnen niet langer wachten en vragen om een politiek antwoord. De wetgeving loopt achter op ontwikkelingen in de zorg, en daardoor ontstaan in de sector massaal overtredingen, de zorgverlening op lokaal niveau is niet geïntegreerd, de cliënt wordt in zijn/haar vrijheid belemmerd door de huidige AWBZ. Er is een filevorming in de hele AWBZ keten, mensen die in de thuiszorg zitten die eigenlijk in een verzorgingshuis horen, in de verzorgingshuizen liggen mensen die op een verpleeghuisplaats wachten en het laatste is dat er nu wachtlijsten zijn voor de indicatiestelling. Als we niets doen dan barst het systeem uit elkaar.

De PvdA neemt haar politieke verantwoordelijkheid en geeft de staatssecretaris graag groen licht om het plan van aanpak verder uit te werken. Omdat het nog pas een plan op hoofdlijnen is, roept het vragen op. Ook bij de PvdA. We willen echter dat er politieke keuzes worden gemaakt en niet dat er langer vertragingstactieken worden toegepast omdat er nog punten zijn waar vragen resteren. Dit debat zou er niet toe moeten leiden dat de patiënten en het veld wederom met lege handen achterblijven. De sectoren in de AWBZ, en zeker de vele koplopers bij vernieuwingen, hebben er recht op te weten wat hun voorland wordt. De patiënten hebben er recht op dat de modernisering niet stagneert.

Mijn verdere inbreng zal zich voornamelijk concentreren op de punten die nog onduidelijk zijn omdat Zicht op Zorg over hoofdlijnen gaat. Ik heb vragen en punten die ik aan de staatssecretaris wil voorleggen. Ik wil haar vragen mijn punten mee te nemen bij de verdere uitwerking van Zicht op Zorg.

De doelstelling van de modernisering is een AWBZ waarin de patiënt centraal staat en zorg op maat wordt geleverd. Veel partijen, ieder met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden, spelen een grote rol. Dit zijn de patiënt, het indicatieorgaan, het zorgkantoor, de zorgaanbieder, de gemeente en de provincie. Het zorgkantoor krijgt een spilfunctie en moet ervoor zorgen dat er in de regio voldoende zorg beschikbaar is in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Ook is het zorgkantoor verantwoordelijk voor een verantwoorde besteding van de beschikbare middelen. Zorgkantoren moeten deze taak "verdienen" door het krijgen en behouden van een concessie.

Mijn vragen en punten concentreren zich op de positie van deze partijen en de zaken die daarover nog nader zullen worden uitgewerkt. Het betreft de volgende onderwerpen:

1. de inhoud van de wetgeving die de positie van de zorgkantoren gaat regelen en het Mdw-advies dat mogelijkheden voor financiële prikkels voor het zorgkantoor gaat benoemen; 2. de samenstelling en bevoegdheden van de Raad van Advies die aan de zorgkantoren wordt toegevoegd; 3. de indicatiestelling;
4. de informele zorg;
5. de regionale budgetten en de kwaliteit van de zorg.

Het eerste punt waar ik op inga is de positie van het zorgkantoor. Hierover is nog veel onduidelijk door de nog ontbrekende wetgeving. Er wordt nog te veel geredeneerd vanuit de goede wil van het zorgkantoor. Een voorbeeld: bij interregionale conflicten over de plek waar de zorg geleverd moet worden, wordt ervan uitgegaan dat de zorgkantoren er baat bij hebben dit goed op te lossen. Dat is iets te snel door de bocht. Een probleem is, dat nog steeds onduidelijk blijft wat het belang van het zorgkantoor is om het in de gemoderniseerde AWBZ beter te doen dan in de huidige AWBZ. In Zicht op Zorg staan veel prikkels om het zorgkantoor op het juiste spoor te houden, zoals benchmarking, visitatiecommissies, Raad van Advies en toezicht door het CTU. Verder is er de mogelijkheid om de concessie van een zorgkantoor bij niet goed functioneren niet te verlengen.

Het zorgkantoor krijgt tal van instrumenten in handen om tot doelmatige en kwalitatieve goede zorg te komen, maar dat is nog geen garantie dat het deze ook zal toepassen. De PvdA vindt dat er meer financiële prikkels moeten komen. Te meer, omdat het aantal zorgverzekeraars dat een zorgkantoor kan uitvoeren gering is. Ook moet er erg veel kennis worden opgebouwd om de functie als zorgkantoor te kunnen uitvoeren. Met andere woorden, een zorgkantoor moet het al heel bont maken voordat de concessie wordt ingetrokken.

Voor de PvdA zijn belonings- en sanctiemogelijkheden een voorwaarde om nu akkoord te gaan met de centrale positie die het zorgkantoor gaat innemen. Dat vindt de staatssecretaris kennelijk ook want er is een Mdw-werkgroep mee bezig. Kan de staatssecretaris al iets vertellen over de vorderingen die deze werkgroep maakt op het punt van financiële prikkels voor het zorgkantoor?

Verder heeft de PvdA vragen over de financiële eindverantwoordelijkheid in de AWBZ. Ooit komt het allemaal goed, daar zijn we van overtuigd. Als de instrumenten objectieve indicatiestelling, benchmarking, contracteervrijheid van het zorgkantoor, transparante informatie, enzovoorts, in de toekomst samenhangend ingevoerd zijn, komt er doelmatige zorg op maat met kwaliteit. Mocht zich dan een financieel tekort voordoen bij de zorgverzekeraars, dan is het aan de politiek om te beslissen of er meer middelen bij moeten. Ik blijf een beetje zitten met de vraag wat we doen tot de tijd dat het allemaal prachtig functioneert. Als de ene na de andere patiënt of organisatie via de gang naar de rechter zorg blijven afdwingen, wie is er dan verantwoordelijk? Dat punt is onduidelijk. In de nota wordt gesteld dat de gezamenlijke zorgverzekeraars verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de AWBZ door het zorgkantoor.

Mijn vraag aan de staatssecretaris is of de gezamenlijke zorgverzekeraars dan ook de financiële lasten van via de rechter afgedwongen zorg zullen gaan dragen. Zo ja, is er dan toch sprake van risicodragende budgettering zoals in het tweede compartiment? Zo nee, wie gaat de meerzorg betalen als gevolg van via de rechter afgedwongen zorg? En wat betekent dit voor de kostenbeheersing in de AWBZ?

Ik wil nu iets zeggen over de positie van de patiënten- en consumentenorganisaties Één van de grote voordelen van Zicht op Zorg is dat de patiënt meer zeggenschap krijgt over de zorg. Individueel zeggenschap, omdat het recht op zorg wordt uitgedrukt in functionele termen en de patiënt daarna kan aangeven waar en hoe hij of zij deze zorg wil invullen. Collectief zeggenschap krijgt de patiënt via inspraak van patiënten en consumenten bij de regiovisie en door zitting te nemen in de Raad van Advies van de zorgkantoren. Zoals gezegd is over de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de Raad van Advies nog geen beslissing genomen, maar we willen vrijblijvendheid uitsluiten. Daarom vragen we de staatssecretaris de volgende invulling van de Raad van Advies mee te nemen in de verdere uitwerking van Zicht op Zorg. We vinden dat de positie van de Raad van Advies wettelijk moet worden geregeld, waarbij de zorgvragers in de Raad de meerderheid vormen en waarbij de bevoegdheden wettelijk worden verankerd. Daarbij moet het volgende worden vastgelegd:

1. De zaken waarover het zorgkantoor in elk geval advies moet vragen en waarvan het moet motiveren waarom een advies niet gevolgd wordt. Een adviesplicht zou bijvoorbeeld moeten gelden als het zorgkantoor bij het contracteren van zorgaanbieders afwijkt van de richtinggevende lijn van de regiovisie. Vervolgens zou het controlerend orgaan van het zorgkantoor (het CTU) de mate waarin de regiovisie is gevolgd moeten meenemen in de beoordeling van het functioneren van het zorgkantoor. Onder die voorwaarden kunnen we er in elk geval mee akkoord gaan dat de regiovisie geen juridisch afdwingbaar contract inhoudt. Voor de democratische legitimatie van het beleid van het zorgkantoor vindt de PvdA het verder van belang dat de zorgkantoren verplicht worden hun invulling van de regiovisie openbaar te maken via een apart verslag 2. Verder moet worden vastgelegd dat de Raad van Advies ook ongevraagd kan adviseren en dat het zorgkantoor aan de Raad van Advies al die informatie verstrekt die de Raad naar zijn mening behoeft. Graag de reactie van de staatssecretaris op deze visie van de PvdA.

In Zicht op Zorg wordt een verzekerdenpanel aangekondigd. Mistig blijft echter hoe en welke rol dit gaat spelen. Kan de staatssecretaris uitleggen wat de functie en bevoegdheden worden van dit panel zijn? Zoals gezegd moet nog over de samenstelling van de Raad van Advies worden beslist. Ik wil van die gelegenheid gebruik maken om te zeggen dat de PvdA vreest voor belangenverstrengeling als de zorgaanbieders ook zitting nemen in deze raad. We pleiten ervoor de zorgaanbieders geen plek te geven in de raad. We willen wel dat de informele zorg, waaronder de mantelzorgers een plek in deze raad krijgen. Verder is de PvdA van mening dat de positie van cliënten en consumenten op regionaal niveau versterkt dient te worden. Uit de gesprekken met deze organisaties blijkt dat zij graag de rol van derde partij op zich willen nemen, maar dat zij niet voldoende toegerust zijn om deze rol ook waar te maken? Graag een reactie van de staatssecretaris.

Mijn volgende punt is de indicatiestelling.
Indicatieorganen zijn zeer belangrijk als basis voor de zorgvernieuwing. Het is de bedoeling dat zij de vraag van de patiënt goed formuleren en keuzemogelijkheden openlaten voor de patiënt om de geïndiceerde zorg een eigen vorm te geven. Verder is de informatie van de indicatieorganen over de soort en de hoeveelheid zorg in een regio een belangrijke input voor de regiovisie. Kortom, als dit niet goed draait, valt een belangrijke bouwsteen voor de modernisering weg. Op dit moment functioneren indicatieorganen in een aantal regio's niet goed. Zoals gezegd komt dit onder andere omdat geen politieke beslissing wordt genomen over verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Maar deels komt het door gebrek aan geld. Dat beweren althans de gemeenten, maar het wordt ook bevestigd door het onlangs verschenen onderzoek van de VNG en Pricewaterhouse-Coopers. Wat gaat de staatssecretaris met dit gegeven doen? Verder is niet duidelijk wie het toezicht op het functioneren van de RIO's houdt. Graag een antwoord van de staatssecretaris. En ook graag een reactie op het PvdA-standpunt dat een goede indicatiestelling een voorwaarde is voor kwaliteit, en het dus voor de hand ligt het toezicht op de inhoudelijke uitvoering van de protocollen door de Inspectie te laten plaatsvinden.

Ook is er een onduidelijkheid over de interpretatie door het zorgkantoor van indicatiebesluit. De staatssecretaris zegt in de nota dat dit inhoudelijk onaantastbaar is voor het zorgkantoor, maar dat het kantoor wel de zorgverlening in de praktijk kan sturen via urgentiebepalingen, omslagpunten voor de intra- en extramurale zorg, en de mogelijkheid van normering van de wachttijden. Grote vraag hierbij is of rantsoenering van de zorg nog mogelijk blijft in deze constructie. Dat is nu nog aan de orde van de dag bij geïndiceerde patiënten. De PvdA is daar pertinent tegen omdat de patiënt met rantsoenering zorg ontzegd krijgt die hem of haar wel toekomt. Kan de staatssecretaris toezeggen dat dit in de gemoderniseerde AWBZ niet meer mogelijk is?

Ik kom terug op de informele zorg die ik al eerder noemde. Een zeer belangrijke groep, die ik in de nota wel een beetje gemist heb. Mantelzorg is een belangrijk onderdeel van zorgverlening: 80% van de zorg wordt door mantelzorgers verricht. De behoefte aan mantelzorg zal de komende tijd door de vergrijzing alleen maar toenemen. Voor alle cliënten in de AWBZ is de steun van familie en vrienden onmisbaar. Zoals ik al eerder zei moet hun positie stevig verankerd worden in de gemoderniseerde AWBZ. Ik vraag de staatssecretaris ervoor te zorgen dat ze niet alleen in de Raad van Advies een stevige inbreng krijgen, maar ook in het tot stand brengen van de regiovisie. Verder ben ik bezorgd over de onderbesteding bij de mantelzorg. Er is een schreeuwende behoefte aan ondersteuning via steunpunten terwijl er geld op de plank blijft liggen. Ik heb signalen gekregen dat de zorgkantoren zich onvoldoende inzetten voor deze steunpunten. Kan de staatssecretaris hierop reageren?

Een volgende onderwerp zijn de regionale budgetten en de kwaliteit van de zorg Bij dit onderwerp wil ik het hebben over de keuzevrijheid van patiënten die buiten hun regio verzorgd willen worden. In de nota Zicht op Zorg zijn regionale budgetten een optelsom van alle instellingsbudgetten en de toegekende volumegroei. De zorgkantoren kunnen met dit budget overeenkomsten sluiten met de zorgaanbieders. Wat betekent dit concreet voor de burgers in de regio? Ik denk dat ze ook buiten de regio zorg kunnen krijgen, maar ik wil het toch nog een keer extra door de staatssecretaris bevestigd krijgen. Dan nog wat vragen m.b.t. de kwaliteit van de zorg. Het zorgkantoor zal zich bij het contracteren van zorgaanbieders maximaal moeten inspannen om zoveel mogelijk zorg in te kopen. Het zorgkantoor is ook niet meer verplicht alle toegelaten instellingen te contracteren. De vraag hierbij is of het risico niet te groot is dat het zorgkantoor de prijs als criterium gaat hanteren bij het contracteren van zorgaanbieders ten koste van de kwaliteit van de zorgverlening. Graag een antwoord van de staatssecretaris.

Het verbeteren van de kwaliteit van de zorg is een van de belangrijkste doelen van de modernisering. Naast alle genoemde instrumenten in Zicht op Zorg zouden we er nog een aan toevoegen. Dat is het instrument dat eind vorig jaar door de Commissie Meurs is aangereikt. Het betreft een wettelijke verankering van Raad van Toezicht bij de zorginstellingen en het instellen van een speciale kamer voor de zorg bij de rechtbank. De staatssecretaris heeft tijdens het debat over de zorgnota toegezegd met het veld te gaan praten over de invoering van dit advies. Kan de staatssecretaris ons bijpraten over de resultaten van deze gesprekken? Een verdere verbetering van de kwaliteit van de zorg kan volgens ons worden bereikt door de provincie te vragen een programma van eisen te formuleren voor de regiovisies waarin onder andere is opgenomen om de hoeveel jaar de regiovisies moeten worden geactualiseerd.

Tot slot nog wat overige punten.

1. De intensieve thuiszorg is nog steeds een subsidieregeling. De staatssecretaris onderzoekt of het haalbaar is deze subsidieregeling om te zetten in een wettelijke aanspraak binnen de AWBZ. Hoever is de staatssecretaris met dit onderzoek? 2. De Mdw-werkgroep zal veel vragen beantwoorden die we nu nog hebben. Kan de staatssecretaris alvast een tipje van de sluier lichten over mogelijke conclusies van deze werkgroep?

Deel: ' Bijdrage PvdA aan overleg over plan modernisering AWBZ '




Lees ook